Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

  • Het zal mijn katterigheid wel zijn, maar ik geloof niet dat ik
    oud zal worden. Waar leef ik voor? Hetzelfde nutteloze gevoel
    als toen ik in dienst was, maar veel erger, want nu ben ik alleen.
    Niemand kan het iets schelen of ik leef of niet leef,' schreef
    Remco Campert in 1969. Overal in het werk van Remco Campert
    figureren katten en katers. Spinnend op schoot, verloren
    geraakt in de binnentuin, symbolisch met de kolder in hun kop.
    Al in zijn allereerste verhalenbundel duikt een kat op: de kater
    Gerrit die kan spreken, 'wat erg hinderlijk was'.
    Veel hinderlijker nog zijn die andere katers: die na een avond
    stevig doordrinken. 'Omdat ik het vorige avond laat had gemaakt,
    werd ik donderdag wakker met het gevoel dat ze me
    maar het beste in een oud karpet konden rollen.'
    Campert is specialist in beide, de katten en de katers. De katten
    zijn autonoom als hijzelf en kat en mens zijn onlosmakelijk met
    elkaar verbonden, zoals de poes uit Dagboek van een poes aantoont:
    'Ik ben zijn levende wekker. Als hij mij niet had, zou hij
    misschien wel altijd in bed blijven liggen.

  • Na het succes van de bundel Tijdelijk nieuw, waarin de schrijver zijn ergernissen ten aanzien van de vluchtige trends van tegenwoordig formuleerde, verschijnt nu Tijdloos ouderwets, Van Kooten verwoordt hierin zijn gevoelens van gemis met betrekking tot al het kostbare dat verdween. Het zijn diepergravende, langere stukken, waarvan er enkele in het succestijdschrift Hollands Diep verdwenen.
    Zoals altijd balanceert de schrijver virtuoos op de grens van ernst en humor, en kan de lezer zijn hart ophalen aan uiterst herkenbare emoties. En steeds meer geldt wat Het Parool schreef over Tijdelijk nieuw: 'Van Kooten betekent prettig lezen en genieten omdat hij een zeer fijnzinnige humor heeft waarover hij door ouder te worden meer en meer een filosofische sluier hangt en somberder overkomt.'

  • Een jonge vrouw laat haar auto repareren bij een Turkse garagehouder. Hij weet alles van de West Side Story en houdt net iets te lang haar hand vast. Een wellustige kunstenares komt een avondje bij een echtpaar eten. Fikse verwarring bij zowel de man als de vrouw. Een kleindochter bezoekt haar vergeetachtige oma. Samen kijken ze naar een documentaire over de Ku-Klux-Klan.
    Sanneke van Hassels verhalen zijn precies, filmisch en verrassend. Met kleine, veelzeggende details roept ze een hele wereld op. Veertien nieuwe verhalen van een groot talent.

  • Sinds 1988 woont Gerrit Komrij in het Portugese dorpje Vila Pouca da Beira. Vanuit zijn witte landhuis observeert hij sindsdien het dorp en zijn zesentachtig bewoners. Twee oude mannetjes houden een stokkengevecht om een wulpse Spaanse schone. De zwarte dorpspastoor lokt vooral vrouwelijke kerkgangers. Traditionele families werpen hun schaduw. Buurman Antonió vernielt een hek als zijn vrouw blijkt te zijn bevallen van een zwarte baby. Door Komrij s schitterende, precieze beschrijvingen en zijn droogkomische observaties roept Vila Pouca het landleven op in al zijn grootsheid en dreiging. Een hartverwarmend portret van het dorp waar Gerrit Komrij zich het meeste thuis voelt, maar waar hij ook altijd een buitenstaander zal blijven.

