Acco uitgeverij

  • Dit zakboekje is een hulpmiddel voor de huisarts om de eigen werkschemas voortdurend te preciseren, te vergelijken en aan te vullen. Het is ook een unieke mogelijkheid om snel iets op te zoeken of na te kijken. Van de vijf vorige uitgaven van dit boekje werden vele duizenden exemplaren verkocht en het werd intensief gebruikt. Het geraakte echter verouderd en een nieuwe, wetenschappelijk sterker onderbouwde uitgave drong zich op. Net als in de vorige uitgaven berusten de schemas op consensus binnen de Maasmechelse huisartsengroep.

    Dat de schema's van vorm verschillen, ligt voor de hand. Het gaat immers om urgenties. Wat eerst moet gebeuren, staat ook eerst. Een meteen zichtbare diagnose wordt meestal niet besproken en wat minder belangrijk is, wordt niet vermeld. Wel geven de auteurs nadere toelichting wanneer zij dat om één of andere reden gewenst achten.

    Dit boek maakt deel uit van de reeks ACHG, uitgegeven in samenwerking met het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de K.U.Leuven. De boeken in deze reeks zijn een praktisch hulpmiddel bij de dagelijkse professionele zorg van patiënten.

    Dit boek is eveneens verkrijgbaar als e-book.

    OVER DE AUTEURS
    FRANK BUNTINX is huisarts in Maasmechelen en hoogleraar aan de afdelingen Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en de U. Maastricht. Hij is researchcoördinator binnen het Leuvens Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde en projectleider van Intego.

    BRUNO BEMELMANS is huisarts in Maasmechelen.

    BERT AERTGEERTS is hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven en afdelingshoofd van het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde (ACHG). Hij is tevens huisarts in Wilsele.

  • Dit boek is bedoeld voor ouders en opvoeders die te maken hebben met tweetalige opvoeding. Tweetaligheid komt steeds vaker voor doordat mensen naar andere landen vertrekken om daar te gaan wonen en werken.

    Dit boek wil ouders en opvoeders helpen om de vraag te beantwoorden of het al dan niet een goed idee is om hun kinderen tweetalig op te voeden. Enkele hoofdstukken geven inzicht in de taalontwikkeling van eentalige en tweetalige kinderen. Voorts gaan de auteurs in op de vraag hoe ouders een tweetalige opvoeding het best kunnen aanpakken. Verschillende dilemmas en lastige vragen worden besproken. Zo komt de vraag aan de orde of het niet moeilijk is voor kinderen om twee of meer talen tegelijk te leren. Ook wordt het verschijnsel besproken dat kinderen hun twee talen soms door elkaar lijken te halen. Maar er wordt ook de nodige aandacht besteed aan de enorme voordelen van tweetaligheid en aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar het tegelijkertijd leren van twee talen. Enkele hoofdstukken gaan ook in op de rol van crèche en school bij de tweetalige opvoeding.

    Door de brede bespreking van het verschijnsel tweetaligheid is het boek een aanrader voor iedere lezer die in tweetaligheid geïnteresseerd is.

    OVER DE AUTEURS

    ELISABETH VAN DER LINDEN was tot voor kort hoofddocent Frans en Roemeens aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft een groot aantal publicaties op haar naam staan over het leren van vreemde talen en over tweetaligheid bij kinderen.

    FOLKERT KUIKEN werkte als docent NT2 (VU) en docent (tweede)taalverwerving (UvA) en is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal vanwege de gemeente Amsterdam (UvA). Hij is (mede)auteur van verschillende leermiddelen en handboeken.

    PRIJZEN

    "Het succes van tweetalig opvoeden" won in 2013 de LOT Populariseringsprijs.

  • Eten heeft een belangrijke betekenis in een mensenleven. Het gaat veel verder dan het louter opnemen van voedingsstoffen. Eten heeft ook een belangrijke waarde op sociaal, psychologisch, cultureel en zelfs medisch vlak. Dit verandert niet bij het ouder worden, ook niet wanneer er sprake is van dementie. De waarde van het maaltijdgebeuren blijft dezelfde, de manier waarop het verloopt kan echter wel veranderen.

    Dit boek wil het maaltijdgebeuren bij personen met dementie centraal stellen in al zijn facetten. Het biedt een duidelijk beeld van de problematiek vanuit verschillende invalshoeken. Naast een theoretisch kader wil het vooral concrete handvatten aanreiken voor situaties waarin het maaltijdgebeuren niet meer loopt zoals tevoren.

    Er wordt hierbij niet enkel gefocust op de persoon met dementie en zijn ziekteproces, maar er wordt ook gekeken naar de invloed van de omgeving en de invloed van zorgverleners. Er wordt stilgestaan bij vragen als `Hoe kunnen we voedsel aanbieden?, `Hoe gaan we om met slikstoornissen?, `Wat is de invloed van de zorgverlener en de omgeving op de persoon met dementie bij het maaltijdgebeuren?.

    Het boek richt zich naar al wie geïnteresseerd is of geconfronteerd wordt met de problematiek en wil vooral een handige tool zijn voor de praktijk, gebaseerd op een wetenschappelijk kader.

    Of je nu mantelzorger, professionele hulpverlener, student of gewoon geïnteresseerd bent, dit boek biedt een solide basis om op een kwaliteitsvolle manier aan de slag te gaan!

    OVER DE AUTEUR

    Sabine Boerjan is licentiate in de logopedie en audiologie en werkt als projectverantwoordelijke bij het Expertisecentrum Dementie Paradox.

  • De huisarts als "mijnheer doktoor", alleenheerser en -bestuurder van het zorglandschap is een beeld dat tot het verleden behoort. Door een veranderde maatschappelijke context en meer nog door een verschuiving in het zorglandschap, wordt de huisarts geconfronteerd met andere taken dan de loutere patiëntenzorg.

