Querido Fosfor

  • Ingenieurs van de ziel legt de worsteling bloot van schrijvers in totalitaire tijden. Het is een fascinerende zoektocht naar de fundamenten van een van de meest bizarre experimenten uit de geschiedenis van de mensheid: het Sovjet-systeem.
    Reizend in het nu en het verleden ontrafelt Frank Westerman de tragische levensloop van de romanticus Konstantin Paustovski en diens tijdgenoten. Hij maakt de lezer deelgenoot van de geestdrift van de Russische Revolutie, wanneer de kunst én de werkelijkheid op een radicaal nieuwe leest worden geschoeid. Schrijvers van naam bezingen de bouw van kanalen en stuwdammen in titels als Energie, De waterkrachtcentrale, Voorwaarts - tijd!
    Maar hun opgewektheid, eerst nog spontaan en idealistisch, slaat om in een verplichte lofzang. Terwijl de kolossale waterwerken tot dwang en vernietiging leiden, bouwen de Sovjet-schrijvers onverminderd voort aan een illusiemaatschappij.

    'Het is makkelijk de dood van een held te sterven,' constateert Paustovski, 'maar het is moeilijk als een held te leven.'

    Aan de hand van actuele reportages en verrassende inzichten voert Frank Westerman de lezer mee naar de dramatische ontknoping: het duel tussen schrijvers en waterbouwers dat de val van het Sovjet-imperium inluidt.

  • Ararat

    Frank Westerman

    In Ararat maakt Frank Westerman een adembenemende reis op het breukvlak van religie en wetenschap. 'Waar is de God van mijn kinderbijbel? Wie of wat heeft Zijn plaats ingenomen?' Deze en andere vragen komen op wanneer de auteur vanuit Armenië de bijbelse Ararat ziet, waarop ooit de ark van Noach zou zijn vastgelopen. Op zoek naar antwoorden houdt hij de mythes én de steenharde realiteit van deze majestueuze berg tegen het licht.
    Ararat, culminerend in de beklimming van deze meer dan 5000 meter hoge vulkaan, is tegelijk een tijdreis door het Nederland dat in enkele decennia het anker van het geloof lichtte en daar nu op terugkomt.
    'De grootmeester van de literaire non-fictie verenigt in Ararat het beste van twee werelden: de denkkracht, nieuwsgierigheid en precisie van de wetenschap met de vrijheid en de kunst van de literator.' - Vrij Nederland
    'Van Ararat kan een nieuwsgierig en kritisch lezer uitsluitend genieten.' - de Volkskrant

  • Dier, bovendier

    Frank Westerman

    De tragedies van de 20e eeuw, verteld aan de hand van een paard - de lipizzaner. 'Als je een lipizzaner aanraakt,' kreeg Frank Westerman als tiener te horen, 'raak je geschiedenis aan.'
    Nu, als schrijver-verteller, reconstrueert hij het lot van vier generaties paarden van het Weense hof. Zij doorstaan achtereenvolgens de ondergang van het Habsburgse Rijk, de beide wereldoorlogen en de waanzinnige veredelingsproeven van Hitler, Stalin en Ceauescu. Dier, bovendier is een moderne fabel waarin het reinbloedige paard de mens onontkoombaar op zijn eigen tekort wijst.

  • Tegels lichten

    H.J.A. Hofland

    Tegels lichten - of ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten stamt uit 1972 en is het bekendste en meest geprezen werk van H.J.A. Hofland, die in 1999 door zijn vakgenoten werd uitgeroepen tot `Journalist van de eeuw en in 2011 voor zijn gehele oeuvre werd bekroond met de P.C. Hooftprijs. Bij de uitreiking van die prijs werd Tegels lichten als volgt omschreven: `Hofland lichtte de tegels van de verwerking van de oorlog, de politionele acties en de restauratie van het oude bestel na de oorlog. Hij wierp ook het volle licht op kwesties die in Nederland in achterafkamers en wandelgangen werden bedisseld, zoals de Greet Hofmans-affaire. Genadeloos bekritiseert Hofland de 'schichtigheid van Nederlandse autoriteiten' in de jaren zestig, maar evenzo ontleedt hij de `grote verzetsgebeurtenissen uit die tijd: juni 1966, provo, kabouters hun succes ten opzichte van wat hij de `generatie der aarzelaars noemt en hun ondergang. Het laatste hoofdstuk, `De bananenmonarchie genaamd en in 1985 toegevoegd, heeft nog altijd weinig aan actualiteit ingeboet.
    De belangrijkste journalistieke prijs van Nederland, De Tegel, is naar dit boek vernoemd.

