De Arbeiderspers

  • Alle verhalen

    Clarice Lispector

    Een wereld die je niet meer loslaat

    Aan de hand van deze genereuze bundel wordt de lezer ondergedompeld in het proza van Clarice Lispector (1920-1977) - de grande dame van de Braziliaanse letteren. Deze verhalen vormen de weerslag van veertig jaar schrijverschap en bieden een baaierd aan uiteenlopende stijlen en stemmen. In sommige verhalen is de kern van latere romans te herkennen, andere zijn tsjechoviaanse miniatuurtjes van vertelkunst. Alle worden gedragen door een unieke combinatie van humor en ernst, van filosofische inslag en aandacht voor het menselijk tekort. Dit boek vormt een compendium van Lispectors gehele oeuvre.

  • `Eén week ligt tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Toen Provenier uit de nachtmis in de San Michele kwam, was het al maandag, feestdag of niet de wreedste ochtend van de week. Wanneer de week opnieuw begon, zou ook het jaar opnieuw beginnen.
    Hij had gedacht: ben ik de donkere dagen voor Kerstmis eenmaal door, dan gaat het verder wel. De maan zal wassen om de duisternis een waas van zilver terug te geven over het land: velden, heuvels, met hier en daar een rij cipressen voor een villa. Hij zou opnieuw contact krijgen met de natuur en niet meer bevreesd zijn voor het langzame proces van achteruitgang en verval. Dit was een tijd van hoop: vanaf de kaarsen in de kerk die nu was leeggestroomd, de belichting van de torens en de muren van de stad, tot aan de opgetuigde bomen voor de villa's verderop - de boodschap was bekend.
    Maar goede wil alleen was niet genoeg, daaraan had het hem toch nooit ontbroken. Hij was niet meer van goede wil, en kwade kon hij ook niet opbrengen: zijn wilskracht was gebroken.'
    - fragment uit `De oude mens'

    De afgelopen vijfentwintig jaar schreef Geerten Meijsing zeven kerstvertellingen waarin de auteur zelf of zijn alter ego Erik Provenier gloedvol maar ook bedachtzaam de sublieme sfeer van de feestelijke donkere dagen oproept. Die evocatie geschiedt op de van hem bekende wijze: met veel literaire verwijzingen, spleen, gedachten aan vrouwelijk schoon en Siciliaanse missen. Op superieure wijze zet hij het aloude genre van het kerstverhaal in deze zeven vertellingen naar zijn hand. In het laatste verhaal, `Nooit meer kerstmis', houdt hij het voor gezien nu hij `geenszins meer geneigd' is `ooit nog een kerstboom op te tuigen of een kerstverhaal te schrijven omdat er toch niemand meer is met wie ik het nog [...] zou willen vieren'.

  • Een onsentimentele ode aan het buitenleven
    In zeven verhalen worden verschillende jonge mensen naar buiten gejaagd. Een vrouw komt op het platteland terecht. Een jongen rijdt met twee vreemden naar Aalborg. Een wetenschappelijk instituut met aan het hoofd de beruchte docent Bruska valt uit elkaar. Zowel in de stad als op het land stuiten de hoofdfiguren op het dier dat de mens is.

  • Alle verhalen

    Arthur Japin

    Door de enorme successen die Arthur Japin met zijn romans heeft, zou bijna worden vergeten dat hij ook een schrijver van korte verhalen is. Niet minder dan vier van de Magonische verhalen waarmee hij in 1996 als schrijver debuteerde, waren al bekroond voordat ze in dat boek werden gebundeld. Bovendien werden er vier verfilmd. Magonische verhalen werd zeer goed ontvangen, en dat geldt ook voor zijn tweede bundel De vierde wand (1998), waarin reisverhalen zijn opgenomen en fictieve verhalen over theater en werkelijkheid.
    Deze omvangrijke verzameling is een drieluik, want naast Magonische verhalen en De vierde wand bevat dit boek een zestal niet eerder gepubliceerde of verspreid verschenen verhalen. Alle verhalen is de oogst van een verhalenverteller pur sang.

