Universitaire Pers Leuven

  • Profound study of one of the most important genres within Humanist scholarship.
    Between 1400 and 1700 the political, religious, intellectual, and even geographic landscape was profoundly changed by the Reformation, Humanism, the rise of empirical science, the invention of printing technology, and the discovery of the New World. The late medieval and early modern intellectuals felt an urgent need to respond to the changes they were involved in, and to come to a revision and re-authorisation of knowledge. They embarked on a scholarly programme of a quality and extent hitherto unknown in the Western world: the whole body of the literature of antiquity, including the Bible, was to be re-edited critically and furnished with commentaries. The Neo-Latin commentary became the most important genre of humanist scholarship. This book sheds light on the various ways in which classical authors and the Bible were commented on, the types of commentary, the commenting strategies that were used to approach different readerships, the various kinds of knowledge that were collected, created, and transmitted, and the usages and reading practices applied to commentaries.

    Contributors
    K. Enenkel (Westfälische Wilhelms-Universität, Münster), S. de Beer (Leiden University Centre for the Arts in Society), C. Kallendorf (Texas A&M University), C. Pieper (Leiden University Centre for the Arts in Society), M. Pade (Aarhus University), V. Berlincourt (Université de Genève), J. Bloemendal (Huygens Institute for the History of the Netherlands), V. Wels (Berlin), W. J. Zwalve (Institute for the Interdisciplinary Study of the Law, Leiden University), B. H. Stolte (University of Groningen), B. Roling (Institut für Griechische und Lateinische Philologie, Freie Universität Berlin), H. Nellen (Huygens Institute for the History of the Netherlands), J. Touber (Utrecht University)

  • De positie en invloed van Marie Elisabeth Belpaire in een literaire mannenwereld.

    Naar aanleiding van haar 95ste verjaardag schreef de Vlaamse kunstcriticus Jozef Muls dat Marie Elisabeth Belpaire 'steeds de vrouw van goede smaak was gebleven. Zij zou haar wezen nooit ontsierd hebben door ambities of werk die niet van haar kunnen waren.' Hoewel bedoeld als eerbetoon, deed hij haar met die woorden onrecht aan. Marie Elisabeth Belpaire was immers een van de weinige vrouwen die er in de eerste decennia van de twintigste eeuw in slaagde om de dominantie van mannelijke auteurs, redacteurs en critici in het literaire veld te doorbreken. Als eigenares en financier van het gezaghebbende literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort oefende ze een sterke invloed uit op de ideologische en redactionele lijn ervan. Ze werd de vertrouwenspersoon van tal van (katholieke) schrijvers en kunstenaars, politici, professoren en religieuzen, en verwierf, mede door dat uitgebreide netwerk, een niet onaanzienlijke macht in de katholieke Vlaamse (literaire) wereld.

    Aan de hand van een analyse van de positie van Marie Elisabeth Belpaire in het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort en in de oorlogskrant De Belgische Standaard biedt Geraldine Reymenants in dit boek inzicht in het begin-twintigste-eeuwse discours over vrouwelijk schrijverschap en in de gegenderde machtsmechanismen die in het toenmalige literaire veld werkzaam waren.

  • The Peace of Münster, signed between the Catholic Monarchy and the United Provinces in 1648, went against the political culture of both polities. The fact that the Spanish Monarchy definitively accepted the independence of its former subjects clearly negated the policy put forward by the Monarchy during the 'eighty' years that the war lasted and to the Monarchy's declared main goals. For the United Provinces, signing a peace with the archenemy without having brought liberty and religious freedom to ten of the seventeen provinces that formed part of the ancient Burgundian circle was also considered by important groups in the 'rebel' provinces as a defection.

    Portraying the political culture of both the Catholic Monarchy and the United Provinces, this work analyses the views held in both territories concerning the points which were discussed in pamphlets and treatises published during the peace negotiations. It also traces the origin of the arguments presented, showing how they were transformed during the period under study, and discusses their influence, or presence, in the diplomatic negotiations among the ambassadors of the United Provinces and the Catholic Monarchy in the German town of Münster. These discussions are inserted in the wider framework of a Christian realm that had to reassess its own values as a consequence of the confessionalisation process and the Thirty Years' War, which affected not only the Empire but, in one way or another, all Central and Western Europe.

