Balans

  • Eind negentiende eeuw besluit Popke Bakker, zoon van de kastelein van herberg De Drie Zwaantjes in Langweer, met zijn vrouw Dieuwke en hun negen kinderen - het zouden er vijftien worden - een garen- en-bandwinkel te beginnen in Buitenpost. De zaak P.S. Bakker wordt al gauw een begrip en groeit in de jaren die volgen uit tot een bekend modehuis in het noorden, met filialen in Leeuwarden en Groningen. De streng gereformeerde Bakkers zijn ook bestuurlijk en politiek actief.

    Van de kleinkinderen van Popke en Dieuwke zijn er enkelen homoseksueel, een geaardheid die ze vanuit hun gereformeerde achtergrond proberen niet te tonen. Couturier Sjoerd, zijn broers Albert, Popke en Dirk, en hun neef, uitgever Bert Bakker, spelen een prominente rol in het artistieke milieu van de late jaren dertig in Amsterdam. Na de inval van de Duitsers komen zij in verzet. Uiteindelijk zal Sjoerd, die de politie-uniformen maakte voor de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943, met zijn verzetskameraden worden geëxecuteerd. Ook andere Bakkers wacht een dramatisch lot.

    Het is voor het eerst dat hun nazaten zich lieten interviewen over hun voorouders. Toni Boumans kreeg ook toegang tot veel persoonlijke documenten en schreef een onvergetelijk verhaal van een uitzonderlijke familie met een bewonderenswaardig moreel kompas.

    Toni Boumans (1944) werkte jarenlang bij de VARA als radio- en tv-journaliste, onder meer voor Zembla. Samen met twee andere auteurs schreef ze Herinneringen aan Srebrenica. Daarnaast maakte ze bekroonde documentaires over kunstenaar en verzetsman Willem Arondéus en over dirigente Frieda Belinfante, van wie ze ook de biografie Een schitterend vergeten leven schreef die uitgroeide tot een bestseller

  • Prinses Irene van Oranje brak met haar familie en trotseerde de Spaanse Bourbons en generaal Franco. Ze sprong in het diepe voor prins Carlos Hugo, de 'koning' der carlisten.

    Toen prinses Irene zich in januari 1964 als eerste prinses van het huis van Oranje bekeerde tot het katholicisme, ging er een schokgolf door Nederland. Snel daarna leidde de aankondiging van haar verloving met de Spaanse troonpretendent Carlos Hugo van Bourbon-Parma tot een constitutionele crisis. Het was de eerste keer in de geschiedenis van het moderne Nederland dat een conflict tussen dynastie en ministers zo publiekelijk werd uitgevochten.

    Voor de verlegen, maar stoere Irene was de avontuurlijke Carlos Hugo, telg uit een eeuwenoud Europees vorstelijk geslacht, de poort naar de vrijheid. De vonk sloeg over; hij zag in haar een ideale koninklijke medestrijdster om zijn carlistische claim op de troon van Spanje te verwezenlijken. Na de dood van Franco zou er in Spanje weer een koning komen. Maar wélke? Carlos Hugo streed om de gunst van de dictator met concurrent prins Juan Carlos. Tot die Franco's favoriet bleek, en Carlos Hugo zich ontpopte als een revolutionaire strijder.

    Daniela Hooghiemstra beschrijft de vechtlust, de hoop en de ambitie van het prinsenpaar tegen de achtergrond van de opkomst van individuele bevrijding en de verdwijning van God en koning uit Europa. De Spaanse troon zou prinses Irene niet krijgen, maar wie ze uiteindelijk wel vond, was zichzelf.

  • 'Gul geleerde die zijn immense kennis van het boeddhisme aanstekelijk kan overbrengen.' - Adriaan van Dis

    Boeddhisme is al jaren zeer populair in het Westen. De Boeddha is te vinden in interieurs en tuinen, woorden als 'mindfulness' en 'zen' zijn volkomen ingeburgerd en meditatiecursussen bestaan in talloze varianten, van intensieve retraiteweekenden tot 'buddhism light' in wellnesscentra.

    Wat zoeken moderne westerlingen - die zichzelf zo vaak als 'niet-religieus' beschouwen - eigenlijk in het boeddhisme? Een ding is zeker: de ideeën die wij erover hebben, kloppen vaker niet dan wel. Het boeddhisme is niet zonder meer de 'antistressreligie' die het Westen er graag van maakt. Hoewel de Boeddha vaak met een subtiele glimlach wordt afgebeeld was hij bepaald geen vrolijk mens. In dit boek keert Paul van der Velde terug naar de bronnen en neemt de lezer mee op zoek naar de veelkleurigheid van de leer en de uitwassen ervan. Man en vrouw gelijk? Geen sprake van. Vredelievend en geweldloos? Zeker niet.

