Uitgeverij Vrijdag

  • Terwijl in 1870 de Frans-Duitse oorlog volop woedt, wordt de Pruisische dichter en romancier Theodor Fontane (1819-1898) achter de Franse linies gevangengenomen. Hij wordt van spionage beschuldigd en ontsnapt ternauwernood aan het vuurpeloton. Maar daarmee is hij zijn leven nog helemaal niet zeker. Terwijl de Duitse legers verder oprukken en het Franse staatsgezag zienderogen afbrokkelt, wordt hij van de ene gevangenis naar de andere overgebracht, steeds dieper Frankrijk in. Keer op keer wordt hij aan ondervragingen onderworpen en moet hij spitsroeden lopen door woedende volksmenigten. Uiteindelijk belandt hij, samen met honderden andere gevangenen, op het gevangeniseiland Oléron aan de Atlantische kust.

    Terwijl achter de schermen een aantal machtige vrienden zich inzetten om het lot van de onfortuinlijke schrijver te verzachten en zijn vrijheid te verkrijgen, begint Fontane zijn belevenissen neer te schrijven. Op meesterlijke wijze vertelt hij over de vele gevaren en ontberingen die hij tijdens zijn odyssee door Frankrijk heeft moeten doorstaan. Maar hij vergeet ook niet zijn meelevende bewakers en sympathieke medegevangenen te vermelden. De mildheid, de psychologische diepgang en de fijnzinnige humor waarmee deze rasechte verteller zijn lotgevallen en impressies weergeeft, maken zijn herinneringen niet alleen interessant vanuit historisch oogpunt, maar ook tot een waar genot om te lezen.

    Wachtend op het vuurpeloton is de eerste Nederlandse vertaling van dit unieke ooggetuigenverslag van de Frans-Duitse oorlog. Naast de herinneringen van een van de grootste schrijvers van de negentiende eeuw, bevatten Fontanes memoires ook tal van verhalen over hoe gewone mensen, Fransen en Duitsers, de dramatische gebeurtenissen van het jaar 1870 hebben ervaren.

    Joris Verbeurgt (1975) studeerde geschiedenis, communicatiewetenschappen en internationale betrekkingen & diplomatie.
    Eerder publiceerde hij Een oorlog kan ook mooi zijn: Ernst Jünger aan het westelijk front en Weldra zal ik onder de guillotine liggen: Grace Elliott, ooggetuige van de Franse Revolutie. Hij is Brussels correspondent voor European Security and Defence.

    Over Weldra zal ik onder de guillotine liggen:
    'Spannende anekdotes. Pakkend verhaal. Complimenten.' - Trouw
    'Blaast het stof van de geschiedenis. Het brengt de Franse Revolutie alsof je erbij was.' - De Standaard

  • Verguisd, belachelijk gemaakt, onleesbaar verklaard. Nochtans is hij de enige Vlaamse auteur wiens volledige werk in het Frans en het Duits vertaald werd, en van wie veel werken ook in andere talen verschenen. Een schrijver die bij de uitgave van zijn 'honderdste boekdeel' in Brussel gevierd werd door tienduizenden lezers. De eerste man die het aandurfde op het Belgische grondgebied een roman in het Nederlands te publiceren. Hij stond aan de wieg van de eerste Vlaamse krant, hij promootte onderwijs voor vrouwen, hij ijverde voor het gebruik van de volkstaal in openbare besturen en in rechtszaken, en vocht tegen iedereen die het Nederlands als cultuurtaal door het Frans wilde laten verdringen. De schrijver die het lezen van boeken populair maakte bij het gewone Vlaamse volk, en die zich veel minder conservatief opstelde dan men laat uitschijnen. De man die ijverde voor de ontvoogding van de Vlaamse Belgen en hun met De Leeuw van Vlaanderen hun eigen epos gaf, heeft eindelijk een biografie: Hendrik Conscience.

    Johan Vanhecke (1957) is hoofd archiefverwerking van het Letterenhuis, en redacteur van de literaire tijdschriften Zacht Lawijd en Zuurvrij. Hij schreef o.m. Het Antwerpen van Hubert Lampo (1993), De Flandriens van Hugo Verriest (1997), In de ban van de hobbit (2005) en Johan Daisne: Tussen magie en werkelijkheid (2014). Zijn studie over de Halewijnballade, Het hoofd werd op de tafel gezet (2000), werd bekroond met de Provinciale Prijs voor Geschiedenis en Volkskunde.