  • De wereld van 't Hart in achttien verhalen
    In het Duitse blad Der Spiegel werd Maarten 't Hart getypeerd als een 'wunderbar altmodischer Erzähler'. In deze sterk autobiografische verhalen blijkt die wonderbaarlijke, ouderwetse vertelkunst bij uitstek geschikt om de dwaasheid en absurditeit van het moderne leven te betrappen. Ogenschijnlijk alledaagse gebeurtenissen zoals de verkoop van een huis, een plechtige uitvaart, een kerkdienst, een ontmoeting op een treinstation, een bezoek aan de markt of een casino pakken tragikomisch uit. Of soms juist beklemmend, zoals in 'De buitendeur' of 'De stiefdochters van Stoof'. Toch overheerst in alle verhalen een lichte toon; ze laten zien dat het leven in feite een klucht is die helaas een enkele keer in een tragedie kan ontaarden.
    'In al die verrassend spannende en trouwens ook nogal geestige verhalen staat iets op het spel.' Janet Luis in NRC Handelsblad
    'Waarom heeft 't Hart niet al lang geleden de P.C.Hooftprijs gekregen?' Arie Storm in Het Parool

  • Diepe aarde

    Maria Vlaar

    Tektonische binnenwerelden in verhalen van liefde, verlies, verrukking en pijn

    In Diepe aarde wordt blootgewoeld wat er beweegt onder de deklaag van het dagelijkse. Een stokoude vrouw koestert haar herinneringen aan gezinsgeluk tijdens een verregende vakantiedag: `Alles wat er op de wereld was bevond zich op dat moment in een kleine ruimte van tentdoek, acht vierkante meter, twee grote en drie kleine mensen.' Vlaar vertelt de levensverhalen en liefdesgeschiedenissen van onder anderen een wetenschapper met obesitas, een man met een dubbelleven en een therapeute die haakt naar seks. Verlangend naar verbondenheid krijgen zij allen te maken met verlies, verraad en rouw. In diepe, steeds diepere schachten delft Vlaar de zielenroerselen van die kwetsbare levens: iedereen op zoek naar liefde.

  • Een verhalenverteller die schrijvers nog altijd weet te inspireren

    In de stapel ongevraagd toegestuurde manuscripten trof de redactie van De Arbeiderspers in 1974 een verbluffend goed geschreven, puntgaaf verhaal aan: `De tramrace'. De schrijver was een volslagen onbekende 52-jarige man uit Oegstgeest: F.B. Hotz.
    In de twintig jaren die daarop volgden schreef Hotz een indrukwekkend oeuvre met vele prachtverhalen. In Hotz' werk draait het om misverstanden, om slechte huwelijken, om schuldbesef, om drang tot boetedoening en misschien nog wel het meest om zoeken naar een zinvolle bestemming. Toch heeft Hotz' werk, bij alle pech, sof en mislukking die hij beschrijft, iets monters en komisch.

    `Hotz is een grootmeester. Scherpzinnig, grappig, ontroerend, psychologisch bijzonder sterk en, wat echt een unicum is: zijn verhalen voelen niet gedateerd. Als ik bij het schrijven even vastloop trek ik regelmatig een van Hotz' bundels uit de kast. Om een paar zinnen te lezen. Om me over te geven aan zijn ritme. Ik zou het iedereen aanraden. De beste verhalen van Hotz horen bij het beste wat de Nederlandse literatuur heeft voortgebracht.' - THOMAS HEERMA VAN VOS

  • Maarten 't Hart is ongetwijfeld een van de meest beminde en meest gelezen verhalenschrijvers van de hedendaagse Nederlandse literatuur. Vanaf het begin van zijn schrijverscarrière heeft hij een omvangrijk lezerspubliek weten te boeien, juist ook met zijn verhalen. De Arbeiderspers zal de verzamelde verhalen in twee fraaie, gebonden delen uitbrengen, te beginnen met De vroege verhalen. De sterk autobiografische verhalen in dit deel bestrijken de eerste levenshelft van de auteur, vanaf de leeftijd van een jaar of zes tot voor in de dertig. 'Vroeg' heeft hier dus geen betrekking op het tijdstip van het ontstaan der verhalen, maar op het tijdstip waarop de verhalen zich afspelen. Achter elkaar gelezen geven ze een onopgesmukt beeld van de jeugdjaren van Maarten 't Hart in Maassluis en van zijn eerste jaren in Leiden.

  • Al enkele jaren organiseert Behoud de Begeerte in de reeks "Aanbevelingen voor een (nog) beter leven" in Antwerpen avonden waarop bekende en minder bekende schrijvers verhalen over allerlei literaire onderwerpen ten beste geven. De bundel Aanbevelingen voor een (nog) beter leven is een bloemlezing van de mooiste bijdragen van o.a. Christophe Vekeman, Herman Brusselmans, Saskia de Coster, Annelies Verbeke, Peter Terrin, Ivo Victoria en Peter Verhelst.