  • Thomas Verbogt en Frans Kusters leefden bijna een halve eeuw samen in de literatuur. Ze wisselden vele brieven over de grote en minder grote vraagstukken van literatuur, leven, verbeelding, collega-schrijvers en allerhande dagelijkse onderwerpen die niet aan hun literaire blik konden ontsnappen. De vriendschap werd ruw onderbroken door de dood. Als altijd kwam deze te vroeg en Verbogt besloot namens Kusters alsnog gehoor te geven aan een eerder plan hun levenslange gesprek vast te leggen in literaire vorm. Een boek over schrijven, over jongens die ouders werden maar toch jongens bleven. Een boek over de gesprekken die ze hadden, over hun afscheid, over wat er werd afgerond en niet meer afgerond kon worden.
    In Het eerste licht boven de stad heeft Thomas Verbogt op een zuivere en ontroerende manier het wezen van vriendschap weten te vangen. De intense herinneringen aan Frans Kusters worden gevolgd door een persoonlijke keuze uit zijn verhalen.

  • Vanaf zijn eerste Treitertrends (1969) heeft Kees van Kooten voornamelijk geschreven over alle lachwekkende ontwikkelingen binnen onze Nederlandse samenleving.

    Deze indrukwekkende reeks satirische en parodistische observaties (de modermismen) onderbrak hij op gezette tijden voor het schrijven van autobiografische verhalen waarin hij zichzelf humorvol maar genadeloos tegen het licht hield.

    Deze persoonlijke levenslijn loopt van Koot graaft zich autobio (1979), via Veertig (1982) en Hedonia (1984) naar Annie (2000). Dit klassiek geworden boekje, over de dood van zijn moeder, heeft nu een natuurlijke tegenhanger gevonden in Episodes; een kleine maar grootse romance over de eerste twee levensjaren van zijn kleinzoon Roman. Kees van Kooten omschrijft zich als een schattige opa, want de schrijver beschikt over een flinke hoeveelheid durf en zelfspot. En over een ruime mate aan scherts, satire, ironie en bovenal Liefde.

  • In haar nieuwe boek neemt Lauren Groff de lezer mee naar een wereld die zowel huiselijk als ongetemd is - een plek waar de dreigingen van de natuur altijd op de loer liggen, maar waar het grootste gevaar nog altijd gevormd wordt door de mens met zijn psyche en zijn emoties. Een korte vakantie kan worden verstoord door een panter op zoek naar voedsel, of door een geheime seksuele uitspatting. De verhalen in Florida worden bevolkt door een stel door hun ouders verlaten zusjes, een jongen die in alle eenzaamheid opgroeit, een rusteloos echtpaar, een dakloze vrouw en een onvergetelijk en terugkerend personage: een echtgenote en moeder in tweestrijd. De verhalen in deze bundel beschrijven uiteenlopende personages, stadjes, decennia (en soms zelfs eeuwen), maar Florida - met zijn landschap, klimaat, geschiedenis en unieke temperament - blijft altijd het middelpunt. Pijnlijk precies en effectief weet Groff te schrijven over de momenten en keuzes die de loop
    van een mensenleven bepalen.

  • Jules Deelder schreef zijn vroegste verhalen meer dan een halve
    eeuw geleden en net als de meester zelf zijn ze onverminderd
    swingend, modern en veelzijdig. Eerder verschenen al bloemlezingen
    waarin de muziek en de lach leidend waren. Nu is daar
    HARDGIN, een woordvondst van Deelder zelf, dat tegelijk de
    titel is van het openingsverhaal, dat hij speciaal voor deze
    bloemlezing schreef.
    HARDGIN vangt het duistere deel van het schrijverschap, dat
    begint bij de beklemmend lege zondagse straten van Deelders
    vroege jeugd. Steeds ook voert hij de lezer terug naar de Tweede
    Wereldoorlog, maar met evenveel lichtvoetigheid naar het
    mekka van de popcultuur en van de drank en drugs. 'Die nacht
    was het gitaarwonder bij mij te gast. Eerst rookten we op een tot
    zelfmoord nodende tweepersoonskamer met verlaagd plafond
    in Hotel Centraal nog een paar stevige joints, waarop het plafond
    een stuk lager kwam te hangen.'
    HARDGIN brengt de lezer dicht bij de kern van het schrijverschap
    van J.A. Deelder.

