Acco uitgeverij

  • Een boek over het Aspergersyndroom zonder het woord `Asperger in de titel: het was een doordachte maar gewaagde keuze in 1998. Desondanks werd Brein bedriegt een bestseller onder de autismeboeken met meer dan 15.000 verkochte exemplaren. Voor heel wat mensen betekende Brein bedriegt een eerste moment van herkenning en zelfs de uitweg uit een jarenlange zoektocht naar een diagnose.

    Sindsdien is het aantal begaafde personen met een diagnose uit het autismespectrum spectaculair toegenomen. Er zijn ook heel wat nieuwe inzichten in het autisme zoals zich dat uit bij mensen met een normale of hoge intelligentie. En naast de toenmalige hardnekkige misverstanden zijn er ook nieuwe ontstaan. Zoals: iedereen is een beetje autistisch. Of: het autistisch brein bedriegt nog steeds...
    />
    In deze compleet herziene editie herleest Peter Vermeulen het oorspronkelijke boek en biedt hij nieuwe inzichten, onder meer over diagnostiek en begeleiding. De inhoud is nieuw, de stijl dezelfde als toen.

    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal. Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij Acco & Epo verscheen eerder Autisme als contextblindheid (2009), Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs (2010) en Relaties@autisme.kom (2011).

  • Verschillen tussen leerlingen zijn eerder regel dan uitzondering. Om positief om te gaan met deze verschillen tussen leerlingen (in de klas) en om iedere leerling in de klas maximale leerkansen te kunnen bieden, is differentiatie wenselijk. Deze praktijkgerichte literatuurstudie richt zich op de effectiviteit en efficiëntie van die didactische werkvormen die zich focussen op het ontwikkelen van maximale leerkansen voor alle leerlingen. Er zijn twee manieren om met verschillen tussen de leerlingen in de klas om te gaan. Enerzijds door op maat van kleine groepen en/of individuen onderwijs te geven (divergeren), anderzijds door diversiteit samen te brengen (convergeren), zodat de verschillen tussen de leerlingen complementair werken. Het boek maakt de lezer vertrouwd met verschillende didactische werkvormen die er vandaag voorhanden zijn om differentiërend te werken en de wijze waarop deze kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen.


    Dit boek levert informatie vanuit wetenschappelijke literatuur en voorbeelden vanuit reële klassen aan voor het vormgeven van een leeromgeving die aan de slag gaat met de mogelijkheden van élke leerling.

    OVER DE AUTEURS

    Catherine Coubergs is als doctoraatsstudent verbonden aan de Vakgroep Educatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel.

    Katrien Struyven, Nadine Engels, Wouter Cools en Kristine De Martelaer zijn als (vak)didactici betrokken bij de specifieke lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij zijn tevens verbonden aan respectievelijk de faculteiten Psychologie en Educatiewetenschappen, Lichamelijke opvoeding en Kinesitherapie en/of het Interfacultair Departement Lerarenopleiding.

  • Deze nieuwe editie volledig geactualiseerd en met toegevoegd digitaal materiaal heeft niet als doel om de zoveelste theorie over stress op de lezer los te laten, maar wel om kennis te laten maken met twaalf lichaamsgeoriënteerde methoden om stress te reduceren.

    Het eerste deel van dit boek bevat algemene beschouwingen over stress. In het tweede gedeelte worden mogelijke technieken beschreven om stress bij kinderen en volwassenen te voorkomen of te verminderen en om de lezer te helpen een juiste balans te vinden in het leven. Naast de definitie van elke techniek, de achtergronden en de indicaties worden de methoden en praktische richtlijnen beschreven. Er wordt ook aandacht besteed aan de wetenschappelijke waarde van elke techniek. Daarnaast wordt bij elke methode verwezen naar mogelijke boeken, opleidingen en websites die nog dieper op de techniek ingaan, en wordt ondersteunend digitaal materiaal aangeboden.

    Dit boek is bedoeld voor iedereen die stress ervaart. Voor kinesitherapeuten, psychologen, psychomotorische therapeuten, artsen, leraars of pedagogen vormt het een basis van waaruit dieper op de verschillende technieken kan worden ingegaan.

    OVER DE AUTEURS

    MARIJKE VAN KAMPEN is professor in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, deeltijds werkzaam als kinesitherapeut in het UZ Leuven op de dienst Fysische Geneeskunde en Revalidatie en buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven.

    MIRJAM VERVAEKE is licentiate L.O., psychomotore therapeute, psychotherapeute en relaxatietherapeute. Zij is werkzaam in het UZ Leuven op de diensten psychiatrie, gynaecologie, fertiliteit en vrouwelijke seksuele disfuncties en geeft opleiding stressreductie bij klinisch personeel.

  • Dit boek wil iedereen inspireren die de uitdaging aangaat om les te geven aan (rand)normaal begaafde leerlingen met autisme. Vertrekkend van de specifiek autistische manier van waarnemen en informatie verwerken, met een ongewone leerstijl als gevolg, schetst dit boek de krijtlijnen voor een autismevriendelijke onderwijsstijl. De sleutelbegrippen worden rijkelijk geïllustreerd met concrete tips. Er is ook aandacht voor de keuze voor gewoon of speciaal onderwijs, het creëren van een autismecultuur op school en hoe je als leerkracht best omgaat met moeilijk gedrag bij de leerling.

    Dit boek is een compleet herziene uitgave van Voor alle duidelijkheid (Epo) uit 2002. Kobe Vanroy en Annemie Mertens, twee professionals met jaren ervaring in onderwijs aan normaal begaafde leerlingen met autisme, hielpen Peter Vermeulen bij de update. Het boek beperkt zich niet langer tot leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs, maar is in deze vernieuwde versie bruikbaar voor iedereen, van beginner tot expert, die werkt met leerlingen met autisme en een (rand) normale begaafdheid, zowel in het gewoon als in het buitengewoon of speciaal onderwijs.

    Over de auteurs:

    Peter Vermeulen is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal.

    Annemie Mertens is educatief medewerker bij Autisme Centraal en autisme-coördinator in een school voor buitengewoon onderwijs voor kinderen met een autismespectrumstoornis, met inbegrip van de ambulante begeleiding van leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs.

    Kobe Vanroy is educatief medewerker bij Autisme Centraal en werkte jarenlang als leerkracht en leerlingbegeleider van normaalbegaafde jongeren met autisme in het buitengewoon/ speciaal onderwijs.