    Op relatief korte tijd kwamen nieuwe samenwerkingsmodellen in de praktijk tot stand. Huisartsen groepeerden zich onder één dak, maakten afspraken met collegas uit de buurt en zetten een permanentieketen op. Er groeide een nood aan praktijkondersteuning door paramedische en secretariaat-medewerkers en er werd overleg gepleegd met externe disciplines. De overheid faciliteerde een aantal opties om de zorgkwaliteit te verbeteren, stuurde aan op degelijke dossierregistratie en stimuleerde zowel intra- als interdisciplinaire samenwerking.

    Om aan deze verschuivingen en innovaties een antwoord te bieden, dringt een goed praktijkbeheer zich op. Behalve afspraken over infrastructuur, juridische en financiële aspecten zijn inhoudelijk overleg en een gemeenschappelijk visie vereist: welke opties worden genomen om samen te werken en waarom, welke verwachtingen worden gesteld aan praktijkassistentie, hoe verhoudt de infrastructuur van het gebouw zich tot de functies,

    Dit boek wil geen kant-en-klaar antwoord geven omdat er voor de noden van een huisartsenpraktijk geen one size fits all bestaat. Het geeft wel een uiteenzetting van het beslisproces en de contextuele voorwaarden ter voorbereiding en fundering van een goed praktijkbeheer, en koppelt die aan de bestaande modaliteiten. Het is immers niet voldoende om te weten met wie u als huisarts gaat samenwerken maar wel hoe u dit voorbereidt, welke opties u neemt, hoe u dit verantwoordt, Dit boek helpt huisartsen die krijtlijnen uit te zetten en de architectuur van een goed praktijkmanagement te schetsen.

    De sterkte van het boek ligt in het gegeven dat de auteurs bijna allen actieve huisartsen zijn met een belangrijke expertise in het domein van praktijkmanagement. Een aantal van hen is door professionele activiteiten betrokken bij het huisartsgeneeskundig actieterrein.


    OVER DE AUTEURS

    BIRGITTE SCHOENMAKERS is huisarts in een grote groepspraktijk in Leuven. Als docent is ze verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde (ACHG) van de KU Leuven. Sinds 2000 spitst haar onderzoeksdomein zich toe op het ondersteunen van de zorg voor dementerenden en hun mantelzorgers. Daarnaast is ze mede verantwoordelijk voor de opleiding van huisartsen in spe.

    JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en het ACHG van de KU Leuven. Hij is tevens voorzitter van de werkgroep coördinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.

    BERT AERTGEERTS is hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven en afdelingshoofd van het ACHG. Hij is t huisarts in Wilsele en voorzitter van het Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM).

  • Geneesmiddelen moeten ons beter maken, maar roepen ook heel wat vragen op. Het blijft een hele klus om ons een weg te banen tussen meer dan 3.000 gecommercialiseerde geneesmiddelen die ons ter beschikking staan. Dit boek wil hiervoor een hulpmiddel zijn.

    In Geneesmiddelen. Wat de bijsluiter niet vertelt worden geneesmiddelen bij hun commerciële naam genoemd en gegroepeerd volgens hun werking. De auteur gaat dieper in op de wijze waarop medicatie werkt, het gebruik en de mogelijke nevenwerkingen. Geneesmiddelen worden op de apothekersbalans gelegd om voor- en nadelen af te wegen. Een alfabetische index met namen van geneesmiddelen, aandoeningen en trefwoorden vergemakkelijkt het opzoeken.

    OVER DE AUTEURS:

    GERT LAEKEMAN (°1951) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Gent. Hij behaalde een doctoraat in farmacologie en werd faculteitsgeaggregeerde met een thesis over fytofarmacologie aan de Universiteit Antwerpen. Gert Laekeman werkt sedert 1990 aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceerde communicatievaardigheden aan toekomstige apothekers in Leuven, Gent en Antwerpen. Hij is momenteel titularis van de cursussen farmacotherapie en fytotherapie aan de Katholieke Universiteit Leuven.

    LUC LEYSSENS (°1952) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Leuven. Hij behaalde een doctoraat in de farmaceutische wetenschappen en doceert geneesmiddelenkennis voor de opleiding Farmaceutisch-Technisch Assistent bij Syntra. Voorheen was hij onderzoeker aan het Dr.L. Willems-Instituut, nu als Biomed onderdeel van UHasselt. Na 1997 realiseerde hij het allereerste elektronisch leermiddel voor apothekers, www.farmamozaiek.be. In opdracht van de beroepsverenigingen verzorgt hij de verdere uitbouw daarvan en beantwoordt hij farmacologische vragen van apothekers.

  • Een boek over het Aspergersyndroom zonder het woord `Asperger in de titel: het was een doordachte maar gewaagde keuze in 1998. Desondanks werd Brein bedriegt een bestseller onder de autismeboeken met meer dan 15.000 verkochte exemplaren. Voor heel wat mensen betekende Brein bedriegt een eerste moment van herkenning en zelfs de uitweg uit een jarenlange zoektocht naar een diagnose.

    Sindsdien is het aantal begaafde personen met een diagnose uit het autismespectrum spectaculair toegenomen. Er zijn ook heel wat nieuwe inzichten in het autisme zoals zich dat uit bij mensen met een normale of hoge intelligentie. En naast de toenmalige hardnekkige misverstanden zijn er ook nieuwe ontstaan. Zoals: iedereen is een beetje autistisch. Of: het autistisch brein bedriegt nog steeds...
    />
    In deze compleet herziene editie herleest Peter Vermeulen het oorspronkelijke boek en biedt hij nieuwe inzichten, onder meer over diagnostiek en begeleiding. De inhoud is nieuw, de stijl dezelfde als toen.

    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal. Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij Acco & Epo verscheen eerder Autisme als contextblindheid (2009), Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs (2010) en Relaties@autisme.kom (2011).