    'Eindelijk het hele leven van Conscience tot leven gebracht! Ik heb het geboeid in één ruk uitgelezen.' - prof. dr. Lode Wils

    'Literair-historisch is Conscience de onbetwiste stamvader van de Vlaamse Letteren. Topwerken als De loteling bewijzen het sociale fundament van zijn erfenis, die zich geen betere behoeder en ambassadeur kan wensen dan Johan Vanhecke.' - Tom Lanoye

  • De Spaanse natiestaat is in crisis. Reconquista, omvolking, islamisering zijn kernbegrippen van een nieuw identitair discours dat opmars maakt in Europa. In Spanje zijn deze begrippen terug van nooit weggeweest. Vijfhonderd jaar lang stonden ze centraal in een moeizaam en pijnlijk proces van natievorming, getekend door etnische zuiveringen en burgeroorlogen. Drie breuklijnen stonden de vorming van een homogene natie in de weg: religieuze tegenstellingen (christenen, moslims en joden), ideologische (liberalen en conservatieven) en territoriale (centrum en periferie). Hoe verhouden deze breuklijnen zich tot elkaar? Welk licht werpen ze op de 'Catalaanse kwestie' die vandaag het internationale nieuws haalt?

    In Het verdriet van Spanje schetst Christiane Stallaert een beeld van Spanje zoals het is, de amputaties en fantoompijnen van een 'volkslichaam' zonder ruggengraat, de levenscyclus van een onvoltooide natie. Wie vandaag Europa wil begrijpen, moet Spanje begrijpen: de historische schakel tussen Europa en Afrika, tussen christendom en islam.

    Christiane Stallaert is hispaniste en antropologe. Ze is gewoon hoogleraar Spaanse en Latijns-Amerikaanse Studies en Interculturele Communicatie aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek is gericht op etniciteit, nationalisme en interculturaliteit. Eerder publiceerde ze over Spanje o.a. Naar eigen beeld en gelijkenis.

  • De voorbije eeuwen bleef het vaak opmerkelijk stil rond zogenaamde 'sodomieten', 'buggers', 'geelgieters' en 'vuile vrouwen'. Niettemin tonen talloze bestofte gerechtelijke dossiers aan dat 'de liefde die haar eigen naam niet noemen durfde' ook bij ons allesbehalve zeldzaam was. Dit boek gebruikt deze fascinerende procesdossiers als leidraad om een verborgen geschiedenis bloot te leggen: als gidsen doorheen een vergeten wereld van badhuizen, urinoirs, achterkamers en homobars, en als de rijke getuigenissen van vurige verlangens die de samenleving lange tijd begreep als zondig of ziek.
    Verzwegen verlangen reconstrueert de leefwereld van 'potten' en 'pederasten' in België, van de middeleeuwen tot vandaag, en bespreekt de veranderende mentaliteit rond een thema dat slechts met mondjesmaat publiekelijk bespreekbaar werd.

  • Haast elke Belg bezoekt het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. De iguanodons van Bernissart staan op ieders netvlies gebrand. Ook Sandra Cordier was gefascineerd door de vondst van de iguanodons in 1878. Ze gaat op zoek naar het verhaal áchter de skeletten. Ze wil achterhalen waar die vandaan komen en welke weg zij letterlijk en figuurlijk hebben afgelegd sinds hun ontdekking en opgraving. Ze dook bibliotheken en archieven in, bestudeerde originele illustraties en praatte met nabestaanden van de ontdekkers. Ze staat ook stil bij de toekomst van de skeletten en gaat na of de mijngang van Bernissart ooit nog wordt opengegooid voor verder onderzoek.

  • Waarom zijn de Italianen zo bijgelovig? Waarom blijven volwassen mannen tot voorbij hun 30e bij hun mamma wonen? Waarom zijn de Italianen allergisch aan alles wat de staat dicteert? Waarom is er niets mis met een politicus die elf keer van partij verandert? En waarom moet in alles dat verduvelde 'fare bella figura' nagestreefd worden? Waarom doet het er niet toe of iets 'goed' of 'slecht' is, maar wel of het mooi overkomt? Waarom is Mona Lisa's faam te danken aan een sullige Italiaanse amateurschilder? Waarom is Jezus eigenlijk een Italiaan? En Napoleon ook? Wat maakt de Italianen zo Italiaans?
    Bella Figura wil dat achterhalen. Die zoektocht wordt u geserveerd in een lasagne gevuld met de meest wonderlijke verhalen. Met humor en passie leggen de auteurs de essentie van het zoete leven in De Laars bloot. Dat u na het lezen de Italianen iets beter zal begrijpen is zeker. Dat u in een volgend leven als Italiaan wil herboren worden, al helemaal.