    In de huid van de Boeddha is een fascinerende zoektocht door de wereld van het boeddhisme die Van der Velde al een leven lang bestudeert, en die telkens leidt tot nieuwe ontdekkingen.

  • Ze was een de eerste vrouwelijke dirigenten van Nederland. Ze trad op in het Concertgebouw met een eigen kamerorkest, maar haar carrière werd getorpedeerd door de oorlog. Toen de nazi's binnenvielen, ontbond ze haar orkest en werd ze, hoewel van joodse afkomst, actief in het verzet: ze was een van de drijvende krachten achter de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943. Na de oorlog vertrok ze, volkomen ontgoocheld, aan boord van het passagiersschip Queen Mary naar Amerika, om nooit meer in Nederland terug te keren.

    'Ik ben vijftig jaar te vroeg geboren,' zou ze vlak voor haar dood verklaren. Het is een intrigerende zin. Zou de vrouw die in haar jonge jaren door een gezaghebbend muziekrecensent werd getypeerd als 'een dirigente die op weg is om een gewichtige factor in de Nederlandse muziekcultuur te worden', in deze tijd wereldwijde faam hebben verworven?

    Hoe het zij, de prachtige carrière die ze in de Verenigde Staten had, is in Nederland onopgemerkt gebleven. Maar in dit boek wordt Frieda Belinfante (1904-1995), celliste, dirigente, verzetsvrouw en lesbienne avant la lettre, eindelijk uit de schaduw getrokken en in het volle licht geplaatst. En terecht, want een ding staat vast: ze behoort tot de groten van Nederland.

  • De wintertuin

    Jan Konst

    De twintigste eeuw was lang en verliep in Duitsland uitgesproken turbulent. Oorlogen, revoluties, crises en dictaturen wisselden elkaar af. Mensen vervielen in diepe armoede, raakten moreel gecorrumpeerd, of kwamen zomaar en zinloos om het leven.
    De Saksische Hilde Grunewald, dochter van een gymnasiumleraar, zag alles: ze werd op een haar na honderd jaar oud. Geboren in de Keizertijd, gevormd door de Eerste Wereldoorlog, de Weimar-republiek, de nazidictatuur, de Tweede Wereldoorlog, het ddr-tijdperk en de val van de Muur in 1989. Zelfs het eerste decennium van het herenigde Duitsland maakte Hilde nog mee.
    Haar lot, en dat van haar ouders, kinderen en kleinkinderen, weerspiegelt de Duitse geschiedenis. Van landarbeiders en dagloners klommen ze op tot fabrieksdirecteur, slotvoogdes en bankmanager. Maar algauw bevonden ze zich als soldaat op de slagvelden, in de vuurzee van het bombardement op Dresden, in een voor de helft geconfisqueerd appartement in het communistische Oost-Duitsland. En uiteindelijk tussen de feestende menigte aan de Brandenburger Tor toen Berlijn opnieuw één stad werd.

    Jan Konst woont en werkt al meer dan twintig jaar in Berlijn. Hij is literatuurwetenschapper en hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Freie Universität Berlin. De wintertuin is na Nederlandse en Vlaamse schrijvers over Berlijn en Louis Ferron en het Derde Rijk zijn derde boek over Duitsland.

  • Verloren adel

    Douglas Smith

    Het is een verhaal met epische allure, en een hartverscheurend menselijk drama tegelijk. Verloren adel is het eerste boek over de vergeten geschiedenis van de verliezers van de Russische Revolutie: de aristocratie. Overvallen door de bolsjewieken werden de `uitgerangeerde mensen meegesleurd in de schepping van het nieuwe Rusland, het Rusland van Stalin. Hun geschiedenis is er een van geplunderde paleizen en brandende landgoederen, van wanhopige vluchtpogingen in het holst van de nacht, van gevangenschap, verbanning en executies. Het is het verhaal van een eeuwenoude elite die bruut werd onteigend en uitgeroeid, samen met de rest van het oude Rusland.

    Toch is Verloren adel ook een verhaal van aanpassen en overleven. Velen uit de voormalige tsaristische bovenlaag worstelden zich door het verlies van hun wereld en de daaropvolgende jaren van onderdrukking heen en probeerden in de nieuwe, vijandige orde van de Sovjet-Unie een plaats voor henzelf en hun gezin te bemachtigen. Aan de hand van het lot van twee vooraanstaande aristocratische families de Sjeremetjevs en de Golitsyns laat Smith zien hoe zelfs tijdens de donkerste dagen van terreur het dagelijks leven gewoon doorging.

