Balans, Uitgeverij

  • Ze was een de eerste vrouwelijke dirigenten van Nederland. Ze trad op in het Concertgebouw met een eigen kamerorkest, maar haar carrière werd getorpedeerd door de oorlog. Toen de nazi's binnenvielen, ontbond ze haar orkest en werd ze, hoewel van joodse afkomst, actief in het verzet: ze was een van de drijvende krachten achter de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943. Na de oorlog vertrok ze, volkomen ontgoocheld, aan boord van het passagiersschip Queen Mary naar Amerika, om nooit meer in Nederland terug te keren.

    'Ik ben vijftig jaar te vroeg geboren,' zou ze vlak voor haar dood verklaren. Het is een intrigerende zin. Zou de vrouw die in haar jonge jaren door een gezaghebbend muziekrecensent werd getypeerd als 'een dirigente die op weg is om een gewichtige factor in de Nederlandse muziekcultuur te worden', in deze tijd wereldwijde faam hebben verworven?

    Hoe het zij, de prachtige carrière die ze in de Verenigde Staten had, is in Nederland onopgemerkt gebleven. Maar in dit boek wordt Frieda Belinfante (1904-1995), celliste, dirigente, verzetsvrouw en lesbienne avant la lettre, eindelijk uit de schaduw getrokken en in het volle licht geplaatst. En terecht, want een ding staat vast: ze behoort tot de groten van Nederland.

  • De wintertuin

    Jan Konst

    De twintigste eeuw was lang en verliep in Duitsland uitgesproken turbulent. Oorlogen, revoluties, crises en dictaturen wisselden elkaar af. Mensen vervielen in diepe armoede, raakten moreel gecorrumpeerd, of kwamen zomaar en zinloos om het leven.
    De Saksische Hilde Grunewald, dochter van een gymnasiumleraar, zag alles: ze werd op een haar na honderd jaar oud. Geboren in de Keizertijd, gevormd door de Eerste Wereldoorlog, de Weimar-republiek, de nazidictatuur, de Tweede Wereldoorlog, het ddr-tijdperk en de val van de Muur in 1989. Zelfs het eerste decennium van het herenigde Duitsland maakte Hilde nog mee.
    Haar lot, en dat van haar ouders, kinderen en kleinkinderen, weerspiegelt de Duitse geschiedenis. Van landarbeiders en dagloners klommen ze op tot fabrieksdirecteur, slotvoogdes en bankmanager. Maar algauw bevonden ze zich als soldaat op de slagvelden, in de vuurzee van het bombardement op Dresden, in een voor de helft geconfisqueerd appartement in het communistische Oost-Duitsland. En uiteindelijk tussen de feestende menigte aan de Brandenburger Tor toen Berlijn opnieuw één stad werd.

    Jan Konst woont en werkt al meer dan twintig jaar in Berlijn. Hij is literatuurwetenschapper en hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Freie Universität Berlin. De wintertuin is na Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn en Louis Ferron en het Derde Rijk zijn derde boek over Duitsland.

  • Verloren adel

    Douglas Smith

    Het is een verhaal met epische allure, en een hartverscheurend menselijk drama tegelijk. Verloren adel is het eerste boek over de vergeten geschiedenis van de verliezers van de Russische Revolutie: de aristocratie. Overvallen door de bolsjewieken werden de `uitgerangeerde mensen meegesleurd in de schepping van het nieuwe Rusland, het Rusland van Stalin. Hun geschiedenis is er een van geplunderde paleizen en brandende landgoederen, van wanhopige vluchtpogingen in het holst van de nacht, van gevangenschap, verbanning en executies. Het is het verhaal van een eeuwenoude elite die bruut werd onteigend en uitgeroeid, samen met de rest van het oude Rusland.

    Toch is Verloren adel ook een verhaal van aanpassen en overleven. Velen uit de voormalige tsaristische bovenlaag worstelden zich door het verlies van hun wereld en de daaropvolgende jaren van onderdrukking heen en probeerden in de nieuwe, vijandige orde van de Sovjet-Unie een plaats voor henzelf en hun gezin te bemachtigen. Aan de hand van het lot van twee vooraanstaande aristocratische families de Sjeremetjevs en de Golitsyns laat Smith zien hoe zelfs tijdens de donkerste dagen van terreur het dagelijks leven gewoon doorging.

    Verloren adel is geschreven met veel inlevingsvermogen en gevoel voor nuance. Het is niet alleen een dramatisch portret van de eens zo rijke en machtige aristocratische bovenlaag, maar ook een meeslepende geschiedenis van Rusland in de eerste helft van de twintigste eeuw.