  • De verhalen van Hugo Claus zijn, zoals zijn hele oeuvre, van grote rijkdom. Ze zijn groots, veelzijdig, lichtvoetig, teder, bitter, geheimzinnig, komisch en virtuoos. Voor het eerst zijn alle verhalen bijeengebracht die Hugo Claus bij leven publiceerde. Klassiekers als 'Suiker' en 'De zwarte keizer' staan zij aan zij met fantasierijke, experimentele verhalen, waarvan enkele nog niet eerder werden gebundeld.

    Hugo Claus (1929-2008), auteur van een veelomvattend oeuvre van romans, verhalen, gedichten, toneelstukken en filmscripts, geldt als de belangrijkste naoorlogse Vlaamse schrijver. Zijn werk is bekroond met meer dan vijftig nationale en internationale literaire prijzen, waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren.

  • In de badkamer hing de gids van Parijs over het wasrek te drogen. Ze kleedde zich uit en gooide de kledingstukken in de wasmand. Toen liet ze het bad vollopen met gloeiend heet water, zo heet als ze kon verdragen. Langzaam liet ze zich zakken. Haar voeten, benen en buik kleurden rood. Ze was een garnaal, met een stevig pantser en een klein geheugen. Dichtbij de bodem dreef ze, onbeweeglijk, tot er iets langs kwam om haar scharen in te zetten.
    De personages uit de verhalen van Sanneke van Hassel zoeken een manier om grip te krijgen op hun leven. Hoe ingewikkeld dat is blijkt in deze eigenzinnige bundel keer op keer. Iets groter dan zijzelf is hen de baas. Soms gebeurt er niets en neemt de verbeelding het over, is er een gedachte die zich uitbreidt en niet wil stoppen.
    De stijl van de verhalen in dit debuut is helder en poëtisch. Het staat vol scherpe observaties en altijd is een onderhuidse spanning voelbaar. IJsregen is een veelzijdig debuut van een schrijfster met de gave de feiten te laten spreken zonder expliciet te worden.

  • Ruim tien jaar geleden publiceerde Gerrit Komrij de veelgeroemde bundel Humeuren en temperamenten, met als ondertitel Een encyclopedie van het gevoel. Met Demonen zet Komrij de lijn voort in een nieuwe en vermakelijke reeks verhalen en beschouwingen over de meest uiteenlopende emoties waaronder de mens gebukt kan gaan. Ook is het boek een vervolg op Verwoest Arcadië, Komrij's autobiografie die eindigt bij zijn studentenjaren. Veel herinneringen aan schrijvende collega's zal men tegenkomen, al of niet tussen de regels.
    Met zijn beweeglijke geest weet Komrij ook zichzelf genadeloos te ontleden. Met een kapmes en een rugzak hakt Komrij zich een weg door zijn eigen doen en laten, zijn succes en falen.
    In zijn persoonlijke vestzakparadijs laaft hij zich aan het verhevene en het banale, al blijft hij weerloos tegen te voorschijn stommelende binnendringers: 'Ik verlang naar het paradijs, daar ben ik heel gewoontjes in. Ik wil het paradijs nu. Ik wil het met me meedragen en koesteren. Ik wil het gereed hebben, om er elk gewenst moment een duik in te kunnen nemen.'

  • Margriet de Moor maakte bij her entree in de republiek der letteren in 1988 grote indruk met haar verhalenbundel Op de rug gezien. Vrijwel elke recensent viel het op dat haar stilistische gaven niet anders dan volwassen genoemd konden worden, en ook de technische beheersing van het ambacht werd omstandig geprezen. De zeven verhalen gaan over mensen die proberen toegang te krijgen tot een wereld die zich slechts tegenstribbelend kenbaar wil maken. Op de rug gezien is een klassiek debuut, en verdient het om in de oorspronkelijke vorm heruitgegeven te worden.

