• Banda

    Marjolein van Pagee

    `Daer can in Indiën wat groots verricht worden.' Deze woorden van Jan Pieterszoon Coen prijken in gouden letters boven de deur die toegang geeft tot de Regentenkamer in het gebouw van de Tweede Kamer. Nog steeds wordt Coen, die verantwoordelijk was voor de genocide op de Bandanezen, vereerd als grondlegger van een koloniaal rijk.
    Vóór de komst van de Europeanen vormde Banda het centrum van een goed functionerend handelsnetwerk in nootmuskaat en foelie. Daaraan kwam abrupt een einde toen Nederlandse schepen in 1599 de kleine archipel bereikten. De Nederlanders dwongen de Bandanezen de handel met andere volken te staken en uitsluitend aan de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) te leveren. Natuurlijk verzetten de eilandbewoners zich tegen deze absurde eis, waarop het VOC-bestuur besloot om hen met geweld van hun land te verdrijven en er een plantagekolonie te stichten. Coens brute optreden uit 1621 was het sluitstuk van een reeks geweldsdaden waarbij de Bandanese bevolking werd verjaagd, vermoord en tot slaaf gemaakt.
    In Banda laat Marjolein van Pagee zien hoe dit alles zich verhoudt tot de VOC als bezettingsmacht en het koloniale onderdrukkingssysteem dat hieruit voortkwam. Van Pagee plaatst de genocide in de grotere context van de `vaderlandse geschiedenis' en dus het ontstaan van Nederland als natiestaat.

  • 1883 was een bewogen jaar in de koloniale verhoudingen. De Atjehoorlog was tien jaar gaande en ondanks de genocidale strijd was het verzet tegen de Hollandse kolonisator niet gebroken. De 'Kompenie' blokkeerde de havens in Noord-Sumatra, wat kwaad bloed zette bij het oppermachtige Britse imperium. In november van dat jaar strandde ook nog eens de Engelse vrachtvaarder Nisero voor de westkust van Sumatra. De bemanning werd gegijzeld, maar het Nederlands gezag reageerde onzeker. 'Een onbeduidend vorstje met nog geen 2000 onderdanen ringeloort twee Grote Mogendheden,' kopte The Singapore Free Press destijds. Gedurende tien maanden verkeert de bemanning in de greep van een grillige rajah. Hun losprijs loopt gelijk op met de temperatuur in de betrekkingen tussen de Engelsen en de Hollanders, die op geslepen wijze tegen elkaar worden uitgespeeld. Ondertussen komen achter de coulissen van het krijgsgeweld twee werelden samen, in de ontmoeting tussen de delicate Britse kapiteinsvrouw en de zelfverzekerde echtgenote van de rajah.

  • Soldaten van smaragd

    Fred Lanzing

    In de periode 1880-1914 werd Nederlands-Indië als staatkundige eenheid gecreëerd. De hele archipel werd gewapenderhand veroverd en bezet door het koloniale leger, het KNIL. Van de veldtochten en militaire acties van dit leger bestaan rapporten en verslagen. Ook is er een aantal herdenkingsboeken. Maar hoe groot was het KNIL eigenlijk? Hoe werden rekruten opgeleid en waar kwamen ze vandaan? Wat deden de vrouwen bij dit leger en wat was hun positie? En de dwangarbeiders? Hoe was het dagelijks leven in kleine geïsoleerde fortjes in de binnenlanden en hoe was het om wekenlang met een kleine patrouille door de wildernis te trekken? Aan de hand van het aantekenboekje van zijn grootvader, een officier die van 1885 tot 1911 in het KNIL diende, beschrijft Fred Lanzing allerlei onbekende aspecten van het KNIL. Hij raadpleegde officiële rapporten en verslagen, kranten en tijdschriften, jongensboeken, (auto)biografieën, wetenschappelijke artikelen en romans. Wat zo ontstaat is een uniek beeld van het dagelijks leven van mannen, vrouwen en kinderen in een koloniaal leger dat honderdtwintig jaar lang een fascinerende maatschappij binnen een maatschappij vormde.

empty