  • Dit zakboekje is een hulpmiddel voor de huisarts om de eigen werkschemas voortdurend te preciseren, te vergelijken en aan te vullen. Het is ook een unieke mogelijkheid om snel iets op te zoeken of na te kijken. Van de vijf vorige uitgaven van dit boekje werden vele duizenden exemplaren verkocht en het werd intensief gebruikt. Het geraakte echter verouderd en een nieuwe, wetenschappelijk sterker onderbouwde uitgave drong zich op. Net als in de vorige uitgaven berusten de schemas op consensus binnen de Maasmechelse huisartsengroep.

    Dat de schema's van vorm verschillen, ligt voor de hand. Het gaat immers om urgenties. Wat eerst moet gebeuren, staat ook eerst. Een meteen zichtbare diagnose wordt meestal niet besproken en wat minder belangrijk is, wordt niet vermeld. Wel geven de auteurs nadere toelichting wanneer zij dat om één of andere reden gewenst achten.

    Dit boek maakt deel uit van de reeks ACHG, uitgegeven in samenwerking met het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de K.U.Leuven. De boeken in deze reeks zijn een praktisch hulpmiddel bij de dagelijkse professionele zorg van patiënten.

    Dit boek is eveneens verkrijgbaar als e-book.

    OVER DE AUTEURS
    FRANK BUNTINX is huisarts in Maasmechelen en hoogleraar aan de afdelingen Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en de U. Maastricht. Hij is researchcoördinator binnen het Leuvens Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde en projectleider van Intego.

    BRUNO BEMELMANS is huisarts in Maasmechelen.

    BERT AERTGEERTS is hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven en afdelingshoofd van het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde (ACHG). Hij is tevens huisarts in Wilsele.

  • Dit boek is bedoeld voor ouders en opvoeders die te maken hebben met tweetalige opvoeding. Tweetaligheid komt steeds vaker voor doordat mensen naar andere landen vertrekken om daar te gaan wonen en werken.

    Dit boek wil ouders en opvoeders helpen om de vraag te beantwoorden of het al dan niet een goed idee is om hun kinderen tweetalig op te voeden. Enkele hoofdstukken geven inzicht in de taalontwikkeling van eentalige en tweetalige kinderen. Voorts gaan de auteurs in op de vraag hoe ouders een tweetalige opvoeding het best kunnen aanpakken. Verschillende dilemmas en lastige vragen worden besproken. Zo komt de vraag aan de orde of het niet moeilijk is voor kinderen om twee of meer talen tegelijk te leren. Ook wordt het verschijnsel besproken dat kinderen hun twee talen soms door elkaar lijken te halen. Maar er wordt ook de nodige aandacht besteed aan de enorme voordelen van tweetaligheid en aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar het tegelijkertijd leren van twee talen. Enkele hoofdstukken gaan ook in op de rol van crèche en school bij de tweetalige opvoeding.

    Door de brede bespreking van het verschijnsel tweetaligheid is het boek een aanrader voor iedere lezer die in tweetaligheid geïnteresseerd is.

    OVER DE AUTEURS

    ELISABETH VAN DER LINDEN was tot voor kort hoofddocent Frans en Roemeens aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft een groot aantal publicaties op haar naam staan over het leren van vreemde talen en over tweetaligheid bij kinderen.

    FOLKERT KUIKEN werkte als docent NT2 (VU) en docent (tweede)taalverwerving (UvA) en is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal vanwege de gemeente Amsterdam (UvA). Hij is (mede)auteur van verschillende leermiddelen en handboeken.

    PRIJZEN

    "Het succes van tweetalig opvoeden" won in 2013 de LOT Populariseringsprijs.

  • Eten heeft een belangrijke betekenis in een mensenleven. Het gaat veel verder dan het louter opnemen van voedingsstoffen. Eten heeft ook een belangrijke waarde op sociaal, psychologisch, cultureel en zelfs medisch vlak. Dit verandert niet bij het ouder worden, ook niet wanneer er sprake is van dementie. De waarde van het maaltijdgebeuren blijft dezelfde, de manier waarop het verloopt kan echter wel veranderen.

    Dit boek wil het maaltijdgebeuren bij personen met dementie centraal stellen in al zijn facetten. Het biedt een duidelijk beeld van de problematiek vanuit verschillende invalshoeken. Naast een theoretisch kader wil het vooral concrete handvatten aanreiken voor situaties waarin het maaltijdgebeuren niet meer loopt zoals tevoren.

    Er wordt hierbij niet enkel gefocust op de persoon met dementie en zijn ziekteproces, maar er wordt ook gekeken naar de invloed van de omgeving en de invloed van zorgverleners. Er wordt stilgestaan bij vragen als `Hoe kunnen we voedsel aanbieden?, `Hoe gaan we om met slikstoornissen?, `Wat is de invloed van de zorgverlener en de omgeving op de persoon met dementie bij het maaltijdgebeuren?.

    Het boek richt zich naar al wie geïnteresseerd is of geconfronteerd wordt met de problematiek en wil vooral een handige tool zijn voor de praktijk, gebaseerd op een wetenschappelijk kader.

    Of je nu mantelzorger, professionele hulpverlener, student of gewoon geïnteresseerd bent, dit boek biedt een solide basis om op een kwaliteitsvolle manier aan de slag te gaan!

    OVER DE AUTEUR

    Sabine Boerjan is licentiate in de logopedie en audiologie en werkt als projectverantwoordelijke bij het Expertisecentrum Dementie Paradox.

  • Geneesmiddelen moeten ons beter maken, maar roepen ook heel wat vragen op. Het blijft een hele klus om ons een weg te banen tussen meer dan 3.000 gecommercialiseerde geneesmiddelen die ons ter beschikking staan. Dit boek wil hiervoor een hulpmiddel zijn.

    In Geneesmiddelen. Wat de bijsluiter niet vertelt worden geneesmiddelen bij hun commerciële naam genoemd en gegroepeerd volgens hun werking. De auteur gaat dieper in op de wijze waarop medicatie werkt, het gebruik en de mogelijke nevenwerkingen. Geneesmiddelen worden op de apothekersbalans gelegd om voor- en nadelen af te wegen. Een alfabetische index met namen van geneesmiddelen, aandoeningen en trefwoorden vergemakkelijkt het opzoeken.

    OVER DE AUTEURS:

    GERT LAEKEMAN (°1951) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Gent. Hij behaalde een doctoraat in farmacologie en werd faculteitsgeaggregeerde met een thesis over fytofarmacologie aan de Universiteit Antwerpen. Gert Laekeman werkt sedert 1990 aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceerde communicatievaardigheden aan toekomstige apothekers in Leuven, Gent en Antwerpen. Hij is momenteel titularis van de cursussen farmacotherapie en fytotherapie aan de Katholieke Universiteit Leuven.