    Margriet de Moor, al lange tijd erkend als een van Nederlands belangrijkste auteurs, is sinds De verdronkene (2005) ook internationaal doorgebroken. De Duitse vertaling Sturmflut is unaniem enthousiast ontvangen, en in Oostenrijk werd ze tot 'Auteur van het jaar' uitgeroepen door het tijdschrift Buchkultur.

  • `Je stampte met je voet op de grond en er was een feest. Het is de beroemde eerste zin van het verhaal `De jongen met het mes van Remco Campert, de man met de typemachine. Campert beroert met zijn vingers de toetsen en er is direct de terloopse schoonheid waarop hij het patent heeft. De verhalen van Campert zijn steeds weer een feest voor nieuwe generaties lezers. Alleen al de slotalinea van `Hoe ik mijn verjaardag vierde bewijst dat ze tijdloos zijn: Ik werd wakker van het ruisen van het televisietoestel. Ik keek op mijn horloge. Nog veertig minuten en dan zat mijn verjaardag erop. Ik staarde naar de wirwar van flakkerende witte puntjes op het beeldscherm en ik had het gevoel of ik nooit geboren was en of ik nooit zou sterven, of ik altijd zo had geleefd en altijd zo maar zou verder leven. Bert Wagendorp maakte speciaal ter gelegenheid van de vijfentachtigste verjaardag van de eeuwig jonge auteur een keuze uit alle verhalen.

  • Na het succes van Joe Speedboot, de roman waarmee Tommy Wieringa als een komeet zijn naam in de Nederlandse letteren vestigde, nu een bundeling literaire reisverhalen over de meest uiteenlopende plekken op de wereld.
    De stilist in Wieringa is op zijn best als hij onbekommerd mag verhalen van vreemde gebieden en personen, dat blijkt eens te meer uit de verhalen over de meest avontuurlijke reizen. Deze verhalen, waaruit Wieringa vaak met veel succes voorleest, liggen aan de basis van zijn schrijverschap. We vergezellen de schrijver naar bekende en onbekende gebieden in de Caribische eilanden, Azië en Afrika. Maar ook naar Frankrijk, waar de schrijver een geliefde wil vergeten. Uit alle verschillende werelden en continenten komen de verhalen als bedoeïenen af op de geboren verteller en stilist die Wieringa is. 'De Sodade heeft een groot, warm lichaam en knort als een Russische grootmoeder in een bedstee', het is maar een van de vele vrolijke en originele vergelijkingen die dit boek rijk is. Dat leidt tot avontuurlijk en begeesterd proza, soms met een filosofische pendant zoals in de beste reisverhalen van Cees Nooteboom, soms met de empathie van iemand als Lieve Joris, maar altijd met de kracht en het plezier van Tommy Wieringa zelf.

  • Een zoon die vertwijfeld probeert om letters en woorden los te pulken uit het brein van zijn volledig verlamde moeder. Een vader die in gedachten meevliegt met zijn dochter, die diep in Afrika haar oudere broer gaat bezoeken. Een ballonvaart over een gebied dat vooral een geschakeerd taallandschap blijkt te zijn. Even bijkomen van de schooldag die erop zit.
    In De zoon, de maan en de sterren staan verhalen van het hier en nu naast verhalen die baden in de glans van het verleden en van een betoverde kindertijd. Maar ongeacht de tijd en het decor zijn al deze vertellingen doorspekt met vlijmscherpe, af en toe onthutsende observaties.

  • 'Van alle literaire vormen is het verhaal het meest geschikt om mee te spelen en te experimenteren in het verbijsterende dubbelzinnige gebied van de feiten en de woorden,' aldus Margriet de Moor. In Ik droom dus zijn vijftien van deze fascinerende experimenten opgenomen waarin personages de werkelijkheid met fantasie benaderen: op zoek naar mogelijkheden, invullingen, dromen en daden. In Ik droom dus ontvouwt zich het literair universum van Margriet de Moor, in de meest geconcentreerde vorm.