  • Heeft het feminisme zijn doelstellingen bereikt? Zo ja, dan zou de gelijkheid tussen man en vrouw een feit zijn. Het recht van elk persoon om zich volledig te kunnen ontplooien zou dan worden gegarandeerd dankzij een volgehouden principe van gelijke behandeling, stevig ingebed in een goede wetgeving en een rechtvaardig beleid. Maar anno 2018 moet er opnieuw actie worden gevoerd op Equal Pay Day, moeten vrouwen de straat op in protest omdat hun carrières minder waard blijken dan die van mannen, en liggen in sommige Europese landen wetsvoorstellen op tafel die het recht inzake abortus terugschroeven. Het feminisme is dus allesbehalve dood.
    De voorbije 100-150 jaar brachten heel wat positieve evoluties op het sociale en politieke toneel, maar die veranderingen werden maar mogelijk dankzij de onvermoeibare inzet van geëngageerde mensen en bewegingen. Monika Triest heeft in hun midden gestaan. Zij was er bij toen de tweede feministische golf zich naar haar hoogtepunt werkte en ondervond zelf dat de weerstand tegen de gelijkheid van vrouwen en mannen groot bleef. Voor WAT ZOUDT GIJ ZONDER 'T VROUWVOLK ZIJN? putte Monika uit haar jaren lange ervaring als schrijfster, onderzoekster en activiste. Het resultaat werd dit overzicht van een aantal kernfiguren en belangrijke kantelmomenten in de bewogen geschiedenis van het Belgische feminisme.

  • In de jaren 1930 taande het principiële antimilitarisme in de internationale sociaaldemocratie. Als antwoord daarop ontstond de
    Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (ISAOL) in
    Nederland én België. Socialistische oud-strijders en militante jongeren sloegen de handen in elkaar. Geüniformeerd gingen ze de strijd aan met kapitalisme en fascisme, wat al eens uitliep op een knokpartij met extreemrechtse milities. De Belgische en Nederlandse sociaaldemocratische partijen zaten verveeld met de militante organisatie die revolutionair geweld gebruikte waar nodig en zich ook internationaal wou ontplooien als linkssocialistisch alternatief. De Liga groeide uit tot een ongekende grootte en vormde een bedreiging voor partijgetrouwe socialistische jongerenorganisatiesin Noord en Zuid. Het Plan voor de Arbeid van Hendrik De Man en de nakende wereldoorlog braken uiteindelijk het enthousiasme voor de Liga, die er in 1939 al een punt achter zette.

    'In Liever revolutie dan oorlog' beschrijft Ruud Bruijns voor het eerst het ontstaan, de evolutie en de ondergang van de ISAOL.

  • Het geld is op!

    Alain Mouton

    'Het geld is op!' De uitspraak is van Guy Verhofstadt, die in tijden van hoogconjunctuur de staatsfinanciën niet onder controle hield en veel cadeaus uitdeelde. Politici zijn er zich van bewust dat we moeten saneren of besparen om onze economie en begroting op orde te krijgen. Het is echter wachten tot er werk van wordt gemaakt. Want politici durven geen maatregelen te nemen. De kiezer zou weleens wraak kunnen nemen.
    Dit boek vertelt het verhaal van de vooral hulpeloze pogingen die politici de voorbije decennia ondernamen om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Guy Verhofstadt, Yves Leterme en Herman Van Rompuy, Elio Di Rupo en vandaag Charles Michel met Johan Van Overtveldt: het wil maar niet lukken.
    'Het geld is op!' is een vlijmscherpe en ongenaakbare analyse van de pogingen om de financiële putten van België te dempen. 'Het geld is op!' is ook een verhaal van personen. Want, ook al is een kleine open economie als de Belgische sterk afhankelijk van omgevingsfactoren, leidinggevende personen hebben wel degelijk een invloed op de manier waarop men de staatshuishouding op orde probeert te krijgen.

  • Sinds het einde van de negentiende eeuw wilde de christelijke arbeidersbeweging een structureel antwoord bieden op de sociaaleconomische wantoestanden die met de industrialisering gepaard gingen. Maar nog tijdens het interbellum kregen de gelovigen vanop de kansel te horen dat de al twintig eeuwen oude christelijke liefdadigheid (van de kant van de welstellenden) en lijdzaamheid (van de kant van de behoeftigen) meer dan voldoende waren om de sociale kwestie op te lossen. Katholieke werkliedenverenigingen waren voor de Vlaamse geestelijken hoogstens een noodzakelijk kwaad om het socialisme en het communisme in te dammen en de maatschappij voor Christus te heroveren. Als de sociaaleconomische net zomin als de politieke, de culturele en de religieuze democratisering bij de clerus genade vond, was het omdat die de moderne wereld kenmerkte. Een wereld die uit de renaissance, de Reformatie, de verlichting en de Franse Revolutie ontstaan was. Een wereld waar, tegen alle christelijke wereldverachting in, materialisme en zinnelijkheid hoe langer hoe meer de bovenhand kregen.