  • The splendor and enticement of the Archdukes' Court in Brussels
    The Habsburg Court of Brussels remains one of the few early modern princely courts that have never been thoroughly studied by historians. Yet it offers a unique case, particularly with regard to the first decades of the seventeenth century. Once home to the Dukes of Burgundy, the ancient palace on the Coudenberg hill in Brussels became the principal residence of the Habsburg governors in the Low Countries and, in the period 1598-1621, that of Archduke Albert and his wife, the Spanish Infanta Isabella Clara Eugenia. Eager to reassert the dynasty's authority in these parts, the Archdukes ruled the Habsburg Netherlands as sovereign princes in their own right. Based on the author's prize-winning dissertation, this book vividly brings to life the splendor of their court and unravels the goals and ambitions of the men and women who lived and worked in the palace.

  • Verborgen allianties tussen staat en wetenschap in België.
    Het laboratorium met zijn glanzende proefbuizen en steriele witte jassen geniet vandaag een onbetwiste autoriteit als bron van kennis. Universiteiten waren de eersten om het laboratorium als site van wetenschapsbeoefening te introduceren. In Wetenschap op de proef schetst Lyvia Diser hoe ook de Belgische staat daarna de mogelijkheden verkende om laboratoriumwetenschap in zijn beleid een plaats te geven. De auteur toont aan dat de onbetwiste objectiviteit en autoriteit van het laboratorium het resultaat was van een subtiel gevoerde en soms verbeten strijd tussen verschillende belangengroepen. Daarbij werd laboratoriumwetenschap binnen overheidsrangen getemd tot een niet-controversieel en hanteerbaar instrument, in het licht van de vooruitgang van de Belgische staat. De lezer krijgt zo een verrassende inkijk in de verborgen allianties tussen staat en wetenschap in de Belgische geschiedenis rond en na de eeuwwisseling.

  • België en India hebben op het eerste gezicht weinig gemeen. Toch hebben beide landen elkaars paden regelmatig gekruist. Het Zuid-Aziatische subcontinent trok eeuwenlang handelaars, missionarissen en avonturiers uit onze regio's aan. Maar India fascineerde ook mensen in België zelf. Indologen en yogaleraars brachten het land in verband met oude culturen en spiritualiteit. Het brede publiek associeerde India lang met maharadja's en fakirs: relicten van de koloniale propaganda en de oriëntalistische stereotypering. Geleidelijk leren steeds meer Belgen Indiërs ook op andere manieren kennen, want immigratie en globalisering maken de banden intenser dan ooit.

    Het wiel van Ashoka verschijnt in het kader van 'Europalia India'. Dit toonaangevend internationaal festival loopt van 4 oktober 2013 tot 26 januari 2014 en brengt India naar het hart van Europa.

    Bijdragende auteurs: Idesbald Goddeeris (KU Leuven), Michael Limberger (Universiteit Gent), Christophe Vielle (Université Catholique de Louvain), Jan Parmentier (MAS, Antwerpen), Wim De Winter (Universiteit Gent), Gerrit De Vylder (Thomas More College, Antwerpen), Felicia Wauters (Leuven), Luc Vints (KADOC, KU Leuven), Tom De Bruyn (HIVA, KU Leuven), Jan van de Poel (Vrije Universiteit Brussel), Kalyani Unkule (Jindal Global University), Winand Callewaert (KU Leuven), Patrick Pasture (KU Leuven), Elwin Hofman (KU Leuven), Dominique De Brabanter (KU Leuven), Pieter De Messemaeker (Universiteit Gent), Sara Cosemans (Columbia University), Hannelore Roos (KU Leuven) en Chris De Lauwer (MAS, Antwerpen)

  • Eerste volume in de nieuwe reeks 'Historisch denken'.
    Samenlevingen hebben een diepe drang om te herdenken en te herinneren. Zeker vandaag is het verleden alomtegenwoordig, en is er sprake van een ware memory boom. Collectieve herinnering is echter niet neutraal. Ze wordt ingezet in het nastreven van allerlei politieke, sociale, culturele en morele doelen. De noodzaak van een kritische houding tegenover herinnering dringt zich dan ook op.