    Verloren adel is geschreven met veel inlevingsvermogen en gevoel voor nuance. Het is niet alleen een dramatisch portret van de eens zo rijke en machtige aristocratische bovenlaag, maar ook een meeslepende geschiedenis van Rusland in de eerste helft van de twintigste eeuw.

  • Het Westen is op zijn retour. De Angelsaksische wereld trekt zich terug in fantasieën over de eigen verloren grandeur. Populisten in heel Europa roepen om het hardst dat immigratie en globalisering het werk zijn van een verfoeilijk Systeem, dat wordt gerund door onzichtbare mensen zonder nationale loyaliteit. Vanuit het Kremlin kijkt tsaar Poetin handenwrijvend toe, de Baltische staten huiveren - en iedereen kijkt naar Berlijn. Maar zijn de Duitsers werkelijk 'wij', of uiteindelijk toch 'zij'? Deze vraag heeft hun buren in Europa beziggehouden sinds Julius Caesar in 58 voor Christus het begrip Germani muntte.

    Hoe Romeins is Germania ooit geworden? Hebben de Duitsers de Romeinse cultuur verwoest of overgenomen? Wanneer trokken ze voor het eerst naar het oosten, en hebben ze daar ooit werkelijk geheerst? Hoe kon Duitsland eeuwenlang een machtsvacuüm blijven in het hart van Europa? Hoe is Pruisen ontstaan? Heeft Bismarck Duitsland verenigd of veroverd? Waar liggen de wortels van Hitlers Derde Rijk? Waarom ging dat ten onder en door welk wonder verrees uit de puinhopen een beter Duitsland? Is Duitsland het laatste Westerse bastion van industriële welvaart en realpolitik? Of zijn de EU en de euro niet meer dan uitingen van een nieuwe Duitse hegemonie?

    In deze frisse, verhelderende, bondige geschiedenis geeft germanist James Hawes een loepzuiver inzicht in het meest bewonderde en gevreesde land van Europa.

  • De kolonieman

    Angelie Sens

    Begin negentiende eeuw is Napoleon verslagen en het prille Koninkrijk der Nederlanden moet opnieuw zijn plaats in de wereld vinden. Johannes van den Bosch speelt hierin een cruciale rol. In zijn ruim 45-jarige carrière wendt de visionaire militair, bestuurder, econoom en staatsman op doortastende wijze zijn geestelijke veerkracht en talenten aan bij de opbouw van het Nederlandse imperium onder de nieuwe koning Willem I.

    Van den Bosch' in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid heeft bij vele generaties Nederlanders sporen nagelaten die nog altijd doorklinken. Maar hij heeft ook grote daadkracht laten zien in die ándere koloniën: de (bijna-)afschaffing van de slavernij in Suriname en de invoering van het Kultuurstelsel in de Indonesische archipel zijn hier de meest pregnante voorbeelden van. De rode draad in zijn denken en handelen was de economische en sociale verheffing van zowel de armen in Nederland en de boeren in de Javaanse desa's als de slaven op Surinaamse plantages. Daardoor was hij niet onomstreden. Door sommigen beschouwd als utopisch socialist en wegbereider van de moderne verzorgingsstaat, door anderen als een puur pragmatische Macher, ja zelfs een schurk.

    In deze fascinerende biografie schetst Angelie Sens een schitterend beeld van een tijdperk op een kantelpunt naar de moderne samenleving.

    Angelie Sens is cultuur- en pershistoricus. Ze was onder andere directeur van het Persmuseum en onderzoeker aan het IISG. Eerder schreef ze 'Mens-aap, heiden, slaaf'. Nederlandse visies op de wereld rond 1800. Samen met onder anderen Ulbe Bosma publiceerde ze Journalistiek in de tropen.

  • De Eerste Wereldoorlog was een wereldbrand die in nevelen gehuld blijft. Die vaststelling komt ironisch genoeg van John Keegan zelf, de historicus die er volgens velen tot dusver het beste in is geslaagd de krankzinnige strijd tussen de naties van toen inzichtelijk te maken. Keegan, vermaard vanwege zijn superieure militair-historische werk, concentreert zich in dit boek met name op het grootste mysterie van het drama: de koppige voortzetting van de loopgravenoorlog. Wat hield de verschillende landen en hun legers gaande? Waarom was de legerleiding niet vindingrijker in wat achteraf moet worden aangemerkt als een half criminele onderneming? Terwijl hij ingaat op deze en vele andere vragen geeft Keegan een genuanceerde en onovertroffen beschrijving van de verschrikkingen aan het front.