  • Het Westen is op zijn retour. De Angelsaksische wereld trekt zich terug in fantasieën over de eigen verloren grandeur. Populisten in heel Europa roepen om het hardst dat immigratie en globalisering het werk zijn van een verfoeilijk Systeem, dat wordt gerund door onzichtbare mensen zonder nationale loyaliteit. Vanuit het Kremlin kijkt tsaar Poetin handenwrijvend toe, de Baltische staten huiveren - en iedereen kijkt naar Berlijn. Maar zijn de Duitsers werkelijk 'wij', of uiteindelijk toch 'zij'? Deze vraag heeft hun buren in Europa beziggehouden sinds Julius Caesar in 58 voor Christus het begrip Germani muntte.

    Hoe Romeins is Germania ooit geworden? Hebben de Duitsers de Romeinse cultuur verwoest of overgenomen? Wanneer trokken ze voor het eerst naar het oosten, en hebben ze daar ooit werkelijk geheerst? Hoe kon Duitsland eeuwenlang een machtsvacuüm blijven in het hart van Europa? Hoe is Pruisen ontstaan? Heeft Bismarck Duitsland verenigd of veroverd? Waar liggen de wortels van Hitlers Derde Rijk? Waarom ging dat ten onder en door welk wonder verrees uit de puinhopen een beter Duitsland? Is Duitsland het laatste Westerse bastion van industriële welvaart en realpolitik? Of zijn de EU en de euro niet meer dan uitingen van een nieuwe Duitse hegemonie?

    In deze frisse, verhelderende, bondige geschiedenis geeft germanist James Hawes een loepzuiver inzicht in het meest bewonderde en gevreesde land van Europa.

  • De kolonieman

    Angelie Sens

    Begin negentiende eeuw is Napoleon verslagen en het prille Koninkrijk der Nederlanden moet opnieuw zijn plaats in de wereld vinden. Johannes van den Bosch speelt hierin een cruciale rol. In zijn ruim 45-jarige carrière wendt de visionaire militair, bestuurder, econoom en staatsman op doortastende wijze zijn geestelijke veerkracht en talenten aan bij de opbouw van het Nederlandse imperium onder de nieuwe koning Willem I.

    Van den Bosch' in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid heeft bij vele generaties Nederlanders sporen nagelaten die nog altijd doorklinken. Maar hij heeft ook grote daadkracht laten zien in die ándere koloniën: de (bijna-)afschaffing van de slavernij in Suriname en de invoering van het Kultuurstelsel in de Indonesische archipel zijn hier de meest pregnante voorbeelden van. De rode draad in zijn denken en handelen was de economische en sociale verheffing van zowel de armen in Nederland en de boeren in de Javaanse desa's als de slaven op Surinaamse plantages. Daardoor was hij niet onomstreden. Door sommigen beschouwd als utopisch socialist en wegbereider van de moderne verzorgingsstaat, door anderen als een puur pragmatische Macher, ja zelfs een schurk.

    In deze fascinerende biografie schetst Angelie Sens een schitterend beeld van een tijdperk op een kantelpunt naar de moderne samenleving.

    Angelie Sens is cultuur- en pershistoricus. Ze was onder andere directeur van het Persmuseum en onderzoeker aan het IISG. Eerder schreef ze 'Mens-aap, heiden, slaaf'. Nederlandse visies op de wereld rond 1800. Samen met onder anderen Ulbe Bosma publiceerde ze Journalistiek in de tropen.

  • De Eerste Wereldoorlog was een wereldbrand die in nevelen gehuld blijft. Die vaststelling komt ironisch genoeg van John Keegan zelf, de historicus die er volgens velen tot dusver het beste in is geslaagd de krankzinnige strijd tussen de naties van toen inzichtelijk te maken. Keegan, vermaard vanwege zijn superieure militair-historische werk, concentreert zich in dit boek met name op het grootste mysterie van het drama: de koppige voortzetting van de loopgravenoorlog. Wat hield de verschillende landen en hun legers gaande? Waarom was de legerleiding niet vindingrijker in wat achteraf moet worden aangemerkt als een half criminele onderneming? Terwijl hij ingaat op deze en vele andere vragen geeft Keegan een genuanceerde en onovertroffen beschrijving van de verschrikkingen aan het front.

  • Halverwege de zestiende eeuw was Christoffel Plantijn al een beroemdheid; zelfs koning Filips II was onder de indruk van zijn drukkerij. Terwijl andere drukkers met één of hooguit enkele persen werkten, beschikte Plantijn over maar liefst 22 drukpersen. Hij publiceerde alle belangrijke auteurs op het gebied van literatuur en wetenschap, en werkte in opdracht van de stad Antwerpen, de Staten-Generaal, de koning en de Leidse
    universiteit.

    Vanuit Antwerpen probeerde Plantijn de samenleving, die was verdeeld door godsdiensttwisten, oorlog en opstand, te binden met boeken. Hij geloofde dat vrede en voorspoed binnen handbereik zouden komen als men elkaar zou vinden in een gemeenschappelijke taal. Daarom
    gaf hij het allereerste Nederlandse woordenboek uit en begon hij een onmenselijk groot project: een vijftalige studiebijbel die beroemd is geworden als Plantijns Polyglot. Hoewel dit project zijn drukkerij aan de rand van de afgrond bracht en zijn relatie met mecenas Filips II op scherp zette, vestigde Plantijn met de prestigieuze uitgave zijn naam als grootste uitgever ter wereld.