    Herinneringen aan de Holocaust richt zich op de educatie over herinnering, en analyseert het selectieve, politieke en evoluerende karakter van herinnering. Het boek onderzoekt de verschillende vormen van herinnering en de gespannen relatie tussen herinnering en geschiedenis. Via de analyse van onder meer films, stripverhalen, musea, monumenten en memorialen focussen de auteurs zich daarbij specifiek op de evolutie van de holocaustherinnering vanaf 1945, in Europa en in de Verenigde Staten. Bovendien krijgt de lezer bij elk hoofdstuk verschillende didactische scenario's aangeboden, geschikt voor het secundair geschiedenisonderwijs. Kortom, een toegankelijk boekje voor iedereen die geïnteresseerd is in geschiedenis, en in het bijzonder een aanrader voor leerkrachten en al wie werkzaam is in de educatieve sector.

  • 50 jaar onderwijs en onderzoek aan de Faculteit Geneeskunde.
    In 1963 werd de medische faculteit van de toen nog unitaire Leuvense universiteit gesplitst. Franstaligen en Nederlandstaligen volgden vanaf dan hun eigen koers. Aanvankelijk deelden zij nog de medische campus, maar nadat in 1968 de hele universiteit werd gesplitst, verhuisden de Franstaligen naar Brussel. Intussen was de Nederlandstalige Faculteit Geneeskunde al aan een langdurig expansieproces begonnen. Van mensen en muizen belicht de ontwikkelingen die zich de voorbije halve eeuw onder tien decanen - van internist Jozuë Vandenbroucke tot neurochirurg Jan Goffin - aan die Nederlandstalige Faculteit Geneeskunde hebben afgespeeld. De auteur haalt professoren en studenten voor het voetlicht en schetst de grote veranderingen in de onderwijsopleidingen en de onderzoekslaboratoria. Ook de ethische controverses en gezondheidsdebatten gaat zij niet uit de weg.

  • In De smaak van thuis belicht Anneke Geyzen hoe voedingserfgoed wordt gemaakt. Ze leidt de lezer rond in de receptenrubriek van drie vrouwenmagazines en verduidelijkt hoe verschillende ideologische en sociaal-economische groepen met voeding als erfgoed omgaan. Aan de hand van thema's als voedselbewaring, feestcultuur en streekgastronomie werpt ze een boeiende blik op hoe maatschappelijke groepen met hun verleden omspringen en hoe ze voeding hierin een betekenis geven. De auteur schetst haar verhaal tegen de achtergrond van de globalisering en de industrialisering van de voedselketen, de politieke en sociaal-economische ontwikkelingen in België en de bredere aandacht voor erfgoed in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog. Het boek levert zodoende een belangrijke bijdrage aan kritische erfgoedstudies en voedingsgeschiedenis, twee multidisciplinaire onderzoeksvelden die momenteel aan een stevige opmars bezig zijn.

  • Een zeldzame geschiedenis van het Belgische leger.

    België stond in de decennia voor de Eerste Wereldoorlog niet bekend als een militaristische natie. 'Poor little Belgium' voerde pas in 1913 algemene dienstplicht in, beschikte amper over een militaire traditie en de politieke klasse had een stevige grip op het leger. Deze studie stelt voor het eerst de hardnekkige notie van een vredelievend, diepburgerlijk land zonder noemenswaardige militaire cultuur bij. Van het parlement tot de straat, van de kazerne tot de lagere school: militaire waarden en praktijken begonnen zich in de decennia voor de oorlog steeds sterker te manifesteren in het politieke, sociale en culturele leven. België veranderde langzaam van een neutrale, anti-militaire natie in een neutrale, defensieve natie die - indien bedreigd - 'ten strijde gereed' was. In 'Belgen, zijt gij ten strijde gereed?' geeft Nel de Muêlenaere een nieuwe kijk op de Belgische civiel-militaire relaties in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.

