• In social care, mobilizing network support is a topical issue. Networks are at the heart of Family Group Conferencing, or Family Group Decision Making. FGC originated in New Zealand but has spread to many countries worldwide. In this book, FGC researchers with different methodological orientations discuss their findings and reflect candidly on the methodological choices they made and the challenges faced. The `what works' versus `context' controversy in social work research is highlighted from different perspectives. Moreover, the interaction between FGC and the care system in which it is embedded, is illustrated through a variety of disciplines including governance studies, law, and economic analysis.

    The wealth of insights collated make this book unique. The book is relevant for researchers, care professionals and (inter-) national policy makers. They will benefit from the experiences and visions shared in this book.

    Ten different research teams have contributed to this book. The editors are associate professors at Erasmus University, Rotterdam. This publication was financially supported by the Netherlands Organization for Scientific Research and the Municipality of Rotterdam.

  • Omwille van fatsoen Nieuw

    In Omwille van fatsoen onderzoekt Van der Zwaard de risico's van `institutionele vernedering' in de Nederlandse verzorgingsstaat. Verwonderd door het gemak waarmee politiek en beleid opvattingen over een menswaardig bestaan institutionaliseren, stelt zij dat de Nederlandse verzorgingsstaat in zijn streven om menselijke waardigheid voor iedereen te garanderen juist diezelfde waardigheid onder druk zet. Over deze stelling gaat Van der Zwaard met zowel klassieke als eigentijdse denkers in gesprek, daarbij geïnspireerd door filosoof Avishai Margalit en zijn verhaal over de fatsoenlijke samenleving.

    Van der Zwaard schetst in haar onderzoek een kritisch samenspel van mens, werk en taak in de Nederlandse verzorgingsstaat. Op grond daarvan analyseert zij de decentralisaties van 2015 en de opvattingen over menswaardig bestaan die daarin een rol spelen.

    "Het idee is dat je mensen leert zelfredzamer te worden. Daar ben ik mee opgehouden."

    In de gemeente Utrecht observeert Van der Zwaard ontmoetingen tussen buurtteammedewerkers en inwoners. Daar krijgt de verzorgingsstaat gezicht en wordt duidelijk wat nodig is om mensen in hun waarde te laten. Buurtteammedewerkers nemen de ruimte om zich een beeld te vormen van de mensen die zij ontmoeten en ondersteunen. Dat lukt soms dankzij, maar vaker ondanks de opvattingen over menswaardig bestaan die zij van politiek en beleid meekrijgen.

    Dit onderzoek biedt actuele en relevante inzichten voor allen die betrokken zijn bij het streven naar menswaardige zorg.

  • Facebook en Google verwijderen opinies. Inlichtingendiensten weten wat burgers zeggen en denken. Politici schrijven voor welke woorden mensen mogen gebruiken. Geestdrijvers bepalen wat mensen wel en niet moeten denken. En tegenspreken? Dat is, zeker sinds het coronajaar 2020, niet de bedoeling. George Orwell beschreef in zijn boek 1984 een somber toekomstbeeld: een onvrije samenleving vol dwang. Zulke onvrijheid konden we ons in Nederland decennialang niet voorstellen. Waarom zien we in ons dagelijks leven dan toch steeds vaker autoritaire ontwikkelingen? In Dwingeland beschrijft Coen de Jong dat veel voorspellingen van Orwell uit 1984 sluipenderwijs uitkomen en hun intrede doen in de polder. Onze grondwettelijk vastgelegde vrijheden en burgerrechten komen daarbij steeds vaker in de knel.

  • Informatie speelt een rol in bijna alle onderdelen van de samenleving: van thermodynamica tot DNA, van het gebruik van onze mobiele telefoon tot internet. In dit Elementaire Deeltje geeft filosoof Luciano Florido, een autoriteit op hetgebied van informatiefilosofie en ethiek, op verhelderende manier uitleg over dit voor ons zo essentiële begrip. En hij legt uit dat we niet alleen het risico op `fear of missing out lopen, maar ook op een overdosis aan informatie die we niet meer kunnen verwerken, de `infoglut.
    Florido bespreekt themas als toegankelijkheid en privacy, eigendom, auteursrecht en open source. Dit boek verduidelijkt het begrip informatie en laat zien hoe informatie ons kan helpen beter vat te krijgen op de wereld om ons heen.