    Op indringende wijze vestigt Sandra Langereis met De woordenaar de aandacht op een opmerkelijk leven in de zestiende eeuw, en op de geschiedenis van de Nederlanden in Antwerpen.

  • Hij was verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan tachtigduizend joden vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen. Meestal gaf hij persoonlijk, 'met een wenk met de hand', het vertreksein voor de treinen. Albert Konrad Gemmeker, commandant van Kamp Westerbork. Na de oorlog kreeg hij tien jaar. Wegens goed gedrag was hij na zes jaar weer vrij: in 1951 was hij weer terug in zijn geboortestad Düsseldorf.

    SS-Obersturmführer Albert Gemmeker was charmant. Ad van Liempt deed diepgaand onderzoek naar de 'gentleman-commandant', van wiens reputatie weinig overblijft. Gemmeker was een bureaucraat, die zijn meerderen blindelings gehoorzaamde. Op enige empathie met de slachtoffers viel hij niet te betrappen. Later deed hij alles om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen of op anderen af te schuiven. Hij heeft zijn leven lang ontkend dat hij wist welk lot de joden in het oosten te wachten stond. Na zijn terugkeer naar Düsseldorf probeerde de Duitse justitie nog bijna twintig jaar zijn onbevredigende berechting in Nederland te corrigeren, uiteindelijk zonder resultaat.

    Voor Gemmeker deed Ad van Liempt jarenlang onderzoek. Hij las alle, vaak geheime dossiers in Nederlandse en Duitse archieven en sprak met tal van betrokkenen in Nederland en Duitsland - zelfs met twee nog levende dochters van Gemmeker.

    Het resultaat is een verpletterende biografie van een sluwe schrijftafelmoordenaar, een verhaal vol cynisme en machtsmisbruik, met daartegenover de peilloze tragiek van Gemmekers slachtoffers. Gemmeker is een boek dat je niet meer loslaat.

    Ad van Liempt (1949) was medeoprichter en eindredacteur van het geschiedenisprogramma Andere Tijden. Van Liempt schreef meerdere boeken over de Tweede Wereldoorlog, waaronder De oorlog, Kopgeld en Aan de Maliebaan.

  • Vasili Grossman werd in 1905 geboren in de stad Berdisjev in de Oekraïne. In 1941 trad hij in dienst van het Rode Leger als schrijver voor de legerkrant De Rode Ster en werd de populairste oorlogscorrespondent van Rusland. Het blad werd niet alleen in het leger maar ook onder het gewone volk grondig gelezen. Door verslag uit te brengen van de verdediging van Stalingrad, de val van Berlijn en de Holocaust werd Grossman een oorlogsheld. Anthony Beevor, schrijver van de bestsellers Stalingrad en Berlijn, is een van de grote bewonderaars van Grossman. De roman Life and Fate die Grossman in 1960 voltooide werd gezien als een gevaar voor het Sovjet regime beschouwd en publicatie werd verboden. Uiteindelijk wist men de tekst naar het Westen te smokkelen. In 1983, bijna twintig jaar na zijn dood, verscheen een Franse en een Engelse vertaling van de roman, die door velen als de grootste roman van de twintigste eeuw wordt gezien. Vasili Grossman stierf in 1964.
    Antony Beevor las de aantekeningen van Grossman voor het eerst toen hij onderzoek deed voor zijn boek Stalingrad en werd er onmiddellijk door gegrepen. Beevor heeft Een schrijver in oorlog bezorgd, van een inleiding voorzien en samen met Loeba Vinogradova uit het Russisch vertaald.
    Een schrijver in oorlog is gebaseerd op de aantekeningen die Grossman voor zichzelf maakte toen hij als schrijver in dienst was bij het Rode Leger. Hij had graag als soldaat in het leger gediend maar was daarvoor niet sterk genoeg. Als correspondent reisde hij met het leger mee. Vier jaar lang bevond hij zich aan het front en was getuige van de meest meedogenloze strijd ooit gevochten en beschreef die als geen ander. Grossman maakte de verschrikkelijke nederlagen van 1941 mee, de verdediging van Moskou en de gevechten in de Oekraïne. In augustus 1942 was hij gelegerd in Stalingrad. Vier maanden lang deed hij verslag van de strijd die daar in de straten gevoerd werd. In de winter van 1943 keerde het tij definitief. De oorlog was eigenlijk beslecht, maar het zou nog meer dan twee jaar duren voordat oost en west elkaar in Berlijn ontmoetten. De Duitsers trokken zich terug uit Stalingrad en het Rode Leger trok naar het westen en herveroverde 'het moederland'. Grossman was aanwezig bij de tankslag bij Kursk, de grootste uit de geschiedenis en trok vervolgens met het leger Polen en Duitsland binnen. Majdanek en Treblinka waren de eerste concentratiekampen die het leger tegenkwam. Grossmans hartverscheurende en gedetailleerde verslag 'De hel van Treblinka' gebaseerd op gesprekken met overlevenden en omwonenden werd later als bewijs gebruikt bij het Neurenberg Tribunaal.