  • Verschillen tussen leerlingen zijn eerder regel dan uitzondering. Om positief om te gaan met deze verschillen tussen leerlingen (in de klas) en om iedere leerling in de klas maximale leerkansen te kunnen bieden, is differentiatie wenselijk. Deze praktijkgerichte literatuurstudie richt zich op de effectiviteit en efficiëntie van die didactische werkvormen die zich focussen op het ontwikkelen van maximale leerkansen voor alle leerlingen. Er zijn twee manieren om met verschillen tussen de leerlingen in de klas om te gaan. Enerzijds door op maat van kleine groepen en/of individuen onderwijs te geven (divergeren), anderzijds door diversiteit samen te brengen (convergeren), zodat de verschillen tussen de leerlingen complementair werken. Het boek maakt de lezer vertrouwd met verschillende didactische werkvormen die er vandaag voorhanden zijn om differentiërend te werken en de wijze waarop deze kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen.


    Dit boek levert informatie vanuit wetenschappelijke literatuur en voorbeelden vanuit reële klassen aan voor het vormgeven van een leeromgeving die aan de slag gaat met de mogelijkheden van élke leerling.

    OVER DE AUTEURS

    Catherine Coubergs is als doctoraatsstudent verbonden aan de Vakgroep Educatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel.

    Katrien Struyven, Nadine Engels, Wouter Cools en Kristine De Martelaer zijn als (vak)didactici betrokken bij de specifieke lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij zijn tevens verbonden aan respectievelijk de faculteiten Psychologie en Educatiewetenschappen, Lichamelijke opvoeding en Kinesitherapie en/of het Interfacultair Departement Lerarenopleiding.

  • Sinds de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Nederland, 2001) en de Wet op euthanasie (België, 2002) kan wie ondraaglijk fysisch of psychisch lijdt, kiezen voor een humane dood geïnitieerd door een arts. Niettemin is het pas recenter dat binnen de geestelijke gezondheidszorg patiënten de vraag op grond van psychisch lijden formuleren. De hulpverlening ziet zich hier dan ook meer en meer geconfronteerd met een uitdaging, die heel wat vragen oproept. Tegelijkertijd bestaat er nog weinig wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.

    Dit boek wil een eerste verkenning bieden op het vlak van hulp bij zelfdoding en euthanasie als antwoord op ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. Enerzijds theoretisch door het beschrijven van het bestaande wettelijke landschap en de opduikende problemen, anderzijds door in te zoomen op de praktijk van een psychiater die regelmatig met de problematiek wordt geconfronteerd. Een tiental patiënten werd bevraagd over de invulling van hun ondraaglijk psychisch lijden, de redenen achter hun euthanasievraag en de reacties van de omgeving en hulpverlening op hun verzoek. Voor zover mogelijk vulden naasten en de begeleidende arts het verhaal vanuit hun perspectief aan. De beperktheid van de steekgroep patiënten en mensen uit hun omgeving laat geen algemene conclusies toe, wel het uitzetten van een aantal belangrijke denklijnen en uitdagingen voor de geestelijke gezondheidszorg en ruimer gezien de maatschappij.

    Over de auteur:

    Ann Callebert studeerde in 2011 af als master in de klinische psychologie. Voordien behaalde zij reeds een master in de Germaanse filologie en werkte ze meerdere jaren als docente Nederlandse taalverwerving aan de Universiteit van Keulen.

    Dit boek kwam tot stand met de medewerking van :

    Chantal Van Audenhove is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en directeur van LUCAS, Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy. Zij verricht onderzoek over de preventie van depressie en suïcide.

    Iris De Coster is licentiaat in de psychologie en senioronderzoeker bij LUCAS. Ze doceert patiëntbegeleiding en -communicatie aan de HUBrussel.

    Lieve Thienpont is onder meer psychiater en LEIF-arts. Als voorzitter van Vonkel en consulent is zij betrokken bij initiatieven rond sterven, dood, rouw en eindelevensvragen.

  • Dit boek wil iedereen inspireren die de uitdaging aangaat om les te geven aan (rand)normaal begaafde leerlingen met autisme. Vertrekkend van de specifiek autistische manier van waarnemen en informatie verwerken, met een ongewone leerstijl als gevolg, schetst dit boek de krijtlijnen voor een autismevriendelijke onderwijsstijl. De sleutelbegrippen worden rijkelijk geïllustreerd met concrete tips. Er is ook aandacht voor de keuze voor gewoon of speciaal onderwijs, het creëren van een autismecultuur op school en hoe je als leerkracht best omgaat met moeilijk gedrag bij de leerling.

    Dit boek is een compleet herziene uitgave van Voor alle duidelijkheid (Epo) uit 2002. Kobe Vanroy en Annemie Mertens, twee professionals met jaren ervaring in onderwijs aan normaal begaafde leerlingen met autisme, hielpen Peter Vermeulen bij de update. Het boek beperkt zich niet langer tot leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs, maar is in deze vernieuwde versie bruikbaar voor iedereen, van beginner tot expert, die werkt met leerlingen met autisme en een (rand) normale begaafdheid, zowel in het gewoon als in het buitengewoon of speciaal onderwijs.

    Over de auteurs:

    Peter Vermeulen is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal.

    Annemie Mertens is educatief medewerker bij Autisme Centraal en autisme-coördinator in een school voor buitengewoon onderwijs voor kinderen met een autismespectrumstoornis, met inbegrip van de ambulante begeleiding van leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs.

    Kobe Vanroy is educatief medewerker bij Autisme Centraal en werkte jarenlang als leerkracht en leerlingbegeleider van normaalbegaafde jongeren met autisme in het buitengewoon/ speciaal onderwijs.

  • Waarom lijkt de maan aan de horizon zo groot?
    Waarom is een boek soms ook een moordwapen?

    Het antwoord op deze vragen is: omdat we gevoelig zijn voor context. Niets van wat we waarnemen heeft immers een absolute of vaste betekenis. Tranen op iemands wang kunnen verdriet betekenen, maar ook blijdschap, opluchting of gewoon een allergische reactie. De betekenis van tranen hangt dus af van de context. En dat is niet alleen zo met tranen, maar met alles.