    Christian de Borchgrave is doctor in de geschiedenis, adviseur bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers en wetenschappelijk medewerker aan het Ruusbroecgenootschap (UAntwerpen). Hij publiceerde voornamelijk over de geschiedenis van de katholieke kerk in Vlaanderen tijdens het interbellum.

    'Een prachtig boek dat de aarzelingen van de Kerk heel mooi blootlegt. De angst om zichzelf te verliezen als ze de moderne wereld omarmt.' - Rik Torfs

  • Grace Dalrymple Elliott (1754-1823) wist op wonderbaarlijke wijze aan de guillotine te ontsnappen. Als maîtresse van Louis-Philippe d'Orléans, intrigant en neef van de onthoofde Franse koning Lodewijk XVI, maakte ze de Franse Revolutie van nabij mee. Ze kwam oog in oog te staan met Robespierre en Lafayette, reisde tijdens de Brabantse Omwenteling naar de Zuidelijke Nederlanden, was bevriend met
    Marie-Antoinette en deelde de cel met Joséphine de Beauharnais, de latere Madame Bonaparte.
    Op vraag van de Engelse koning George III schreef ze haar memoires. Geroemd om haar schoonheid en geestige conversatie financierde Grace Elliott haar riante levensstijl door haar tijd en haar lichaam aan de hoogste bieder te verhuren. Als minnares van d'Orléans was ze meer dan een
    bevoorrechte getuige van het gekonkel aan het koninklijk hof en van de
    intriges in revolutionaire kringen. Ze was de spil van een netwerk dat
    terdoodveroordeelde aristocraten naar het buitenland hielp ontsnappen. Terloops spioneerde ze voor de Britten.

    'Weldra zal ik onder de guillotine liggen' is de eerste Nederlandse vertaling van dit unieke ooggetuigenverslag van de Franse Revolutie en de Terreur.

  • Vader Anseele

    Eric Bauwens

    EDWARD ANSEELE SR. (1856-1938) was de vader van het reformistisch socialisme, een van de oprichters van de Belgische Werkliedenpart (de huidige sp.a) en van de coperatieve maatschapp Vooruit.
    Anseele, een van de meeste markante figuren uit ons verleden,
    is nog tdens zn leven uitgegroeid tot een mythe. De manier waarop h door sommigen werd vereerd, grensde b
    momenten aan afgoder.

    In deze biografie leren we Anseele kennen als de gedreven en bwlen dictatoriale politicus die de versplinterde socialisten samenbrengt en er een performante politieke part van maakt, als de visionaire ondernemer die een industrieel imperium uitbouwt en als de organisator die tdens de oorlogsjaren Gent redt van honger en kou.

    Eric Bauwens (1960, Gent) studeerde Sociologie. Hij werkte lange tijd bij Defensie en publiceerde boeken over
    de Gentse diva en operadirectrice Vina Bovy en over het Gentse volkstoneel.

  • Waarom Adam en Eva echt wel Antwerps spraken in het Aards Paradijs? Waarom Brabo, volle neef van Julius Caesar, de hand van reus Antigoon afhakte en zo Antwerpenaren inspireerde om lekker contrair te doen? Wat Thomas More, Winston Churchill en Albert Einstein in Antwerpen kwamen doen? Waarom een Antwerpenaar in een deuk ligt omdat het standbeeld van Rubens twee keer tegen de vlakte ging? Waarom de Vereenigde Oostindische Compagnie nooit had bestaan zonder de Antwerpenaren? Of de Martino, of het plastic regenkapje? Waarom de Rode Duivels wereldkampioen werden in Antwerpen? Hoe Antwerpenaren omgaan met 177 nationaliteiten? Waarom een Antwerpenaar d'office een gezagsallergie heeft en zelfs koestert?
    Een Antwerpenaar zal een groot bakkes hebben. Anders is het geen Antwerpenaar. Leve de kunst van het zwanzen! U leest het hier. In De rest is parking. Samen met o.a. Adil El Arbi, Bart De Wever, Luk Wyns, Michael Van Peel, Jinnih Beels, Marc Fransen, Marc Van Peel, Annick De Ridder en vele anderen gaan de auteurs op zoek naar de ziel van de Antwerpenaar.

    Bart De Clerck (1965) was als vliegend reporter lange tijd Kuifje in Antwerpen voor ATV en Het Nieuwsblad. Vandaag runt hij zijn communicatiebureau in hartje Antwerpen. Hij schreef eerder Alles in Twitterland en Een dons klootjes.