  • De zeloot

    Reza Aslan

    Tweeduizend jaar geleden verzamelde een rondtrekkende Joodse prediker en wonderdoener volgelingen om zich heen om het 'koninkrijk van God' te vestigen. De revolutionaire beweging die ontstond was zon grote bedreiging voor de bestaande orde dat de man werd gearresteerd, gemarteld en als staatsvijand geëxecuteerd. Kort na zijn vernederende dood zouden zijn volgelingen hem God noemen.
    In De zeloot neemt Reza Aslan eeuwen van mythevorming onder de loep en werpt hij nieuw licht op een van de invloedrijkste personen in de geschiedenis. Aslan zet de Jezus van de evangeliën af tegen de historische bronnen en beschrijft een man vol overtuiging en hartstocht, maar ook een vat vol tegenstellingen. Het resultaat is een even diepzinnig als elegant portret van een man, een tijd en de geboorte van een godsdienst.

  • Jodenjacht

    Ad van Liempt

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het opsporen en arresteren van ondergedoken joden in Nederland voor een belangrijk deel het werk van de Nederlandse politie. Veel rechercheurs deden dit werk met grote overtuiging en volledige inzet, zo blijkt uit nieuw en baanbrekend onderzoek. Bestudering van de strafdossiers van meer dan 250 politieagenten die zich met de jodenjacht hebben beziggehouden, leidde tot schokkende inzichten: er waren binnen de Nederlandse politie groepen actief die alle trekken hadden van een criminele organisatie. Ze mishandelden, stalen, roofden en verkrachtten, en bovenal: ze joegen vele duizenden joden de kampen en de dood in.
    Jodenjacht kwam tot stand in samenwerking met het Nationaal Archief. Onder eindredactie van archivaris Jan H. Kompagnie en journalist/programmamaker Ad van Liempt legden de onderzoekers een onthutsend beeld vast: sommige politieagenten bleken zulke fanatieke jodenjagers dat het zelfs de Duitse bezetter te gortig werd.

  • De Tweede Wereldoorlog staat centraal in deel twee van de monumentale biografie van koningin Wilhelmina. In de vijf jaar van haar ballingschap in Engeland beleefde zij de somberste en mooiste uren van haar lange regering. In Londen was zij de stem van het vrije en strijdende Nederland, de moeder van de Engelandvaarders, maar ook de kampioen van een politiek vernieuwingsstreven dat haar met het kabinet in hevig conflict bracht.

    Wilhelmina deed van deze bewogen jaren verslag in talloze brieven aan prinses Juliana in Canada. Die brieven worden hier voor het eerst gepubliceerd, naast andere stukken uit haar persoonlijk archief waartoe Cees Fasseur als eerste onbeperkt toegang tot had.

    Ook de periode tussen de wereldoorlogen komt tot leven. Wilehlmina's zoektocht naar een geschikte huwelijkspartner voor haar dochter, de geldzorgen van prins Hendrik, haar reizen en politieke bemoeienissen, worden meeslepend verteld. Helder, diepgravend, gedetailleerd en tegelijk panoramisch wordt het beeld van deze vorstin en haar tijd geschetst.

  • De geboren Fries en gereformeerde boerenzoon Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961) was minister-president in de moeilijkste periode van de Nederlandse geschiedenis, van 1940 tot 1945. Als hoofd van het kabinet in ballingschap in Londen weigerde hij zich neer te leggen bij de gedachte dat Nederland verslagen zou zijn.
    In talloze toespraken voor Radio Oranje spoorde hij zijn landgenoten in bezet gebied aan moed te houden. Hij regeerde zonder parlement, maar mét koningin Wilhelmina, die door haar vernieuwingsdrift in conflict kwam met de koppige Gerbrandy. Het was niet gemakkelijk om met hem samen te werken: hij was een weinig tactvolle, tegendraadse figuur. Niettemin genoot hij grote populariteit; hij werd beschouwd als het icoon van de Tweede Wereldoorlog, zoals Churchill in Engeland. Zijn borstbeeld siert daarom tezamen met dat van Wilhelmina de ingang van het Tweede Kamergebouw als blijvende herinnering aan de oorlogsjaren.

