• n dit boek worden de hoofdzaken van het Nederlandse belastingrecht en de grondbeginselen van het internationale en Europese belastingrecht behandeld.
    De volgende onderwerpen komen in Hoofdzaken belastingrecht aan bod:

    formeel belastingrecht;
    inkomstenbelasting;
    loonheffingen;
    vennootschapsbelasting;
    dividendbelasting;
    internationaal en Europees belastingrecht;
    omzetbelasting;
    erf- en schenkbelasting;
    belastingen van rechtsverkeer;
    belastingen van lokale overheden;
    Wet waardering onroerende zaken;
    verhouding tussen vennootschappelijke jaarrekening en fiscale aangifte.

  • European pension law is a topic that does not always receive the attention it deserves. For many years, the European Union has made efforts to bring the benefits of the EU single market to the realm of occupational pensions with some remarkable successes. However, some aspects of the EU's pension law and policy remain incomplete for a number of reasons. This book studies European (occupational) pension law from the perspective of a pension scheme member by looking at the prerogatives of the EU in the field of occupational pensions and the history of its involvement with the topic. It then assesses the results of those efforts from a pension scheme member's point of view. It does this not just by examining legislation such as the IORP II Directive or the Supplementary Pension Rights Directive, but also Commission Communications, the legislative processes leading up to adopted legislation and failed attempts at legislation. Finally, it studies the recent PEPP Regulation - a personal pension product that could offer lessons for EU occupational pension law.

  • The Islamic State (ISIS) perplexed the world when its leader Abu Bakr
    Al-Baghdadi declared a caliphate in 2014. This declaration was not just
    followed by territorial expansion, but also by several new developments
    in terrorism's actors, ideology, methods and geopolitics. Terrorism and
    Counterterrorism after the Caliphate analyzes these new developments
    in terrorism and counterterrorism in the wake of the ISIS-caliphate.
    This multidisciplinary volume combines legal, philosophical and international relations perspectives in two main lines of inquiry.
    First, the concepts relevant to terrorism and counter-terrorism studies are analyzed,
    such as the status of the `caliphate', the role of `ideology' and the links
    with `militant democracy'. Second, country-specific contributions discuss
    the latest developments in terrorism and counterterrorism in Belgium,
    the Netherlands, Germany, Italy and the United States.
    Terrorism and Counterterrorism after the Caliphate is essential reading
    for researchers and policy makers alike, grappling with the postcaliphate world of terrorism. The book constitutes a timely follow-up to earlier volumes in which Leiden Jurisprudence researchers collaborated
    with other Dutch and international scholars on the issues of terrorism,
    counter-terrorism and militant democracy: Terrorism: Ideology, Law and
    Policy (2011), The State of Exception and Militant Democracy in a Time
    of Terror (2012) and Militant Democracy - Political Science, Law and
    Philosophy (2018).

    Afshin Ellian is Professor of Jurisprudence at Leiden University. His latest
    book is Reflections on Democracy in the European Union (2020, as coeditor).
    Bastiaan Rijpkema is Associate Professor of Jurisprudence at Leiden
    University. His most recent book is Militant Democracy: The Limits of
    Democratic Tolerance (2018).

    Gelijn Molier is Associate Professor of Jurisprudence at Leiden University.
    In 2018 he co-edited Strijd om de democratie: essays over democratische
    zelfverdediging [Struggle for democracy: essays on democratic selfdefense]