    Er zijn mensen die moeite hebben met context, met de steeds wisselende betekenissen van prikkels. In Vlaanderen en Nederland zijn ze met meer dan 100.000. Door een afwijking in de ontwikkeling van de hersenen slagen deze mensen er moeilijk in context te gebruiken om zin te geven aan wat ze zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Ze lijden aan contextblindheid. De wereld met al zijn meervoudige betekenissen is voor hen erg verwarrend. Ze denken absoluut in een relatieve wereld. Misverstanden in communicatie en sociale omgang zijn een logisch gevolg.

    In dit boek gaat Peter Vermeulen op zoek naar de rol van context in de menselijke waarneming en informatieverwerking. Op een begrijpelijke manier vat hij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van context in de werking van het menselijk brein samen. Talrijke anekdotes en voorbeelden illustreren hoe contextblindheid een verklaring kan bieden voor het denken en gedrag van mensen met autisme.

    De Engelse vertaling van "Autisme als contextblindheid" heeft in oktober 2012 een zilveren Mom's Choice Award gekregen in de USA. Meer informatie vindt u op www.momschoiceawards.com.



    Voor meer informatie:

    www.autismecentraal.com

    www.contextblindheid.be



    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is gezinspedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal (www.autismecentraal.com). Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij EPO verschenen eerder van hem: Dit is de titel. Over autistisch denken (1999), Brein bedriegt. Als autisme niet op autisme lijkt (1999), !? Over autisme & communicatie (2001), Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit. De onderkenning van autisme bij normaal tot hoogbegaafde personen (2002), Dialogica. Autisme Kunst (2003), Ik ben speciaal 2. Werkboek psychoeducatie voor mensen met autisme (2004).
    Bij Acco verscheen eerder Een gesloten boek. Autisme en emoties (2000, volledig herwerkte editie 2005).

    RECENSIES

    "Evaluerend ben ik onder de indruk van dit boek. () Het geeft niet alleen inzicht in de (sub)cognitieve processen van mensen met autisme, het geeft ook veel inzicht in onszelf! Wat willen we nog meer? Van harte aanbevolen, meer nog: een 'must' voor onderwijsprofessionals die werken met jongeren met en stoornis in het autismespectrum." - Ton Lenting in Remediaal 4, 2009/2010.

    " 'Autisme als contextblindheid' is een prachtig, wetenschappelijk onderbouwd boek. () Zo is het een vlot leesbaar en afwisselend boek geworden voor iedereen die met autisme te maken heeft. En dit in al zijn contexten!" - Lies Wouters in Logopedie jg 23, nr, 2, maart/april 2010.

    "Het boek is niet enkel geschreven voor professionals, maar kan omwille van de vlotte leesbaarheid en toegankelijke schrijfstijl aangeraden worden voor iedereen die geïnteresseerd is in de problematiek van autisme." - Thomas Lenaerts in VtVo jg. 30 nr. 3, september 2011.

    "Peter Vermeulen heeft met dit boek() opnieuw heel veel verhelderd. () Na het lezen van dit boek heb ik eigenlijk het gevoel dat de puzzel 'herschikt' is en dat de stukjes nu veel beter passen. () In een afsluitend hoofdstuk kijkt hij wat de inzichten kunnen betekenen voor de praktijk. Je zit er wat op te wachten als je het boek leest. Maar de voorgaande hoofdstukken zijn zo grondig en duidelijk dat je al héél wat tips verzameld hebt voor het beter begrijpen van én het beter reageren op mensen met autisme. Dit boek is een echte aanrader voor allen die dit voor ogen hebben!" - Ann Monstrey in Caleidoscoop jg. 23 nr. 3.

    "Dit boek biedt een interessant perspectief op de problemen van mensen met autisme en, zoals altijd bij Vermeulen, is het een krachtig pleidooi om hen beter te leren begrijpen. Daar zal dit werk ongetwijfeld weer aan kunnen bijdragen. Het is zo geschreven dat je achteraf denkt: wat logisch, waarom heeft nooit iemand dit eerder zo verwoord?" - in Balans magazine, juni/juli 2010.

    "Wie al lezingen van Peter Vermeulen heeft bijgewoond, weet dat de man er makkelijk in slaagt vlotte humoristische stijl aan te wenden om zijn wetenschappelijk gefundeerde boodschap over te brengen. En het lezen van zijn boeken is een soortgelijke ervaring." - Sven Volckerijck in Tijdschrift voor Welzijnswerk, jg. 34, nr. 309, juli 2010.

  • De kennis over de (neuro)psychologie van autisme is de laatste jaren spectaculair gegroeid. We beginnen stilaan zicht te krijgen op de binnenkant van autisme. In deze herziene uitgave van Een gesloten boek verkennen we een domein van de autistische psychologie dat, ondanks een stijgende belangstelling in wetenschappelijk onderzoek, in de praktijk nog te weinig aandacht krijgt, namelijk de emoties. We zullen daarbij proberen een antwoord te bieden op onder meer de volgende vragen: Hoe zit dat met emoties en autisme? Hoe ervaren mensen met autisme hun emoties en hoe uiten ze hun gevoelens? Zijn mensen met autisme overgevoelig of net ondergevoelig? Waarom is omgaan met de gevoelens van anderen zo moeilijk voor mensen met autisme? Zijn ze blind voor de gevoelens van anderen of veeleer egocentrisch, of zelfs apathisch en psychopathisch? Is autisme synoniem aan een laag EQ of een tekort aan empathie? Wat is het verband tussen emotionele intelligentie en het autistisch denken?Deze herziene uitgave bevat naast een update van de oorspronkelijke hoofdstukken ook enkele nieuwe themas zoals emotionele intelligentie, intimiteit en emotionele waarneming. We introduceren als tegenhanger voor het bekende begrip theory of mind de term intuition of mind om de moeilijkheden te beschrijven van begaafde mensen met autisme in het emotioneel contact met anderen. Ook nieuw is een hoofdstuk over de rol van psycho-educatie in het leren omgaan met gevoelens, met daarin bijzondere aandacht voor een laag zelfbeeld, depressie en onlogische angsten bij mensen met autisme.