  • Noord-Korea is de meest totalitaire
    staat ter wereld. Hoewel iedereen
    de naam van het land kent,
    en heeft gehoord van zijn Grote
    Leider, weet niemand hoe het er
    precies aan toegaat. Wat in het
    land gebeurt, wordt zorgvuldig afgeschermd
    voor de buitenwereld.
    Maar heel weinig buitenlanders
    mogen het land in, en nog veel
    minder Noord-Koreanen mogen
    hun land uit.
    Shin Dong-Hyuk werd geboren
    en groeide op in Kamp 14, een van
    de vele concentratiekampen in
    Noord-Korea, waar tot op de dag
    van vandaag honderdduizenden
    mensen worden vastgehouden.
    Deze gevangenen van de staat
    hebben levenslang, net als hun
    ouders en hun kinderen. Ze krijgen
    werkdagen van vijftien uur
    dwangarbeid opgelegd, tot ze sterven.
    Voedsel is er nooit genoeg;
    lijfstraffen, onderling wantrouwen
    /> en liefdeloosheid des te meer. Als
    jongetje moest Shin toezien hoe
    zijn moeder werd opgehangen,
    omdat zij een kommetje rijst had
    gestolen. Als jongvolwassene wist
    hij als eerste en enige te ontsnappen.
    In Vlucht uit Kamp 14 vertelt
    hij voor het eerst zijn schokkende
    verhaal.

  • De oorlog

    Ad van Liempt

    De NPS-televisie zond vanaf oktober 2009 een opzienbarende documentaireserie uit: De Oorlog, het verhaal van de overheersing van Nederland én het toenmalige Nederlands-Indië door respectievelijk Duitsland en Japan.
    In negen delen vertelde presentator Rob Trip het verhaal op een nieuwe manier. Met onbekende filmfragmenten, met nieuwe accenten, gebaseerd op veel nieuw onderzoek. En vooral met gebruikmaking van tientallen citaten uit dagboeken van slachtoffers, omstanders, soms ook daders. Die combinatie van ervaringen en vaak indringende beelden van toen maakten de serie De Oorlog tot een van de belangrijkste televisiegebeurtenissen van deze jaren.
    Tegelijkertijd verscheen het gelijknamige boek dat verder gaat waar de televisieserie ophoudt. Het gaat dieper in op allerlei aspecten van die allesoverheersende periode in de twintigste eeuw, zowel de grote verschuivingen op wereldschaal, als de ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Er is uitvoerig aandacht voor de gevolgen van de oorlog, zowel op de korte, als op de veel langere termijn: hoe de oorlog nog decennialang doorwerkte in de Nederlandse samenleving.
    De hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog komen in het boek in een helder licht te staan. Hitler natuurlijk, maar ook de rijkscommissaris in Nederland Seyss-Inquart en de Indonesische nationalistenleider Soekarno. Ook is er aandacht voor de rol van veel minder bekende personen.
    De Oorlog gaat niet alleen over Nederland, maar ook over de ontwikkelingen in de wereld die tot de Tweede Wereldoorlog geleid hebben. De heftige strijd in Europa om de hegemonie tussen de grote systemen in de jaren dertig: fascisme, communisme en parlementaire democratie. En de schuivende machtsverhoudingen in Azië, waardoor Nederland in tien jaar tijd zijn uitgestrekte kolonie kwijtraakte en zijn invloed op het wereldtoneel zag verdampen. De tragedie van de jodenvervolging is een centraal thema in tv-serie én boek. Ook andere drama's worden belicht: het bombardement op Rotterdam, de vernietigende strijd in Zeeland en rond Arnhem, de hongerwinter, de massale tewerkstelling van meer dan een half miljoen Nederlandse mannen in Duitsland en de slopende internering van Nederlanders in de Japanse kampen.
    Het boek beperkt zich, net als de serie, niet tot de periode 1940-1945. Er is een hoofdstuk gewijd aan de bijzonder moeilijke tijd die volgde: met de berechting van de politieke delinquenten, de misstanden in de interneringskampen, en de worsteling met de revolutionaire beweging in Indonesië. De nasleep van de oorlog was voor veel mensen een nog grotere ingreep in hun leven dan die oorlog zelf en de gebutste natie was lang niet tegen al die problemen opgewassen.

  • Lange tijd was de geschiedenis van de VOC een echte mannengeschiedenis. Historici beschreven mannen in het bestuur, mannen in de koloniën en mannen op de schepen. Maar was de Compagnie werkelijk zon mannenbolwerk? Pas de laatste jaren komt er meer aandacht voor de rol van vrouwen in en om de VOC.
    In Compagniesdochters trekt een bonte stoet VOC -vrouwen voorbij, van meisjes die vermomd als man aanmonsterden - en aan boord van de schepen nogal wat riskeerden - tot de zogenaamde zielverkoopsters, die tot taak hadden bemanningsleden te werven en daar zo hun eigen manieren voor hadden. Uit alles blijkt dat deze vrouwen zeker niet passief langs de kant stonden. Integendeel, ze namen actief deel aan het reilen en zeilen van de Compagnie.
    Via de levens van al deze vrouwen wordt op een anekdotische manier de vrouwelijke kant van de zeventiende- en achttiende-eeuwse VOC in kaart gebracht. Michel Ketelaars rekent in dit boek definitief af met het klassieke beeld van de VOC als een mannenbolwerk.