    LUC LEYSSENS (°1952) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Leuven. Hij behaalde een doctoraat in de farmaceutische wetenschappen en doceert geneesmiddelenkennis voor de opleiding Farmaceutisch-Technisch Assistent bij Syntra. Voorheen was hij onderzoeker aan het Dr.L. Willems-Instituut, nu als Biomed onderdeel van UHasselt. Na 1997 realiseerde hij het allereerste elektronisch leermiddel voor apothekers, www.farmamozaiek.be. In opdracht van de beroepsverenigingen verzorgt hij de verdere uitbouw daarvan en beantwoordt hij farmacologische vragen van apothekers.

  • Waarom lijkt de maan aan de horizon zo groot?
    Waarom is een boek soms ook een moordwapen?

    Het antwoord op deze vragen is: omdat we gevoelig zijn voor context. Niets van wat we waarnemen heeft immers een absolute of vaste betekenis. Tranen op iemands wang kunnen verdriet betekenen, maar ook blijdschap, opluchting of gewoon een allergische reactie. De betekenis van tranen hangt dus af van de context. En dat is niet alleen zo met tranen, maar met alles.

    Er zijn mensen die moeite hebben met context, met de steeds wisselende betekenissen van prikkels. In Vlaanderen en Nederland zijn ze met meer dan 100.000. Door een afwijking in de ontwikkeling van de hersenen slagen deze mensen er moeilijk in context te gebruiken om zin te geven aan wat ze zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Ze lijden aan contextblindheid. De wereld met al zijn meervoudige betekenissen is voor hen erg verwarrend. Ze denken absoluut in een relatieve wereld. Misverstanden in communicatie en sociale omgang zijn een logisch gevolg.

    In dit boek gaat Peter Vermeulen op zoek naar de rol van context in de menselijke waarneming en informatieverwerking. Op een begrijpelijke manier vat hij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van context in de werking van het menselijk brein samen. Talrijke anekdotes en voorbeelden illustreren hoe contextblindheid een verklaring kan bieden voor het denken en gedrag van mensen met autisme.

    De Engelse vertaling van "Autisme als contextblindheid" heeft in oktober 2012 een zilveren Mom's Choice Award gekregen in de USA. Meer informatie vindt u op www.momschoiceawards.com.



    Voor meer informatie:

    www.autismecentraal.com

    www.contextblindheid.be



    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is gezinspedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal (www.autismecentraal.com). Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij EPO verschenen eerder van hem: Dit is de titel. Over autistisch denken (1999), Brein bedriegt. Als autisme niet op autisme lijkt (1999), !? Over autisme & communicatie (2001), Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit. De onderkenning van autisme bij normaal tot hoogbegaafde personen (2002), Dialogica. Autisme Kunst (2003), Ik ben speciaal 2. Werkboek psychoeducatie voor mensen met autisme (2004).
    Bij Acco verscheen eerder Een gesloten boek. Autisme en emoties (2000, volledig herwerkte editie 2005).

    RECENSIES

    "Evaluerend ben ik onder de indruk van dit boek. () Het geeft niet alleen inzicht in de (sub)cognitieve processen van mensen met autisme, het geeft ook veel inzicht in onszelf! Wat willen we nog meer? Van harte aanbevolen, meer nog: een 'must' voor onderwijsprofessionals die werken met jongeren met en stoornis in het autismespectrum." - Ton Lenting in Remediaal 4, 2009/2010.

    " 'Autisme als contextblindheid' is een prachtig, wetenschappelijk onderbouwd boek. () Zo is het een vlot leesbaar en afwisselend boek geworden voor iedereen die met autisme te maken heeft. En dit in al zijn contexten!" - Lies Wouters in Logopedie jg 23, nr, 2, maart/april 2010.

    "Het boek is niet enkel geschreven voor professionals, maar kan omwille van de vlotte leesbaarheid en toegankelijke schrijfstijl aangeraden worden voor iedereen die geïnteresseerd is in de problematiek van autisme." - Thomas Lenaerts in VtVo jg. 30 nr. 3, september 2011.

    "Peter Vermeulen heeft met dit boek() opnieuw heel veel verhelderd. () Na het lezen van dit boek heb ik eigenlijk het gevoel dat de puzzel 'herschikt' is en dat de stukjes nu veel beter passen. () In een afsluitend hoofdstuk kijkt hij wat de inzichten kunnen betekenen voor de praktijk. Je zit er wat op te wachten als je het boek leest. Maar de voorgaande hoofdstukken zijn zo grondig en duidelijk dat je al héél wat tips verzameld hebt voor het beter begrijpen van én het beter reageren op mensen met autisme. Dit boek is een echte aanrader voor allen die dit voor ogen hebben!" - Ann Monstrey in Caleidoscoop jg. 23 nr. 3.

    "Dit boek biedt een interessant perspectief op de problemen van mensen met autisme en, zoals altijd bij Vermeulen, is het een krachtig pleidooi om hen beter te leren begrijpen. Daar zal dit werk ongetwijfeld weer aan kunnen bijdragen. Het is zo geschreven dat je achteraf denkt: wat logisch, waarom heeft nooit iemand dit eerder zo verwoord?" - in Balans magazine, juni/juli 2010.

    "Wie al lezingen van Peter Vermeulen heeft bijgewoond, weet dat de man er makkelijk in slaagt vlotte humoristische stijl aan te wenden om zijn wetenschappelijk gefundeerde boodschap over te brengen. En het lezen van zijn boeken is een soortgelijke ervaring." - Sven Volckerijck in Tijdschrift voor Welzijnswerk, jg. 34, nr. 309, juli 2010.

  • De kennis over de (neuro)psychologie van autisme is de laatste jaren spectaculair gegroeid. We beginnen stilaan zicht te krijgen op de binnenkant van autisme. In deze herziene uitgave van Een gesloten boek verkennen we een domein van de autistische psychologie dat, ondanks een stijgende belangstelling in wetenschappelijk onderzoek, in de praktijk nog te weinig aandacht krijgt, namelijk de emoties. We zullen daarbij proberen een antwoord te bieden op onder meer de volgende vragen: Hoe zit dat met emoties en autisme? Hoe ervaren mensen met autisme hun emoties en hoe uiten ze hun gevoelens? Zijn mensen met autisme overgevoelig of net ondergevoelig? Waarom is omgaan met de gevoelens van anderen zo moeilijk voor mensen met autisme? Zijn ze blind voor de gevoelens van anderen of veeleer egocentrisch, of zelfs apathisch en psychopathisch? Is autisme synoniem aan een laag EQ of een tekort aan empathie? Wat is het verband tussen emotionele intelligentie en het autistisch denken?Deze herziene uitgave bevat naast een update van de oorspronkelijke hoofdstukken ook enkele nieuwe themas zoals emotionele intelligentie, intimiteit en emotionele waarneming. We introduceren als tegenhanger voor het bekende begrip theory of mind de term intuition of mind om de moeilijkheden te beschrijven van begaafde mensen met autisme in het emotioneel contact met anderen. Ook nieuw is een hoofdstuk over de rol van psycho-educatie in het leren omgaan met gevoelens, met daarin bijzondere aandacht voor een laag zelfbeeld, depressie en onlogische angsten bij mensen met autisme.