  • In vrijwel elk rechtsgebied doen zich innovatieve ontwikkelingen voor in de omgang met conflicten. Dit speelt zowel binnen de overheidsrechtspraak als daarbuiten. Te denken valt aan de mate waarin het recht en de procedure de uitkomst van het geschil bepalen en de mate waarin conflicteigenaren en derden zeggenschap hebben over conflicten en oplossingen. Ook is er de nodige aandacht voor de mate waarin partijen bij een conflict louter voor eigen belangen en rechten opkomen en voor de mate waarin zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren (en kunnen dragen) voor de oplossing van hun conflict. De lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law and Governance (NILG) die eind 2019 werd gehouden, had als doel om aan de hand van inleidingen en debat te onderzoeken wat er op het vlak van het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem gaande is, en of dat op transformatie duidt. Is de aandacht voor probleemoplossing in het recht een voorbijgaande modegril? Of is mogelijk sprake van een dynamiek waarin probleemoplossing op een meeromvattender wijze in het recht(ssysteem) wordt geïntegreerd? Kan zo'n nieuw rechtssysteem eigenlijk wel bestaan? En hoe kan het recht inspelen op zo'n transformatieve ontwikkeling?

    Deze bundel vormt de weerslag van de lustrumconferentie. De bundel is niet opgezet als normatief materiaal voor wie zich een oordeel wil vormen over de waarde van probleemoplossing in het recht. De bijdragen van de bundel zijn primair bedoeld om elkaar te informeren door een dwarsdoorsnede te geven van wat er op diverse rechtsgebieden gaande is rondom het thema probleemoplossing in het rechtssysteem.

  • This book examines confidentiality, secrecy and privilege issues in insolvency proceedings for corporates and banks. It attempts to fill the gap that the authors have identified. Bankruptcy and insolvency legal research, in particular, seem to lack clear definitions, incomplete laws and cases with respect to the application of these three themes in corporate insolvency and bank resolution proceedings. Moreover, there are still inconsistent views and opinions of judicial authorities across different jurisdictions about these topics. The study deliberately has a focused aim by arranging a unique collection of rules and court cases, approached from different perspectives of relevant stakeholders. It provides a mapping exercise with sources and commentary aimed at practitioners and scholars of insolvency law, which will come to more light and depth in legal environments that in themselves present a legal framework. Also, this book will serve as a preliminary research for additional research projects and other publications.

  • The International Criminal Court (ICC) and the United Nations Security Council (UNSC) are both empowered to request States to freeze individuals' assets. Regardless of their duration, such measures necessarily infringe upon the targets' rights. Yet, the longer assets are frozen, the more acute these infringements can become. ICC-requested asset freezes can endure from the issuance of an arrest warrant until the accused is acquitted or convicted, whereas UNSC ordered measures continue until international peace and security is restored. Asset freezes executed at the behest of the ICC and the UNSC are therefore rarely short in duration. The focus of this book rests on the two bodies' exercise of their asset freezing powers, with a particular emphasis on the legal protections available to the individuals at the receiving end of the procedures with which the ICC and the UNSC are equipped. This book will be of interest to practitioners, academics, government officials, members of civil society, and postgraduate students with an interest in public international law, especially international criminal justice and international human rights law.

  • De tbs-maatregel behoort tot de meest ingrijpende strafrechtelijke sancties in Nederland. Elke een of twee jaar bepaalt de rechter of de tbs-maatregel moet worden verlengd om te voorkomen dat de tbs-gestelde nieuwe delicten zal plegen. Natuurlijk weet niemand zeker of de tbs-gestelde daadwerkelijk zal recidiveren. Dit roept de vraag op wanneer de tbs-gestelde klaar is om terug te keren naar de samenleving. De tbs-maatregel is namelijk niet bedoeld om de tbs-gestelde te straffen door hem langdurig op te sluiten.

    Dit onderzoek laat zien hoe rechters een balans zoeken tussen de belangen van de samenleving en de belangen van de tbs-gestelde. Door middel van jurisprudentieonderzoek, observaties van zittingen en interviews met rechters zijn de overwegingen van rechters bij de verlengingsbeslissing in kaart gebracht. Deze worden geordend en geanalyseerd aan de hand van het focal-concernsperspectief. Dit onderzoek biedt nieuwe inzichten voor juristen en gedragsdeskundigen die werkzaam zijn in de tbs en voor iedereen die meer wil weten over de besluitvorming van rechters.