    Joost Houtman (1976) is copy- en ghostwriter, scenarist, podcaster en communicatiespecialist. Hij schreef onder meer Bella figura: waarom de Italianen en Italiaans zijn, Het foute elftal en De zwarte olifant.

  • SINDS DONALD J. TRUMP PRESIDENT WERD, ZIJN DE VERENIGDE STATEN OPNIEUW WAKKER GESCHUD.

    Monika Triest reisde begin 2019 terug naar het land waar ze eerder lang woonde. Ze bezocht vrienden en collega's met wie ze van 1968 tot 1977 actie voerde tegen de oorlog in Vietnam, tegen racisme en uitbuiting, tegen de talloze verdachtmakingen van de staat tegenover progressieve personen en organisaties, en voor de zwarte en latino beweging. Hun doel was een nieuwe samenleving te creëren, waarbij de verzetsbewegingen uit het verleden - die in dit boek uitgebreid aan bod komen - een grote inspiratiebron vormden. De VS kennen immers een lange traditie van verzet, maar die geschiedenis wordt zelden verteld.
    Vandaag is 'progressief' Amerika weer springlevend. Uiteenlopende groepen voeren actie tegen de macht van het grote kapitaal, tegen verrechtsing, tegen discriminatie, tegen racisme en tegen seksisme. Met een president die alles op zijn kop zet en de democratie zelf en de wereldvrede bedreigt, zijn de lessen uit het verleden uiterst kostbaar.

    HET ANDERE AMERIKA vertelt niet het verhaal van Trump en de Tea Party, maar wel een verhaal van hoop.

    Monika Triest (1941) promoveerde in de klassieke filologie. In de jaren zestig en zeventig doceerde ze in de VS. Nadien doceerde ze vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Ze publiceerde over vrouwen, emancipatie, feminisme en geschiedenis.

  • Pola, Jean en Henriette - uit Antwerpen, Mons en Rumes - staan aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog onbezorgd in het leven. Maar wanneer Hitler zijn tanks over Belgische bodem laat rollen, worden ze onmiddellijk meegesleept in de oorlog en de bezetting.

    Pola trotseert als jonge Joodse vrouw de vernederingen en discriminaties die haar gemeenschap ondergaat. Ze hoopt dat het tij zal keren, tot ze verliefd wordt. Wat moet ze doen? Blijven of vluchten?

    Jean probeert zich te concentreren op zijn studies, maar zijn hoofd zit elders. Veel makkers zijn via Spanje naar Engeland gevlucht om de strijd tegen de bezetter verder te zetten. Ook hij waagt zich aan dit hachelijke avontuur.

    Henriette ziet hoe haar ouders gestrande geallieerden opvangen en naar Frankrijk smokkelen. Het duurt niet lang voor ze zelf Britse piloten begeleidt. Ze neemt deel aan een Belgisch ontsnappingsnetwerk tot in Spanje. Wanneer ze verraden wordt, moet ze zelf vluchten.

    Samen vertellen ze een vergeten oorlogsverhaal.

    Passage Pyreneeën vertelt voor het eerst het verhaal van vele duizenden Belgen die de verschrikkingen van de bezetting inruilden voor een gedurfde tocht door Frankrijk, te voet over de woeste Pyreneeën, via Franco's concentratiekampen in Spanje... naar de vrijheid.

    Een van onder het as geraapte getuigenis die toont dat vluchten altijd een afgedwongen keuze is. Een tocht van eenzaamheid, van moed, solidariteit en kameraadschap.

  • Wanneer een dictator sterft is zijn carrière niet voorbij. Als het regime overeind blijft wordt hij geëerd in monumenten en herdenkingen. Als het wordt omvergeworpen, wordt hij de inzet van geheugenconflicten. Het stoffelijk overschot neemt daarbij een belangrijke plaats in, want het wordt een symbool en aldus ingezet in historische en politieke debatten. Het lijk van de dictator polariseert. Wat doe je ermee? Waar en hoe begraaf je het? Hoe herdenk je of negeer je het?
    Luc Rasson stelt deze vragen over drie dictators - Franco, Mussolini en Pétain - die in het interbellum, tijdens de Tweede Wereldoorlog en, wat Spanje betreft, tot vandaag hun stempel drukten op hun respectievelijke landen, waar de overgang van dictatuur naar democratie gepaard ging met conflicten rond het lijk van de voormalige leider.