  • Halverwege de zestiende eeuw was Christoffel Plantijn al een beroemdheid; zelfs koning Filips II was onder de indruk van zijn drukkerij. Terwijl andere drukkers met één of hooguit enkele persen werkten, beschikte Plantijn over maar liefst 22 drukpersen. Hij publiceerde alle belangrijke auteurs op het gebied van literatuur en wetenschap, en werkte in opdracht van de stad Antwerpen, de Staten-Generaal, de koning en de Leidse
    universiteit.

    Vanuit Antwerpen probeerde Plantijn de samenleving, die was verdeeld door godsdiensttwisten, oorlog en opstand, te binden met boeken. Hij geloofde dat vrede en voorspoed binnen handbereik zouden komen als men elkaar zou vinden in een gemeenschappelijke taal. Daarom
    gaf hij het allereerste Nederlandse woordenboek uit en begon hij een onmenselijk groot project: een vijftalige studiebijbel die beroemd is geworden als Plantijns Polyglot. Hoewel dit project zijn drukkerij aan de rand van de afgrond bracht en zijn relatie met mecenas Filips II op scherp zette, vestigde Plantijn met de prestigieuze uitgave zijn naam als grootste uitgever ter wereld.

    Op indringende wijze vestigt Sandra Langereis met De woordenaar de aandacht op een opmerkelijk leven in de zestiende eeuw, en op de geschiedenis van de Nederlanden in Antwerpen.

  • Aan de maliebaan

    Ad van Liempt

    • Balans
    • 9 April 2015

    De Maliebaan, kroonjuweel van Utrecht: een prachtige, brede laan van precies een kilometer lang, met aan beide kanten fraaie herenhuizen en stadspaleizen. Het is een van de meest geliefde plekken van Utrecht, maar ook een plek met een weerbarstige geschiedenis.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte de Nederlandse `Unter den Linden' als een magneet op de Duitse bezetter en de NSB. Musserts hoofdkwartier was er al in 1937 gevestigd, na 1940 volgden nog zeker vijftien nazi-instituten. Er vonden parades plaats, hooggeplaatste nazi's maakten er hun opwachting, er werd vergaderd, gekonkeld, gespioneerd, geroddeld en samengezworen.

    Maar pal naast de gevreesde verhoorkamers van de Sicherheitspolizei woonde dr. Max, ofwel Marie-Anne Tellegen, een spilfiguur in het verzet. En schuin tegenover Mussert resideerde de ferm anti-Duitse rooms-katholieke aartsbisschop Jan de Jong, die zijn rug rechthield tegenover het nazigeweld.

    Tegelijkertijd ging het gewone leven door: er werden kinderen geboren, er gingen mensen dood, er waren aanrijdingen. En overal werden jonge dienstmeisjes gevraagd, `goed kunnende werken en koken'.

  • Hij was verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan tachtigduizend joden vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen. Meestal gaf hij persoonlijk, 'met een wenk met de hand', het vertreksein voor de treinen. Albert Konrad Gemmeker, commandant van Kamp Westerbork. Na de oorlog kreeg hij tien jaar. Wegens goed gedrag was hij na zes jaar weer vrij: in 1951 was hij weer terug in zijn geboortestad Düsseldorf.

    SS-Obersturmführer Albert Gemmeker was charmant. Ad van Liempt deed diepgaand onderzoek naar de 'gentleman-commandant', van wiens reputatie weinig overblijft. Gemmeker was een bureaucraat, die zijn meerderen blindelings gehoorzaamde. Op enige empathie met de slachtoffers viel hij niet te betrappen. Later deed hij alles om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen of op anderen af te schuiven. Hij heeft zijn leven lang ontkend dat hij wist welk lot de joden in het oosten te wachten stond. Na zijn terugkeer naar Düsseldorf probeerde de Duitse justitie nog bijna twintig jaar zijn onbevredigende berechting in Nederland te corrigeren, uiteindelijk zonder resultaat.

    Voor Gemmeker deed Ad van Liempt jarenlang onderzoek. Hij las alle, vaak geheime dossiers in Nederlandse en Duitse archieven en sprak met tal van betrokkenen in Nederland en Duitsland - zelfs met twee nog levende dochters van Gemmeker.

    Het resultaat is een verpletterende biografie van een sluwe schrijftafelmoordenaar, een verhaal vol cynisme en machtsmisbruik, met daartegenover de peilloze tragiek van Gemmekers slachtoffers. Gemmeker is een boek dat je niet meer loslaat.