    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is pedagoog en als autismedeskundige werkzaam bij Autisme Centraal. Hij publiceerde reeds uitvoerig over autisme en verschillende van zijn boeken zijn vertaald in diverse talen.

  • Sinds de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Nederland, 2001) en de Wet op euthanasie (België, 2002) kan wie ondraaglijk fysisch of psychisch lijdt, kiezen voor een humane dood geïnitieerd door een arts. Niettemin is het pas recenter dat binnen de geestelijke gezondheidszorg patiënten de vraag op grond van psychisch lijden formuleren. De hulpverlening ziet zich hier dan ook meer en meer geconfronteerd met een uitdaging, die heel wat vragen oproept. Tegelijkertijd bestaat er nog weinig wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.

    Dit boek wil een eerste verkenning bieden op het vlak van hulp bij zelfdoding en euthanasie als antwoord op ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. Enerzijds theoretisch door het beschrijven van het bestaande wettelijke landschap en de opduikende problemen, anderzijds door in te zoomen op de praktijk van een psychiater die regelmatig met de problematiek wordt geconfronteerd. Een tiental patiënten werd bevraagd over de invulling van hun ondraaglijk psychisch lijden, de redenen achter hun euthanasievraag en de reacties van de omgeving en hulpverlening op hun verzoek. Voor zover mogelijk vulden naasten en de begeleidende arts het verhaal vanuit hun perspectief aan. De beperktheid van de steekgroep patiënten en mensen uit hun omgeving laat geen algemene conclusies toe, wel het uitzetten van een aantal belangrijke denklijnen en uitdagingen voor de geestelijke gezondheidszorg en ruimer gezien de maatschappij.

    Over de auteur:

    Ann Callebert studeerde in 2011 af als master in de klinische psychologie. Voordien behaalde zij reeds een master in de Germaanse filologie en werkte ze meerdere jaren als docente Nederlandse taalverwerving aan de Universiteit van Keulen.

    Dit boek kwam tot stand met de medewerking van :

    Chantal Van Audenhove is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en directeur van LUCAS, Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy. Zij verricht onderzoek over de preventie van depressie en suïcide.

    Iris De Coster is licentiaat in de psychologie en senioronderzoeker bij LUCAS. Ze doceert patiëntbegeleiding en -communicatie aan de HUBrussel.

    Lieve Thienpont is onder meer psychiater en LEIF-arts. Als voorzitter van Vonkel en consulent is zij betrokken bij initiatieven rond sterven, dood, rouw en eindelevensvragen.

  • De huisarts als "mijnheer doktoor", alleenheerser en -bestuurder van het zorglandschap is een beeld dat tot het verleden behoort. Door een veranderde maatschappelijke context en meer nog door een verschuiving in het zorglandschap, wordt de huisarts geconfronteerd met andere taken dan de loutere patiëntenzorg.

    Op relatief korte tijd kwamen nieuwe samenwerkingsmodellen in de praktijk tot stand. Huisartsen groepeerden zich onder één dak, maakten afspraken met collegas uit de buurt en zetten een permanentieketen op. Er groeide een nood aan praktijkondersteuning door paramedische en secretariaat-medewerkers en er werd overleg gepleegd met externe disciplines. De overheid faciliteerde een aantal opties om de zorgkwaliteit te verbeteren, stuurde aan op degelijke dossierregistratie en stimuleerde zowel intra- als interdisciplinaire samenwerking.

    Om aan deze verschuivingen en innovaties een antwoord te bieden, dringt een goed praktijkbeheer zich op. Behalve afspraken over infrastructuur, juridische en financiële aspecten zijn inhoudelijk overleg en een gemeenschappelijk visie vereist: welke opties worden genomen om samen te werken en waarom, welke verwachtingen worden gesteld aan praktijkassistentie, hoe verhoudt de infrastructuur van het gebouw zich tot de functies,

    Dit boek wil geen kant-en-klaar antwoord geven omdat er voor de noden van een huisartsenpraktijk geen one size fits all bestaat. Het geeft wel een uiteenzetting van het beslisproces en de contextuele voorwaarden ter voorbereiding en fundering van een goed praktijkbeheer, en koppelt die aan de bestaande modaliteiten. Het is immers niet voldoende om te weten met wie u als huisarts gaat samenwerken maar wel hoe u dit voorbereidt, welke opties u neemt, hoe u dit verantwoordt, Dit boek helpt huisartsen die krijtlijnen uit te zetten en de architectuur van een goed praktijkmanagement te schetsen.

    De sterkte van het boek ligt in het gegeven dat de auteurs bijna allen actieve huisartsen zijn met een belangrijke expertise in het domein van praktijkmanagement. Een aantal van hen is door professionele activiteiten betrokken bij het huisartsgeneeskundig actieterrein.


    OVER DE AUTEURS

    BIRGITTE SCHOENMAKERS is huisarts in een grote groepspraktijk in Leuven. Als docent is ze verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde (ACHG) van de KU Leuven. Sinds 2000 spitst haar onderzoeksdomein zich toe op het ondersteunen van de zorg voor dementerenden en hun mantelzorgers. Daarnaast is ze mede verantwoordelijk voor de opleiding van huisartsen in spe.

    JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en het ACHG van de KU Leuven. Hij is tevens voorzitter van de werkgroep coördinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.

    BERT AERTGEERTS is hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven en afdelingshoofd van het ACHG. Hij is t huisarts in Wilsele en voorzitter van het Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM).

  • Zoals boeken niet meer weg te denken zijn uit ons dagelijkse leven, zijn prentenboeken niet weg te denken uit de kleuterklas. Vaak worden ze voorgelezen aan een kleutergroep, terwijl de illustraties vluchtig getoond worden. Prentenboeken bieden echter veel meer uitwerkingsmogelijkheden. In dit boek kom je te weten welke mogelijkheden er bestaan om muzisch met prentenboeken aan de slag te gaan en zelfs een heus prentenboekenproject op touw te zetten. Zowel tekst als illustraties worden onder de loep genomen en vanuit verschillende invalshoeken benaderd.