    Geweldig verhelderend. Steven Poole, The Guardian

    -Luciano Floridi is hoogleraar filosofie en onderzoeker aan de Universiteit van Hertfordshire; daarnaast is hij verbonden als onderzoeker aan het St. Cross College van de Universiteit van Oxford.

  • De risico-regelreflex is een term die sinds zijn introductie in 2010 steeds meer gebruikt wordt. Het verschijnsel wordt breed herkend onder bestuurders, volksvertegenwoordigers, ambtenaren, wetenschappers en journalisten, maar wordt op uiteenlopende manieren geduid. Deze publicatie geeft een uitgebreide definitie van de risico-regelreflex, die duidelijk maakt dat het gaat om de valkuil om na het bekend worden van een risico of naar aanleiding van een incident maatregelen te nemen die in wezen ondoordacht zijn. Zulke maatregelen kunnen de vorm hebben van wet- en regelgeving, normstelling, toezicht of voorzieningen.

    Adequaat omgaan met de risico-regelreflex is een van de voorwaarden van goed bestuur. Het herkennen van de reflex is een belangrijke eerste stap in het vermijden ervan. Daarom worden in dit boek voor het eerst de aanjagende krachten benoemd die ertoe kunnen leiden dat overheden of andere organisaties zich gedwongen voelen om met snelle en vaak drastische risicobeperkende maatregelen te komen. De aanjagende krachten gaan vaak vergezeld van typerende uitspraken die als symptomen opgevat kunnen worden. Een bekende uitspraak is bijvoorbeeld `Dit mag nooit meer gebeuren'. Ook worden de dempende krachten in beeld gebracht waarmee de risicoregelreflex voorkomen kan worden.

    De hoofdmoot van het boek bestaat uit de beschrijving van het openbare debat in de volksvertegenwoordiging en de media rond 27 voorbeelden, met telkens een korte analyse van de aanjagende en dempende krachten die daar te zien zijn. De voorbeelden bevinden zich vooral in het fysieke en het sociale domein, met een enkele uitzondering, zoals de maatregelen tegen uitkeringsfraude. Negen voorbeelden spelen zich af binnen een gemeente, zestien binnen de rijksoverheid en twee Belgische voorbeelden sluiten de reeks af.

    In de bijlage is een aantal Nederlandse en internationale publicaties opgenomen waarin andere casuïstiek te vinden is, met uiteenlopende methodiek en mate van detaillering.

    Het boek is gebaseerd op de inzichten die tussen 2010 en 2014 ontwikkeld zijn door het interdepartementale programma Risico's en verantwoordelijkheden.

  • Het kwalitatieve interview heeft veel weg van een goed gesprek. Wat maakt iemand tot een goede gesprekspartner? Dat hij luistert met aandacht, meedenkt en meevoelt met het vertelde en je laat uitspreken. Kortom: een invoelende ruimte biedt en belangstellend is. Is zo iemand vanzelf een goede interviewer? Nee, want alhoewel hiermee de basis is gelegd voor een deel van de kunst waar de titel van dit boek naar verwijst, heeft een interviewer additionele kennis en vaardigheden nodig. Dat is de kunde die in dit boek uitgebreid besproken wordt. Een interview kun je allereerst zien als een vraaggesprek met een welbepaald informatiedoel. En pas als de vaardigheden van de goede gesprekspartner samenkomen met de kunde van de onderzoeker is er sprake van de interviewkunst waar in de titel naar wordt verwezen.

    In deel I van Kwalitatief interviewen: kunst én kunde wordt de theorie uiteengezet, aangevuld met ervaringstips. Dit deel is voor deze tweede druk herzien, aangevuld en geactualiseerd. Daarnaast zijn er nieuwe inzichten van de auteur in verwerkt. In deel II doen een aantal auteurs op basis van eigen ervaring uit de doeken hoe zij bepaalde typen interviews verrichten, dan wel een bepaald soort respondenten benaderen en interviewen. Dit deel is ongewijzigd gebleven. Tot slot is het boek verrijkt met QR-codes naar relevante websites.

    Doelgroep
    Het boek is geschreven voor iedereen die vanwege opleiding of beroep te maken heeft met het (leren) doen van kwalitatieve interviews.