    Ad van Liempt (1949) was medeoprichter en eindredacteur van het geschiedenisprogramma Andere Tijden. Van Liempt schreef meerdere boeken over de Tweede Wereldoorlog, waaronder De oorlog, Kopgeld en Aan de Maliebaan.

  • Sinds 1977 wonen wij in Amsterdam en
    tot op de dag van vandaag is Linda van t
    Wout onze steun en toeverlaat. Linda heeft
    ons wegwijs gemaakt in de stad, ze heeft ons
    Amsterdams geleerd, ze heeft de kinderen
    zien opgroeien en toen ze uitzwermden heeft
    ze er steeds voor gezorgd dat ze in een schoon
    huis terechtkwamen. Linda is niet weg te
    denken uit ons gezin.
    En al die tijd dat ze bij ons is heeft zij
    verteld, bij de koffie. Over haar opa, haar
    opoe, over haar moeder en haar tantes, over
    het leven in de Jordaan, de Kinkerbuurt
    en de Pijp, want vertellen kan ze, het ene
    verhaal na het andere. En al die jaren riep
    /> ik, wanneer wij weer nodig aan het werk
    moesten: `Je moet het allemaal opschrijven,
    Linda, voor jezelf, voor je kinderen en voor
    ons, want die verhalen mogen niet verloren
    gaan.
    Maar Linda schreef niets op, Linda ging
    door met poetsen en iets nog even een sopje
    geven. `Goed, zei ik, `dan schrijf ik het op.
    Een goed kind regeert zn eigen is een veelbewogen
    familiegeschiedenis, beurtelings
    ontroerend en geestig, rauw en nuchter.
    Het is drank en armoe, maar ook vechtlust
    en trots een aangrijpend portret
    van een meisje dat zich een weg naar
    boven vocht, en van een tijdperk dat bijna
    is verdwenen.

  • Vasili Grossman werd in 1905 geboren in de stad Berdisjev in de Oekraïne. In 1941 trad hij in dienst van het Rode Leger als schrijver voor de legerkrant De Rode Ster en werd de populairste oorlogscorrespondent van Rusland. Het blad werd niet alleen in het leger maar ook onder het gewone volk grondig gelezen. Door verslag uit te brengen van de verdediging van Stalingrad, de val van Berlijn en de Holocaust werd Grossman een oorlogsheld. Anthony Beevor, schrijver van de bestsellers Stalingrad en Berlijn, is een van de grote bewonderaars van Grossman. De roman Life and Fate die Grossman in 1960 voltooide werd gezien als een gevaar voor het Sovjet regime beschouwd en publicatie werd verboden. Uiteindelijk wist men de tekst naar het Westen te smokkelen. In 1983, bijna twintig jaar na zijn dood, verscheen een Franse en een Engelse vertaling van de roman, die door velen als de grootste roman van de twintigste eeuw wordt gezien. Vasili Grossman stierf in 1964.
    Antony Beevor las de aantekeningen van Grossman voor het eerst toen hij onderzoek deed voor zijn boek Stalingrad en werd er onmiddellijk door gegrepen. Beevor heeft Een schrijver in oorlog bezorgd, van een inleiding voorzien en samen met Loeba Vinogradova uit het Russisch vertaald.
    Een schrijver in oorlog is gebaseerd op de aantekeningen die Grossman voor zichzelf maakte toen hij als schrijver in dienst was bij het Rode Leger. Hij had graag als soldaat in het leger gediend maar was daarvoor niet sterk genoeg. Als correspondent reisde hij met het leger mee. Vier jaar lang bevond hij zich aan het front en was getuige van de meest meedogenloze strijd ooit gevochten en beschreef die als geen ander. Grossman maakte de verschrikkelijke nederlagen van 1941 mee, de verdediging van Moskou en de gevechten in de Oekraïne. In augustus 1942 was hij gelegerd in Stalingrad. Vier maanden lang deed hij verslag van de strijd die daar in de straten gevoerd werd. In de winter van 1943 keerde het tij definitief. De oorlog was eigenlijk beslecht, maar het zou nog meer dan twee jaar duren voordat oost en west elkaar in Berlijn ontmoetten. De Duitsers trokken zich terug uit Stalingrad en het Rode Leger trok naar het westen en herveroverde 'het moederland'. Grossman was aanwezig bij de tankslag bij Kursk, de grootste uit de geschiedenis en trok vervolgens met het leger Polen en Duitsland binnen. Majdanek en Treblinka waren de eerste concentratiekampen die het leger tegenkwam. Grossmans hartverscheurende en gedetailleerde verslag 'De hel van Treblinka' gebaseerd op gesprekken met overlevenden en omwonenden werd later als bewijs gebruikt bij het Neurenberg Tribunaal.