  • Slikken

    Joop Bouma

    Schrijft uw dokter u het medicijn voor dat het beste voor u is, of het middel waarmee hij geld of een leuk cadeautje krijgt van de fabrikant?

    De farmaceutische industrie in Nederland geeft jaarlijks honderden miljoenen uit aan de promotie van geneesmiddelen en zoekt voortdurend naar nieuwe wegen om middelen in de pen van de dokter te krijgen. Daarbij worden soms de grenzen van het toelaatbare overschreden. Ondanks ingrijpen van de overheid worden artsen en patiëntengroepen gebruikt voor de lobby van vaak overbodige pillen en worden wetenschappers betaald om de publieke en politieke opinie te beïnvloeden.

    Intussen wordt er amper geld besteed aan geneesmiddeleninnovatie. De farmaceutische bedrijven in ons land zijn handelsondernemingen geworden voor de marketing van ziekten en medicijnen.

    Journalist Joop Bouma legt in dit boek bloot hoe de farmaceutische industrie in Nederland het geneesmiddelenbeleid domineert, met grote gevolgen voor iedereen. Op boeiende en toegankelijke wijze beschrijft hij hoe de sector artsen fêteert, overbodige middelen op de markt brengt en ziekten bedenkt voor de afzet van nieuwe pillen. `Slikken is een onthutsend en belangwekkend boek over de macht van de farmaceutische industrie, waar iedereen mee te maken heeft.

    Joop Bouma, journalist bij Trouw, volgt de farmaceutische industrie al jaren. Hij publiceerde eerder `Het rookgordijn, over de macht van de Nederlandse tabaksindustrie.

  • Na ruim zestig jaar sprak de Nederlandse regering in februari 2006 recht toen zij besloot om 202 meesterwerken terug te geven aan de erven van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. De hoofdpersonen in dit drama waren al lang overleden: Jacques Goudstikker, een van Europa's belangrijkste kunsthandelaren, zijn vrouw Desi en hun zoon Edo die zijn land de rug had toegekeerd en in Amerika een nieuw bestaan had opgebouwd. Het was Edo's weduwe Marei von Saher die kort na de dood van haar man besloot om de strijd met de Nederlandse overheid opnieuw aan te binden. Negen jaar later kreeg zij gedaan wat Desi en Edo niet was gelukt: rechtsherstel van de misdaad die rijksmaarschalk Hermann Göring persoonlijk had gepleegd door Goudstikkers hele collectie te roven, uitgerekend op de dag dat de kunsthandelaar op de vlucht voor de nazi's doodviel in een ruim van het laatste schip dat Nederland nog kon verlaten.

    Roofkunst vertelt niet alleen het meeslepende verhaal van de ooit schatrijke Jacques Goudstikker, die smoorverliefd werd op een Weense zangeres en met haar zijn gelukkigste jaren beleefde terwijl het Derde Rijk naar de Noordzee oprukte. Het is ook het verhaal van een geslacht dat tot tweemaal toe werd beroofd: toen de nazi's hun bezit onttakelden en na de oorlog, toen de Nederlandse overheid de 'Göring-schilderijen' in haar rijksmusea onderbracht. Maar bovenal is Roofkunst het epos van een generatie die niet in dit dubbele onrecht berustte en de staat zestig jaar na dato op haar knieën dwong.