  • Uitvoeringsorganisaties als het UWV, de Belastingdienst en het CBR verschijnen zelden positief in het nieuws. Er lijkt van alles mis te gaan in de uitvoering van beleid. Is dat echt zo? En zo ja, hoe komt dat? In dit essay worden 10 lessen gepresenteerd op grond van 25 jaar onderzoek naar uitvoeringsorganisaties. Hieruit komt een genuanceerder beeld naar voren: veel problemen in de uitvoering worden veroorzaakt door de politiek en tekortkomingen in de aansturing door ministeries. De oplossing die vaak wordt gekozen, reorganisatie, gaat niet werken. In plaats daarvan moeten politici en ministeries meer leren loslaten en vertrouwen op en investeren in de professionaliteit van de uitvoering.

    Dit essay is geschreven voor beleidsmakers, politici en beleidsuitvoerders. Alhoewel de lessen zijn geformuleerd op het niveau van de rijksoverheid, gelden ze evenzeer voor gemeenten die vaak met vergelijkbare problemen te maken hebben.

  • Dit boek bevat de heruitgave van het alom geprezen proefschrift van Herman Franke (1948-2010), Twee eeuwen gevangen (1990). Franke begon zijn carrière als journalist, werd een gevierd criminoloog en brak in 1998 door als romanschrijver. In zijn proefschrift over de ontwikkelingen in het Nederlandse gevangeniswezen vanaf het eind van de 18e eeuw tot het eind van de 20ste eeuw komen al deze kwaliteiten samen. De praktijk van het straffen, de veranderingen die daar gedurende twee eeuwen in optraden en de daarover gevoerde politieke discussies worden met zoveel gevoel voor detail gepresenteerd dat het boek leest als een roman, terwijl Franke daarin tevens wetenschappelijke verklaringen geeft voor de beschreven veranderingen. Het boek wordt dertig jaar na verschijnen nog steeds als standaardwerk geraadpleegd.

    Deze heruitgave, die in nauwe samenwerking tussen Jolande uit Beijerse (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Miranda Boone (Universiteit Leiden) tot stand is gekomen en van een inleiding is voorzien, biedt een nieuwe generatie wetenschappers de mogelijkheid Frankes proefschrift te gebruiken.

  • Do you want to design a scientific poster that effectively conveys your research results? One that looks professional, and communicates a clear message? This guide provides 8 easy steps towards the creation of such a poster. It will guide you through the idea process and composing your main message, while giving you the tools you need to draft and create the visual design that fits your needs. The 8 steps are easy to implement and are accompanied by examples for further context.

    This step-by-step design guide provides useful tools, tips and examples for scientists, students and for anyone who has to make scientific posters or science visuals.

  • Fighting Poverty and Violence analyzes what is needed to abolish the worst forms of human deprivation. Based on many international studies about the UN Sustainable Development Goals, it concludes that only two percent of world income is needed to provide all human beings with safe drinking water, sanitation, food, basic education, and simple health care. The poorest people also incur the largest numbers of victims due to wars, disasters, and pandemics. This book contains practical suggestions for more effective civic and political action to reach the universal goal of well-being in peace.