  • In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is door een onderzoeksteam van Erasmus School of Law onderzoek gedaan naar de vraag of naast mishandeling ook openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) tegen politieagenten en andere functionarissen met een publieke taak onder het taakstrafverbod zou moeten vallen. De aanleiding van het onderzoek is de toezegging van de regering op een wetsvoorstel voor de uitbreiding van het taakstrafverbod met mishandeling tegen agenten en andere functionarissen. De vraag is echter of er voldoende aanleiding is om ook de lichtste variant van openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) onder dit verbod te laten vallen.

    Om de vijf geformuleerde onderzoeksvragen te beantwoorden is allereerst een (bescheiden) onderzoek naar het wettelijk kader gedaan. Daarnaast is voor beantwoording van de empirische deelvragen gekozen voor een analyse van vonnissen in eerste aanleg gewezen door de rechtbank (politierechter en meervoudige strafkamer). Concluderend blijkt uit het onderzoek: nu het veelal gaat om lichte zaken, is er geen aanleiding om openlijke geweldpleging jegens politieagenten en andere publieke functionarissen onder het taakstrafverbod te laten vallen.

  • Dit rapport gaat over twee actuele onderwerpen: secundaire victimisatie als probleem en herstelrecht als oplossing. Secundaire victimisatie houdt in dat mensen slachtoffer worden door de juridische procedure. Verschillende groepen slachtoffers worden in verband gebracht met secundaire victimisatie, zoals slachtoffers van seksueel geweld, migranten, maar ook letselschadeslachtoffers, artsen, veteranen. Deze slachtoffers worden opnieuw slachtoffer omdat ze niet worden geloofd, niet serieus worden genomen of onjuist worden bejegend door professionals in het recht en daardoor het vertrouwen in het recht verliezen of minder goed herstellen. Herstelrecht is een duurzame vorm van conflictoplossing waarbij principes als herstel van het leed, behoeften van rechtzoekenden, dialoog en wederzijds respect centraal staan.

    Herstelrecht beoogt om mensen hun conflict samen in dialoog te laten oplossen. Binnen het strafrecht is er momenteel veel aandacht voor herstelrecht. Mediation in strafzaken wordt nu structureel gefinancierd door de overheid. Maar ook in het aansprakelijkheidsrecht, familierecht en bij de overheid is er steeds meer beweging in de richting van aandacht voor dialoog en immateriële behoeftes.

    In het rapport wordt ook verslag gedaan van Europese netwerkactiviteiten rondom het voorkomen van secundaire victimisering van slachtoffers van seksueel geweld en het mogelijk bevorderen van herstel in het kader van toegang tot eerlijke schade vergoeding.

    Het onderzoek is vernieuwend omdat het onderzoek verschillende rechtsgebieden betreft. De auteurs laten zien dat de problematiek van secundaire victimisatie niet alleen voorkomt in het strafrecht, maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Denk in het bestuursrecht bijvoorbeeld aan de slachtoffers van de kindertoeslagenaffaire. De auteurs beargumenteren dat herstelrechtelijke principes kunnen voorkomen dat mensen last krijgen van een juridische procedure, niet alleen in het strafrecht maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Herstelrechtelijke principes kunnen vormgegeven worden in gedragscodes en andere initiatieven.

  • The use of unmanned aircrafts, commonly known as drones, is developing at a fast pace worldwide. Drones are extremely versatile and capable of performing a wide variety of applications. However, applicable regulations are still lagging behind in technological progress and volume growth.

    The authors provide an in-depth study on prevailing drone law and policy in order to achieve a seamless integration of drone technology into the legal order of civil aviation. The drone market largely depends on the successful implementation of such a comprehensive international regulatory framework that will allow for safe, secure and environmentally friendly operations, while technologies must be mature enough to ensure full integration of drones into non-segregated airspace in the foreseeable future. Monitoring, evaluating and analysing drone operations is a continuous and systematic process, generating knowledge and best practices, also for streamlining such an all-encompassing regulatory framework.

