• In `De boekhandel van de wereld' vertellen Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen het verhaal van de opkomst en het grote succes van het bloeiende zeventiende-eeuwse Nederlandse boekenbedrijf. In de zeventiende eeuw was Nederland het centrum van de boekenwereld. In het verhaal over de Gouden Eeuw wordt dit zelden verteld. Het was de tijd van de voc, van Rembrandt en Vermeer, en alle aandacht is altijd uitgegaan naar de Hollandse schilderkunst. Maar per hoofd van de bevolking bezaten de inwoners van de Nederlandse republiek meer boeken dan in enig ander land in Europa. De mensen hier waren ongewoon goed geïnformeerd en politiek betrokken. Godsdiensttwisten, welvaart en politiek werden beïnvloed door wat er gelezen werd. Terwijl uitgevers elders in Europa failliet gingen, vernieuwden de Nederlandse uitgevers hun industrie: ze organiseerden boekveilingen en deden veel aan marketing en publiciteit. De aard van dat godvruchtige, welvarende, twistzieke en genereuze volk werd in belangrijke mate bepaald door wat het las.

  • Het is augustus 1602. In het huis van Dirck van Os, in de Nes in Amsterdam, kunnen mensen intekenen op het oprichtingskapitaal van de voc. Als de inschrijving sluit, zijn er 1143 namen geregistreerd. De eerste aandeelhouders van de voc zijn een feit. Niet veel later ontstaat in Amsterdam een levendige handel in aandelen.
    In De bakermat van de beurs vertelt Lodewijk Petram het fascinerende en tot dusver onbekende verhaal van het ontstaan van de beurshandel. Dicht op de huid van kooplieden, speculanten en fraudeurs brengt hij de zeventiende eeuw tot leven. Hij neemt de lezer mee naar de Dam, de Kalverstraat en de Nieuwe Brug, waar het allemaal begon. Het enerverende karakter, de vuige spelletjes, het verbod op short selling Petram laat zien dat verrassend veel kenmerken van de huidige aandelenhandel al in zeventiende-eeuws Amsterdam aanwezig waren.

  • `Vasthouden!' Het is 30 juni 1924 en minister van Financiën Hendrik Colijn aarzelt geen moment wanneer de grootste bank van het land op omvallen staat. De Rotterdamsche Bankvereeniging, een van de banken die later in ABN Amro zijn opgegaan, moet overeind gehouden worden. Pers, politiek en publiek reageren hevig verontwaardigd: jarenlang zijn er miljoenenwinsten verdeeld onder directie en aandeelhouders en nu is er plotseling gemeenschapsgeld nodig. Hoe is het zover gekomen?
    Lodewijk Petram neemt de lezer mee naar de oververhitte jaren na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Hij geeft een scherp beeld van de verstikkende wedloop waarin de banken verwikkeld raken en portretteert op prachtige wijze de excentrieke hoofdfiguren van de crisis: de overambitieuze en naïeve bankier Westerman, de sluwe zakenman Kröller en de kordate minister Colijn.
    De gelijkenis met het recente verleden is verbluffend en daarmee ook verontrustend, temeer omdat er in de jaren twintig geen maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen doordat de herinnering aan de crisis razendsnel vervaagt. Lodewijk Petram haalt deze vergeten bankencrisis met ongekende verve naar boven.

  • Verborgen allianties tussen staat en wetenschap in België.
    Het laboratorium met zijn glanzende proefbuizen en steriele witte jassen geniet vandaag een onbetwiste autoriteit als bron van kennis. Universiteiten waren de eersten om het laboratorium als site van wetenschapsbeoefening te introduceren. In Wetenschap op de proef schetst Lyvia Diser hoe ook de Belgische staat daarna de mogelijkheden verkende om laboratoriumwetenschap in zijn beleid een plaats te geven. De auteur toont aan dat de onbetwiste objectiviteit en autoriteit van het laboratorium het resultaat was van een subtiel gevoerde en soms verbeten strijd tussen verschillende belangengroepen. Daarbij werd laboratoriumwetenschap binnen overheidsrangen getemd tot een niet-controversieel en hanteerbaar instrument, in het licht van de vooruitgang van de Belgische staat. De lezer krijgt zo een verrassende inkijk in de verborgen allianties tussen staat en wetenschap in de Belgische geschiedenis rond en na de eeuwwisseling.

  • Hoe lang moet je in dit land wachten om geschiedenis te mogen schrijven? In het dossier-Lahaut duurde het een halve eeuw vooraleer de gerechtelijke omerta doorbroken mocht worden. Maar: justice must be seen to be done. De parlementairen, de wetgever, de bevolking moeten de mogelijkheid krijgen te lezen waarom justitie faalde, wat er misliep, hoe en waarom die dingen konden gebeuren ... Voor de lakse aanpak van corruptie bij parlementsleden, rechters en procureurs, kreeg ons land een fameuze uitbrander van de Greco, de groep van de Raad van Europa tegen corruptie: "Van de 15 aanbevelingen die 2 jaar geleden zijn gelanceerd, heeft Belgi er geen enkele voldoende in de praktijk gebracht."