    In het eerste deel wordt een korte geschiedenis van het prentenboek geschetst en wordt het prentenboek in een ruimer kader geplaatst.

    In het tweede deel worden praktische tips aangereikt, gevolgd door 26 titels van prentenboeken met bijhorende inhoud, essentie, uitwerkingsmogelijkheden voor hoeken en activiteiten in de kleuterklas en partituren van liederen.

    Het boek biedt studenten, personen werkzaam in het kleuteronderwijs en ook ouders concrete tips om zelf met prentenboeken aan de slag te gaan of nieuwe ideeën op te doen.

    Over de auteur:

    MARLEEN OST is docente aan de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO). Ze doceert er Nederlands en Communicatieve Vaardigheden in de lerarenopleiding. Ze coördineert elk jaar een module rond prentenboeken voor de studenten van de opleiding bachelor kleuteronderwijs.

  • Dit praktijkgericht boek heeft enerzijds als doel (toekomstige) lesgevers inzicht, kennis en vaardigheden bij te brengen wat betreft dansen met kleuters. Anderzijds is het een echt doeboek zodat jeugdwerkers en kleuterdansdocenten er ook direct mee aan de slag kunnen.

    Het boek is onderverdeeld in verschillende themas, die nauw aansluiten bij de leefwereld van 3- tot 6-jarigen. Zowel bewegingsexpressie, volksdansen als kleuteraerobic komen aan bod. Kortom, een variatie aan verschillende soorten kleuterdans die aansluiten bij de Vlaamse ontwikkelingsdoelen muzische en lichamelijke opvoeding, en de Nederlandse kerndoelen van creatieve ontwikkeling-dans en het bewegingsonderwijs.

    Het boek bevat een toegangscode om online een aantal extra sessies te downloaden. Om een sessie kleuterdans uit dit boek te geven, is danservaring absoluut niet noodzakelijk.
    />


    OVER DE AUTEUR

    AN-SOFIE MAES zette haar eerste danspasjes bij Dansstudio Scintillare. Op haar 16de volgde ze een dansanimatorcursus en begon ze les te geven aan kinderen bij vzw Pump in Leuven. Daarnaast is ze als docent aangesloten bij Vlabus en Sporta, en geeft ze dansinitiaties voor verschillende sport- en jeugddiensten. Verder is ze ook actief als hoofdanimator in het jeugdwerk. Ze geeft regelmatig workshops voor DreamTeam-Animaties en op kamp voorziet ze uiteraard ook steeds een kleuterdanssessie.
    An-Sofie Maes schreef in navolging van dit boek ook "Kleuterdans met prentenboeken"

  • Een school is een bijzondere plaats. Het is de plaats bij uitstek waar kinderen kunnen leren. De allermooiste lessen worden vaak geleerd tussen het aangeboden leerstofpakket: daar waar kinderen samenspelen, waar ze conflicten uitpraten, waar ze elkaar geheimpjes vertellen op de speelplaats of waar ze een troostende arm om elkaars schouder leggen wanneer vriend of vriendin iets ergs heeft meegemaakt. Maar wat als dat verdriet plots immens groot is? Zo groot dat het niet alleen leerlingen maar ook de strafste leerkracht aan het wankelen brengt? Wanneer een klasgenootje of leerkracht sterft Is er dàn ruimte voor troost? Kan de school die verlamd lijkt door dit nieuws nog kracht vinden om met haar leerlingen op weg te gaan in het rouwproces? Hoe gaat men dan om met die schooltas vol verdriet? Hier valt een echte levensles te leren: die van troosten, rouwen, gevoelens tonen, verbinden, herinneren,

    Dit boek is een relaas van een school die een van haar leerlingen verloor. Het is het verhaal achter de schermen over het gemis van een leerling en welk effect dit op de school kan hebben. Het boek is bedoeld als ondersteuning voor hulpverleners in brede zin die met verlies op school kunnen te maken krijgen: leerkrachten, directies, zorgleerkrachten, CLB-medewerkers, pedagogische begeleiding, Wie het leest, vindt herkenning in de gevoelens waardoor men overspoeld raakt na het verlies van een leerling. Het boek reikt echter verder dan dat: het biedt de lezer ook concrete handvatten om mee aan de slag te gaan.

    MET VOORWOORD VAN MANU KEIRSE

    "Vanuit een concrete ervaring met het sterven van een leerling () wordt beschreven hoe dit de hele schoolgemeenschap raakt (). Hoe je met al deze concrete gevoelens en reacties kan omgaan, wordt met een rijk palmares van werkvormen geïllustreerd. Het is dan ook een boek dat we zouden willen zien in de leraarskamer en de bibliotheek van elke school." - Manu Keirse, Emeritus hoogleraar verliesverwerking, KU Leuven

    OVER DE AUTEUR

    KARIN GENIJN werkt als vertrouwensleerkracht op een school voor buitengewoon onderwijs. Sinds 2012 heeft ze haar eigen praktijk `Cocon & Cocoon waar ze vormingen aan professionals geeft en kinderen begeleidt.

  • In dit vierde deel van een reeks van vier boeken over communicatie in de gezondheidszorg is de invalshoek de zorgverlener zelf.

    Elke dag met plezier je job in de zorgverlening blijven doen is niet steeds een evidentie. Wat kan je als zorgverlener doen om de motivatie van het eerste uur levendig te houden en niet op te branden? Hoe kom je bij de essentie van je beroepskeuze en hoe kan deze als richtsnoer je handelen bepalen en oriënteren? Er wordt aangetoond dat de kwaliteit van je zorg en je leven mede wordt bepaald door het mensbeeld van waaruit je vertrekt. Hoe kan je adequaat omgaan met de emoties en de onzekerheid die dit beroep ongetwijfeld meebrengt? Hoe bouw je een succesvolle praktijk uit of zorg je ervoor dat je meer plezier aan je werk beleeft? Hoe integreer je de computer als een positieve factor in de communicatie in plaats van een barrière in het contact met de patiënt? Wat verandert er als je als arts zelf ernstig ziek wordt? En hoe kan je even door de ogen van de patiënt kijken naar je beroep? Het gaat om prangende facetten die kunnen bepalen hoe je van een belastende job een bezigheid kunt maken waar je steeds meer plezier aan beleeft.

    Ook al richt het boek zich in eerste instantie tot artsen, het bevat nuttige informatie voor allen die in de gezondheids- en welzijnszorg werkzaam zijn als zorgverstrekker, opleider of beleidsmedewerker.