    Over de auteur:

    PETER VERMEULEN is pedagoog en als autismedeskundige werkzaam bij Autisme Centraal. Hij publiceerde reeds uitvoerig over autisme en verschillende van zijn boeken zijn vertaald in diverse talen.

  • Deze nieuwe editie volledig geactualiseerd en met toegevoegd digitaal materiaal heeft niet als doel om de zoveelste theorie over stress op de lezer los te laten, maar wel om kennis te laten maken met twaalf lichaamsgeoriënteerde methoden om stress te reduceren.

    Het eerste deel van dit boek bevat algemene beschouwingen over stress. In het tweede gedeelte worden mogelijke technieken beschreven om stress bij kinderen en volwassenen te voorkomen of te verminderen en om de lezer te helpen een juiste balans te vinden in het leven. Naast de definitie van elke techniek, de achtergronden en de indicaties worden de methoden en praktische richtlijnen beschreven. Er wordt ook aandacht besteed aan de wetenschappelijke waarde van elke techniek. Daarnaast wordt bij elke methode verwezen naar mogelijke boeken, opleidingen en websites die nog dieper op de techniek ingaan, en wordt ondersteunend digitaal materiaal aangeboden.

    Dit boek is bedoeld voor iedereen die stress ervaart. Voor kinesitherapeuten, psychologen, psychomotorische therapeuten, artsen, leraars of pedagogen vormt het een basis van waaruit dieper op de verschillende technieken kan worden ingegaan.

    OVER DE AUTEURS

    MARIJKE VAN KAMPEN is professor in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, deeltijds werkzaam als kinesitherapeut in het UZ Leuven op de dienst Fysische Geneeskunde en Revalidatie en buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven.

    MIRJAM VERVAEKE is licentiate L.O., psychomotore therapeute, psychotherapeute en relaxatietherapeute. Zij is werkzaam in het UZ Leuven op de diensten psychiatrie, gynaecologie, fertiliteit en vrouwelijke seksuele disfuncties en geeft opleiding stressreductie bij klinisch personeel.

  • In deze herwerkte editie wordt de menselijke communicatie uitgebreid en heel herkenbaar in kaart gebracht door het denk- en werkmodel van de communicatietheorie te illustreren met voorbeelden en gevalsbesprekingen uit het dagelijkse leven, uit boeken en films. Door de praktijkgerichte stijl inspireert de lectuur tot een methodische aanpak van communicatiestoornissen in zowel privé- als beroepsrelaties (omgaan met cliënten, patiënten, groepen, klas, collegas). Want relaties lopen wel eens vierkant, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. Hoe communicatiestoornissen, irritaties, fricties of conflicten ontstaan en derhalve vermeden kunnen worden, wordt duidelijk bij het leren onderkennen van de beïnvloedingsprocessen die onbewust tussen mensen spelen. Vast zitten in machtsstrijd, vicieuze cirkels, goede bedoelingen zonder effect, territoriumconflicten: de auteur reikt concrete inzichten en technieken aan om deze courante relatieverstoorders om te buigen naar een meer constructieve communicatiestijl.De theorie is zorgvuldig en uitgebreid vertaald naar de realiteit van alledag. De vele beschreven situaties en de talrijke voorbeelden maken het boek vlot leesbaar en herkenbaar voor iedereen. Diverse oefeningen zorgen tenslotte voor een onmiddellijke toetsing aan de praktijk. Ook voor het onderwijs en de opleiding en bijscholing van hen die beroepshalve vakkundig met mensen willen omgaan, is dit handboek erg geschikt.

    Over de auteur:

    WILFRIED VAN CRAEN is psychotherapeut en verzorgt al dertig jaar cursussen en trainingen in persoonlijke vorming. Hij is tevens auteur van zeven boeken over praktische psychologie.

  • In deze praktijkgerichte literatuurstudie gaan de auteurs op zoek naar educatieve aanpakken die de interesse, de motivatie, de nieuwsgierigheid en het zelfvertrouwen van meisjes en jongens (8-16 jaar) voor wetenschap, techniek en wiskunde aanwakkeren en die een blijvend effect hebben op hun leerprestaties.

    Het boek wil leraren wetenschappen, wiskunde en techniek inspireren bij hun onderwijspraktijk. De recentste wetenschappelijke inzichten op het gebied van wetenschappen-, wiskunde- en techniekonderwijs worden verrijkt met tal van praktijkvoorbeelden die bruikbaar zijn in de concrete klaspraktijk. De studie is ook bruikbaar voor directies, pedagogische begeleiders en onderwijsonderzoekers.

    Het boek behandelt vier kernvragen:

    Wat wil je bereiken met wetenschaps-, wiskunde- en techniekonderwijs?
    Hoe kun je wetenschap, wiskunde en techniekonderwijs vorm geven in de klas?
    Welke invloed hebben persoonlijke kenmerken zoals gender, het prestatieniveau en de leerstijl van de leerling op de interesse en motivatie voor wetenschap, wiskunde en techniek?
    Ten slotte: Wat is de rol van de leraar in dit alles?

    OVER DE AUTEURS

    Hilde Van Houte doceert onderzoeksvaardigheden en `Kinderen onderzoeken en ontdekken aan de opleiding Bachelor in onderwijs: kleuteronderwijs aan de Arteldeveldehogeschool. Ze is er tevens cordinator van QUEST, het onderzoekscentrum dat een onderzoekende houding wil stimuleren en onderhouden bij kinderen en jongeren.

    Bea Merckx is docent biologie aan de Arteveldehogeschool bij de Bachelor in onderwijs: lager onderwijs en secundair onderwijs en is betrokken bij meerdere onderzoeks- en nascholingsprojecten.

    Jan De Lange is docent fysica bij de Bachelor in onderwijs: secundair onderwijs aan de Arteveldehogeschool en werkte mee aan tal van onderzoeks-, dienstverlenings-, en internationale projecten specifiek wetenschapsonderwijs.