  • Het bijzondere verhaal van de vier campussen van UZ Leuven

    De Leuvense academische ziekenhuizen zijn uitgegroeid tot een symbool van medische spitstechnologie en topgeneeskunde. Dit boek schetst hun geschiedenis en belicht de ontwikkeling van vier campussen: Salve Mater in Lovenjoel, Sint-Barbara in Pellenberg, Sint-Rafaël en Sint-Pieters in het Leuvense stadscentrum, en Gasthuisberg net buiten de stad. Het volgt de evolutie van de Leuvense ziekenzorg van de bestuurskamers tot het ziekbed, vanaf de Eerste Wereldoorlog tot heden. Die evolutie werd gekenmerkt door een buitengewone groei, waarachter een complex spel schuilging van kennisproductie, staatsvorming, ideologie en taalstrijd. De uitbouw van de Belgische welvaartstaat, de strijd om Leuven-Vlaams, de toename van medische specialisatie en de secularisering van de samenleving: het waren processen die om een voortdurende modernisering van het ziekenhuis vroegen. Artsen, verpleegkundigen én patiënten worstelden met die veranderende structuren. Dit boek brengt hun verhalen.

  • In de negentiende eeuw bloeide de haven van Antwerpen en dat leidde tot een groeiende aantrekkingskracht op zowel internationale immigranten alsook werkmigranten uit andere hoeken van het land. In dit boek wordt onderzocht hoe de stad Antwerpen omging met buitenlandse nieuwkomers in een periode waarin niet enkel het aantal migratiebewegingen steeg, maar waarin ook de inmenging van de centrale staat alsmaar toenam. Na de onafhankelijkheid van België was de medewerking van de lokale bestuursniveaus aan het vreemdelingenbeleid geen evidentie: de meeste steden in de Zuidelijke Nederlanden hadden van oudsher een sterke traditie van politieke autonomie opgebouwd. Deze studie toont aan hoe de prioriteiten van het stedelijke vreemdelingenbeleid verschilden van die van de nationale staat, en hoe de stad het beleid ten aanzien van buitenlandse nieuwkomers soms bewust selectief toepaste. Het zijn tendens en die ook in de eenentwintigste eeuw nog actueel zijn en die het vreemdelingenbeleid - zowel vroeger als vandaag - vorm geven.

  • Centraal in dit nummer van 'Nieuwe Tijdingen' staan de evolutie en vormgeving van festiviteiten in de vroegmoderne Nederlanden. Daarbij belichten de auteurs feesten van allerlei aard, bijvoorbeeld als gevolg van de Reformatie of de Franse Revolutie. Ze onderzoeken de rol van traditie en innovatie bij feestelijk vertier, de weergave en verslaggeving van feestelijkheden in media en kunsten, de rol van materiële cultuur in festiviteiten en de rol van veranderende normen en waarden met betrekking tot feestvieren in uiteenlopende sociale milieus. Zowel elitaire festiviteiten als vormen van volksvermaak komen aan bod. Zo gaat het onder meer over vorstelijke intredes, carnavalsvieringen, feestmaaltijden, loterijen, 'kwelspelen' en illuminaties.

  • De prehistorie blijft veel mensen fascineren. Onze kennis over het verste menselijk verleden is er in de laatste decennia sterk op vooruit gegaan, maar we worden nog voortdurend met nieuwe methodologische en inhoudelijke ontwikkelingen geconfronteerd. Dit vierde volume in de reeks Historisch denken biedt op bevattelijke wijze een aantal recente wetenschappelijke inzichten uit de archeologie, antropologie en geschiedenis.

    De auteurs zoomen in op onze vroegste voorouders, hun verspreiding over de wereld en de ontmoeting tussen de neanderthalers en anatomisch moderne mensen, evenals op evoluties ten gevolge van domesticatie en klimaatsveranderingen. Dit laat de lezer toe om, voorbij de klassieke vooroordelen en stereotiepe beeldvorming, inzicht te verwerven in de steeds complexer wordende prehistorische samenlevingen in de oude wereld. De wetenschappelijke stand van zaken wordt bovendien didactisch vertaald naar een twaalfdelige lessenreeks voor leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs, helemaal conform de nieuwe eindtermen voor geschiedenis waarbij historisch denken centraal staat.

    Ons verste verleden is een aanrader voor geschiedenisleerkrachten, zowel in lager als secundair onderwijs, en al wie geïnteresseerd is in prehistorie, antropologie en archeologie.