  • Brood

    Peter Scholliers

    Om de wereld te begrijpen, is het best de kern van het bestaan te onderzoeken, en al lang draait die rond brood. In 1850 vergde brood een derde van de gezinsuitgaven en leverde het 60% van de dagelijkse calorieën. Geleidelijk veranderde dit en vandaag besteedt het gemiddelde gezin 0,8% van zijn uitgaven aan brood, wat zorgt voor 12% van de dagelijkse calorieën. Transformaties in landbouw, transport, productie, beleid en consumptie verklaren deze cijfers. Daarom is de geschiedenis van het brood in feite de geschiedenis van álles. Bepalend waren de prijsrevolutie rond 1890 en de smaakrevolutie rond 1990. De eerste zorgde voor betaalbaar en zuiver wit brood, de tweede voor betaalbaar en gezond bruin brood.

    In Brood bestudeert Peter Scholliers de actoren die deze geschiedenis maken: broodeters, bakkers en overheden. Hij vertelt over broodprijzen, broodconsumptie, winstmarges, fraude, heteluchtovens, additieven, nachtarbeid, broodfabrieken, lonen, wetgeving en nog veel meer. Het huldigt de kleine (thuis)bakker die elke dag smakelijk en gezond brood op de plank zet.

    Peter Scholliers (1953) was hoogleraar Geschiedenis (VUB). Hij onderzocht de geschiedenis van sociale ongelijkheid, levensstandaard, voeding, lonen en prijzen, en de materiële cultuur van 1800 tot vandaag. Eerder publiceerde hij Arm en rijk aan tafel en Geschiedenis van de ongelijkheid.

  • De haven van Antwerpen telt vandaag de dag 65.000 voltijdse banen en genereert bijna 3% van het bruto binnenlands product. Over de manier waarop dit economische complex tot stand kwam, is maar weinig bekend - behalve dat er sinds 150 jaar een bijna explosieve groei moet hebben plaatsgevonden.

    Haven in de branding analyseert voor het eerst het tijdspad,de oorzaken en gevolgen van deze groei op basis van de goederen-stromen en de toegevoegde-waardecreatie. Zo wordt de waarde van de Antwerpse staaltrafiek verduidelijkt, net als de impact van de tonnage balans, de mythe van de 'spoorweghaven Antwerpen' en het 'Belgische' karakter van de overslag. Ook de groei bij inter-nationale concurrenten Rotterdam en Hamburg komt aan bod.

    Centraal staat de vraag hoe de haven van Antwerpen goederen-stromen kon aantrekken. Was de haven gelijk een rots in de branding overgeleverd aan de grillen van de stroming, of hadden havenarbeiders en havenbestuurders invloed op de richting en de sterkte van de stroom?

  • Het is tegenwoordig nauwelijks meer voor te stellen dat Nederland gedurende een groot deel van de twintigste eeuw voor zijn energievoorziening in hoge mate afhankelijk was van Limburgse steenkool. Pas in de jaren 1970 kwam hieraan een einde en moesten tienduizenden mijnwerkers omzien naar ander werk. Nu, bijna veertig jaar na de sluiting van de mijnen, is in Limburg het besef gegroeid dat de mijnbouw en
    de mijnwerkers van groot belang zijn geweest voor de identiteit van
    de streek rondom Heerlen, Geleen en Kerkrade.
    Mijnwerkers in Limburg wil niet alleen de herinnering aan de mijn­werkers levend houden, maar ook inzicht verschaffen in de aard van hun werk, de sociale verhoudingen en de cultuur in de nu verdwenen samenleving rondom de mijnen. Hierbij staan de koempels centraal. Hun lotgevallen vormen het vertrekpunt voor deze boeiende
    geschiedenis.
    Met bijdragen van:
    Ad Knotter, Serge Langeweg, Erik Nijhof, Jan Peet en Willibrord
    Rutten. Beeldredactie: Paul Arnold.

  • Slikken

    Joop Bouma

    Schrijft uw dokter u het medicijn voor dat het beste voor u is, of het middel waarmee hij geld of een leuk cadeautje krijgt van de fabrikant?

    De farmaceutische industrie in Nederland geeft jaarlijks honderden miljoenen uit aan de promotie van geneesmiddelen en zoekt voortdurend naar nieuwe wegen om middelen in de pen van de dokter te krijgen. Daarbij worden soms de grenzen van het toelaatbare overschreden. Ondanks ingrijpen van de overheid worden artsen en patiëntengroepen gebruikt voor de lobby van vaak overbodige pillen en worden wetenschappers betaald om de publieke en politieke opinie te beïnvloeden.

    Intussen wordt er amper geld besteed aan geneesmiddeleninnovatie. De farmaceutische bedrijven in ons land zijn handelsondernemingen geworden voor de marketing van ziekten en medicijnen.