    OVER DE AUTEURS

    JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep coördinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.

    MANU KEIRSE is klinisch psycholoog en doctoreerde in de geneeskunde aan de R.U. Leiden (NL). Hij is emeritus hoogleraar van de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Daarnaast is hij voorzitter van de Federale Evaluatiecommissie Palliatieve Zorg, van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en van diverse andere voorzieningen in de zorg.

    AAN DIT BOEK SCHREVEN MEE
    Marleen Brems, Jan De Lepeleire, Marc Desmet, Marc Hebbrecht, Lien Keirse, Manu Keirse, Wouter Keirse, Fons Marcoen, Geert Pint, Annemie Vandermeulen en Marc Van Nuland.

  • Dit boek wil kleuters niet alleen theatervreugde verschaffen maar wil ook bijdragen tot hun geestelijke ontwikkeling en verrijking van hun fantasie. Veel hangt natuurlijk af van de performer. Die leest de teksten niet af maar vertelt ze na met eigen woorden. Een zelf geproduceerde voorstelling wint aan spontaneïteit en directheid. In alle poppenspelletjes komen telkens maximaal twee figuren tegelijk op de scène. Kinderen willen actief meespelen. Het is daarom de bedoeling dat de speler de voorstelling brengt en dat daarna de kinderen ze naspelen met hun eigen inbreng.

    Een andere eenvoudige manier om voorstellingen te geven voor kleuters is het suggererende spel met de vingers. Dit vormt een uitstekend uitdrukkingsmiddel en bevordert de verbeelding van het jeugdige publiek. We eindigen daarom met vijf suggesties voor dit soort theater.

    De eenvoudige tekstjes in dit boek sluiten aan bij de kinderwereld, en zijn leuk en boeiend zodat ze de kinderen kunnen fascineren. Ze werden in de praktijk getest en getoetst aan de meningen van deskundigen. Ze zijn geschikt voor familiefeestjes, bij verjaardagen en zeker in de kleuterschool.

    OVER DE AUTEUR

    Louis Contryn is oud-directeur van het Mechels Stadspoppentheater (nu figurentheater De Maan) en de School voor Poppenspel. Hij was eveneens de uitgever van het vaktijdschrift Het Poppenspel en Poppenspelberichten.

    Professor Peter Adriaenssens, kinder- en jeugdpsychiater Universitaire ziekenhuizen Leuven, is een beoefenaar van het poppenspel en maakt er ook gebruik van in de praktijk van de kinderpsychiatrie. Hij schreef het Woord vooraf bij dit boek.

    "Poppenspel met knuffels voor kleuters" van Louis Contryn is geïllustreerd door zijn zoon Paul, scenograaf bij Figurentheater De Maan, Mechelen.

    RECENSIES

    "Hij doet dat met eenvoudige synopsissen, spelaanzetten en dialoogtekstjes en suggesties om te spelen met alleen de vingers. Gezien de doelgroep van zeer jonge toeschouwers en van de beoogde uitvoerders (kleuters, opvoeders die er vaak alleen voor staan bij een groep ukkies) beperkt Contryn zich tot een minimum aantal personages per dramatische context: twee karakters tegelijk op scène. Hij laat ruimte voor interactiviteit... want dat is iets wat kinderen van die leeftijd het liefste hebben, geen loutere toeschouwersrol maar meespelen." - Puppet News Busker, december 2013

    "Bedoeling is dat de kinderen zoveel mogelijk participeren en nadien ook naspelen. Er worden dan ook minimale eisen gesteld aan de materialen. Een poppenkast is niet nodig, het blad van een tafel volstaat, en speciale poppen zijn overbodig." - Willem Nijssen van NBD Biblion, januari 2014.

  • De Vlaamse Onderwijsraad organiseerde een eigenzinnige seminariereeks over diversiteit, met minder evidente en soms controversiële visies en methodes om de kansen op een succesvolle schoolloopbaan van leerlingen uit allochtone groepen te verbeteren. Dit boek bundelt de bijdragen van verschillende sprekers.

    René Antrop-Gonzàles zoekt een verklaring voor het academisch succes van sommige jongeren met een migratieachtergrond in de VS. Hij reflecteert, zowel vanuit zijn persoonlijke geschiedenis als op basis van wetenschappelijk onderzoek.

    Dimokritos Kavadias maakt kanttekeningen bij de analyse van Antrop-Gonzàles en zet enkele nieuwe denksporen uit over de invloed van identiteit en stereotypering op schoolsucces.

    Özkan Cetin brengt het verhaal van de Lucerna-colleges die dynamiek, wetenschap, multiculturaliteit en individuele ondersteuning als troeven willen inzetten om de onderwijskansen van hun kinderen optimaliseren.

    Het verhaal van Lucerna biedt Roger Van den Borre de aanzet om verder te reflecteren over de verhouding tussen onderwijsvrijheid en onderwijskwaliteit, over gelijkheid en diversiteit.

    Dit zijn ook de sleutels waarmee Yusuf Altuntas een inkijk geeft in het ontstaan en de evolutie van het islamitisch onderwijs in Nederland. Identiteit, veiligheid en herkenbaarheid van de schoolomgeving moeten ervoor zorgen dat kinderen optimaal kunnen leren en ontwikkelen.

    Anja Vink beschrijft hoe Nederland al jaren worstelt met onderwijssegregatie. Veel meer dan over een `multicultureel drama, maakt ze zich zorgen over een `klassendrama en schoolsegregatie op basis van armoede.

    `Two-way-immersion-education. Zo omschrijft Birgit Schumacher hoe het Duits en negen partnertalen evenwichtig aan bod komen in de Europese school van Berlijn waar het leren van talen gepaard gaat met werken aan interculturele competenties.

    Waarom maakt meertaligheid mensen bang? Nathalie Auger brengt een zeer praktijkgericht verhaal over hoe omgaan met meertaligheid van leerlingen in de klas, een positief antwoord kan zijn op multiculturaliteit op school.

    Piet Van Avermaet verwerkt zijn persoonlijke lectuur van al deze bijdragen in een visietekst `Waarom diversiteit tot de kern van onderwijs behoort.