  • Atrocity Crimes, Atrocity Laws and Justice in Africa provides a detailed analysis of the law and practice of international criminal justice in atrocity situations within Africa. Using the framework of atrocity law and justice, it examines national, regional, and international trials for atrocity crimes, including trials before foreign courts, while paying attention to the challenges posed by extradition laws to the attainment of justice. The book also discusses quasi-criminal processes adopted by some countries for bringing perpetrators to justice. It notes the politics of and the tensions within international criminal justice, the unending challenges to the existing framework by African countries, and the possibility of the emergence of an alternative or complementary regional criminal justice system.

    This book will be of interest to both academics and practitioners in the areas of mass atrocity studies, and international criminal law and justice. It will be a valuable tool for students and others studying international criminal law, international human rights, international humanitarian law, and the politics of international criminal justice. Anyone interested in atrocity law and justice in Africa will find this an indispensable text.

  • De eenmanszaak is een verzameling van zaken en vermogensrechten. Hoe deze rechtsvorm past in het stelsel van het privaatrecht is onduidelijk. Al eeuwenlang wordt de rechtsvraag of de eenmanszaak een goed is bediscussieerd in de rechtswetenschap. Deze vraag speelt als de eenmansondernemer een huwelijksgemeenschap aangaat of beëindigt, overlijdt, zijn recht op de onderneming overdraagt of inbrengt in een personenvennootschap of BV, of als hij zijn recht op de onderneming financiert.

    In dit onderzoek wordt nagegaan of het recht op de onderneming een goed is in de zin van artikel 3:1 BW en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn. De auteur geeft een volledig beeld van deze discussie. Ook komt zij door gebruik te maken van dogmatiek en rechtsvergelijking tot een ander antwoord dan de heersende leer op deze maatschappelijk relevante rechtsvraag. Zij pleit voor erkenning van het recht op de onderneming als vermogensrecht.

  • In het arbeidsrecht komen de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' op verschillende plaatsen voor. Dezelfde of zeer vergelijkbare begrippen worden ook in andere deelgebieden van het privaatrecht gebruikt, zoals het verzekeringsrecht, het vervoersrecht en het verkeersaansprakelijkheidsrecht. Bij nadere bestudering blijkt al snel dat de begrippen niet overal op dezelfde manier worden uitgelegd. In dit boek onderzoekt de auteur of de wijze waarop de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het privaatrecht worden uitgelegd, intern consistent is met de wijze waarop deze begrippen in het arbeidsrecht worden uitgelegd.

    De auteur bespreekt eerst de uitleg van `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het arbeidsrecht. Daarna bespreekt hij de uitleg van deze begrippen in de andere deelgebieden van het privaatrecht. Daarbij komen de parlementaire geschiedenis, de literatuur en zowel de jurisprudentie van de Hoge Raad als de lagere jurisprudentie uitvoerig aan de orde. Vervolgens vergelijkt de auteur de bevindingen uit het arbeidsrecht en het privaatrecht aan de hand van drie gezichtspunten: terminologie, ratio en type rechtssubject. De auteur duidt de geconstateerde verschillen en overeenkomsten en legt dwarsverbanden tussen de verschillende rechtsgebieden. In het laatste hoofdstuk bespreekt de auteur de mogelijkheid om het huidige model, waarin op verschillende plaatsen vergelijkbare schuldbegrippen worden gebruikt, te vervangen door een model met open normen.

    Dit boek is zowel interessant voor wetenschappers die belangstelling hebben voor interne rechtsvergelijking, als voor (praktijk)juristen die zich willen verdiepen in schuldbegrippen binnen het arbeidsrecht en het privaatrecht.

  • In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? In hoeverre is sprake van controle op bestuurders en toezichthouders en van zeggenschap over besluitvorming?

    De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur op grond van politieke noties van democratische legitimiteit. De auteur analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige onderwijswetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie.