  • De ontdekker van Paaseiland was geen zeeman, maar een gepromoveerd jurist op leeftijd en een vermogend man. Toch besloot hij een expeditie te ondernemen op zoek naar het Onbekende Zuidland, een groot en mythisch continent in de Stille Oceaan.

    Na een opleiding tot kaartenmaker werd Roggeveen notaris en vervolgens werkte hij zeven jaar in Batavia als Raad van Justitie. Hij kwam onder de invloed van Spinoza en raakte verwikkeld in een langdurig conflict met de gereformeerde kerk. Verbannen uit zijn geboortestad Middelburg organiseerde hij in 1721 Roggeveen was toen al in de zestig zijn grote expeditie, die de vroegste beschrijvingen opleverde van bewoners van Paaseiland, van Samoa en van andere eilanden in Polynesië.

    Van Gelder schetst een indringend beeld van een ongewoon en grillig leven tegen de achtergrond van de Radicale Verlichting en de toenmalige obsessie van Europese ondernemers, piraten en fantasten met de Stille Oceaan.

    Naar het aards paradijs is het vierde deel uit de reeks Sleutelfiguren, die tot stand komt op initiatief van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

  • De zeloot

    Reza Aslan

    Tweeduizend jaar geleden verzamelde een rondtrekkende Joodse prediker en wonderdoener volgelingen om zich heen om het 'koninkrijk van God' te vestigen. De revolutionaire beweging die ontstond was zon grote bedreiging voor de bestaande orde dat de man werd gearresteerd, gemarteld en als staatsvijand geëxecuteerd. Kort na zijn vernederende dood zouden zijn volgelingen hem God noemen.
    In De zeloot neemt Reza Aslan eeuwen van mythevorming onder de loep en werpt hij nieuw licht op een van de invloedrijkste personen in de geschiedenis. Aslan zet de Jezus van de evangeliën af tegen de historische bronnen en beschrijft een man vol overtuiging en hartstocht, maar ook een vat vol tegenstellingen. Het resultaat is een even diepzinnig als elegant portret van een man, een tijd en de geboorte van een godsdienst.

  • Jodenjacht

    Ad van Liempt

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het opsporen en arresteren van ondergedoken joden in Nederland voor een belangrijk deel het werk van de Nederlandse politie. Veel rechercheurs deden dit werk met grote overtuiging en volledige inzet, zo blijkt uit nieuw en baanbrekend onderzoek. Bestudering van de strafdossiers van meer dan 250 politieagenten die zich met de jodenjacht hebben beziggehouden, leidde tot schokkende inzichten: er waren binnen de Nederlandse politie groepen actief die alle trekken hadden van een criminele organisatie. Ze mishandelden, stalen, roofden en verkrachtten, en bovenal: ze joegen vele duizenden joden de kampen en de dood in.
    Jodenjacht kwam tot stand in samenwerking met het Nationaal Archief. Onder eindredactie van archivaris Jan H. Kompagnie en journalist/programmamaker Ad van Liempt legden de onderzoekers een onthutsend beeld vast: sommige politieagenten bleken zulke fanatieke jodenjagers dat het zelfs de Duitse bezetter te gortig werd.

  • Branie

    Annet Mooij

    • Balans
    • 17 Januari 2013

    Als actieve strijdster voor vrouwenrechten was Mina Kruseman in de jaren zeventig van de negentiende eeuw een meer dan opvallende verschijning. Ze werd verguisd, bewonderd en door iedereen besproken. Door haar prikkelende voorkomen, haar indrukwekkende voordracht en haar feministische boodschap trok ze sterk de aandacht. Ze versmaadde het traditionele vrouwenleven en maakte zich als een van de eersten sterk voor de onafhankelijkheid en economische zelfstandigheid van vrouwen.
    Kruseman keerde zich tegen oorlog en militarisme; ze schreef romans, toneelstukken en voerde polemieken; ze declameerde, acteerde en beproefde haar geluk als concertzangeres in Amerika. Het is aan Kruseman te danken dat Multatulis Vorstenschool voor het eerst met haarzelf in de hoofdrol op de planken werd gebracht, al zou de vriendschap tussen beide egomane en lichtgeraakte persoonlijkheden deze onderneming niet overleven.

    Kruseman leidde een veelbewogen leven. Veel van wat ze begon mislukte of eindigde in ruzie. Na de breuk met Multatuli keerde ze terug naar Nederlands-Indië, het land van haar jeugd. Ook daar bracht ze door haar opmerkelijke optreden en radicale ideeën het nodige tumult teweeg, totdat persoonlijke omstandigheden haar terugvoerden naar Europa, waar zij in armoede stierf. Ze raakte zeer ten onrechte in de vergetelheid. Deze onderhoudende en heldere biografie brengt de sterke en talentvolle Mina Kruseman opnieuw tot leven.