    Melissa De Bruyker is docent Engels bij de Bachelor in onderwijs: secundair onderwijs van de Arteveldehogeschool. Daarnaast legt zij zich toe op competentiegerichte werk- en evaluatievormen (o.a. via het nascholingsproject Clever).

    Karen De Maesschalck (Arteveldehogeschool), Jozefien Schaffler (Arteveldehogeschool) en Jouri Van Landeghem (Hogeschool Gent) hielpen mee met het opbouwen van de literatuurdatabank. Het expertisenetwerk AUGent, de expertengroep en de toetsgroep leverden een kritische en onderbouwende bijdrage aan deze publicatie.

  • Meester over meester?

    Nogal wat onderwijsmensen voelen zich steeds meer overspoeld door regels, niet alleen vanuit de onderwijsoverheid zelf, maar ook vanuit andere maatschappelijke sectoren. Bovendien zijn er meer en meer leerlingen, studenten en ouders die hun rechten opeisen, minderheidsgroepen die hun kansen willen grijpen en bescherming zoeken tegen willekeur en discriminatie, is er de overheid die maatschappelijke veranderingen wil initiëren via het onderwijs... En daarenboven een juridisch systeem met eigen wetmatigheden...

    Hoe behoudt een leerkracht onder deze omstandigheden een goede pedagogische relatie met zijn leerlingen? Is het vertrouwen dan helemaal zoek? Vergroot juridisering de kloof tussen onderwijsgebruiker en onderwijsverstrekker? Of kunnen gemeenschappelijke waarden die kloof overbruggen? En kan een goede regelgeving bijdragen tot een verdere professionalisering van ons onderwijs?

    Om het onderwerp beter in kaart te brengen, organiseerde de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) een probleemverkenning. Praktijkdeskundigen en academici zochten samen naar antwoorden. Dit boek bundelt de bijdragen van diverse deskundigen over juridisering en onderwijs. In zijn synthese geeft de voorzitter van de denkgroep, prof. em. Raf Verstegen, aanzetten om de kloof te overbruggen.

  • In het scholenlandschap van vandaag spelen schoolleiders meer dan ooit een sleutelrol. Deze wordt steeds meer divers en veeleisend. De overheid verwacht immers dat scholen meer en meer een eigen lokaal beleid voeren. Tegelijkertijd vinden er allerlei processen van schaalvergroting plaats, denk maar aan de invoering van scholengemeenschappen. Ook in het onderzoek en de theorievorming over schoolleiderschap deed er zich een verschuiving voor. Deze evoluties worden in dit boek in kaart gebracht.

    Het boek biedt een overzicht van omschrijvingen, conceptualiseringen en onderzoek over schoolleiderschap. De onderzoekers wijzen op een patstelling tussen enerzijds benaderingen die de formele schoolleider centraal stellen en anderzijds benaderingen die leiderschap zien als een organisatorische functie die feitelijk gestalte krijgt door het handelen van meerdere organisatieleden. Verder stellen zij vast dat het merendeel van de literatuur de instrumentele of taakdimensie van schoolleiderschap beklemtoont, terwijl het ook een relationele en emotionele aangelegenheid is. In recent onderzoek krijgt deze belevingsdimensie steeds meer aandacht. Ten slotte wordt het (beperkte) onderzoek over schoolleiderschap en schaalvergroting in kaart gebracht.

    De auteurs presenteren een omvattend en integrerend conceptueel kader van schoolleiderschap. Dat kader is relevant voor onderzoekers, maar ook voor professionals die te maken hebben met het `leiden van scholen en scholengemeenschappen: het biedt hen een `kaart om op een meer systematische manier om te gaan met de complexe realiteit van schoolleiderschap.

    Over de auteurs:

    GEERT KELCHTERMANS is hoogleraar aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen en hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de KU Leuven.

    LIESBETH PIOT werkt als aspirant van het FWO aan het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing van de KU Leuven, waar ze een proefschrift over schoolleiderschap en schaalvergroting voorbereidt.

  • De bereidheid van leerlingen om te leren is al decennia lang de focus van veel en gedegen onderzoek. De aanpak van onderzoekers heeft echter niet altijd bijgedragen tot de transfer van deze inzichten naar de onderwijspraktijk. Die kloof wordt in dit boek gedicht. Het geeft een overzicht van wat er over leerbereidheid geweten is en vertaalt dit in concrete tips voor onder meer leerkrachten, leerlingbegeleiders en schoolleiders. Een verdieping in het boek maakt de lezer vertrouwd met verschillende zienswijzen en bestaande evidentie omtrent (het gebrek aan) leerbereidheid en omtrent wat leren (wel en niet) leuk en boeiend maakt. Daarmee raken we aan de kern van onderwijs, met name de kunst om met leerlingen een zodanige pedagogische en didactische relatie aan te gaan dat zij op een gemotiveerde manier tot leren bereid zijn.

    De auteurs hebben intensief gezocht naar bewijskracht over wat (niet) werkt in het motiveren van leerlingen. Aan de hand van 10 praktijkprincipes vertaalden ze de inzichten uit motivatietheorieën en de resultaten van onderzoek in concrete tips voor de onderwijspraktijk. Kortom, wie de leerbereidheid van leerlingen wil aanwakkeren, vindt hier principes die motiveren, inspireren én werken.

    Over de auteurs:

    Jan Vanhoof, Maarten Penninckx, Vincent Donche en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn er actief in de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).

    Maarten Van De Broek is na een loopbaan als leraar en leerlingbegeleider aan het werk als psychotherapeut en als oprichter en nascholer bij Vonk en Visie (www.vonkenvisie.be).

  • In alle takken van de gezondheidszorg is effectieve communicatie tussen zorgverstrekkers en patiënten en hun naasten essentieel om de best mogelijke behandeling te kunnen bieden. Luisteren naar mensen en praten lijken eenvoudig, maar in de context van de zorgverlening vraagt dit echter om gespecialiseerde vaardigheden. Vaak spelen er immers sterke emoties mee, zoals onmacht, angst, frustratie, ontgoocheling en verdriet. Men moet hier adequaat mee kunnen omgaan in een veelheid van situaties en bij verschillende types van mensen. Veel klachten in de geneeskunde hebben meer te maken met gebrekkige communicatie dan met medisch-technische tekortkomingen.