  • Nu meer dan 65 jaar na de stichting van de staat Israël lijkt vrede in het Midden-Oosten verder weg dan ooit. De partijen staan steeds onverzoenlijker tegenover elkaar, de bezetting gaat voort en neemt in gewelddadigheid toe. De auteur reisde over de wereld om meningen over het conflict en een eventuele oplossing te verzamelen. In zestien interviews met in grote meerderheid Joden en een enkele Palestijn, zowel in als buiten Israël, probeert Stan van Houcke aan de hand van feiten en achtergronden de balans op te maken. In dit boek wordt de stem gehoord van kritische joodse schrijvers, filosofen en historici, maar ook van het voormalig hoofd van de Israëlische Inlichtingendienst en activisten; mensen die in het Westen te weinig worden gehoord. Zij confronteren de lezer met een ongemakkelijke waarheid.


    `Israël rijst uit De oneindige oorlog op als een dolgedraaide, racistische samenleving. De enige sprankel hoop die er te ontwaren valt, schuilt erin dat Van Houcke sommige van zijn heftigste Israël-critici uitgerekend in dat land zelf gevonden heeft. - Humo

  • Putten

    Madelon de Keizer

    Enkele uren nadat het verzet op de rijksweg Nijkerk-Putten een aanslag op een auto met Duitse militairen had gepleegd, legde op zondagochtend 1 oktober 1944 een regiment Wehrmacht-soldaten een ondoordringbaar kordon om Putten. Vanuit de wijde omgeving werden mannen, vrouwen en kinderen opgejaagd naar de dorpskern. Op maandag 2 oktober werden 660 mannen weggevoerd naar Duitse concentratiekampen als represaillemaatregel voor de onopgehelderde aanslag. Diezelfde avond gingen ruim honderd Puttense woningen in vlammen op. Na de bevrijding bleek nog geen tien procent van de mannen de ontberingen in Duitsland te hebben overleefd.

    De razzia van Putten is een unieke gebeurtenis in de Nederlandse bezettingsgeschiedenis. Toch is in de afgelopen halve eeuw niet één serieuze historische studie over dit drama verschenen. In 1947 ging het onderzoek dat het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie had opgezet de ijskast in. Zelfs prof. dr. L. de jong heeft dit materiaal niet kunnen gebruiken voor zijn standaardwerk over Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Zo werd, mede door de opmerkelijke terughoudendheid van het RIOD, in de loop der jaren een web van mythen, legenden en complottheorieën rond de razzia geweven.

    In dit boek nodigt Madelon de Keizer de lezer uit te luisteren naar de stemmen die na de oorlog ieder op hun manier het verhaal van 'Putten' hebben verteld, te beginnen met het relaas van de dorpelingen zelf. Door zo de herinnering aan het drama te analyseren, verweeft de auteur in deze indrukwekkende studie de rijke microgeschiedenis van Putten met de brede geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw. Zij slaagt erin door te dringen tot de 'waarheid' van Putten en het onderzoek naar onze bezettingsgeschiedenis met vele nieuwe gezichtspunten te verrijken. Met dit boek gaat het dossier-Putten, dat meer dan vijftig jaar geleden gesloten werd verklaard, eindelijk open.