    With pictures by Ton Koene

  • Van 1998 tot 2011 deden Martin Bakker en Frank van Empel in en voor de provincie Noord-Brabant onderzoek naar attitudes, technologieën en methoden van besluitvorming die een duurzame ontwikkeling van economie, ecologie en samenleving naderbij brengen. Ze combineerden een uitgebreid literatuuronderzoek naar concepten met participatieve observatie en daaraan gekoppelde experimenten in de praktijk. Hun bevindingen brachten ze samen in een matrix en een werkmethode die (stads)regios en provincies een richtinggevend, conceptueel beleidskader verschaffen voor het daadwerkelijk realiseren van duurzame ontwikkelingen. Regios hebben de juiste schaalgrootte om een duurzaam ontwikkelingsbeleid uit te voeren.
    Vrije werking van het marktmechanisme leidt volgens beide promovendi tot veel goeds (economische groei, ondernemingswinsten, werkgelegenheid), maar heeft ook vernietigende bijwerkingen (luchtvervuiling, lawaai, inkomensongelijkheid, wantrouwen ten aanzien van instituties, afnemende sociale cohesie). Vanuit het perspectief duurzame ontwikkeling, duiden Bakker en Van Empel deze laatst genoemde fase aan als destructief. Om aan deze dead lock te ontkomen, moet er iets gebeuren. Het systeem moet als het ware worden ge-reset en voorzien van nieuwe software. Oude gewoonten, gebruiken en (voor)oordelen worden in deze deconstructie fase doorbroken, zodat er bij mensen en organisaties ruimte komt voor nieuwe impulsen (constructie).
    In de twaalf jaren die het onderzoek bestrijkt werd er door de provincie veel verkend en geëxperimenteerd. Het opschalen van ervaringen lukte echter nauwelijks. Een duurzame, regionale ontwikkeling in Noord-Brabant kwam daarmee maar beperkt van de grond. Een frisse, andere kijk, met tal van nieuwe begrippen (Ecolutie, Allemaal Winnen) kan hierin verandering brengen.
    Allemaal Winnen (het doel) is de ideale samenleving, de duurzame samenleving. Een samenleving waar mensen niet ten koste van een ander, of van natuur, milieu, of economie, vooruit proberen te komen, maar naar vermogen bijdragen aan het geheel en daarvan ook de vruchten plukken. Een wereld die zich evenwichtig ontwikkelt. Een wereld met louter winnaars. Ecolutie is de weg daar naar toe. De Matrix bevat de nodige clues (vingerwijzingen). Ecolutie, zou je kunnen zeggen, is een expeditie naar de toekomst, op zoek naar innovatie in gedrag, technologie en bestuur/beheer (governance) die de planeet Aarde leefbaar houden.
    De voorgestelde aanpak, die uit het onderzoek rolt, komt het best tot zijn recht in een doe democratie waarin burgers, ondernemers en andere betrokkenen zelf zoeken naar gezamenlijk geaccepteerde oplossingen voor problemen of vraagstukken en er ook samen voor zorgen dat die worden uitgevoerd.Een regionale overheid kan daarbij een rol vervullen als facilitator, inspirator of verbinder. De onderzoekers duiden dit vermogen om samen naar oplossingen te zoeken aan als governance capacity. Een regio of gemeente die dit vermogen heeft en voortdurend aanspreekt, wordt aangemerkt als een Joint Effort Society (JES).
    Het proefschrift Allemaal Winnen is op 26 april 2012 verdedigd, Erasmus Universiteit te Rotterdam. Promotoren zijn Prof. Dr. W.A. Hafkamp en Prof. Dr. D. Huisingh. Co-promotor Prof. mag. arch. ing. dr.h.c. P. Schmid.

  • Op woensdag 11 december 1996 werd Gonda vermoord. Daarna werd er brand gesticht. Van meet af aan was haar man Reinier de belangrijkste verdachte. Het duurde nog vele jaren voordat hij werd veroordeeld. In 2009 kreeg Reinier van het Hof Leeuwarden 15 jaar gevangenisstraf voor het vermoorden van zijn vrouw.

    Altijd heeft Reinier ontkend dat hij Gonda vermoordde. In het Project Gerede Twijfel werd het bewijs waarop hij werd veroordeeld opnieuw minutieus onderzocht. De zaak blijkt anders in elkaar te steken dan het hof meende. Bij de zoektocht door het Project Gerede Twijfel werden er allerlei nieuwe ontdekkingen gedaan, kleine en grote. Zo blijkt de politie te zijn uitgegaan van onjuiste gegevens en blijkt een belangrijke getuige niet ondervraagd.
    />
    Karien van den Doel en Karima Marouf studeerden criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Janna Tjebbes en Christel Edelman studeerden criminologie aan de Universiteit Leiden. Guillaume Beijers en Jasper van der Kemp zijn universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
    Peter J. van Koppen is hoogleraar Rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

  • Some frontline organizations presume that frontline command (defined as the direct supervision of frontline workers by frontline commanders) is required for frontline work to be effective. However, little scholarly effort has been devoted to investigate frontline command.

    This thesis therefore investigates the effectiveness of frontline command in the police organization responsible for major criminal investigation and the response organization of the fire service. Several research methods are used to get a better understanding of the degree to which frontline command can be studied.

    Contrary to the expectations of frontline organizations and many frontline commanders, the findings suggest that in current practice frontline commanders contribute to the effectiveness of frontline work only to a limited extent. However, in theory there is still a need for frontline command.This thesis suggests that frontline command can be appropriately studied and therefore calls for more empirical research to uncover the effects of frontline command and the degree to which it can be improved in practice. Implications for practice are provided.

