• Banda

    Marjolein van Pagee

    `Daer can in Indiën wat groots verricht worden.' Deze woorden van Jan Pieterszoon Coen prijken in gouden letters boven de deur die toegang geeft tot de Regentenkamer in het gebouw van de Tweede Kamer. Nog steeds wordt Coen, die verantwoordelijk was voor de genocide op de Bandanezen, vereerd als grondlegger van een koloniaal rijk.
    Vóór de komst van de Europeanen vormde Banda het centrum van een goed functionerend handelsnetwerk in nootmuskaat en foelie. Daaraan kwam abrupt een einde toen Nederlandse schepen in 1599 de kleine archipel bereikten. De Nederlanders dwongen de Bandanezen de handel met andere volken te staken en uitsluitend aan de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) te leveren. Natuurlijk verzetten de eilandbewoners zich tegen deze absurde eis, waarop het VOC-bestuur besloot om hen met geweld van hun land te verdrijven en er een plantagekolonie te stichten. Coens brute optreden uit 1621 was het sluitstuk van een reeks geweldsdaden waarbij de Bandanese bevolking werd verjaagd, vermoord en tot slaaf gemaakt.
    In Banda laat Marjolein van Pagee zien hoe dit alles zich verhoudt tot de VOC als bezettingsmacht en het koloniale onderdrukkingssysteem dat hieruit voortkwam. Van Pagee plaatst de genocide in de grotere context van de `vaderlandse geschiedenis' en dus het ontstaan van Nederland als natiestaat.

  • België en India hebben op het eerste gezicht weinig gemeen. Toch hebben beide landen elkaars paden regelmatig gekruist. Het Zuid-Aziatische subcontinent trok eeuwenlang handelaars, missionarissen en avonturiers uit onze regio's aan. Maar India fascineerde ook mensen in België zelf. Indologen en yogaleraars brachten het land in verband met oude culturen en spiritualiteit. Het brede publiek associeerde India lang met maharadja's en fakirs: relicten van de koloniale propaganda en de oriëntalistische stereotypering. Geleidelijk leren steeds meer Belgen Indiërs ook op andere manieren kennen, want immigratie en globalisering maken de banden intenser dan ooit.

    Het wiel van Ashoka verschijnt in het kader van 'Europalia India'. Dit toonaangevend internationaal festival loopt van 4 oktober 2013 tot 26 januari 2014 en brengt India naar het hart van Europa.

    Bijdragende auteurs: Idesbald Goddeeris (KU Leuven), Michael Limberger (Universiteit Gent), Christophe Vielle (Université Catholique de Louvain), Jan Parmentier (MAS, Antwerpen), Wim De Winter (Universiteit Gent), Gerrit De Vylder (Thomas More College, Antwerpen), Felicia Wauters (Leuven), Luc Vints (KADOC, KU Leuven), Tom De Bruyn (HIVA, KU Leuven), Jan van de Poel (Vrije Universiteit Brussel), Kalyani Unkule (Jindal Global University), Winand Callewaert (KU Leuven), Patrick Pasture (KU Leuven), Elwin Hofman (KU Leuven), Dominique De Brabanter (KU Leuven), Pieter De Messemaeker (Universiteit Gent), Sara Cosemans (Columbia University), Hannelore Roos (KU Leuven) en Chris De Lauwer (MAS, Antwerpen)

  • Science as an instrument to justify religious missions in secular society.
    The relationship between religion and science is complex and continues to be a topical issue. However, it is seldom zoomed in on from both Protestant and Catholic perspectives. By doing so the contributing authors in this collection gain new insights into the origin and development of missiology. Missiology is described in this book as a "project of modernity," a contemporary form of apologetics. "Scientific apologetics" was the way to justify missions in a society that was rapidly becoming secularized.
    Mission & Science deals with the interaction between new scientific disciplines (historiography, geography, ethnology, anthropology, linguistics) and new scientific insights (Darwin's evolutionary theory, heliocentrism), as well as the role of the papacy and what inspired missionary practice (first in China and the Far East and later in Africa). The renewed missiology has in turn influenced the missionary practice of the twentieth century, guided by apostolic policy. Some "missionary scholars" have even had a significant influence on the scientific discourse of their time.

    La relation entre religion et science a beau être complexe et toujours actuelle, protestants et catholiques s'étaient rarement penchés sur le sujet. En se livrant à l'exercice dans ce livre, les auteurs ont fait de nouvelles découvertes sur la naissance et le développement de la missiologie. Celle-ci est décrite dans l'ouvrage comme un « projet de modernité », une forme contemporaine d'apologétique. Cette « apologétique scientifique » était le moyen par excellence de justifier l'existence des missions.
    Cette publication aborde tant l'interaction avec les nouvelles disciplines scientifiques (historiographie, géographie, ethnologie, anthropologie, linguistique) et les nouvelles théories scientifiques (évolutionnisme de Darwin, héliocentrisme) que le rôle de la papauté et l'inspiration de la pratique missionnaire (d'abord en Chine et en Extrême-Orient, puis en Afrique). Cette missiologie « enrichie » a à son tour agi sur la pratique missiologique du XXe siècle, soutenue dans cette voie par la politique apostolique. Certains « missionnaires savants » ont même influencé de manière remarquable le discours scientifique de leur époque.