    Vanuit de expertise van artsen en andere deskundigen biedt dit boek niet alleen theoretische modellen, maar ook een rijkdom aan praktische tips en adviezen. Het is het eerste deel van een reeks van vier en biedt een basis voor het opbouwen van een goed contact met de patiënt, waarin aandacht voor zijn beleving en inzicht in de problematiek hand in hand gaan. Het is een onmisbare handleiding voor al wie kwaliteit wil bieden in een humane gezondheidszorg.

    Ook al richt het boek zich in eerste instantie tot artsen, het bevat nuttige informatie voor allen die in de gezondheids- en welzijnszorg werkzaam zijn, als zorgverstrekker, opleider of beleidsmedewerker.

    OVER DE AUTEURS

    JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep coördinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.

    MANU KEIRSE is klinisch psycholoog en doctoreerde in de geneeskunde aan de R.U.Leiden (NL). Hij werkt als hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Daarnaast is hij voorzitter van de Federale Evaluatiecommissie voor Palliatieve Zorg, van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en van diverse andere voorzieningen in de zorg.

    Aan dit boek schreven mee: Jan Craenen, Dominique Dewilde, Jo Goedhuys, Manu Keirse, Geert Pint, Sabine Van Baelen en Mark Van Nuland.

    Dit boek maakt deel uit van de reeks ACHG, uitgegeven in samenwerking met het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven. De boeken in deze reeks zijn een praktisch hulpmiddel bij de dagelijkse professionele zorg van patiënten.

  • Afgelopen decennia is er heel wat geïnvesteerd in het leren van volwassenen. Toch is Vlaanderen nog steeds geen samenleving waarin leren voor alle volwassenen een evidentie is.

    Vanuit de overtuiging dat vooruitgang mogelijk en noodzakelijk is, organiseerde de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) een strategische verkenning over het stimuleren van het leren van volwassenen. Daarmee wil de Vlor het debat voeden over hoe het leren van volwassenen in de komende tien jaar nog krachtiger dan voorheen kan gestimuleerd worden.

    Dit boek bundelt de bijdragen van verschillende deskundigen aan een tweedaags seminarie met als centraal uitgangspunt `hoe kunnen alle volwassenen in Vlaanderen voldoende worden toegerust met kennis, houdingen en competenties om te kunnen omgaan met zich continu wijzigende contexten van leven, samenleven, wonen en werken?

    In een afsluitende platformtekst formuleert prof. dr. em. Herman Baert namens de denkgroep van de Vlor, vanuit de verschillende bijdragen enkele hefbomen om het leren van volwassenen in het komende decennium verder te stimuleren.

    MET BIJDRAGEN VAN

    Ides Nicaise Maria De Bie Gunter Gehre Eva Kyndt & Filip Dochy - Katleen De Stobbeleir en Tina Davidson David Gijbels, Vincent Donche, Piet Van den Bossche en Gert Vanthournhout Luc Sels Herman Baert & Christof Vanden Eynde

  • Vanuit de onderwijspraktijk worden heel wat vragen gesteld over zinvolle werkwijzen om onderzoekscompetenties bij leerlingen te versterken. Aan de hand van een praktijkgerichte en wetenschappelijke reviewstudie beogen de onderzoekers handvatten aan te reiken voor leerkrachten om het onderzoekend leren optimaal te ondersteunen in de klaspraktijk. Hiervoor staan de auteurs stil bij de resultaten van internationaal onderzoek naar de verschillende didactische benaderingen om onderzoekend leren bij leerlingen te stimuleren. Aandacht gaat hierbij uit naar de onderzochte effecten alsook de (rand)voorwaarden op het vlak van de onderwijsleeromgeving en de rol van leerkrachten en leerlingen hierin. Daarnaast gaan ze ook in op de vraag welke didactische ondersteuning voor welke leerlingen optimaal is wanneer leerlingen onderzoekend leren.

    De resultaten van dit onderzoek worden gedocumenteerd in een gebruiksvriendelijke rapportage voor verschillende doelgroepen, waarbij zowel aandacht wordt besteed aan conceptverheldering, methodieken voor het stimuleren van onderzoekend leren en verwijzingen naar good practices als aan een wetenschappelijke verantwoording van het reviewproces.

    Dit boek is eveneens verkrijgbaar als e-book.

    OVER DE AUTEURS

    Jetje De Groof, Vincent Donche en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zij zijn er actief in de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).

  • Welke soort klassamenstelling is de meest gunstige voor de leerprestaties, het welbevinden en het academisch zelfbeeld van leerlingen? Worden leerlingen best omringd door een brede diversiteit aan medeleerlingen (heterogene groep)?

    Of is het beter in de klas te zitten met gelijkaardige leerlingen (homogene groep)? Er bestaan veel wetenschappelijke studies over het groeperen van leerlingen in homogene/heterogene klassen. Deze publicatie wil vooral een overzicht geven van de vaststellingen van onderzoekers in verband met de effecten van homogeen/ heterogeen groeperen op de leerprestaties en het sociaal-emotioneel functioneren van leerlingen. In dit literatuuroverzicht gaat de meeste aandacht uit naar de effecten van klassamenstelling op het prestatieniveau. Daarnaast worden ook andere groeperingscriteria besproken zoals leeftijd, sociaal-economische thuissituatie, cultureel-etnische achtergrond en geslacht.

    De hier gepresenteerde onderzoeksresultaten kunnen een inspiratiebron zijn voor directeurs, pedagogisch begeleiders en anderen die goede beslissingen willen nemen. Wat u hier leest kan een aanzet zijn om bepaalde tradities te doorbreken en om zelf te onderzoeken wat al dan niet werkt in uw school.