  • Regie werd dood gevonden in de hal van de fl at waar zij met haar vriend
    Rob woonde. Haar keel was doorgesneden met een broodmes uit de
    keukenla. De hal zat onder het bloed en hondje Shadow likte bloed van het
    tapijt. Rob zegt dat hij haar dood had gevonden, maar hij reageerde erg
    verward tegen de politie. Hij werd direct aangehouden als verdachte en na
    een proces van ruim vier jaar veroordeeld voor doodslag op zijn vriendin.
    Rob ontkent tot op de dag van vandaag dat hij Regie om het leven heeft
    gebracht. Volgens hem heeft zij zelfmoord gepleegd toen hij die ochtend
    door de stad fi etste en verschillende plekken aandeed. Heeft Rob gelijk?
    Of is hij tijdens zijn fi etsroute naar huis teruggegaan om Regie van het leven
    te beroven? Maar kon Rob wel op tijd thuis zijn geweest van zijn fi etsroute?
    Door medicijngebruik fi etste hij erg langzaam, zei hij. En hoe komt het dat
    Rob zo weinig bloed op zijn kleding had?

  • "You must be the change you wish to see in the world"

    Human Dignity takes you around the world, presenting the stories of eleven human rights defenders who act in the spirit of Gandhi's motto: "You must be the change you wish to see in the world." Each of them has become a focal point of fighting human rights violations such as land theft, discrimination, the withholding of health services, dictatorship, environmental destruction, and global warming.

    The stories of these remarkable men and women reveal the challenges and struggles facing those who speak truth to power. It would be hard not to be inspired by their resilience in trying to create a better world.

    Human Dignity is the sequel to the successful Nine Lives: Making the Impossible Possible (New Internationalist, Oxford 2009) by the same author, which portrays nine other human rights defenders.

    Arne Peter Braaksma has worked as an editor in the UK and as a journalist in the Netherlands, focusing on human rights, the environment and corporate social responsibility.

    Contributors: Rebiya Kadeer (East Turkestan / Uyghur), Soe Myint (Burma), Martin Macwan (India), Khassan Baiev (Chechnya), Aminatou Haidar (Western Sahara), Samuel Kofi Woods (Liberia), Vuyiseka Dubula (South Africa), Maria Gunnoe (United States), Pablo Fajardo (Ecuador), Liliana Ortega (Venezuela), Sheila Watt-Cloutier (Nunavut)

  • Blauwe patronen

    Wouter Landman

    Dit boek gaat over hoe straatagenten betekenis geven aan de omgeving waarin zij moeten optreden. Hoe lezen zij de straat? Hoe stellen zij vast wat er in een situatie aan de hand is? Hoe komen zij tot oordelen over wat er moet gebeuren? Dergelijke vragen worden in dit boek beantwoord. Op basis van etnografisch veldwerk worden tweeëntwintig patronen van betekenisgeving - blauwe patronen - onderscheiden die ten grondslag liggen aan de uitvoering van het politiewerk in de basispolitiezorg. Deze patronen bieden een nieuw perspectief op het politiewerk en geven een unieke inkijk in het vakmanschap van straatagenten. De blauwe patronen worden uitvoerig beschreven en voorzien van uiteenlopende, levendige voorbeelden uit het dagelijks politiewerk. Deze beschrijvingen maken duidelijk dat de betekenisgeving van straatagenten in belangrijke mate wordt gevoed door hun professionele intuïtie. Het boek eindigt met het inzicht dat de betekenisgeving van straatagenten nauwelijks van buitenaf kan worden beïnvloed. Dat moeten straatagenten zelf doen. Zij benutten de eigen uitvoeringspraktijk echter onvoldoende om hun intuïtie te ontwikkelen. Dat is een belemmering voor beter politiewerk.