    'Een imposante studie (...) een monument voor Putten.' - Het Parool

  • In De ritselaars geeft journalist Harm van den Berg een schokkend en vermakelijk overzicht van vijfentwintig jaar Nederlands schandalen. De grote landelijke affaires passeren de reveu, zoals het RSV-schandaal. Meer dan twee miljard aan belastinggeld kon niet verhinderen dat het stuurloze concern op de klippen liep. Van Aardenne bekroonde tien jaar politiek gestuntel door als aangeschoten wild op zijn stoel van vice-premier en minister te blijven zitten. En natuurlijk ook de paspoort-affaire, waarbij de overheid op het verkeerde paard wedde door de productie van het paspoort volledig aan het kleine drukkertje Wilhelmus Baard over te laten. De enquêtecommissie kwam tot een vernietigend oordeel: gebrekkig, chaotisch en nalatig beleid. Ook de praktijken uit de provincie weet Harm van den Berg met veel verve te beschrijven. Zoals de milieuambtenaar die met een sfeervol dineetje en een bezoek aan de relax-club La Cloche door de eigenaar van een bodemsaneringsbedrijf wordt klaargemaakt voor de uitbesteding van een opdracht. Of de twee dronken burgemeesters die samen de binnenstad van Zwolle onveilig maken en elkaar later de zwarte piet toeschuiven. Corruptie van hoog tot laag wordt aan de kaak gesteld, van de docenten van de Erasmus Universiteit die al bijklussend f 1250,- per uur verdienen, een bedrag waarvan de universiteit geen cent ziet, tot aan de vuilnismannen die tegen betaling zorg dragen voor grote partijen afval van winkeliers, die zo de rekening van de gemeentelijke dienst omzeilen. De ritselaars frist het geheugen op, zet alle feiten op een rij, en schept een onthullend beeld van Nederland Schandalenland: vijfentwintig jaar onbehoorlijk of onverschillig bestuur, geraffineerde misleiding, belangenverstrengeling, omkoping en lulligheid. Jaar eerste uitgave: 1997
    `Helder en bij wijle amusant overzicht van het Nederlandse patserdom NRC Handelsblad
    `Ontluisterend voor wie meende dat echte schandalen in ons land niet voorkomen De Groene Amsterdammer

  • De meeste leden van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6 zijn tijdens de oorlog gefusilleerd. Bekende namen als die van de familie Boissevain, Hans Katan, Pam Pooters, Gerrit Kastein, Jan Verleun, Jan van Mierlo en Leo Frijda. Maar ook naamloze studenten, kunstenaars en communisten, veelal rond de twintig jaar.
    De naam van Reina Prinsen Geerligs is vooral bekend geworden door de literaire prijs die haar ouders hebben ingesteld voor debuterende schrijvers. Winnaars waren onder anderen Gerard Reve en Harry Mulisch.
    Minder bekend is dat Reina Prinsen Geerligs in CS-6 zat en zelfs tot gewapend verzet was overgegaan. In Oranienburg is zij samen met Truus van Lier en Nel Hissink-van den Brink gefusilleerd; zingend en met opgeheven hoofd.
    Er zijn veel raadselen omtrent haar arrestatie. Tot lang na de oorlog hebben haar ouders geprobeerd erachter te komen wat er precies met hun dochter is gebeurd.
    Rob van Olm heeft het onderzoek voortgezet. Recht al barste de wereld is een fascinerend boek, waarin hij via gesprekken met getuigen en een speurtocht in archieven alsnog iets van de waarheid achterhaalt. Tevens beschrijft hij de ondergang van CS-6 en de werkwijze van de SDers Rühl, Viebahn, Mollis, Wehner, Walter, Kuiper en Oelschlägel.


  • Dit is een verhaal over solidariteit en moed, maar ook over lafheid en verraad.
    Over `goede en `foute vrouwen, maar vooral over een verzetsstrijdster en een SS-bewaakster. Voor beiden zou de nacht van 15 op 16 januari 1944 de belangrijkste van hun leven worden. In die nacht werden 91 vrouwen door de commandant van concentratiekamp Vught in een veel te kleine cel opgesloten. Een mensonterende gebeurtenis die tien vrouwen het leven kostte. En voor de overigen was het de langste nacht van hun leven.
    Hans Olink raadpleegde de gerechtelijke archieven, sprak met slachtoffers en daders en volgde het spoor van de twee hoofdpersonen.