    "Als erudiete 'dark tourist' laat Luc Rasson een helder licht schijnen op de mysteries die niet alleen het heengaan, maar opmerkelijk genoeg ook de lijken van Mussolini, Pétain en Franco blijven oproepen. Het is een persoonlijke en bevlogen queeste waarin hij smeuïge anekdotiek verbindt met het grote historische verhaal. Zijn aanstekelijke nieuwsgierigheid neemt de lezer mee op een leerrijke en verrassende tocht langs beladen plekken en gebeurtenissen." - BART VAN LOO

    Luc Rasson (1956) is professor emeritus Franse Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij bezocht de geheugenplaatsen en sprak met mensen die op een of andere manier betrokken zijn bij het lijk van de dictator.

  • Sausage

    Harry De Paepe

    Elizabeth II is een van de bekendste figuren in de wereld, maar toch is zij een groot raadsel. Zelden maakt ze haar mening kenbaar of toont ze - heaven forbid - enige emoties. Sommigen noemen haar daarom Elizabeth the Silent.

    In Sausage licht Harry De Paepe een tip van de koninklijke sluier op. De Queen is naast vorstin en behoedster van het Geloof, ook dochter, echtgenote, moeder, grootmoeder en overgrootmoeder. Met gevoel voor (Britse) humor biedt De Paepe een blik op de passies van Hare Britse Majesteit.

    Welke personen zijn belangrijk in haar leven? Hoe gaat ze om met haar premiers? Hoe is haar band met de eeuwige kroonprins Charles? Waarom vind je op haar landgoederen geen katten? Hoe rijk is ze eigenlijk? Is de koningin een verborgen comédienne? Waarom wordt ze sausage genoemd? En wat zit er nu in 's hemelsnaam in haar handtas? U vindt het antwoord op deze very British questions in Sausage.

    Harry De Paepe (1981) is leraar geschiedenis. Hij publiceert over het Verenigd Koninkrijk en de eigenaardigheden van de Britten. Eerder schreef hij De twee kanten van het Kanaal en - met Flip Feyten en met veel tongue in cheek - het meermaals herdrukte en bekroonde Stiff Upper Lips.

    - Stiff Upper Lips won de VRT LangZullenWeLezen-trofee 2018 in de rubriek actualiteit

    Over De twee kanten van het Kanaal:
    - 'Een geweldig boek!' - Interne Keuken (Radio 1)
    - 'Wat een heerlijk boek!' - Benno Barnard

    - 'Harry De Paepe is Vlaanderens bekendste kenner van het Verenigd Koninkrijk' - Trends

  • Het echte verhaal van vagebonden en rabauwen in de pruikentijd

    In 'De Bende van Jan de Lichte' komt het achttiende-eeuwse Vlaanderen tot leven. Het is een wereld van verfijnde mode en
    grauwe miserie, verlicht optimisme en barbaarse martelingen.
    Een wereld waarin religie en bijgeloof het leven bepalen, waarin seksueel misbruik welig tiert. Een wereld waar iedereen op zoek is naar een beetje geluk. Maar wat klopt er eigenlijk van het beeld dat we in de tv-serie te zien krijgen? Hoe ging het er écht aan toe in de eeuw van Jan de Lichte?

    'De eeuw van Jan de Lichte' grijpt de tv-serie aan om een ruimer beeld te schetsen van de vrij onbekende achttiende-eeuwse Oostenrijkse Nederlanden. Niet de droge feiten, maar de spannende verhalen, bijzondere figuren en verrassende
    eigenaardigheden van een vergeten eeuw staan daarbij centraal. Overvallen op postkoetsen, het zingen van rebelse liederen en opstootjes bij terechtstellingen: de echte avonturen van Jan de Lichte en zijn tijdgenoten deden niet onder voor die in de tv-serie.

    De geschiedenis achter de populaire VTM-reeks 'De Bende van Jan de Lichte'

    Elwin Hofman is postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven, gespecialiseerd in de cultuurgeschiedenis van de achttiende eeuw. Eerder schreef hij mee aan 'Verzwegen verlangen. Een geschiedenis van homoseksualiteit in België.

  • Niet alle Duitsers vormden ten tijde van het Derde Rijk een kudde schapen die zich gedwee naar de ondergang liet leiden door de Führer. Was er niemand die uit de pas liep? Toch wel. De 'Edelweißpiraten' verkochten leden van de Hitlerjugend al eens een pak slaag. De 'Swingjugend' luisterde naar verdorven muziek. Gevaarlijker was de actie van studenten van de 'Weiße Rose' om regimekritische pamfletten rond te strooien. Daarvoor kwamen ze onder de guillotine terecht. Er was de Pruisische minister die in de dodencel nog een blauwdruk voor een beter Duitsland schreef. Priesters en dominees klaagden op gevaar voor eigen leven het heidense karakter van het nationaalsocialisme aan. Vele generaals en officieren morden over de Führer, maar slechts enkelen planden een aanslag op hem. Kolonel Stauffenberg ging tot de daad over op 20 juli 1944. De aanslag mislukte, de wraak van de 'opperbevelhebber' was bloedig. Talloze oppositionele militairen en burgers eindigden aan de galg. De communisten in de ondergrond betaalden wel de hoogste bloedtol van het Duitse verzet.