  • Het boek Jodenjacht, over de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Jodenvervolging, bracht vorig jaar een hevige schok teweeg. De vele duizenden lezers werden diep geraakt door de vrijwel onbegrensde wandaden van speciale politieteams, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden tot criminele organisaties.

    De auteurs/onderzoekers die onder leiding van auteur/eindredacteur Ad van Liempt de schokkende feiten aan het licht brachten zijn dóórgegaan
    met hun werk in de archieven. Ze hebben zich nu vastgebeten in de strijd van de Duitse Sicherheitsdienst en de Nederlandse politie tegen het verzet in ons land. Of dat nu om georganiseerd gewapend verzet ging, om hulp aan onderduikers, of om eenvoudige uitingen van anti-Duitse gezindheid de bezetter trad er meedogenloos tegen op. In de dossiers van het Nationaal Archief van Den Haag is te lezen hoe dat ging. Honderden executies zonder vorm van proces, talloze martelingen in politiebureaus en in kelders van de sd, brandstichting in boerderijen geen middel bleef ongebruikt in de jacht op het verzet.

    Van het Nederlandse verzet wisten we al het een en ander; van de strijdwijze van de andere kant nog heel weinig, zo blijkt uit het meeslepende nieuwe boek van de talentvolle historici Marie-Cécile van Hintum, Margot van Kooten, Anne-Marie Mreijen, Elias van der Plicht en Liesbeth Sparks, onder leiding van eindredacteur Ad van Liempt.

  • Er zijn situaties die zo extreem zijn dat ze in al hun monsterlijkheid zeer moeilijk te bevatten zijn, tenzij je er toevallig bij bent.' -Walter Laqueur
    Janny Moffie-Bolle heeft de extreme en monsterlijke kanten van de werkelijkheid aan den lijve ondervonden. Zij overleefde Auschwitz-Birkenau, Gross-Rosen, Gräben en Bergen-Belsen. Zij legt rekenschap af van wat zij in een lang leven heeft ervaren en hoe zij heeft standgehouden. Haar herinneringen grijpen de lezer naar de keel, omdat zij de verschrikkingen niet alleen de baas blijft, maar ook omdat zij haar vitaliteit heeft weten te bewaren.
    Van haar 'rijke' joodse jeugd, via de ontmenselijkte kampen, tot en met haar naoorlogse jaren komt Janny Moffie-Bolle tevoorschijn als een onvoorstelbaar weerbare en vastbesloten vrouw. Haar verhaal behoort tot de grootste nachtmerrie die de geschiedenis kent. En toch: het zal ook worden herkend als een ode aan het leven, en aan nieuwe mogelijkheden.

  • Ze was 26 toen de oorlog begon: Etty Hillesum. Minder dan een jaar later begon ze een dagboek te schrijven, dat nog altijd wereldwijd in vele vertalingen wordt gelezen. Dat dagboek een stapeltje eenvoudige schriftjes schreef ze in het begin omdat ze `innerlijk verstopt was als gevolg van grote spanningen binnen haar familie. Maar naarmate de oorlog vorderde en het Etty als Joodse vrouw duidelijk werd dat de nazis uit waren op de vernietiging van de Joden, begon ze over heel andere onderwerpen te schrijven.
    Ze schreef over haar liefde voor mensen en voor het leven. Ze vertelde hoe ze aankeek tegen antisemitisme en tegen haat in het algemeen. Meer en meer kwam ze tot de conclusie dat ze zich niet wilde afsluiten voor de verschrikkingen om haar heen. In kamp Westerbork, waar ze een tijdlang werkte, probeerde ze zoveel mogelijk iedereen tot steun te zijn. Over het leven daar schreef ze twee lange, zeer aangrijpende brieven. Eind 1943 kwam ze om in Auschwitz-Birkenau, 29 jaar oud.
    In Ik zou lang willen leven belichten Janny van der Molen en Klaas Smelik speciaal voor jongere generaties op zeer toegankelijke wijze Etty Hillesum en haar wereld.

  • Na meer dan een halve eeuw geeft dit boek eindelijk volledig opening van zaken. Cees Fasseur, die naam maakte met zijn tweedelige biografie van koningin Wilhelmina, kreeg als eerste en voorlopig enige historicus toestemming van koningin Beatrix alle stukken in het Koninklijk Huisarchief over de eerste twintig jaar van het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard in te zien.