  • De vroegmoderne periode kan de laatste jaren rekenen op grote belangstelling in Nederland en Vlaanderen. In maatschappelijke discussies over (nationale) identiteit, onderwijs en de erfgoedsector wijzen opiniemakers bijvoorbeeld graag op de economische, politieke, sociale en culturele verworvenheden van de periode voor 1800. Deze interesse in het verleden is uiteraard toe te juichen, maar het politieke gebruik van historische verwijzingen staat ook op gespannen voet met wetenschappelijke geschiedbeoefening. Beleidsmakers lijken geschiedenis te zien als een grabbelton waaruit ze naar believen kunnen putten. Vele vroegmodernisten staan dan ook eerder sceptisch tegenover de maatschappelijke benutting van academische inzichten. Hoe gaan historici van de vroegmoderne tijd best om met deze praktijk?

    Deze vraag staat centraal in dit nummer van Nieuwe Tijdingen. De bijdragen besteden onder andere aandacht aan het gebruik van vroegmoderne geschiedenis in discussies over canonvorming, (post)kolonialisme, nationalisme en historische vergelijkingen. Het jaarboek werpt daarmee nieuw licht op de vraag hoe en waarom (onderzoek over) de vroegmoderne periode wordt geïnstrumentaliseerd en gerepresenteerd in actuele maatschappelijke debatten, en welke rol vroegmoderne historici daarbij zouden kunnen spelen.

  • In de universitaire wereld staat kennis centraal. Die wordt doorgegeven, maar ook in vraag gesteld. Dankzij creatief wetenschappelijk onderzoek verleggen kennisgrenzen zich voortdurend. De impact van de academische wereld op maatschappelijke domeinen zoals de technologie, de industrie, de economie en de medische sector kan niet overschat worden. Om deze belangrijke maatschappelijke functie te blijven vervullen, heeft de moderne universiteit zich ontpopt tot een dynamische en ondernemende instelling.

    Vertrekkend vanuit zijn persoonlijke ervaring en kennis van het innovatielandschap in België heeft Jos Bouckaert de ontwikkeling van de ondernemende onderzoeksuniversiteit beschreven. Elke fase is opgevat als merksteen, een cruciale stap in een groter verhaal.

    In dit lijvige werk schetst Bouckaert hoe in de tweede helft van de 20e eeuw een unieke constellatie van politici, rectoren, ondernemers, filantropen en vooral wetenschappers de basis legde van de huidige kenniseconomie in België.

    Met de postume uitgave van dit levenswerk brengen collega's en vrienden hulde aan Jos Bouckaert.

  • De beeldvorming over de 'Nieuwe Wereld' was de voorbije decennia aan fundamentele veranderingen onderhevig. Het perspectief bleef echter vaak westers. Dit vijfde volume in de reeks Historisch denken volgt zowel de voetstappen van de veroveraars als van de overwonnenen. Van ontdekking tot ontwrichting analyseert chronologisch de gebeurtenissen in Amerika na 1492. De 'ontdekking' van Amerika door Columbus resulteerde in een ontmoeting met de oorspronkelijke bewoners van het continent, waarna de ontginning van het grondgebied begon, die een enorme ontwrichting met zich meebracht. De vier thema's - ontdekking, ontmoeting, ontginning en ontwrichting - worden belicht vanuit een intercultureel perspectief van 'wederkerigheid' en steunen op de meest recente historiografie. Daarbij gaat speciale aandacht naar de rol van vrouwen in de 'Nieuwe Wereld'. In een tweede deel krijgt de lezer aan de hand van een waaier aan historische bronnen een didactische vertaling geschikt voor leerlingen van de tweede graad secundair onderwijs, helemaal conform de nieuwe eindtermen geschiedenis.

    Van ontdekking tot ontwrichting is een aanrader voor geschiedenisleerkrachten, zowel in lager als secundair onderwijs, en al wie geïnteresseerd is in de ontdekkingsreizen, interculturele contacten, vrouwengeschiedenis en Amerika na 1492.

