• Het woord woord komt van het Oudnederlandse wort. Stam stamt af van het Oergermaanse stamna. Want talen zijn net diersoorten: beetje bij beetje veranderen ze, totdat een nieuwe taal uit een oude ontstaat.
    Door allerlei talen te vergelijken, wekken taalwetenschappers hun uitgestorven voorouders weer tot leven. Zo komen ze langzaam dichter bij het antwoord op de vraag: wat was de eerste taal ter wereld?
    Dit boekje maakt een reis door de stamboom van alle talen. Het begint bij een van de uiterste takjes: het Nederlands van nu. Met voorbeelden uit een bonte mix aan talen - van Fins tot Fries en van Sranantongo tot Sanskriet - daalt het af naar mysterieuze verdwenen oertalen, eindigend bij de raadselachtige stam van het woord.

  • Taal. We gebruiken het om met elkaar te praten, om elkaar de liefde of de oorlog te verklaren, en om onze diepste gevoelens uit te drukken. En het gekke is: we hebben niet eens door hoe bijzonder taal eigenlijk is.
    Want hoe is het mogelijk dat een kind in een paar jaar tijd feilloos zijn moedertaal kan leren spreken, terwijl het behoorlijk beheersen van een vreemde taal voor volwassenen zo'n enorme opgave is? Hoe kan het dat een kind dat nog niet kan fietsen, wel in staat is om probleemloos talloze taalregeltjes en bijbehorende uitzonderingen toe te passen op spreeksnelheid? Wat is het geheim achter het wonder van de taal?
    In 'De geniale eenvoud van taal' neemt Hedde Zeijlstra, hoogleraar taalkunde, ons mee in de bijzondere wereld van taal en grammatica. Hij ontrafelt het mysterie van ons talige brein, waarbij hij verrassende vergelijkingen maakt tussen mensen en dieren, en tussen taal en muziek. Talen blijken veel eenvoudiger in elkaar te steken dan vaak op het eerste gezicht het geval lijkt te zijn.

  • 'Inleiding tot de Latijnse syntaxis' is een beknopt, op moderne wetenschappelijke inzichten gebaseerd overzicht van de Latijnse syntaxis, opgezet als cursusboek. Op een heldere manier worden aan de hand van aansprekende voorbeelden de belangrijkste kenmerken van de Latijnse zinsgrammatica behandeld. Hierbij ligt de nadruk meer op het verwerven van inzicht in het taalsysteem als geheel, dan op het aanleren van losse taalfeiten. Ook de tekstgrammatica komtin een apart hoofdstuk aan bod, waarmee het boek aansluit bij de toenemende aandacht in het middelbaar onderwijs voor het aanleren van vertaalstrategieën.

  • In de methode Taalkunde voor de tweede fase van het vwo staat kennis over taal en taalverschijnselen centraal: de taalkunde wordt autonoom bestudeerd. De leerdoelen liggen behalve op het gebied van reproduceerbare taalkundige kennis, op het gebied van de toepassing en onderzoeksvaardigheden die typisch zijn voor de taalkunde.
    De nadruk ligt op kennis en niet op (taal)vaardigheden. Dat betekent dat u naast het nieuwe onderwerp ook een nieuwe (of juist oude) manier van leren introduceert. Deze docentenhandleiding probeert u bij beide taken zo goed mogelijk te ondersteunen. Naast de antwoorden op de vragen vindt u ook een termenlijst, lesidee toetsen leessuggesties.

    Hoogleraar Nederlandse Taalkunde Arie Verhagen en hoogleraar Didactiek van het Nederlands Hans Hulshof werken aan de Universiteit Leiden en wilden altijd al dat taalkunde deel zou uitmaken van het schoolvak Nederlands. Toen daarvoor de mogelijkheid ontstond, zijn zij begonnen met het ontwerpen van deze methode. Maaike Rietmeijer was uitvoerend redacteur van het project.