    Het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard maakte aan het einde van die periode, tussen 1949 en 1956, een ernstige crisis door. De onderlinge spanningen liepen hoog op. Een echtscheiding dreigde. De huwelijkscrisis werd veroorzaakt door een geheimzinnige vrouw, Greet Hofmans. In het begin als gebedsgenezeres ten behoeve van prinses Marijke, later met behulp van `doorgevingen of wenken, die zij van `Boven kreeg, wist zij grote invloed op koningin Juliana te verwerven.
    Uiteindelijk moesten drie `wijze mannen , de commissie-Beel, eraan te pas komen om het conflict op te lossen. Zo gemakkelijk ging dit intussen niet, want Juliana wilde Hofmans aanvankelijk niet loslaten.

    Het rapport van de commissie-Beel werd nooit gepubliceerd. Het bleef, samen met de in het Koninklijk
    Huisarchief gedeponeerde dossiers van de commissie, voor onderzoekers gesloten. Cees Fasseur, die naam maakte met zijn tweedelige biografie van koningin Wilhelmina, kreeg als eerste en voorlopig enige historicus toestemming van koningin Beatrix alle stukken in het Koninklijk Huisarchief over deze kwestie in te zien en in zijn boek te gebruiken. Beperkingen werden hem niet gesteld. Juliana & Bernhard bevat de integrale tekstvan het rapport van de commissie, terwijl door hem ook allerlei andere brieven en documenten van Juliana, Bernhard en de `doorgeefster , Greet Hofmans, openbaar worden gemaakt.

    Op de hem eigen, sprankelende wijze beschrijft Cees Fasseur niet alleen het conflict dat een einde dreigde te maken aan het huwelijk van koningin en prins. Hij reconstrueert ook hun huwelijksleven in de voorafgaande periode, vanaf hun trouwdag in 1937 tot de ontknoping van de Hofmanscrisis in 1956, aan de hand van de persoonlijke brieven en aantekeningen van Juliana en Bernhard.

    Vooral over de Tweede Wereldoorlog bleek in het Koninklijk Huisarchief veel, tot dusver onbekend, materiaal aanwezig dat zonder restricties mocht worden gebruikt. Onder meer bleef de complete briefwisseling uit de oorlogsjaren bewaard tussen Juliana in Ottawa en Bernhard in Londen. Hun brieven werpen een nieuw licht op Juliana s Canadese jaren, waarin zij nauwe contacten onderhield met de Roosevelts, het Amerikaanse presidentsechtpaar, en op Bernhards avontuurlijke leven in Engeland.

    Juliana & Bernhard is daarmee niet alleen het verslag van een huwelijksstrijd, maar ook het `portret van een huwelijk.

  • Napoleon

    Adam Zamoyski

    Over niemand is meer geschreven dan Napoleon Bonaparte, de man die zich tot keizer van de Fransen liet kronen, het gezicht van Europa voorgoed veranderde en eindigde als balling op Sint-Helena. Toch hebben ook serieuze historici zich niet weten te onttrekken aan vooroordelen. De Fransen verheerlijken hem, de Engelsen zijn kritisch en ook in andere landen wordt hij gevormd naar het beeld dat het beste past in de eigen geschiedenis. In dit boek ontrafelt meesterhistoricus Adam Zamoyski het verleden op zoek naar de echte Napoleon - niet de supermens, maar de man.
    Eind achttiende eeuw was Europa in oorlog. Er was een botte strijd om de macht aan de gang, waarin elk land handelde uit eigenbelang, verdragen schond en bondgenoten schaamteloos bedroog. Toen Napoleon in 1799 eerste consul werd van Frankrijk, was de Republiek die hij erfde niet veel meer dan een chaos. Vijftien jaar later was de jongen die afkomstig was van een afgelegen eiland een van de machtigste figuren van Europa. Hij werd als een messias binnengehaald door het progressieve deel van Europa. Hij moderniseerde de structuur van de staat en zijn instellingen radicaal.
    Op basis van een groot aantal betrouwbare primaire bronnen in hun oorspronkelijke taal ontrafelt Zamoyski wat Napoleon dreef. In deze briljante evocatie van een man en een tijd haalt hij de mythe omver en laat ons de man zien die Napoleon Bonaparte was: hoe hij dit alles bereikte - en hoe hij het uiteindelijk weer ongedaan maakte.

    Adam Zamoyski is een van de bekendste historici van het Westen. Hij is van Poolse komaf, werd geboren in New York en studeerde en werkte in Engeland. Eerder publiceerde hij onder andere de bestsellers 1812, De ondergang van Napoleon en De fantoomterreur.

  • Van 1940 tot 1944 houdt de in Nederland wonende Duits-Joodse Paula Bermann een dagboek bij. Dat doet ze in het Kurrentschrift, een Duitse schrijfmethode die nog maar weinigen kunnen lezen. Het dagboek vormt een beklemmend verslag over de wereld in oorlog, haar Nederlandse gezin, haar familie in Duitsland. Ze is politiek zeer goed geïnformeerd en beschrijft het dagelijks leven in Amsterdam en vanaf 1942 in onderduik in Jutphaas gedetailleerd. Tussen de regels door klinken haar angsten en verlangens, en haar weerzin tegen een opgelegde identiteit: zowel Duits als Joods. Als Duitse wordt ze gewantrouwd, als Joodse opgejaagd.