    OVER DE AUTEURS

    René Antrop-Gonzàles doceert aan de School of Education van de universiteit van Wisconsin-Milwaukee.
    Dimokritos Kavadias doceert politieke wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel.
    Özkan Cetinis is algemeen directeur van de Lucernacolleges.
    Roger Van den Borre is werkzaam bij de Onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap.
    Yusuf Altuntas is directeur van de Islamitische School Besturen Organisatie in Nederland.
    Anja Vink is journaliste bij NRC Handelsblad en auteur van `Witte zwanen, zwarte zwanen.
    Birgit Schumacher is lerares Duits en Frans en cordinator van de Staatliche Europa Schule in Berlijn.
    Nathalie Auger doceert taalwetenschappen aan de universiteit van Montpellier.
    Piet Van Avermaet doceert multiculturele studies aan de Universiteit Gent en is directeur van het Steunpunt Diversiteit en Leren.

  • Pijn is vaak nuttig als signaal dat er iets mis is. Maar wat als de pijn blijft duren ondanks ogenschijnlijke genezing, ondanks medicijnen en therapieën? Wat gebeurt er met een mens als hij constant hevige pijn lijdt? Als elke beweging en houding pijn doet en zelfs slapen een probleem wordt? De meeste mensen kunnen zich niet voorstellen hoe slopend zoiets is.

    Bij mensen met chronische pijn is de pijn zelf het probleem geworden. Hoe ontstaat chronische pijn precies? Wat zijn de gevolgen? Welke behandelingen kunnen soelaas bieden? Welke rol kunnen pijnstillers spelen? Welke verwachtingen mag een pijnpatiënt koesteren? Gaat de pijn ooit nog over of moet hij ermee leren leven?

    Bart Morlion, medisch specialist in pijnbestrijding, zet vanuit zijn ervaringen als kliniekhoofd van het multidisciplinair pijncentrum van het UZ Leuven alles op een rijtje. Chronische pijn blijkt een veelkoppig monster te zijn dat enkel kan bestreden worden door een goed op elkaar ingespeeld team van mensen uit verschillende specialismen. Ook de medewerking van de patiënt zelf en de steun van zijn omgeving zijn levensbelangrijk. Kolet Janssen interviewde patiënten en teamleden van het pijncentrum en zette samen met Bart Morlion het medische verhaal om in verstaanbare taal.

    Een boek voor iedereen die van ver of van dichtbij te maken heeft met chronische pijn. Het geeft inzicht in wat een pijnpatiënt meemaakt en wat de omgeving (gezinsleden, familie en vrienden) kunnen betekenen.

    Over de auteurs:

    BART MORLION is kliniekhoofd anesthesiologie en coördinator van het Leuvens Algologisch Centrum (het pijncentrum) van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Hij doceert pijnbestrijding aan de KU Leuven, aan verschillende hogescholen en aan internationale opleidingen. Eerder publiceerde hij wetenschappelijke artikelen en boekbijdragen over chronische pijn. Hij is een veelgevraagd spreker in binnen- en buitenland.

    KOLET JANSSEN is auteur van fictie en non-fictie over diverse human interest onderwerpen. Van haar verscheen o.a. de interviewreeks Mondeling Examen (2010, i.s.m. Rebekka Jonkers). Met Regentijd (2011) won ze de Zoute Zoen Publieksprijs. Ze schrijft voor diverse tijdschriften en geeft schrijfopleidingen aan groepen.

  • Er bestaan geen toverformules waarmee je opvoedingsproblemen in een vingerknip kunt oplossen. Opvoeden is nu eenmaal geen exacte wetenschap. Maar met een aangepaste aanpak kun je een lastige situatie omdraaien
    en de rust in huis herstellen. Of je nu kampt met een peuter die maar niet zindelijk wordt, een kleuter die niet wil eten, een kind dat agressief is of een puber die de hele tijd rebelleert, dit boek brengt je een verhelderend inzicht in de meest voorkomende opvoedingsproblemen en reikt je een sleutel aan om ze op te lossen.

    101 Opvoedingsvragen geeft een antwoord op vragen die de Opvoedwinkel ontving van echte vaders, moeders en opvoeders. Dit boek boordevol praktische tips biedt elke ouder en opvoeder nuttig advies over hoe je kinderen op een gezonde manier kunt stimuleren en vormen. Met duidelijke richtlijnen is opvoeden een stuk eenvoudiger dan je denkt.

    OVER DE AUTEUR

    Jaak Remes is orthopedagoog en gestalttherapeut met een eigen praktijk in Gent. Samen met zijn vrouw Magda, voormalig studiemeester-opvoeder en onthaalmoeder, heeft hij vier volwassen kinderen en zeven kleinkinderen. Magda en Jaak vormen de drijvende kracht achter de Opvoedwinkel waar je terecht kunt voor gratis opvoedkundig advies.

    REVIEWS

    "Wij vonden de tips in ieder geval heel bruikbaar. Handig ook dat we het boek kunnen blijven gebruiken als onze kleuter opgroeit en we met nieuwe vragen geconfronteerd worden. Interessant voor jezelf maar ook een prima cadeau voor andere ouders of als kraamgeschenk!" - boekenwurmpje via Yunomi

    "Dit is een echt bijdehand boek waar je als jonge ouder een hele tijd mee weg kan. Zeg maar van 0 tot zo ver in de pubertijd. Een boek om je ondersteuning te geven of te laten zien dat het goed is wat je doet..." - Koogo

    "Dit boek biedt een laagdrempelig overzicht van (veel voorkomende) vragen. Deze vragen worden kort en bondig beantwoord, waardoor ouders op een snelle, makkelijke manier informatie kunnen vinden." - Steunpunt Jeugdhulp.

  • In deze herwerkte editie wordt de menselijke communicatie uitgebreid en heel herkenbaar in kaart gebracht door het denk- en werkmodel van de communicatietheorie te illustreren met voorbeelden en gevalsbesprekingen uit het dagelijkse leven, uit boeken en films. Door de praktijkgerichte stijl inspireert de lectuur tot een methodische aanpak van communicatiestoornissen in zowel privé- als beroepsrelaties (omgaan met cliënten, patiënten, groepen, klas, collegas). Want relaties lopen wel eens vierkant, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. Hoe communicatiestoornissen, irritaties, fricties of conflicten ontstaan en derhalve vermeden kunnen worden, wordt duidelijk bij het leren onderkennen van de beïnvloedingsprocessen die onbewust tussen mensen spelen. Vast zitten in machtsstrijd, vicieuze cirkels, goede bedoelingen zonder effect, territoriumconflicten: de auteur reikt concrete inzichten en technieken aan om deze courante relatieverstoorders om te buigen naar een meer constructieve communicatiestijl.De theorie is zorgvuldig en uitgebreid vertaald naar de realiteit van alledag. De vele beschreven situaties en de talrijke voorbeelden maken het boek vlot leesbaar en herkenbaar voor iedereen. Diverse oefeningen zorgen tenslotte voor een onmiddellijke toetsing aan de praktijk. Ook voor het onderwijs en de opleiding en bijscholing van hen die beroepshalve vakkundig met mensen willen omgaan, is dit handboek erg geschikt.