    Dit boek is geschikt voor beleidsmakers en juristen bij de Rijksoverheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, voor degenen die zich bezighouden met de wetgeving inzake medezeggenschap en goed onderwijsbestuur en voor belangstellenden in de geschiedenis van het grondwettelijke onderwijsartikel en van de medezeggenschap.

  • In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van de derde advocatenbarometer, een empirisch rechtssociologisch onderzoek naar het profiel van advocaten die zijn verbonden aan een of meerdere Nederlandstalige balies in Vlaanderen en Brussel. Na eerdere afnames in 2006/07 en 2012/13, verzamelden we in het kader van deze derde editie gegevens van meer dan 2.500 advocaten in de periode mei-juli 2020. De studie werd opnieuw uitgevoerd in opdracht van de Orde van Vlaamse Balies, en stond onder leiding van professor Wim Hardyns (Universiteit Gent) en professor Stephan Parmentier (KU Leuven).

    Deze derde advocatenbarometer bevat topics zoals (1) het socio-demografisch profiel; (2) de professionele structuur van advocatenkantoren; (3) het type cliënteel en erelonen; (4) de (professionele) tijdsbesteding; (5) de stage; en (6) het gewijzigd advocatenlandschap.

    Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de trends die werden vastgesteld sinds de eerste barometer in 2006/07. De onderzoeksresultaten en reflecties in dit boek bieden een belangrijk beleidsinstrument voor de Orde van Vlaamse Balies en vormen een interessant aanknopingspunt voor verder wetenschappelijk rechtssociologisch onderzoek. Dit boek is daarom een belangrijk naslagwerk voor eenieder die een betere kijk op de beroepsgroep van advocaten wil ontwikkelen en een absolute aanrader die niet mag ontbreken in de boekenkast van elke (Vlaamse) advocaat.

  • De redelijk handelende aanbesteder Nieuw

    Een Europese aanbestedingsprocedure resulteert in Nederland - als alles volgens plan verloopt - in het sluiten van een (in de regel) civielrechtelijke overeenkomst. De rechtsverhouding die tijdens de aanbestedingsprocedurefase tussen een aanbesteder enerzijds en de inschrijvers anderzijds bestaat, wordt primair gereguleerd door regels van het Europees aanbestedingsrecht. Aangezien die verhouding echter ook kan worden gekwalificeerd als de precontractuele fase van de overeenkomst die inzet is van de aanbestedingsprocedure, wordt zij tevens beheerst door de precontractuele maatstaven van de redelijkheid en billijkheid. Dit proefschrift gaat over de vraag hoe het Europees aanbestedingsrecht en het nationale verbintenissenrecht zich tot elkaar verhouden en hoe de wisselwerking tussen beide rechtsgebieden plaatsvindt.

    Aan de hand van een tweetal overkoepelende thema's, namelijk herstel van fouten in inschrijvingen en het zorgvuldig voorbereiden en uitvoeren van de aanbestedingsprocedure, wordt de wisselwerking tussen het Europees aanbestedingsrecht en het Nederlands verbintenissenrecht onderzocht en verklaard. Vragen die aan de orde komen zijn onder meer wat de precieze reikwijdte is van de algemene beginselen van aanbestedingsrecht en wat de invloed is van een door het Europees aanbestedingsrecht gereguleerde procedure op de inhoud en strekking van de verbintenisrechtelijke verplichtingen die zich tijdens die procedure manifesteren. Ook wordt een stappenplan geformuleerd voor het (laten) herstellen van fouten in inschrijvingen en wordt uiteengezet wat het zorgvuldig voorbereiden en uitvoeren van een aanbestedingsprocedure inhoudt.

  • Erkenning, excuses en herstel Nieuw

    Erken de rol van de Nederlandse overheid in het slavernijverleden, bied excuses aan en werk aan herstel. Doe dit in een wet, bij voorkeur in een consensusrijkswet, met betrokkenheid van het hele Koninkrijk. Dit adviseerde het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden de Nederlandse regering op 1 juli 2021.