  • `Wij laten ons door niemand onder de voet lopen! voegde minister Toxopeus Bobby Kennedy toe, toen deze in februari 1962 Den Haag bezocht om duidelijk te maken dat Nederland niet op Amerikas steun kon rekenen bij de verdediging van Nieuw-Guinea.
    Troepenschepen brachten `onze jongens naar de barre kusten van het hete gebiedsdeel, waar in het binnenland jeugdige bestuursambtenaren zwoegden om de Papoeas uit het stenen tijdperk op te voeden tot zelfbeschikking. In de jungle schuilden de Indonesische infiltranten die Nieuw-Guinea moesten bevrijden van het koloniale juk. De eerste slachtoffers vielen.
    Luns speelde blufpoker, de taal van Soekarno werd steeds krijgszuchtiger, en oorlog leek niet meer te vermijden. Op het nippertje maakte het akkoord van New York in augustus 1962 een einde aan de dreiging en aan alle illusies van de Papoeas.
    Aan de hand van tientallen gesprekken met politici, (ex-)militairen, bestuursambtenaren, Papoeas en anderen reconstrueerde John Jansen van Galen de dramatische laatste fase van Nederlands bewind over westelijk Nieuw-Guinea. Jaar oorspronkelijke uitgave: 1984
    `Zowel leesbaar voor historisch-politiek geïnteresseerden als voor de liefhebbers van avonturen... Een uiterst boeiend document. Nederlands Dagblad
    `Op een zeer amusante, onderhoudende wijze geschreven. Nieuwsblad van het Noorden

  • Wat kunnen we leren van het immigratieland bij uitstek? De afgelopen 200 jaar hebben miljoenen Duitsers, Ieren, Britten, Chinezen, Polen, Russen en ook Nederlanders een nieuw leven en een nieuwe identiteit gevonden in de Nieuwe Wereld. Zij werden Amerikaan, maar hun integratie was geen eenrichtingsverkeer: de immigranten veranderden ook Amerika. Zo werd de hamburger een van de Amerikaanse symbolen.
    Amerika maakte het de nieuwkomers niet gemakkelijk, maar haalde wel de beste kwaliteiten in hen naar boven. Niet dat de `autochtone Amerikanen altijd stonden te juichen over weer een golf van immigranten. De Amerikaanse geschiedenis zit vol met beschamende episoden van racisme en vreemdelingenhaat.
    Maar het zou wel heel raar zijn als wij in Nederland niets konden opsteken van honderden jaren Amerikaanse immigratie- en integratiegeschiedenis. Wat de overheid wel of niet moet doen. Waar je je wel of juist geen zorgen om moet maken. Hoe lang ontwikkelingen vergen. Of ze vanzelf gaan of niet. Of een harde samenleving gemakkelijker mensen opneemt dan een verzorgingsstaat. Of we moeten accepteren dat we, net als Amerika, een immigratieland zijn. Hoe een tweede en derde generatie haar weg vindt, of verliest. Discussies die Nederland in vuur en vlam zetten, werden in Amerika al in 1850 gevoerd. En in 1895 en in 1915. En in 1975. En nog steeds.
    In Integreren doe je zo! laat Amerika-deskundige Frans Verhagen zien wat wij in Nederland kunnen leren van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Integreren doe je zo! is een uitdagend boek en een belangrijke bijdrage aan de opinievorming. Verscheen eerder onder de titel The American Way

  • Zonen van Noach

    Cees Zoon

    In 'Zonen van Noach' laat Cees Zoon zien hoezeer het nationalisme het dagelijks leven in de deelstaat heeft ontwricht. Alles is ervan doordrongen, van de politiek tot de cultuur, van de media tot het voetbal. Andersdenkenden wordt het leven onmogelijk gemaakt., De nationalistische, door rassentheorieën geïnspireerde politici behandelen de Spanjolen als tweederangsburgers. Maar het door de nationalisten aanbeden Baskenland is een verzonnen land. Als staat heeft het nooit bestaan, het is een constructie die volledig uit de literatuur komt. Een mengeling van mythen en sterke verhalen die de pretentie heeft geschiedenis te zijn. En die fictie is sterk genoeg om een hele maatschappij te ontregelen.