  • Rond de eeuwwisseling liet Rusland de moeizame politieke en economische transitiejaren van de post-Sovjetperiode achter zich en veranderde het land in snel tempo. Patriottisme, respect voor tradities en het roemrijke verleden werden de voorbije jaren steeds prominenter vermeld als 'waarden' die de sterke Russische staat consolideren. Meer dan ooit wordt vandaag het belang van eigen verleden benadrukt, en meer dan ooit zet Rusland zich af tegen het normerende Westen. Continuïteit en contestatie. Is Rusland onveranderlijk anders?

    Dit is géén Poetinboek. Rusland wordt bestudeerd aan de hand van de kernbegrippen contestatie, traditionalisme en etatisme die cruciaal zijn om de geschiedenis, cultuur, en buitenlandse politiek van het land beter te kunnen begrijpen. Naast een cultuurhistorisch deel bevat het boek ook een luik met politiek-maatschappelijke bijdragen. Vanuit een interdisciplinair perspectief geven de auteurs hun visie op Rusland als land dat contesteert en gecontesteerd wordt, dat zo anders is door die mysterieuze Russische 'Sonderweg' maar zich tegelijk ook vaak conformeert.

    Rusland, onveranderlijk anders? is aanbevolen lectuur voor wie zich verder wil verdiepen in de Russische politiek, cultuur en geschiedenis.

  • Interdisciplinary study of pagan culture from late antiquity to the emergent Renaissance.
    In this volume the persistence, resurgence, threat, fascination, and repression of various forms of pagan culture are studied in an interdisciplinary perspective from late antiquity to the emergent Renaissance. Contributions deal with the survival of pagan beliefs and practices, as well as with the Christianization of pagan rural populations or with the different strategies of oppression of pagan beliefs. The authors examine problems raised by the encounter with pagan cultures outside the Muslim world and show how philosophers contrived to 'save' the great philosophers and poets from ancient culture notwithstanding their paganism. The contributors also study the fascination of classic 'pagan' culture among friars during the fourteenth and fifteenth centuries and the imitation of pagan models of virtue and mythology in Renaissance poetry.

    Contributors:
    Carlos Steel (University of Leuven), John Marenbon (Trinity College, Cambridge), Ludo Milis (University of Ghent), Marc-André Wagner + (Paris, Ministère de la Culture), Brigitte Meijns (University of Leuven), Rob Meens (University of Utrecht), Edina Bozoky (Université de Poitiers), Henryk Anzulewicz (Albertus-Magnus Institut, Bonn), Robrecht Lievens (University of Leuven), Stefano Pittaluga (Università di Genova), Anna Akasoy (Ruhr-Universität Bochum)

  • The role of monastic institutions in society during the Central Middle Ages has been much debated in medieval studies. Some scholars saw monasticism as the principal motivator of economic, social, intellectual and 'spiritual' progress in human society, while others regarded monastic ideology as fundamentally anti-social and oriented towards itself.

    These debates seem to have lost some of their relevance to the present-day scholar. Today monasticism is studied as a social entity which needed interactions with the outside world, not only to subsist in a physical sense, but also to give a clear sense of purpose to its members. Drawing on recent trends in historical scholarship, this volume seeks to identify some of the major questions that will dominate research into monasticism in the years to come. Contributions deal with the evolution of monasticism itself, its links with aristocracy, the economic relations of religious communities and their physical and ideological boundaries, and the representation of the outside world in monastic manuscripts.



    Les contributions rassemblées dans ce volume présentent un point de vue à la fois multiple et multidisciplinaire sur l'état de la question dans l'historiographie du monachisme, un domaine de recherche dont la complexité s'avère désormais incontestable. Il s'agit de réflexions portant sur l'évolution du monachisme, ou d'études approfondissant les liens entre le monachisme et l'aristocratie ou les réalités économiques, explorant les liens physiques et idéologiques avec le monde extérieur, sans oublier des analyses portant sur les représentations du monde extérieur dans les manuscrits médiévaux.

  • De jaren 1960 waren op veel gebieden een keerpunt in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Er vond een ware culturele revolutie plaats, met een grote impact op allerlei aspecten van het dagelijkse leven. Ook op religieus vlak veranderde heel wat. De maatschappelijke invloed van de kerk en het christendom op de samenleving verminderde sterk. Toch zagen in die periode vele nieuwe religieuze initiatieven het licht. Eén daarvan was de beweging van 'progressieve' christenen.