    De studie Erkenning, excuses en herstel speelde een belangrijke rol bij de onderbouwing van dit advies. De auteurs verkenden in opdracht van het Adviescollege de juridische aspecten van de verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. De studie biedt de lezer een juridische routekaart waarin het staats­, straf­ en privaatrecht onderzocht worden op hun betekenis voor de verwerking van het slavernijverleden. Zo wordt getoond op welke manieren het Nederlands recht en het recht van het Koninkrijk der Nederlanden de verwerking van dit verleden mogelijk maakt en waar het eventueel obstakels opwerpt.
    De auteurs concluderen dat de meest geschikte juridische vorm voor verwerking gevonden kan worden in erkenning, excuses en herstel in een consensusrijkswet. Die vorm maakt dat de Nederlandse overheid zich zo open mogelijk opstelt en zich verplicht om over de erkenning, excuses en herstel met de andere koninkrijkspartners tot overeenstemming te komen.

    In de verwerking van het slavernijverleden staan echter vooral de verhalen voorop. Het voorwoord dat filmmaker Ida Does speciaal voor deze uitgave schreef, brengt die context tot leven, verbindt het Koninkrijk door verhalen en geeft daarmee hart aan de juridische overdenkingen in dit boek. `Een wet schept het kader. Het menselijk verhaal voorziet het kader van een hartslag.

  • Beïnvloedt het medisch aansprakelijkheidsrecht het handelen van zorgverleners? Dit is een vraag die zowel juristen als sociale wetenschappers bezighoudt. Volgens de juridische theorie zou het medisch aansprakelijkheidsrecht ertoe moeten leiden dat zorgverleners zich aan de normen houden. Sociaalwetenschappelijk onderzoek biedt echter aanwijzingen dat het medisch aansprakelijkheidsrecht leidt tot defensief handelen. Dit spanningsveld is het startpunt voor dit juridisch-empirische onderzoek.

    Het civiel medisch aansprakelijkheidsrecht, het medisch tuchtrecht en het medisch strafrecht kennen alle een preventief doel. Aan de hand van primair en secundair empirisch onderzoek beschrijft dit boek in hoeverre men kan verwachten dat dit doel wordt behaald in de praktijk.

    Een belangrijke conclusie van dit juridisch-empirische onderzoek is dat men de gedragsbeïnvloedende effecten van het medisch aansprakelijkheidsrecht niet moet overschatten. De beperkte juridische kennis van zorgverleners lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Deze bevinding pleit voor meer aandacht voor dit thema bij deze beroepsgroep.

    Dit boek is relevant voor iedereen die zich bezighoudt met juridisch-empirisch onderzoek, en de invloed van het recht op gedrag.

  • Een contractspartij kan met een overeenkomst onstoffelijk voordeel nastreven, zoals vakantieplezier of woongenot. Als zij dit voordeel misloopt, omdat de wederpartij haar contractuele verplichtingen niet nakomt, rijst de vraag of en hoe haar immateriële belangen worden beschermd in het schadevergoedingsrecht. Sinds het einde van de negentiende eeuw heeft zich in Nederland geleidelijk een recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel ontwikkeld. Onomstreden is deze rechtsontwikkeling allerminst. Zo is er discussie over de kwalificatie van gemist onstoffelijk voordeel - of het vermogensschade of ander nadeel is - en bestaat er vooralsnog geen consensus over het antwoord op de vraag of zulke schade voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen en, zo ja, onder welke voorwaarden. Bovendien is er verschil van mening over de vraag hoe gemist onstoffelijk voordeel moet worden begroot.
    Dit onderzoek gaat op deze vragen in. Het Nederlandse recht wordt gespiegeld aan het Duitse en het Engelse recht, waar de rechtspraak en de literatuur voor vergelijkbare vragen staan. Deze rechtsvergelijking mondt uit in een pleidooi voor een algemeen recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel.