  • In 2000 werd in Nederland het bordeelverbod opgeheven. De kern van dit
    legaliseringsbeleid was om onderscheid tussen sekswerk en gedwongen
    prostitutie mogelijk te maken. Niettemin bleek de vermeende connectie
    tussen sekswerk en mensenhandel vanzelfsprekend geworden en sterk
    ingebed in de Nederlandse samenleving. Mensenhandel was voor de gemeente
    Utrecht dan ook de reden om op 25 juli 2013 alle prostitutieboten
    aan het Zandpad te sluiten. Dit onderzoek laat zien dat niet zozeer mensenhandel, maar de `mensenhandelhype' - namelijk de overdreven en intensieve promotie van negatieve beelden van prostitutie - heeft geleid tot beleidsbeslissingen die de bestaande problemen eerder hebben verergerd dan verminderd. Honderden sekswerkers die niets met de mensenhandelproblematiek te maken hebben gehad, zijn slachtoffer geworden van onverantwoorde en haastige beleidsbeslissingen van de gemeente Utrecht om het Zandpad te sluiten. Dit onderzoek laat zien wat er met de vrouwen gebeurde na de sluiting van het Zandpad en wat de consequenties waren voor hen, voor hun klanten, de hulpverlenende organisaties en andere betrokkenen.

  • Overheidsbeleid om de economie en de sociale of fysieke kwaliteit van kwetsbare wijken te verbeteren (de `wijkenaanpak') kan niet zonder een voortvarende aanpak van de georganiseerde misdaad. Het gaat om `eerlijke kansen' voor mensen in achterstandsbuurten, maar evengoed is het belangrijk dat er een `pakkans' is voor georganiseerde criminelen. Georganiseerde misdaad is een groot maatschappelijke probleem. In sommige wijken is vrijwel zeker meer crimineel geld dan legaal geld aanwezig. Er ontstaat onder groepen een denkwereld waarin (veel) crimineel geld acceptabel of nastrevenswaardig is. Dergelijke groepen hebben `eerlijke kansen' genegeerd en profiteerden van de lage pakkans bij delicten zonder directe slachtoffers of aangiften, zoals drugsproductie, drugshandel, gokken of fraude. Dit boek analyseert deze fenomenen op basis van veldwerk op vier locaties en formuleert aanbevelingen.

  • Illegale wietplantages, mensenhandel, XTC-labs, grootschalige fraude - de georganiseerde criminaliteit grijpt om zich heen in Nederland. Bestuurders worden geïntimideerd, ondernemers worden medeplichtig gemaakt en kwetsbare burgers worden uitgebuit. De samenleving wordt ondermijnd. Politie en justitie kunnen het probleem niet alleen aan. Conventionele methoden van opsporing en vervolging schieten te kort. Daarom zoeken medewerkers van de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en gemeenten naar strategische en innovatieve manieren om criminaliteit te bestrijden. Op tal van plekken in het land werken deze pioniers samen om criminelen te raken waar ze het meest kwetsbaar zijn.

    Maar pionieren in de publieke sector is niet eenvoudig. Hoe agendeer je bijvoorbeeld problemen die onzichtbaar en ongrijpbaar zijn? Hoe formuleer je gezamenlijke doelen, terwijl de betrokken partijen allemaal hun eigen belangen en prioriteiten hebben? Hoe krijg je toestemming voor het testen van een nieuwe aanpak waarvan het succes niet gegarandeerd is? Hoe regel je capaciteit in tijden van schaarste? En hoe weet je of een nieuwe aanpak succesvol is wanneer effecten moeilijk meetbaar zijn?

    Dit boek analyseert dergelijke strategische uitdagingen en introduceert inzichten uit de bestuurskunde en de organisatie- en managementwetenschappen om daar effectief mee om te gaan. Het bevat tientallen concrete casus uit de praktijk en handzame kaders met vragen en tips. Het is geschreven voor innovatieve professionals en managers in de publieke sector in het algemeen - en voor hen die werkzaam zijn in de veiligheids- en justitieketen in het bijzonder.

  • 'European Muslims and New Media' offers perspectives on the various ways in which Muslims use new media to form and reform Muslim consciousness, identities, and national and transnational belongings, and contest and negotiate tensions and hegemonic narratives in Western European societies. The authors explore how online discussion groups, social media communities, and other online sites act as a 'new public sphere' for Muslim youth to voice their opinions, seek new sources of knowledge, establish social relationships, and ultimately decentre established discourses that are projected on them as Muslims in Europe. The possibilities and challenges of new media transform existing debates on Islamic knowledge, authority, citizenship, communities, and networks. European Muslims and New Media critically explores the multifaceted transformations that result from Muslims using online spaces to present, represent, and negotiate their identities, ideologies, and aspirations.

  • Het werk van rechercheurs spreekt tot de verbeelding. Avond na avond zijn de verrichtingen van detectives op de televisie te zien en menig literaire thriller verhaalt over hun inspanningen. Hoe rechercheurs in werkelijkheid de uitvoering van hun opsporingstaken ervaren en welke invloed dit heeft op hun welzijn is minder bekend.