    Geïnspireerd door het Tweede Vaticaans Concilie, de nieuw linkse maatschappijkritiek van 'mei '68', de bevrijdingstheologie en de basis-gemeenschappen kwamen de 'progressieve' christenen tot een alternatief christendom. Ze pleitten voor een democratische kerkordening en voor een kerk die resoluut de kant van de armen koos. Maatschappelijke kwesties analyseerden ze vanuit een nieuw links gedachtegoed.

    Op spiritueel vlak beklemtoonden ze een 'wereldgerichte' religieuze beleving. Engagement in de wereld en dagelijkse levenservaringen moesten een centrale plaats krijgen.
    In dit boek spit de auteur tientallen groepen en groepjes van 'progressieve' christenen uit Vlaanderen naar boven. Hij bestudeert ze tegen de achtergrond van de evoluties in kerk en samenleving in de periode 1958-1990.

  • Pioniersstudie over dans in de Belgische kunstwereld.

    Dans in België brengt het boeiende verhaal van vijftig jaar dansgeschiedenis. Lang vóór er sprake was van De Keersmaeker of Béjart dacht men in Brussel en Antwerpen al na over de plaats van dans tussen de kunsten. Terwijl dans in de late negentiende eeuw gebukt ging onder een kwalijke reputatie, veroverde de kunstvorm in de periode 1890-1940 een belangrijke plaats in het Belgische artistieke landschap.

    Staf Vos toont hoe buitenlandse dansers, van Isadora Duncan en Les Ballets Russes tot Rudolf von Laban, als voorbeeld dienden voor binnenlandse initiatieven. Daarnaast vertelt dit boek over filosofen, kunstenaars, pedagogen en politici die werden getroffen door de kracht van dans. De lezer krijgt hierdoor een originele kijk op het Belgische artistieke en intellectuele leven in de vroege twintigste eeuw. Doorblader hier enkele pagina's uit het boek >>>

    Raadpleeg ook het bijhorende platform www.dansgeschiedenis.be met een blik op de inhoud van het boek, full text bronnenmateriaal en meer links over dans en geschiedenis.

  • De haven van Antwerpen telt vandaag de dag 65.000 voltijdse banen en genereert bijna 3% van het bruto binnenlands product. Over de manier waarop dit economische complex tot stand kwam, is maar weinig bekend - behalve dat er sinds 150 jaar een bijna explosieve groei moet hebben plaatsgevonden.

    Haven in de branding analyseert voor het eerst het tijdspad,de oorzaken en gevolgen van deze groei op basis van de goederen-stromen en de toegevoegde-waardecreatie. Zo wordt de waarde van de Antwerpse staaltrafiek verduidelijkt, net als de impact van de tonnage balans, de mythe van de 'spoorweghaven Antwerpen' en het 'Belgische' karakter van de overslag. Ook de groei bij inter-nationale concurrenten Rotterdam en Hamburg komt aan bod.

    Centraal staat de vraag hoe de haven van Antwerpen goederen-stromen kon aantrekken. Was de haven gelijk een rots in de branding overgeleverd aan de grillen van de stroming, of hadden havenarbeiders en havenbestuurders invloed op de richting en de sterkte van de stroom?

  • Rehearsals is the first book to provide a detailed narrative history of the German invasion of Belgium in August 1914 as it affected civilians. Based on extensive eyewitness testimony, the book chronicles events in and around the towns of Liège, Aarschot, Andenne, Tamines, Dinant, and Leuven, where the worst of the German depredations occurred. Without any legitimate pretext, German soldiers killed nearly 6,000 non-combatants, including women and children, and burned some 25,000 homes and other buildings.

    For more the seventy-five years, however, charges against the German Army about the killing, raping, looting, and arson have been dismissed in Germany, the U.K., and U.S. as mere atrocity propaganda. Recently, the case has been made that the violence, which cresendoed between august 19th and 26th , was the result of an spontaneous outbreak of German paranoia about francs-tireurs (civilian sharpshooters). Rehearsals provides much evidence that the executions were in fact part of a deliberate campaign of terrorism ordered by military authorisaties.

empty