  • Major processes of transformation in the legal system of Cyprus have only begun as a result of the effects of the financial crisis, despite initial hopes of combining accession with modernization of the law. Over-indebtedness problems and court congestion have been the impetus for change, with the EU having a major role in the adopted solutions.
    This book aims at examining the impact of European contract law and civil procedure upon the legal system of Cyprus, taking into account its mixed elements and whether these elements have contributed towards a smooth reception of EU law. The analysis in this book focuses on contract law and civil procedure. The New Deal for Consumers and the recent emphasis on ensuring the effectiveness of EU (consumer) law is an important part of the study. The analysis of the jurisprudence from Cyprus and the cross-comparisons with other jurisdictions are available to both Cypriot jurists and academics on the one hand, and jurists and academics of comparative and European contract law on the other.

  • `De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk', aldus artikel 50 van de Nederlandse Grondwet. Toen deze bepaling in 1814 werd vastgesteld, legde ze vooral vast dat Nederland een eenheidsstaat was. Ons land was destijds nauwelijks een democratie te noemen. Het Nederlandse volk had geen kiesrecht en de Koning had vrijwel alle macht. Sindsdien is veel veranderd: verkiezingen zijn ingevoerd, het kiesrecht is geleidelijk uitgebreid en politieke partijen zijn niet meer weg te denken. Toch wordt artikel 50 in de staatsrechtelijke literatuur haast uitsluitend uitgelegd vanuit zijn oorspronkelijke betekenis. Maar brengt de onveranderd gebleven tekst van artikel 50 ook mee dat de betekenis van deze bepaling al die tijd hetzelfde is gebleven? Of kan die betekenis in de loop van de jaren zijn gewijzigd? Om dit te achterhalen onderzoekt Van Vugt hoe Kamerleden, ministers, de wetgever, het parlement, de regering en grondwetscommissies artikel 50 tussen 1814 en 1983 hebben geïnterpreteerd en in hoeverre deze grondwetsbepaling daarbij van betekenis is veranderd.

  • The only Sharia court that exists in Europe is located at the eastern tip of Greece. In this travelogue of his fieldtrips to the region, professor Maurits Berger gives a unique insight into the workings of that court. His encounters with Muftis, Muslims and Christians are interspersed with background information and personal reflections on the larger issues, such as religious courts, Islamic law, Turkish-Greek politics, Islam in Europe, minorities and human rights. This book is intended for anyone who is interested in today's issues of Muslims and Islam in Europe. The book is accompanied by unique film material about the mufti of the last Sharia Court in Europe.

  • Independence and impartiality are key to any judicial process. The dualistic nature of arbitration, i.e., being judicial and contractual, raises the question of how to set the standard of independence and impartiality in arbitration. On the one hand, arbitrators are decision makers similar to judges. On the other hand, they solve disputes outside the courtroom and are (often) appointed by the parties due to their individual expertise.

    Against this backdrop, this book analyses the state of play of independence and impartiality. It provides an overview of the current status of independence and impartiality applied in international commercial arbitration, focusing on case law from France, Germany, Switzerland, the United Kingdom, and the United States. The core themes are possible grounds for finding dependence and partiality and their streamline in theoretical standards of independence and impartiality. Additionally, consequences of independence and impartiality are addressed, including the obligation to disclose.

    This book is useful for practitioners and scholars alike. It may help counsels preparing a challenge, arbitrators defining their obligation to disclose, and scholars analysing independence and impartiality on a more general basis.

  • In deze Boom Basics staat het internationaal privaatrecht centraal.

    De Boom Basics geven je snel inzicht in een rechtsgebied. Door de duidelijke schema's, de puntsgewijze uitleg en de sprekende voorbeelden kom je direct tot de kern van de zaak. Perfect voor tentamenvoorbereiding of een snelle opfrissing van je kennis!

    Voor een compleet overzicht van alle delen en productvormen ga je naar www.boombasics.nl.

empty