    Tal van mensen van verschillende pluimage hebben Hitler naar de hel gewenst, maar tot een volksopstand is het niet gekomen. De greep van het regime op de samenleving was te sterk, moedige enkelingen konden met hun sabotagedaden, aanslagen en manifesten de betovering niet verbreken die het grootste deel van de Duitsers aan Hitler kluisterde. Desondanks redde het Duitse verzet de eer van Duitsland voor de buitenwereld. Dirk Rochtus vertelt voor het eerst het volledige verhaal van het Duitse verzet.

    Dirk Rochtus (1961) is hoofddocent aan de KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij publiceert over internationale politiek,
    nationalisme, Duitsland en Turkije. Eerder verschenen van hem over Duitsland: Dominant Duitsland, De macht van Merkel en Van Reich tot Republik. In 2007 ontving hij het Bundesverdienstkreuz van de Bondsrepubliek Duitsland.

  • Brood

    Peter Scholliers

    Om de wereld te begrijpen, is het best de kern van het bestaan te onderzoeken, en al lang draait die rond brood. In 1850 vergde brood een derde van de gezinsuitgaven en leverde het 60% van de dagelijkse calorieën. Geleidelijk veranderde dit en vandaag besteedt het gemiddelde gezin 0,8% van zijn uitgaven aan brood, wat zorgt voor 12% van de dagelijkse calorieën. Transformaties in landbouw, transport, productie, beleid en consumptie verklaren deze cijfers. Daarom is de geschiedenis van het brood in feite de geschiedenis van álles. Bepalend waren de prijsrevolutie rond 1890 en de smaakrevolutie rond 1990. De eerste zorgde voor betaalbaar en zuiver wit brood, de tweede voor betaalbaar en gezond bruin brood.

    In Brood bestudeert Peter Scholliers de actoren die deze geschiedenis maken: broodeters, bakkers en overheden. Hij vertelt over broodprijzen, broodconsumptie, winstmarges, fraude, heteluchtovens, additieven, nachtarbeid, broodfabrieken, lonen, wetgeving en nog veel meer. Het huldigt de kleine (thuis)bakker die elke dag smakelijk en gezond brood op de plank zet.

    Peter Scholliers (1953) was hoogleraar Geschiedenis (VUB). Hij onderzocht de geschiedenis van sociale ongelijkheid, levensstandaard, voeding, lonen en prijzen, en de materiële cultuur van 1800 tot vandaag. Eerder publiceerde hij Arm en rijk aan tafel en Geschiedenis van de ongelijkheid.

  • Habibi

    Wim Peumans

    'Lgbt en moslim? Dat kan en mag toch niet? Bestaat dat wel?' Op het eerste gezicht lijkt het misschien een tegenstrijdigheid. Het roept vragen op, reacties van ongeloof, verwondering en onbegrip. Bij sommigen een mate van weerstand en zelfs weerzin.

    Op basis van diepgaand onderzoek brengt Wim Peumans tien openhartige en vaak ontroerende portretten van lgbt-moslims
    in België en Nederland. Uit de verhalen spreekt een strijd tussen twee werelden: de wereld van de ouders en die van lgbt's. Gekneld tussen hoop en angst, verwachtingen en dromen, spreken en zwijgen, ontkenning en acceptatie, familie en seksualiteit, God en zichzelf, zijn de mannen en vrouwen in dit boek vooral op zoek naar liefde; naar iemand die ze
    habibi - mijn liefje - kunnen noemen.

    'Je bent plots niet meer alleen, je krijgt nieuwe, verhelderende referenties, je verhaal krijgt een veilige plek om verteld en gehoord te worden. Habibi nodigt uit tot het vormen van een genereus, open en volwaardig beeld van iets dat vaak een zeer intieme, persoonlijke identiteitsbelevenis is.'
    - Sidi Larbi Cherkaoui, danser, choreograaf en artistiek directeur Ballet van Vlaanderen

    'Ik ben geraakt en ontroerd door deze prachtige portretten, en voel zoveel bewondering voor hun kracht, moed en geloof in
    zichzelf. Het is zo belangrijk dat deze verhalen verteld, gelezen en gehoord worden.'
    - Danira Boukhriss Terkessidis, journaliste en tv-presentatrice