  • Het vrome volk

    Maarten 't Hart

    In deze sterk autobiografisch getinte verhalen, gekroond met de Multatuliprijs, geeft de bioloog-schrijver Maarten 't Hart een tegelijk satirisch en nostalgisch portret van het vrome volk uit zijn jeugd en jonge jaren. Wat dat betreft sluiten de verhalen maar ten dele aan bij zijn eerder verschenen romans Stenen voor een Ransuil en Ik had een wapenbroeder. Gaf hij daarin van het gereformeerde milieu uit zijn streek van herkomst een vrij zwart beeld, in de hier gebundelde verhalen is de 'debunking' van die gesloten kring met zijn afgepaald wereldbeeld vervat in een speelse, vaak humoristische stijl. De verhalen sluiten wonderlijk genoeg ook aan bij 't Harts veelgeprezen studie over ratten. Zoals hij in dat boek schreef over een dier dat al eeuwenlang zucht onder een taboe van onverdiende onverdraagzaamheid, zo schrijft hij in zijn verhalen over andere dieren en mensen. Het paard, de bunzing, maar ook over de neef van Mata Hari. De hoofdpersonen zijn meestal het slachtoffer van verregaande onverdraagzaamheid en onverschilligheid van hun omgeving, of ze zijn zoals de ik-figuur uit 'Hoogzomer in april'- het apocalyptische besluit van deze bundel - slachtoffer van de door de mens verpeste natuur

  • Alle personages in dit boek hebben één ding gemeen: zij zijn gevangen, zowel van hun eigen erotische verlangens en fantasieën als van hun minachting voor de mensen die hen omringen. Uiteindelijk echter lijkt het er steevast op dat de strijd die zij met zichzelf en de verachte medemens mene te moeten leveren, louter plaatsvervangend is voor die met het ongrijpbare noodlot, dat hún en élk leven domineert.Wees maar niet bang valt dan ook te lezen als de vijfvoudige expressie van een existentiële twijfel waarmee Vekeman zelf zowat dagelijks kampt. Die, met name, tussen revolte en resignatie.Wees maar niet bang is het derde boek van Christophe Vekeman (1972), van wie De Arbeiderspers eerder Alle mussen zullen sterven en Iedereen kan het publiceerde.Christphe Vekeman is als het ware een verbeterde heruitgave van Herman Brusselmans, schreef De Morgen-criticus Jos Borré over Vekelmans debuut Alle mussen zullen sterven. Na Iedereen kan het mag Vekeman wat mij betreft ook nog een verbeterde heruitgave van 'grote vissen' Geeraerts en Aspe heten.

  • Kool!

    Anna Enquist

    In deze zeer afwisselende bundel gaat het over Kunnen en Durven op het veld, over de implicaties van het in het voetbal te pas en te onpas gebruikte woord â belevingâ , over Willem van Hanegem (en Truus), over Giovanni van Bronckhorst (aan zee), over de verlammende leegte van een voetballoze zondagmiddag en de kampioenskansen van Feyenoord, over wasvrouwen en 1974, Ove Kindvall en John Guidetti, Grieks voetbal, Franse campings, Hollandse voetbalmeiden en pupillen op hard gras.

  • De tuin in Biak

    Ad ten Bosch

    Twee mannen die elkaar na vijfentwintig jaar weerzien ontdekken dat hun vriendschap onaangetast is. Een jonge vrouw uit de stad knoopt banden aan met een vereenzaamde antiquaar in de provincie. Een Nederlandse vrachtwagenchauffeur, onderweg in streng winters Alaska, krijgt heimwee naar zijn geboortegrond. Een commando ten tijde van de Jom Kipoer-oorlog keert na veertig jaar terug naar het slagveld en sleept ongevraagd een vriend mee in die confrontatie. In de verhalen van Ad ten Bosch, dichtbevolkt door mannen op drift, wordt steeds gezocht naar houvast in liefde, vriendschap of werk.

  • In de verhalen in Huis voor het hiernamaals zien we personages die als een razende over het Europese continent trekken, sommige met een verschroeiende ambitie onsterfelijk te worden, andere in een wanhopige poging het vege lijf te redden. De tragische Victor Tausk in de kring rond Sigmund Freud doet er eerst alles aan om zijn naam te vestigen, en vervolgens om vergeten te worden. Schrijver Danilo Kis ziet in 1985 in Amsterdam de schaduw van zijn eigen einde. Warlord Arkan zaait jarenlang dood en verderf, en wordt ten slotte zelf in Belgrado neergeschoten. In dezelfde periode trekt een jonge vertaler een uniform aan om als tolk naar Srebrenica te gaan. Maar gaat hij ook werkelijk?
    Twee grote thema's verbinden deze verhalen: sterfelijkheid en de zoektocht naar een huis, een rustplaats. En niet te vergeten de kracht van de verbeelding, die levens bijeenhoudt en voor vergetelheid behoedt.

empty