  • De Greet Hofmans-affaire is de beruchte hofkwestie waarin een eenvoudige gebedsgenezeres het voortbestaan van het Nederlandse koningshuis in gevaar bracht. Lambert J. Giebels (1935-2011) was de eerste historicus die deze affaire in zijn geheel in kaart heeft weten te brengen.
    De affaire was in feite een aaneenrijging van conflicten. Toenmalig premier Drees dacht dat de gebedsgenezeres de aanstichtster was van de conflicten. Prins Bernhard beschouwde haar als de splijtzwam in zijn huwelijk. De conflicten schiepen een constitutionele crisissfeer en de verwijdering tussen koningin en prins dreigde op een echtscheiding uit te lopen, die onvermijdelijk tot troonsafstand zou leiden.
    In juni 1956 kwam de affaire in de openbaarheid door een artikel in het Duitse blad Der Spiegel. Daarna boog een commissie van drie wijze mannen zich over de kwestie. Crisis en dreigende echtscheiding zijn uiteindelijk door Drees met veel moeite bezworen, nadat koningin Juliana beloofde definitief met Greet Hofmans en haar aanhang te breken.
    De conflicten tussen koningin en kabinet in de jaren vijftig van de vorige eeuw laten zien dat de grondwettelijke regel 'de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk' niet werkt als de koning van geen wijken wil weten.
    De Greet Hofmans-affaire stelt de verreikende vraag ter discussie of in een moderne democratie nog past dat de koning deel vormt van de regering, en of ons land niet voor een louter ceremonieel koningschap dient te kiezen.
    'Alles wat we thans kunnen weten van de kwestie en het leest als een trein.' - Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

  • Dit boek geeft inzicht in de ontwikkeling van het democratisch denken door de eeuwen heen, vanaf de beroemde lijkrede van Perikles bij de gevallenen in de Peloponnesische oorlog, die als het wiegelied van de democratie wordt beschouwd. Er worden twee basisbegrippen gehanteerd die de ontwikkeling van het democratisch denken markeren: participatie en delegatie. Democratie is niet de maximalisering van een van beide, maar is een voortdurende uitdaging beide in een optimale combinatie samen te brengen.
    Alle bekende en minder bekende denkers over democratie passeren de revue: Aristoteles en Plato, Polybius en Cicero, Machiavelli en diens censor de Pruisische koning Frederik de Grote, Hugo de Groot en Johan van de Witt, Hobbes, Rousseau en Locke, De Federalist Papers en La démocratie en Amérique van Alexis de Tocqeville, Marx, Lenin en Kautsky, Schumpeter met de Pluralisten en Marcuse met Nieuw Links, tot en met wat de feministen Simone de Beauvoir, Alison Jagger, en in ons land Joke Smit hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het democratisch denken.

    Lambert Giebels (Helmond, 1935) is van huis uit politicoloog en jurist. Hij werkte in Nederland en Indonesië als planoloog. Hij was Tweede Kamerlid voor de PvdA ten tijde van het kabinet Den Uyl. In 1987 publiceerde hij de ver­ha­len­bun­del Taboe op Bali. Hij promoveerde op de biografie Beel. Van vazal tot onderkoning (1995). In 1997 verscheen Speer Hitlers Faust, waarin hij een cruciale periode uit het leven van Albert Speer beschreef. Hij is de schrijver van de eerste Nederlandstalige biografie van Soekarno.

  • Nog steeds worden er resten gevonden van soldaten die sneuvelden tijdens de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw. Waar toen slag werd geleverd, worden nu wegen aangelegd, industriehallen gebouwd en zwembaden gegraven. Regelmatig stuit men hierbij op botten van `onbekende soldaten, wier familieleden nog steeds in het duister tasten over het lot van hun dierbaren. Zodra het bericht komt over de vondst van een gesneuvelde broer, vader of opa, blijkt het oorlogsgeweld ineens weer heel dichtbij. Angela Dekker sprak met archeologen, amateurvorsers en identificatieambtenaren en bezocht nabestaanden die, soms zelfs tachtig jaar later, eindelijk afscheid konden nemen. Op basis van archiefonderzoek en eigen reportages belicht ze zowel de persoonlijke tragiek als de verschillende manieren waarop de betrokken overheden omgaan met deze treurige erfenis.