    Het doel van deze dissertatie is om meer inzicht te geven in factoren die van invloed zijn op de mentale weerbaarheid van kinderporno- en forensisch rechercheurs. Op basis van een systematische literatuur review, observatiestudies, interviews en vergelijkend onderzoek, wordt in dit boek nader ingegaan op de copingstrategieën die deze rechercheurs helpen in de omgang met belastende werksituaties, de rol die collega's en leidinggevenden daarbij spelen evenals de taak- en organisationele karakteristieken die op dit proces van invloed zijn.

    Om het risico op gezondheidsklachten te verkleinen en duurzaam functioneren te bevorderen, doen de politie-organisatie, leidinggevenden en rechercheurs er verstandig aan om blijvend te investeren in de geïdentificeerde persoonlijke, team- en organisatie-gerelateerde hulpbronnen die alledaagse magie bij rechercheurs mogelijk maken.


  • In order to develop an Area of Freedom, Security and Justice, the European Union is adopting measures to enhance international cooperation in criminal matters among the police and judicial authorities of its Member States. The adopted instruments concerning evidentiary matters, such as the gathering of evidence in another EU Member State, seem to serve the main purpose of assisting the authorities in investigating and prosecuting (cross-border) crime. This raises the question to what extent the defence is also given the possibility to gather information and materials in another EU Member State with the aim of preparing and presenting its case at trial and, in particular, whether the current (EU) legal framework on cross-border evidence gathering meets the requirements of the principle of equality of arms.

    This book addresses these questions by, first of all, discussing the application of the principle of equality of arms, as enshrined in both Article 6 ECHR and Article 47 CFR, in cross-border criminal cases. Secondly, it provides an overview of the European treaties and legislation on cross-border evidence gathering to explain to what extent they give opportunities to the defence to request the assistance of foreign authorities in obtaining specific information and materials in another EU Member State, and also to participate in the execution of these requests.

    In addition, in order to understand how the European treaties and legislation on cross-border evidence gathering are applied by the EU Member States, this book includes a comparative study of three national jurisdictions: the Netherlands, England and Wales, and Italy. Furthermore, it analyses the criminal justice system of the International Criminal Court, as a potential source of inspiration for new EU legislation to strengthen the ability of the defence to obtain evidence in another EU Member State.

    This book is part of the so-called Pompe series, which contains publications by staff members of the Willem Pompe Institute for Criminal Law and Criminology in Utrecht, and by authors closely aligned to the school of thought for which the Institute is known. One of its main characteristics has always been the combination of legal and social-scientific approaches to problems of criminal law. The central theme of the Institute's research programme is the protection and enforcement of fundamental rights in a changing world. Within that programme, research focuses on the position of vulnerable groups in relation to the state and on the significance of individual human rights in an international context.

  • Dit onderzoek gaat over schriftelijke bedreigingen en e-mails die plaatsvinden tegen personen in het publieke domein, ofwel het Rijksdomein zoals dit wordt omschreven in het Stelsel van Bewaken en Beveiligen (Ministerie van Veiligheid en Justitie, 2013). Bij het Rijksdomein gaat het om personen van wie, en objecten of diensten waarvan, de veiligheid en hun ongestoord functioneren van nationaal belang is, zoals: de leden van het Koninklijk Huis, bewindspersonen, leden van de Eerste en Tweede Kamer, lijsttrekkers van politieke partijen, of leden van het College van procureurs-generaal. Bedreigingen kunnen gevoelens van angst of onrust bij bedreigden en hun omgeving teweegbrengen. De uitingen van bedreigingen in de richting van publieke personen kunnen ook van invloed zijn op het publieke debat en kunnen zelfs een risico vormen voor de democratische rechtsorde indien vanwege de angst voor (herhaalde) bedreigingen geen open discussie kanworden gevoerd.
    Het doel van dit onderzoek is tweeledig: het wil tot een betere duiding komen van dreigbrieven, en met behulp daarvan een meetinstrument ontwikkelen waarmee eventueel toekomstig crimineel gedrag van de dreigbriefschrijvers kan worden voorspeld. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd bij het nemen van adequate maatregelen om publieke personen zo goed mogelijk te beschermen.

empty