    Journalist Joop Bouma legt in dit boek bloot hoe de farmaceutische industrie in Nederland het geneesmiddelenbeleid domineert, met grote gevolgen voor iedereen. Op boeiende en toegankelijke wijze beschrijft hij hoe de sector artsen fêteert, overbodige middelen op de markt brengt en ziekten bedenkt voor de afzet van nieuwe pillen. `Slikken is een onthutsend en belangwekkend boek over de macht van de farmaceutische industrie, waar iedereen mee te maken heeft.

    Joop Bouma, journalist bij Trouw, volgt de farmaceutische industrie al jaren. Hij publiceerde eerder `Het rookgordijn, over de macht van de Nederlandse tabaksindustrie.

  • Vrije jongens

    Cordula Rooijendijk

    Wie zaten er achter de handel die Nederland ooit rijk maakte?
    Cordula Rooijendijk portretteert de succesvolle ondernemers van toen, de `vrije jongens' van de Hanze, de Bergenvaarders, de VOC en de WIC. Ze vertelt over Hinrick van Hasselt, die alle Hanzegeboden negeerde en zijn stokvissen gewoon in Noorwegen verkocht, over Louis de Geer, die zonder scrupules vanuit Zweden de WIC beconcurreerde, over Jan Reeps, die in z'n eentje Zuid-Amerika wilde koloniseren, en over Anthony van Hoboken, die rustig in slavenjongens bleef handelen toen dat allang verboden was.
    Vrije jongens is een meeslepend, inspirerend en soms huiveringwekkend verhaal over mensen van vlees en bloed die maar één handelsmotto hadden: als het moet verkoop je ook jezelf.

  • Ooit was België een van de economische grootmachten die de moderne wereld beheersten. In een eeuw tijd is er echter heel wat veranderd. Twee wereldoorlogen, ettelijke crisissen en technologische revoluties later is België een klein Europees land met een tanende industrie. Het land worstelt met de uitdagingen van de toekomst. Staat de Belgische economie stil?
    Om die vraag goed te beantwoorden, moet je het verhaal van de afgelopen eeuw vertellen. Erik Buyst en Kristof Smeyers tonen in Het gestolde land hoe politici, werkgevers en gewone werknemers hebben gereageerd op de grote en kleine schokken van de geschiedenis. Ze beschrijven ook wat die Belgische economie kenmerkt. De Belgische economie, die sowieso al kreupel uit de Eerste Wereldoorlog kwam, werd gaandeweg steeds meer bepaald door trauma's uit het verleden, inkapselwoede en immobilisme. Danst het gestolde België al honderd jaar op een slappe koord?

  • De geldmakers

    Véronique Goossens

    Sinds haar oprichting in 1850 wordt de Nationale Bank van België (NBB) gezien als een van de betrouwbaarste, maar ook geheimzinnigste instellingen van het land. Na de invoering van de euro verdwenen onze Belgische briefjes en munten, en leek de NBB een relict uit het verleden. Wat is haar bestaansrecht vandaag? Welke rol speelde ze tijdens en na de financiële crisis, toen onze banken aan de afgrond stonden? En hoe luid klinkt haar stem in het koor van de grote Europese Centrale Bank in Frankfurt?

    Met veel zin voor detail vertelt Véronique Goossens wat er zich achter de schermen van de Nationale Bank afspeelt. De geldmakers gaat over het geld dat ons dagelijks leven bepaalt en over centrale bankiers die in de eerste plaats mensen zijn.


  • The wealth and patrimony of religious institutes.
    During the French Revolution almost all monasteries and abbeys were suppressed and their possessions seized. Yet after the French Revolution many religious institutes were very successful in re-establishing themselves, sometimes accumulating large patrimonies, against the background of often hostile political forces.

    This book deals with the question of how the religious orders and congregations rebuilt their patrimony, a necessary prerequisite for the growth of the number of religious, educational and charitable services.

    The authors discuss the (real or supposed) wealth, the financial structures, and the management and juridical foundations of the orders and congregations in Italy, Spain, Portugal, France, Luxembourg, Belgium, Ireland, and the United Kingdom from the late eighteenth century to the 1930s.

    Contributors
    B. Bodinier (Université de Rouen), M. de Fátima Brandão (Universidade do Porto), M. Casta (Université de Picardie Jules Verne), J. De Maeyer (kadoc - University of Leuven), X. Dusausoit (Centre Scolaire du Sacré-Coeur de Jette), J. Frith (capa International Education, London), G. Gregorini (Università Cattolica del Sacro Cuore, Brescia), J. Koppen (VSAD Karel Cuypers), M. Luddy (University of Warwick), C. Mangion (Birkbeck, University of London), J. Oliveira (Universidade do Porto), P.M. Perluss (Université Pierre Mendes France Grenoble), R. L. Philippart (ucl et Directeur de l'Office National du Tourisme du Grand-Duché de Luxembourg), G. Rocca (Dizionario Degli Istituti di Perfezione), B. Truchet (Professeur retraitée), J. Tyssens (VUB), M. Van Dijck (Flanders Heritage and UHasselt) and Fco. J. Fernández Roca (Pablo de Olavide University de Sevilla).

empty