    Over de auteur:

    WILFRIED VAN CRAEN is psychotherapeut en verzorgt al dertig jaar cursussen en trainingen in persoonlijke vorming. Hij is tevens auteur van zeven boeken over praktische psychologie.

  • In deze praktijkgerichte literatuurstudie gaan de auteurs op zoek naar educatieve aanpakken die de interesse, de motivatie, de nieuwsgierigheid en het zelfvertrouwen van meisjes en jongens (8-16 jaar) voor wetenschap, techniek en wiskunde aanwakkeren en die een blijvend effect hebben op hun leerprestaties.

    Het boek wil leraren wetenschappen, wiskunde en techniek inspireren bij hun onderwijspraktijk. De recentste wetenschappelijke inzichten op het gebied van wetenschappen-, wiskunde- en techniekonderwijs worden verrijkt met tal van praktijkvoorbeelden die bruikbaar zijn in de concrete klaspraktijk. De studie is ook bruikbaar voor directies, pedagogische begeleiders en onderwijsonderzoekers.

    Het boek behandelt vier kernvragen:

    Wat wil je bereiken met wetenschaps-, wiskunde- en techniekonderwijs?
    Hoe kun je wetenschap, wiskunde en techniekonderwijs vorm geven in de klas?
    Welke invloed hebben persoonlijke kenmerken zoals gender, het prestatieniveau en de leerstijl van de leerling op de interesse en motivatie voor wetenschap, wiskunde en techniek?
    Ten slotte: Wat is de rol van de leraar in dit alles?

    OVER DE AUTEURS

    Hilde Van Houte doceert onderzoeksvaardigheden en `Kinderen onderzoeken en ontdekken aan de opleiding Bachelor in onderwijs: kleuteronderwijs aan de Arteldeveldehogeschool. Ze is er tevens cordinator van QUEST, het onderzoekscentrum dat een onderzoekende houding wil stimuleren en onderhouden bij kinderen en jongeren.

    Bea Merckx is docent biologie aan de Arteveldehogeschool bij de Bachelor in onderwijs: lager onderwijs en secundair onderwijs en is betrokken bij meerdere onderzoeks- en nascholingsprojecten.

    Jan De Lange is docent fysica bij de Bachelor in onderwijs: secundair onderwijs aan de Arteveldehogeschool en werkte mee aan tal van onderzoeks-, dienstverlenings-, en internationale projecten specifiek wetenschapsonderwijs.

    Melissa De Bruyker is docent Engels bij de Bachelor in onderwijs: secundair onderwijs van de Arteveldehogeschool. Daarnaast legt zij zich toe op competentiegerichte werk- en evaluatievormen (o.a. via het nascholingsproject Clever).

    Karen De Maesschalck (Arteveldehogeschool), Jozefien Schaffler (Arteveldehogeschool) en Jouri Van Landeghem (Hogeschool Gent) hielpen mee met het opbouwen van de literatuurdatabank. Het expertisenetwerk AUGent, de expertengroep en de toetsgroep leverden een kritische en onderbouwende bijdrage aan deze publicatie.

  • Meester over meester?

    Nogal wat onderwijsmensen voelen zich steeds meer overspoeld door regels, niet alleen vanuit de onderwijsoverheid zelf, maar ook vanuit andere maatschappelijke sectoren. Bovendien zijn er meer en meer leerlingen, studenten en ouders die hun rechten opeisen, minderheidsgroepen die hun kansen willen grijpen en bescherming zoeken tegen willekeur en discriminatie, is er de overheid die maatschappelijke veranderingen wil initiëren via het onderwijs... En daarenboven een juridisch systeem met eigen wetmatigheden...

    Hoe behoudt een leerkracht onder deze omstandigheden een goede pedagogische relatie met zijn leerlingen? Is het vertrouwen dan helemaal zoek? Vergroot juridisering de kloof tussen onderwijsgebruiker en onderwijsverstrekker? Of kunnen gemeenschappelijke waarden die kloof overbruggen? En kan een goede regelgeving bijdragen tot een verdere professionalisering van ons onderwijs?

    Om het onderwerp beter in kaart te brengen, organiseerde de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) een probleemverkenning. Praktijkdeskundigen en academici zochten samen naar antwoorden. Dit boek bundelt de bijdragen van diverse deskundigen over juridisering en onderwijs. In zijn synthese geeft de voorzitter van de denkgroep, prof. em. Raf Verstegen, aanzetten om de kloof te overbruggen.

  • In het scholenlandschap van vandaag spelen schoolleiders meer dan ooit een sleutelrol. Deze wordt steeds meer divers en veeleisend. De overheid verwacht immers dat scholen meer en meer een eigen lokaal beleid voeren. Tegelijkertijd vinden er allerlei processen van schaalvergroting plaats, denk maar aan de invoering van scholengemeenschappen. Ook in het onderzoek en de theorievorming over schoolleiderschap deed er zich een verschuiving voor. Deze evoluties worden in dit boek in kaart gebracht.

    Het boek biedt een overzicht van omschrijvingen, conceptualiseringen en onderzoek over schoolleiderschap. De onderzoekers wijzen op een patstelling tussen enerzijds benaderingen die de formele schoolleider centraal stellen en anderzijds benaderingen die leiderschap zien als een organisatorische functie die feitelijk gestalte krijgt door het handelen van meerdere organisatieleden. Verder stellen zij vast dat het merendeel van de literatuur de instrumentele of taakdimensie van schoolleiderschap beklemtoont, terwijl het ook een relationele en emotionele aangelegenheid is. In recent onderzoek krijgt deze belevingsdimensie steeds meer aandacht. Ten slotte wordt het (beperkte) onderzoek over schoolleiderschap en schaalvergroting in kaart gebracht.

    De auteurs presenteren een omvattend en integrerend conceptueel kader van schoolleiderschap. Dat kader is relevant voor onderzoekers, maar ook voor professionals die te maken hebben met het `leiden van scholen en scholengemeenschappen: het biedt hen een `kaart om op een meer systematische manier om te gaan met de complexe realiteit van schoolleiderschap.

    Over de auteurs:

    GEERT KELCHTERMANS is hoogleraar aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen en hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de KU Leuven.

    LIESBETH PIOT werkt als aspirant van het FWO aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de KU Leuven, waar ze een proefschrift over schoolleiderschap en schaalvergroting voorbereidt.

empty