  • Van Sanskriet tot Spijkerschrift

    Vijftig taalkundige problemen, van Nederland tot Australië, uit dode en levende talen, op het gebied van schrift, klanken, grammatica en woordenschat.
    Dit boekje bevat 50 taalkundige puzzels die in de afgelopen jaren gebruikt zijn bij de Nederlandse Taalkunde-Olympiade. Taal is niet moeilijk te doorgronden. Al met een beperkt aantal puzzelstukjes kun je gaan kijken, vergelijken en nadenken. Heb je er ooit over nagedacht wat ver- in Nederlandse werkwoorden betekent? Of hoe een Japanner het meervoud vormt? Hoe je moet tellen in het Eskimo? En hoe het spijkerschrift ooit is ontcijferd?
    De puzzels laten je spelenderwijs kennismaken met de essentie van taal. Vijftig taalkundige problemen, van Nederland tot Australië, uit dode en levende talen, op het gebied van schrift, klanken, grammatica en woordenschat. Compleet met een uitgebreide uitleg van alle goede antwoorden. Voor het oplossen van de vraagstukken is geen taalkundige voorkennis nodig, alleen gezond verstand en goede concentratie. Test je logisch inzicht, en ontdek of er in jou een goede taalkundige schuilt.

  • Op 29 maart 2019 organisearre de Stifting Freonen Frysk Ynstitút Ryksuniversiteit Grins, yn 'e mande mei de Fryske Akademy, in sympoasium oer de takomst fan de frisistyk, de wittenskiplike stúdzje fan de Fryske taal en kultuer. Hoe moat dy stúdzje stal jûn wurde no't de niget oan talestúdzjes stadichoan minder wurdt? Wa is eins ferantwurdlik foar de takomst fan de frisistyk? Yn dizze bondel litte alve minsken út it fjild har ljocht oer dizze problematyk skine.

  • Een verslag van de zoektocht naar de identiteit van de ware Amelander en de rol die het dialect op het eiland speelt.
    Voor toeristen op Ameland valt het niet mee iets van het lokale dialect op te vangen. Vooral in het hoogseizoen zijn de Amelanders helemaal gericht op de toeristen en spreken ze Duits, Engels of Nederlands. Dialect spreken ze alleen als ze onder elkaar zijn, met name in de wintermaanden. Dan storten de eilanders zich op het verenigingsleven en, niet te vergeten, de lokale feesten als het Sunneklaasfeest voor veel Amelanders het hoogtepunt van het jaar. Dergelijke feesten versterken de band tussen eilandbewoners, net als hun dialect.
    Mathilde Jansen deed promotieonderzoek naar het Amelander dialect aan het Meertens Instituut. Behalve als taalwetenschapper is zij werkzaam als wetenschapsjournalist, o.a. voor de populair-wetenschappelijke website Kennislink. In 2004 schreef zij samen met Marc van Oostendorp het boekje 'Taal van de Wadden'.
    Meer informatie over Mathilde Jansen kunt u vinden op www.mathildejansen.nl

  • Aan de hand van een aantal populaire opvattingen laat de auteur zien hoe het met meertaligheid in Nederland gesteld is.

    Waarom vinden we dat in Nederland iedereen alleen maar Nederlands moet spreken en is dat altijd zo geweest? ls het zo dat een spreker het Nederlands slecht beheerst als hij/zij nog een andere taal spreekt? Waarom waarderen we het spreken van een 'taal' meer dan het spreken van een 'dialect'? Waarom waarderen we het spreken van Engels meer dan een andere taal?

    Aan de hand van een aantal populaire opvattingen zoals: 'Wie 'straattaal' spreekt, spreekt (geen) Nederlands' en 'Wie meertalig is, is (g)een goede burger van Nederland' en 'Vroeger was Nederland (g)een eentalig land' laat de auteur zien hoe het met meertaligheid in Nederland gesteld is. De auteur illustreert, nuanceert of verwerpt deze opvattingen in een toegankelijk en prikkelend betoog.

    - Leonie Cornips is onderzoeker Taalvariatie aan het Meertens Instituut (KNAW) en bijzonder hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Universiteit Maastricht.

empty