  • Wie deden en doen er aan Nederlandse zijde verslag van een oorlog? Hebben deze Nederlandse journalisten de waarheid kunnen achterhalen? Onder welke omstandigheden deden zij hun werk? Wat waren de technische of logistieke problemen, was er sprake van (zelf-)censuur, intimidatie, of leugens, of eigen vooringenomen politieke standpunten? Arnold Karskens schrijft in 'Pleisters op de ogen' de unieke en totaal onbekende geschiedenis van de Nederlandse oologsverslaggeving. Aan bod komen onder meer Napoleons mars naar Rusland, de Brusselse Opstand van 1830, de Tweede Boerenoorlog, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, de Indonesische bevrijdingsoorlogen, de Hongaarse opstand, de Vietnamoorlog, de Golfoorlog en de strijd in voormalig Joegoslavië. Daarnaast is een hoofdstuk gewijd aan de dood van zes Nederlandse journalisten in El Salvador en Oost-Timor, en is er aparte aandacht voor de vrouwen in dit vak en de verdiensten van de oorlogsverslaggevers.

  • Nico Rost

    Hans Olink

    Nico Rost, vertaler van onder meer Joseph Roth, Ernest Hemingway en Alfred Döblin (Berlin Alexanderplatz) en Nederlandse `ontdekker van Franz Kafka, zat al in 1933 gevangen in het concentratiekamp Oranienburg. Daar schreef hij het imposante oorlogsdagboek Goethe in Dachau. Hij kwam tot driemaal toe op onzachtzinnige wijze in aanraking met een Duits regime - twee keer met de Gestapo, een keer met de Stasi - maar toch bleef hij van Duitsland houden. Nico Rost (1896-1967), journalist, vertaler en literator, was kind aan huis in het Romanisches Café in het Berlijn van de Weimar Republik. Op die internationale ontmoetingsplaats van Europese intellectuelen en kunstenaars leerde hij de grote Duitse schrijvers kennen, die hij vervolgens in Nederland introduceerde. Sinds zijn eerste uitwijzing stelde Rost zijn leven in dienst van het antifascisme en zette zich in voor gevluchte Duitse schrijvers. Als geheim lid van de communistische partij was hij in de jaren dertig actief in België, waarbij hij zich soms fanatiek mengde in partijpolitieke discussies. Na de Tweede Wereldoorlog werd Rost als een held binnengehaald in de jonge DDR. Het liep uit op een desillusie. Hij werd uitgewezen en trok zich terug in Nederland. Een van zijn laatste publikaties aldaar was De vrienden van mijn vader, een portret van de voormalige joodse gemeenschap in zijn geboortestad Groningen. Hans Olink volgde de sporen van Rost in West- en Oost-Duitsland, Zwitserland, Tsjechië, België en Nederland. Zo ontstond een schets van een geëngageerd reporter en letterkundige voor wie het contact met Duitsland en zijn literatuur een levensnoodzaak was.

  • Idi Amin

    Marc Broere

    Uganda was in de jaren zeventig regelmatig in het wereldnieuws. De man die daar verantwoordelijk voor was, president Idi Amin, was buitengewoon tevreden over de buitensporige aandacht die zijn land in de media kreeg. Hij zag Uganda namelijk als de derde supermacht op aarde.
    Twintig jaar na zijn val in 1979 leeft Amin nog steeds voort in de herinnering van velen als het prototype van de bloeddorstige dictator, de ultieme tiran. Een man over wie gezegd werd dat hij mensenvlees at en zijn tegenstanders aan de krokodillen voerde. Maar ook een man die de wereld amuseerde met zijn onberekenbare gedrag.
    Journalist Marc Broere was als kind al gefascineerd door Idi Amin. Ruim twintig jaar later begon hij aan een persoonlijke zoektocht door de wereld van deze Afrikaanse despoot. Hij sloot vriendschap met familieleden en naaste medewerkes van Amin en kon zo verhalen en anekdotes uit de eerste hand optekenen. Idi Amin geeft exclusief kijkje in de wereld, het karakter en de denkwijze van dit Ugandase fenomeen.

  • Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig. Dat deze woorden na de oorlog aan het wapen van Amsterdam zijn toegevoegd, heeft de stad te danken aan de Februaristaking van 1941, een massaal protest van de Amsterdammers tegen de vervolging van hun joodse stadgenoten. Deze daad moest in de herinnering worden gekoesterd, maar binnen een paar jaar tijd was de jaarlijkse herdenking de inzet geworden van een onverzoenlijke politieke strijd tussen de gemeente en de communisten. De verdeeldheid groeide in de jaren vijftig uit tot Amsterdams eigen Koude Oorlogje op het Jonas Daniël Meijerplein, waar de sfeer door de interne partijtwisten van de CPN nog verder werd verziekt.

    De strijd om de Februaristaking reconstrueert de toenemende politieke polarisatie, de ruzies en het moeizame proces van eenwording daarna. Maar ook nadat de politieke strijdbijl was begraven, bleef de erfenis van de Februaristaking omstreden. Wat voor de één een roemrijke verzetsdaad bleef, die oproept tot waakzaamheid tegen rassenwaan en vreemdelingenhaat, was voor de ander hooguit een moedig gebaar, dat niet mag verhullen dat de deportatie van de joden nergens zo efficiënt en soepel is verlopen als in Nederland. Zo is het steeds opnieuw de vraag wat de Februaristaking ons te zeggen heeft en wat men wil herdenken.

    `Een fascinerend tijdsbeeld. Mooij geeft een schitterend inkijkje in de machtsstrijd op het Amsterdamse stadhuis, dat sinds 1945 wordt gedomineerd door de PvdA. Daar ligt ook de balangrijkste verdienste van dit belangwekkende boek. HP/De Tijd

    `Puntgaaf boek over een curieuze twist. Martin Sommer in de Volkskrant

  • Jezus

    Lambert J. Giebels

    Hoe betrouwbaar zijn de bronnen over Jezus van Nazareth? Lambert J. Giebels, historicus en biograaf van onder andere Soekarno en Greet Hofmans, construeert aan de hand van de beschikbare bronnen het leven van de historische figuur Jezus. Giebels onderzoekt of het bestaande, historisch onderzoek perspectief biedt op een wetenschappelijke biografie van Jezus van Nazareth. En zal het christendom ten einde komen als de mythologische Jezus Christus plaatsmaakt voor de werkelijke Jezus van Nazareth?

  • George Fles, de oudoom van de auteur, vertrok in 1932 naar Moskou om een bijdrage te leveren aan de opbouw van het socialisme. Hij was een overtuigd communist van joodse afkomst. In 1936 werd hij gearresteerd op verdenking van `trotskistische contrarevolutionaire activiteiten. Zijn Engelse vrouw Pearl, die in Londen was voor de bevalling van hun kind, heeft haar echtgenoot nooit meer teruggezien. De familie in Nederland begreep na enige tijd wel dat George in de gevangenis zat, maar heeft nooit geweten waarvan hij werd beschuldigd, welke straf hij had gekregen en hoe hij aan zijn einde is gekomen.
    In 1991 begon Thijs Berman, destijds correspondent in Moskou, een speurtocht naar de lotgevallen van zijn verre familielid. Met zijn perskaart en op voorspraak van de toenmalige president van Georgië, Zviad Gamsachoerdia, kreeg hij toegang tot de archieven van de KGB. Kopiëren mocht hij niet, maar zijn tolk en hij lazen elkaar de documenten in koorsachtig tempo voor en namen dat op band op. Enkele maanden later, bij de burgeroorlog rond Gamsachoerdia, brandde het archief tot de grond toe af
    Berman doet in dit boek verslag van wat hij het KGB archief had aangetroffen. Het is een mooi geschreven, emotioneel relaas geworden over de tragische ondergang van een sympathieke idealist.

  • Volgens de mythe begon de Duitser zomaar te schieten op de feestvierende menige op de Dam. Maar was dat wel zo? Was het Dam-incident van 7 mei 1945 wel een incident? Over de dubieuze rol van de Binnenlandse Strijdkrachten, over bange, maar ook goede Duitsers en vooral: over veel chaos. Het nog niet eerder vertelde verhaal van Drie Dwaze Dagen in de schemering tussen oorlog en vrede.

empty