    Margriet de Moor, al lange tijd erkend als een van Nederlands belangrijkste auteurs, is sinds De verdronkene (2005) ook internationaal doorgebroken. De Duitse vertaling Sturmflut is unaniem enthousiast ontvangen, en in Oostenrijk werd ze tot 'Auteur van het jaar' uitgeroepen door het tijdschrift Buchkultur. De Engelse vertaling zal in de loop van 2008 bij de prestigieuze uitgeverij Knopf verschijnen.

  • Een bange zoon bezoekt zijn ouders in hun geheimzinnige appartement; een doodzieke man krijgt onverwacht bezoek van een hoer; een jonge, getrouwde vrouw vlucht in de armen van een gehandicapte jongen.

    Bas Heijne schrijft over mensen in situaties van extreme onzekerheid, waarin ze worden teruggeworpen op de kern van hun bestaan. Steeds zijn de onderhuidse obsessies en verlangens voelbaar. Met Vlees en bloed bewijst de essayist Heijne zich ook als verhalenverteller.

    'Heijne beheerst het verhalengenre als geen ander.' - Trouw

  • In deze bundel geraffineerde autobiografische schetsen geeft Remco Campert het proces van ouder worden op weergaloze wijze gestalte. Zijn wereld wordt weer klein, net als vroeger, en details worden belangrijker dan ooit.
    Het heden bestaat voornamelijk nog uit herinneringen, maar hoe betrouwbaar zijn die? Of het nu om bijzondere gebeurtenissen of om de dagelijkse werkelijkheid gaat, Campert maakt er parels van. Te vroeg in het seizoen is een ode aan de herinnering, het schrijven en het vergeten.
    Remco Campert is een meester, een onuitputtelijke bron, vol melancholie, humor en scherpzinnigheid.

  • In de nieuwe verhalenbundel van Bart Chabot volgen we het roerige leven van de auteur. Hilarisch hoogtepunt van Schiphol Blues is de novelle Cock Fart, waarin Chabot zijn omzwervingen met tv-kok Pierre Wind beschrijft. Met dit doldwaze verhaal beoefent Chabot een genre dat weinig opgeld doet in de Nederlandse literatuur: slapstick. Als de nieuwe Peppi en Kokki dwalen ze promotie door absurdistisch Fast Food Land.

  • Sinds het afgelopen jaar heeft Bart Chabot een veelgelezen en -geprezen column in de Haagsche Courant waarin hij een uniek beeld geeft van zijn geboortestad. Van meet af aan was duidelijk dat Chabots krantenbijdragen die inmiddels in frequentie zijn verdubbeld een publicatie in boekvorm verdienden. De beste stukken zijn nu in deze bundel bijeengebracht. Niet alleen Den Haag en zijn bewoners komen aan bod, Chabot schetst ook, tussen de bedrijven door, een meedogenloos zelfportret. Scheveningse wolken voert bovendien tot ver voorbij de Haagse stadsgrenzen: tot Den Helder en Delfzijl, tot Terneuzen en Sittard.

  • Bonita Avenue verovert inmiddels Brazilië en Scandinavië, de auteur zelf werkt in alle rust aan zijn tweede roman. Maar niet op donderdag, dan schrijft Peter Buwalda zijn column voor de Volkskrant. Wat moet dat moet. Toch neemt de schrijver de korte baan even serieus als de roman: het is 'draaien, keren, zagen, vijlen, vloeken en raspen.' Vaak zijn het hilarische korte verhalen. Soms breekt hij een lans. In deze derde bundel verhaalt hij bijvoorbeeld over in- en uitvalscollege drs. Sjonnie, bezoekt met vrienden de boekhoudersconferentie op Ibiza, en plaatst kanttekeningen bij de Beatleskunde van Robert ten Brink. En altijd, net als de lezer hem node begint te missen, is daar Lyndon B. Johnson, Buwalda's favoriete asshole. Met zijn lenige pen leidt hij ons door zijn kleurrijke universum.

empty