    Over de auteurs:

    BARBARA BELFI is wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -evaluatie van de KU Leuven.

    BIEKE DE FRAINE is deeltijds docent aan het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -evaluatie van de KU Leuven.

    JAN VAN DAMME is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen en verantwoordelijke van het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -evaluatie van de KU Leuven.

    RECENSIES

    "De stof wordt gekleurd door bijpassende citaten van docenten." - in Didaktief, nr. 7, september 2010.

    "Een beknopte, maar boeiende studie voor deskundigen en leidinggevenden in het basis- en voortgezet onderwijs." - NBD Biblion, 2010.

  • Een gereedschapskist of wetenschappelijke toverstok met tips en trucs voor het oplossen van gedragsproblemen bestaat niet. We zullen het met iets anders moeten doen. Daarover gaat het boek Gedragsproblemen in scholen (Acco, 2009).

    Na het verschijnen ervan kregen we van vele kanten het verzoek om, passend bij dit boek, trainingsmateriaal uit te werken voor de lerarenopleidingen en de opleidingen `Master Special Educational Needs. Het moest ook bruikbaar zijn voor de nascholing van schoolteams in het primair en het voortgezet onderwijs, inclusief het speciaal onderwijs. Deze publicatie komt aan dit verzoek tegemoet.
    Met het trainingsmateriaal willen we leraren en studenten stimuleren om in hun klas (en school) op een probleemoplossende manier te denken en te handelen bij gedragsproblemen. Niet de problemen staan centraal, maar vooral de oplossing ervan.

    Themas zijn o.m. de volgende:

    invloed van `good teaching
    inzicht in de rol en betekenis van de leraar
    analyse van moeilijke praktijksituaties
    ontwikkeling van geldige intuïtieve oordelen
    goede en minder goede ingrepen van leraren
    waarde van kwaliteiten en krachten van leerlingen en leraren
    concrete handvatten voor groeps- en leerlingbesprekingen
    systematische opbouw van preventie en aanpak van gedragsproblemen.

    Het trainingsmateriaal is veelvuldig in de onderwijspraktijk beproefd, zowel in Nederland als daarbuiten.

    OVER DE AUTEURS

    Kees van der Wolf en Tanja van Beukering zijn als adviseurs, onderzoekers, opleiders en trainers werkzaam bij Van der Wolf & Van Beukering, onderwijsadviseurs (www.deonderwijsadviseurs.nl).

    Theo Veldkamp is trainer en coach van leraren, schoolteams en schoolbesturen.

  • People demonstrate leadership whenever they take responsibility for change in their environment, because they believe things can or must be different. Leaders have a personal story to tell. About the challenges in the real world. About their striving for higher ideals and their quest for a better future. They question the status quo, hold themselves and others up to the mirror, take the first steps towards change and further develop themselves as an example and instrument of that change. They have impact, not based on authority, but on authenticity and engagement.

    Leadership is not the same as having a managerial position or exercising power. There is no job description for a leader. Leadership is a personal choice. The more people are willing to make this choice, the more quickly teams, organizations and societies with greater leadership will develop. This book contributes to this process by linking current scientific thinking about the complexity of leadership with a number of practical examples and personal testimonies. The result is 19 challenging thoughts or insights about the leadership phenomenon, which will encourage people to reflect personally and critically on their attitude to leadership and inspire them to take positive action.

    Mirror, mirror on the wall, who is the best leader of them all?"

    PLUSPUNTEN
    Vertaling van het succesvolle De leider in de spiegel (oktober 2013, tweede druk december 2013)

    OVER DE AUTEURS

    Koen Marichal lectures and researches in leadership at the Antwerp Management School. He has a master degree in psychology and more than 20 years HRM experience in different organizations.

    Jesse Segers lectures in leadership and HRM at the Antwerp Management School and is a post-doctoral researcher at the University of Antwerp. He is a doctor in Applied Economic Sciences and also has a master degree in psychology. Together they lead The Future Leadership Initiative at the Antwerp Management School, which investigates and develops the leadership of both people and organizations. You can follow their blog at www.tfli.be and via twitter @koenmarichal and @segersjesse.

  • In het dagelijkse werken met cliënten krijgen hulpverleners voortdurend feedback. Van gefronste wenkbrauwen tot uitgeschreven antwoorden op de tevredenheidsvragenlijst: elke cliënt kan op elk moment, gevraagd of ongevraagd, feedback geven over elk aspect van de hulpverlening.

    Werken met cliëntenfeedback in de jeugdhulp is gestoeld op concrete praktijkervaringen en is gericht op elke hulpverlener die bewust cliëntenfeedback wil inzetten in de hulpverlening. Het is een concreet hulpmiddel om hulpverleners én organisaties te laten reflecteren over het verzamelen en vertalen van cliëntenfeedback en geeft een antwoord op de vraag hoe we oog kunnen hebben voor elke vorm van feedback.

    Dit boek maakt op een praktische en verstaanbare manier duidelijk hoe cliëntenfeedback kan bijdragen tot een kwalitatief hulpverleningsaanbod.

    /> De inbreng en feedback van cliënten en ex-cliënten is een cadeau voor hulpverleners, voorzieningen en beleidsmensen. Het helpt hen om hun hulpverlening en structuren beter af te stemmen op de reële behoeften. (Anne, ex-cliënt)

    OVER DE AUTEURS

    DIETER CALLENS is klinisch psycholoog, criminoloog en contextueel therapeut. Hij heeft als gezinsbegeleider en kwaliteitscoördinator ruime ervaring in de Bijzondere Jeugdzorg en is momenteel werkzaam bij de thuisbegeleidingsdienst De Mee-ander (Jeugdzorg De Brug VZW).

    WEDERIK DE MEERSMAN studeerde klinische psychologie en werkte tien jaar als gezinsbegeleider en coördinator in een dagcentrum Bijzondere Jeugdzorg. Momenteel is hij stafmedewerker bij Steunpunt Jeugdhulp vzw.

empty