  • De Tweede Wereldoorlog staat centraal in deel twee van de monumentale biografie van koningin Wilhelmina. In de vijf jaar van haar ballingschap in Engeland beleefde zij de somberste en mooiste uren van haar lange regering. In Londen was zij de stem van het vrije en strijdende Nederland, de moeder van de Engelandvaarders, maar ook de kampioen van een politiek vernieuwingsstreven dat haar met het kabinet in hevig conflict bracht.

    Wilhelmina deed van deze bewogen jaren verslag in talloze brieven aan prinses Juliana in Canada. Die brieven worden hier voor het eerst gepubliceerd, naast andere stukken uit haar persoonlijk archief waartoe Cees Fasseur als eerste onbeperkt toegang tot had.

    Ook de periode tussen de wereldoorlogen komt tot leven. Wilehlmina's zoektocht naar een geschikte huwelijkspartner voor haar dochter, de geldzorgen van prins Hendrik, haar reizen en politieke bemoeienissen, worden meeslepend verteld. Helder, diepgravend, gedetailleerd en tegelijk panoramisch wordt het beeld van deze vorstin en haar tijd geschetst.

  • De geboren Fries en gereformeerde boerenzoon Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961) was minister-president in de moeilijkste periode van de Nederlandse geschiedenis, van 1940 tot 1945. Als hoofd van het kabinet in ballingschap in Londen weigerde hij zich neer te leggen bij de gedachte dat Nederland verslagen zou zijn.
    In talloze toespraken voor Radio Oranje spoorde hij zijn landgenoten in bezet gebied aan moed te houden. Hij regeerde zonder parlement, maar mét koningin Wilhelmina, die door haar vernieuwingsdrift in conflict kwam met de koppige Gerbrandy. Het was niet gemakkelijk om met hem samen te werken: hij was een weinig tactvolle, tegendraadse figuur. Niettemin genoot hij grote populariteit; hij werd beschouwd als het icoon van de Tweede Wereldoorlog, zoals Churchill in Engeland. Zijn borstbeeld siert daarom tezamen met dat van Wilhelmina de ingang van het Tweede Kamergebouw als blijvende herinnering aan de oorlogsjaren.

  • Noord-Korea is de meest totalitaire
    staat ter wereld. Hoewel iedereen
    de naam van het land kent,
    en heeft gehoord van zijn Grote
    Leider, weet niemand hoe het er
    precies aan toegaat. Wat in het
    land gebeurt, wordt zorgvuldig afgeschermd
    voor de buitenwereld.
    Maar heel weinig buitenlanders
    mogen het land in, en nog veel
    minder Noord-Koreanen mogen
    hun land uit.
    Shin Dong-Hyuk werd geboren
    en groeide op in Kamp 14, een van
    de vele concentratiekampen in
    Noord-Korea, waar tot op de dag
    van vandaag honderdduizenden
    mensen worden vastgehouden.
    Deze gevangenen van de staat
    hebben levenslang, net als hun
    ouders en hun kinderen. Ze krijgen
    werkdagen van vijftien uur
    dwangarbeid opgelegd, tot ze sterven.
    Voedsel is er nooit genoeg;
    lijfstraffen, onderling wantrouwen
    /> en liefdeloosheid des te meer. Als
    jongetje moest Shin toezien hoe
    zijn moeder werd opgehangen,
    omdat zij een kommetje rijst had
    gestolen. Als jongvolwassene wist
    hij als eerste en enige te ontsnappen.
    In Vlucht uit Kamp 14 vertelt
    hij voor het eerst zijn schokkende
    verhaal.