    Contributors:
    Giancarlo Collet (University of Münster), Neil Collins (Missionary Society of St. Columban), Mariano Delgado (Université de Fribourg), Norman Etherington (University of Western Australia), Patrick Harries (Universität Basel), Jan A.B. Jongeneel (Universiteit Utrecht), Philippe Laburthe-Tolra (Université de Paris V Sorbonne), Eugène Lapointe (Université Saint-Paul Ottawa), Magnus Lundberg (Uppsala University), David Neuhold (Université de Fribourg), Peter Nissen (Radboud Universiteit Nijmegen), Armin Owzar (Université de Paris 3), Olivier Rota (Université d'Artois), Marc Spindler (Universiteit Leiden), Jan van Butselaar (Protestantse Kerk in Nederland), An Vandenberghe (Zorgbedrijf OCMW Antwerpen), Dirk Van Overmeire (KADOC-KU Leuven), Frans J. Verstraelen (State University of Zimbabwe), Laurick Zerbini (Université Lyon 2), Jean-François Zorn (Institut Protestant de Théologie-Faculté de Montpellier).

  • 1883 was een bewogen jaar in de koloniale verhoudingen. De Atjehoorlog was tien jaar gaande en ondanks de genocidale strijd was het verzet tegen de Hollandse kolonisator niet gebroken. De 'Kompenie' blokkeerde de havens in Noord-Sumatra, wat kwaad bloed zette bij het oppermachtige Britse imperium. In november van dat jaar strandde ook nog eens de Engelse vrachtvaarder Nisero voor de westkust van Sumatra. De bemanning werd gegijzeld, maar het Nederlands gezag reageerde onzeker. 'Een onbeduidend vorstje met nog geen 2000 onderdanen ringeloort twee Grote Mogendheden,' kopte The Singapore Free Press destijds. Gedurende tien maanden verkeert de bemanning in de greep van een grillige rajah. Hun losprijs loopt gelijk op met de temperatuur in de betrekkingen tussen de Engelsen en de Hollanders, die op geslepen wijze tegen elkaar worden uitgespeeld. Ondertussen komen achter de coulissen van het krijgsgeweld twee werelden samen, in de ontmoeting tussen de delicate Britse kapiteinsvrouw en de zelfverzekerde echtgenote van de rajah.

  • Soldaten van smaragd

    Fred Lanzing

    In de periode 1880-1914 werd Nederlands-Indië als staatkundige eenheid gecreëerd. De hele archipel werd gewapenderhand veroverd en bezet door het koloniale leger, het KNIL. Van de veldtochten en militaire acties van dit leger bestaan rapporten en verslagen. Ook is er een aantal herdenkingsboeken. Maar hoe groot was het KNIL eigenlijk? Hoe werden rekruten opgeleid en waar kwamen ze vandaan? Wat deden de vrouwen bij dit leger en wat was hun positie? En de dwangarbeiders? Hoe was het dagelijks leven in kleine geïsoleerde fortjes in de binnenlanden en hoe was het om wekenlang met een kleine patrouille door de wildernis te trekken? Aan de hand van het aantekenboekje van zijn grootvader, een officier die van 1885 tot 1911 in het KNIL diende, beschrijft Fred Lanzing allerlei onbekende aspecten van het KNIL. Hij raadpleegde officiële rapporten en verslagen, kranten en tijdschriften, jongensboeken, (auto)biografieën, wetenschappelijke artikelen en romans. Wat zo ontstaat is een uniek beeld van het dagelijks leven van mannen, vrouwen en kinderen in een koloniaal leger dat honderdtwintig jaar lang een fascinerende maatschappij binnen een maatschappij vormde.

  • Van de dagen van Leopold II tot de dag dat koning Boudewijn Congo onafhankelijk verklaarde, was de Leuvense universiteit actief in de kolonie. Hoogleraren en onderzoekers ondernamen tropische expedities en volgden de veranderende kennis van Congo in Leuven op. Belgische studenten voegden zich bij de ontdekkingsreizen van Stanley, namen deel aan de exploitatie van Katanga of sympathiseerden met de onafhankelijkheidsstrijd. In die strijd speelde Leuven een voortrekkersrol met de Lovanium-universiteit die zij nabij Leopoldstad oprichtte. Op basis van archiefonderzoek en interviews brengt Ruben Mantels een intrigerend portret van Lovanium, de universiteit onder de tropenzon. Mantels beschrijft het dagelijks leven op de campus, verhaalt van tropische carrières en portretteert de eerste generatie Congolese intellectuelen. Geleerd in de tropen is een geschiedenis van een universiteit en een kolonie, van 'blanken' en 'zwarten', van kolonisatie en dekolonisatie. Het vertelt over de faam van koloniale helden en over de pioniers van Lovanium en doet dit in een aantrekkelijke stijl, met een ruime keuze aan origineel beeldmateriaal.

empty