  • De middeleeuwen: een donkere periode waarin geweld regeert en mannen de samenleving domineren. Vrouwen komen er amper aan te pas. Dit boek brengt een ander verhaal. 'Wijven', de middeleeuwse benaming voor vrouwen, zijn het hoofdpersonage.
    In de Lage Landen hadden vrouwen namelijk veel rechten, die ze gebruikten om handel te drijven, hun mening te verkondigen en hun wil door te drukken. Levendige verhalen uit steden als Brussel, Antwerpen, Leuven, Breda en Den Bosch vertellen in dit boek over het kleurrijke bestaan van vrouwen.
    Wijvenwereld hangt een ander beeld op van de late middeleeuwen, de periode tussen 1250 en 1550, die veel meer leek op onze samenleving dan gedacht. De auteurs gaan bovendien op zoek naar vrouwen die scholden, trouwden en vrijden, met de bedoeling licht te laten schijnen op hun wensen, ideeën en verlangens. Vele soorten vrouwen bevolkten de stad: rijke onderneemsters, ambachtsvrouwen, begijnen, criminelen, prostituees... Dit boek laat hen aan het woord, en richt zijn schijnwerpers dus op een wonderlijke 'wijvenwereld'.

  • De band tussen onze gewesten en het Britse eiland is eeuwenoud. De verovering van het eiland door Willem van Normandië in 1066 lukte alleen maar dankzij de steun van Flemings en Brabanters. Het koningshuis en de Engelse economie steunden in de veertiende eeuw sterk op onze lakenhandel, wat zorgde voor een bijzondere vriendschap tussen Jacob van Artevelde, een gewone Gentse burger, en de Engelse vorst. Tot in de zestiende eeuw kon je in Zuid-Wales gesprekken voeren in dialecten uit onze streken. De bordelen van Vlaamse frows waren populaire trekpleisters voor veel Engelsmannen. Met Willem III van Oranje - king Billy voor de fans - kwam er zelfs een Nederlander op de troon. En tijdens de Eerste Wereldoorlog was het VK een veilige thuishaven voor vele Belgische vluchtelingen.

    De twee kanten van het Kanaal is geen klassieke vertelling over koningshuizen en heersers, maar gaat ook over bevriende geleerden, wevers, vluchtende protestanten en Belgian refugees, gewone mannen en vrouwen die hun stempel drukten op de Britse geschiedenis.

    Harry De Paepe (1981) is leraar geschiedenis. Hij publiceert over het Verenigd Koninkrijk en de eigenaardigheden van de Britten. Dat maakt van hem een graag geziene gast op radio en tv. In 2017 schreef hij, samen met Flip Feyten, met veel tongue in cheek, het meermaals herdrukte Stiff Upper Lips.

  • In 2014 viel precies honderd jaar geleden in Sarajevo het schot dat Franz Ferdinand doodde. Dat schot kwam uit een Belgisch pistool vastgehouden door Gavrilo Princip, Oostenrijks onderdaan, Servische Bosniër van geboorte, Joegoslaaf in hart en ziel.
    Uit dat schot kwam een reeks oorlogen, waarvan twee op wereldschaal. Er kwam ook een eeuw van wisselende beeldvormingen waarin Gavrilo Princip de meest uiteenlopende etiketten opgekleefd kreeg: van held tot terrorist, van anarchist tot nationalist, van rebel tot vrijheidsstrijder, van Syriëstrijder tot Donetsk-separatist.
    De auteurs, een Servische en een Belg, werpen een kritisch oog op een eeuw Nederlandstalige pers, literatuur en kunst omtrent Princip en zijn schot. Ze vinden sporen terug bij de meest uiteenlopende auteurs als Stijn Streuvels, Geert Mak, Paul Claes, Erwin Mortier, Mieke de Loof, Stefan Hertmans en Rodaan Al Galidi, naast vele anderen.
    Ook het herdenkingsjaar 2014 en hedendaagse toonaangevende historici als Christopher Clark en Guido van Hengel worden onder de loep genomen. Het laatste woord is aan jongeren, de actuele leeftijdsgenoten van Princip.
    Verder hebben de auteurs bijzondere aandacht voor de oorlogsverbanden tussen
    Servië/Joegoslavië en de Lage Landen. Zo werden Servië en België tijdens WOI vaak in één adem genoemd als de twee weeskinderen van Europa en was het de Nederlandse arts Arius van Tienhoven die wees op de Oostenrijkse oorlogsmisdaden jegens de Servische burgerbevolking.
    Ten slotte geven de auteurs aandacht aan de iconisering van Princip: hoe verschijnt hij in de kunsten en op het internet?
    In een tijd waarin de herdenking van de Groote Oorlog vooral een regionale zaak is, bouwen de auteurs een brug tussen Oost en West.
    Met bijdragen van Benno Barnard, Raymond Detrez, Michaël Vandebril en anderen.

empty