  • De oorlog

    Ad van Liempt

    De NPS-televisie zond vanaf oktober 2009 een opzienbarende documentaireserie uit: De Oorlog, het verhaal van de overheersing van Nederland én het toenmalige Nederlands-Indië door respectievelijk Duitsland en Japan.
    In negen delen vertelde presentator Rob Trip het verhaal op een nieuwe manier. Met onbekende filmfragmenten, met nieuwe accenten, gebaseerd op veel nieuw onderzoek. En vooral met gebruikmaking van tientallen citaten uit dagboeken van slachtoffers, omstanders, soms ook daders. Die combinatie van ervaringen en vaak indringende beelden van toen maakten de serie De Oorlog tot een van de belangrijkste televisiegebeurtenissen van deze jaren.
    Tegelijkertijd verscheen het gelijknamige boek dat verder gaat waar de televisieserie ophoudt. Het gaat dieper in op allerlei aspecten van die allesoverheersende periode in de twintigste eeuw, zowel de grote verschuivingen op wereldschaal, als de ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Er is uitvoerig aandacht voor de gevolgen van de oorlog, zowel op de korte, als op de veel langere termijn: hoe de oorlog nog decennialang doorwerkte in de Nederlandse samenleving.
    De hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog komen in het boek in een helder licht te staan. Hitler natuurlijk, maar ook de rijkscommissaris in Nederland Seyss-Inquart en de Indonesische nationalistenleider Soekarno. Ook is er aandacht voor de rol van veel minder bekende personen.
    De Oorlog gaat niet alleen over Nederland, maar ook over de ontwikkelingen in de wereld die tot de Tweede Wereldoorlog geleid hebben. De heftige strijd in Europa om de hegemonie tussen de grote systemen in de jaren dertig: fascisme, communisme en parlementaire democratie. En de schuivende machtsverhoudingen in Azië, waardoor Nederland in tien jaar tijd zijn uitgestrekte kolonie kwijtraakte en zijn invloed op het wereldtoneel zag verdampen. De tragedie van de jodenvervolging is een centraal thema in tv-serie én boek. Ook andere drama's worden belicht: het bombardement op Rotterdam, de vernietigende strijd in Zeeland en rond Arnhem, de hongerwinter, de massale tewerkstelling van meer dan een half miljoen Nederlandse mannen in Duitsland en de slopende internering van Nederlanders in de Japanse kampen.
    Het boek beperkt zich, net als de serie, niet tot de periode 1940-1945. Er is een hoofdstuk gewijd aan de bijzonder moeilijke tijd die volgde: met de berechting van de politieke delinquenten, de misstanden in de interneringskampen, en de worsteling met de revolutionaire beweging in Indonesië. De nasleep van de oorlog was voor veel mensen een nog grotere ingreep in hun leven dan die oorlog zelf en de gebutste natie was lang niet tegen al die problemen opgewassen.

  • Lange tijd was de geschiedenis van de VOC een echte mannengeschiedenis. Historici beschreven mannen in het bestuur, mannen in de koloniën en mannen op de schepen. Maar was de Compagnie werkelijk zon mannenbolwerk? Pas de laatste jaren komt er meer aandacht voor de rol van vrouwen in en om de VOC.
    In Compagniesdochters trekt een bonte stoet VOC -vrouwen voorbij, van meisjes die vermomd als man aanmonsterden - en aan boord van de schepen nogal wat riskeerden - tot de zogenaamde zielverkoopsters, die tot taak hadden bemanningsleden te werven en daar zo hun eigen manieren voor hadden. Uit alles blijkt dat deze vrouwen zeker niet passief langs de kant stonden. Integendeel, ze namen actief deel aan het reilen en zeilen van de Compagnie.
    Via de levens van al deze vrouwen wordt op een anekdotische manier de vrouwelijke kant van de zeventiende- en achttiende-eeuwse VOC in kaart gebracht. Michel Ketelaars rekent in dit boek definitief af met het klassieke beeld van de VOC als een mannenbolwerk.

  • Het boek Jodenjacht, over de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Jodenvervolging, bracht vorig jaar een hevige schok teweeg. De vele duizenden lezers werden diep geraakt door de vrijwel onbegrensde wandaden van speciale politieteams, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden tot criminele organisaties.

    De auteurs/onderzoekers die onder leiding van auteur/eindredacteur Ad van Liempt de schokkende feiten aan het licht brachten zijn dóórgegaan
    met hun werk in de archieven. Ze hebben zich nu vastgebeten in de strijd van de Duitse Sicherheitsdienst en de Nederlandse politie tegen het verzet in ons land. Of dat nu om georganiseerd gewapend verzet ging, om hulp aan onderduikers, of om eenvoudige uitingen van anti-Duitse gezindheid de bezetter trad er meedogenloos tegen op. In de dossiers van het Nationaal Archief van Den Haag is te lezen hoe dat ging. Honderden executies zonder vorm van proces, talloze martelingen in politiebureaus en in kelders van de sd, brandstichting in boerderijen geen middel bleef ongebruikt in de jacht op het verzet.

    Van het Nederlandse verzet wisten we al het een en ander; van de strijdwijze van de andere kant nog heel weinig, zo blijkt uit het meeslepende nieuwe boek van de talentvolle historici Marie-Cécile van Hintum, Margot van Kooten, Anne-Marie Mreijen, Elias van der Plicht en Liesbeth Sparks, onder leiding van eindredacteur Ad van Liempt.

empty