    Bermanns dagboekaantekeningen zijn doortrokken van weemoed, boosheid, zorg om haar kinderen, afkeer van haar landgenoten en angst voor verraad. Nooit eerder verscheen een zo gedreven en precieze beschrijving van een leven in bezet Nederland, geschreven door een Duitse Jodin.

    Het dagboek eindigt abrupt: voorjaar 1944 worden Paula, haar man Coen en hun dochter Inge verraden, opgepakt en via Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Vlak voor de bevrijding sterven Paula en Coen. Hun drie kinderen overleven de oorlog.

    Paula Bermann, geboren 9 maart 1895, groeide op in een liberaal Joods gezin in het Duitse Konken en Kusel, en diende tijdens de Eerste Wereldoorlog als verpleegster aan het front in
    Frankrijk.
    In augustus 1918 trouwde Paula met de Nederlander Coen van Es, eveneens van Joodse afkomst. Coen en Paula kregen drie kinderen: Hans (1919), Inge (1923) en Sonja (1927). Tot Paula, Coen en Sonja op 24 augustus 1942 onderdoken bij het gezin van beroepsmilitair Jan Kooy in Jutphaas, een dorp vlak bij Utrecht, bewoonde het gezin een benedenhuis in Amsterdam-Zuid, Valeriusstraat 135.

  • Uitvinder-arts Willem Johan Kolff (1911-2009) is een van de belangrijkste medische pioniers die Nederland heeft voortgebracht. Hij deed wat niemand voor hem had gedurfd: machines gebruiken om menselijke organen te vervangen. Direct na de Tweede Wereldoorlog, na moeilijke experimenten buiten het zicht van de bezetter, redde hij als eerste ter wereld een nierpatiënt het leven met een kunstmatige nier van worstenvel, rubberslangen, een naaimachinemotor, het koelsysteem van een t-Ford, aluminium uit een neergeschoten vliegtuig en een waterbak van een emaillefabrikant.

    Tijdens de oorlog redde hij honderden mensen uit handen van de Duitsers, bijvoorbeeld door ze 'ziek' te maken, te laten ontsnappen, te verstoppen of administratie te vervalsen. In 1950 vertrok Kolff met zijn gezin naar de Verenigde Staten waar hij een hart-longmachine en het kunsthart ontwikkelde en uitgroeide tot de mondiale vader van de kunstorganen. Hij werd vier keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de Geneeskunde, de enige prijs die hij nooit zou ontvangen. Inmiddels zijn anderen verder gegaan met zijn erfenis en wordt er hard gewerkt aan de draagbare kunstnier.

    In De man die miljoenen levens redde vertelt Herman Broers het enerverende levensverhaal van deze pionier, arts, uitvinder, verzetsman en idealist die successen kende, maar ook grote persoonlijke offers bracht in een levenslange strijd om mensen op het randje van de dood terug te brengen naar een vreugdevol en menswaardig bestaan.

    Herman Broers (1970) is historisch journalist. Hij schreef diverse boeken en biografieën.

  • Waar mr. L.R.J. (voor intimi: Rolly) ridder van Rappard was, daar ontstond rumoer. Van Rappard, een dwarse, deftige populist, was een autoritaire bestuurder die geen blad voor de mond nam. Zijn Gorinchemse ambtsperiode was een aaneenschakeling van conflicten. De gemeenteraad was soms zijn vriend, maar meestal zijn vijand.
    Na zijn pensionering werd Van Rappard lid van de Gorinchemse gemeenteraad. In die functie maakte hij het leven van zijn opvolger bijzonder zuur. Meermalen poogde hij ook een zetel in de Tweede Kamer te bemachtigen: eerst voor de VVD en daarna voor zijn eigen Liberale Staatspartij en Nederlands Appèl ('Voor fatsoen, stem Van Rappard!').
    Van Rappard had scherpe kritiek op het functioneren van de democratie. Met de nvsh ging hij openlijk het gevecht aan. Onpasselijk werd hij van de heersende seksobsessie. Vuilschrijvers als Cremer, Wolkers en Reve wilde hij verbieden. Moderne kunst verafschuwde hij. Zo werd de buitenissige, hartstochtelijke, geestige, overdonderende en beledigende Ridder van Rappard door zijn uitgesproken opvattingen een mediagenieke moraalridder - door velen bewonderd, door nog meer verguisd.

    Klaas Tammes (1948) was burgemeester van Lienden en Buren. Naast artikelen in historische en geografische tijdschriften publiceerde hij 200 jaar burgemeesters en een biografie van baron van Brakell.

empty