• Ongelijkheid tussen werkenden met en zonder vast arbeidscontract: met behulp van het recht op gelijke behandeling kan hiertegen worden opgekomen. Het gelijkebehandelingsrecht kan ook dienen ter bestrijding van leeftijdsdiscriminatie in vertrekregelingen, ongelijke beloning tussen vrouwen en mannen, discriminatie in sollicitatieprocedures, onvoldoende aanpassing van het werk aan handicap en chronische ziekte, allerlei vormen van (vooral indirect) onderscheid op grond van ras en geloof, enzovoort. 

    Het eerste gedeelte van dit actuele boek over discriminatie in arbeid behandelt de algemene leerstukken. Het tweede gedeelte past deze leerstukken toe op de verschillende stadia van de arbeidsverhouding: werving, sollicitatie, beloning, promotie, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, ontslag, ontslagvergoeding en doorwerken na pensioen.  

  • Mensenrechten en migratierecht Nieuw

    Dit boek heeft als doel een systematische mensenrechtenbenadering van het migratierecht te schetsen. Daartoe wordt onderzocht in hoeverre een recht op toelating en verblijf kan voort vloeien uit mensenrechten normen. Alom bekend zijn in dat verband het recht op respect voor gezins leven en het refoulementverbod voortvloeiend uit het verbod op foltering en op een vernederende en onmenselijke behandeling. De rode draad in dit onderzoek vormt een tweedeling in mensenrechtennormen door middel van de concepten binding en bodem. Het begrip binding ziet op het idee dat mensen op meerdere manieren, via netwerken, met elkaar en met één of meerdere staten verbonden zijn. Dergelijke netwerken kunnen ook grensoverschrijdende implicaties hebben. Met name het recht op respect voor privé leven blijkt verregaande implicaties te hebben als bindingsnorm. Het begrip bodem ziet op het idee dat (bepaalde) grondrechten een ondergrens (bodem) hebben, die niet over schreden mag worden. Dat houdt in dat ook bij uitzetting naar situaties waarin een beper king van de grondrechten dreigt, die onder grens niet aan getast mag worden. Het recht op een eerlijk proces heeft grote conse quenties als bodemnorm.

    Dit onderzoek biedt niet alleen een overzicht van bestaande rechtspraak van het EHRM over grondrechten en het migratierecht, het verschaft ook een vernieuwend kader om toekomstige gevallen inzake toelating en uitzetting aan mensenrechtenbepalingen te onder werpen. Het vormt daarmee een waardevol naslagwerk voor academici en andere deskundigen in het migratierecht, maar is ook nuttig voor de rechts praktijk.

  • De rechten van ongedocumenteerde kinderen in Curaçao Nieuw

    Er bestaan grote zorgen om kinderen die zonder verblijfsvergunning in Curaçao verblijven. Deze ongedocumenteerde kinderen komen veelal uit Venezuela en hun fundamentele rechten en vrijheden zijn in het geding. De mogelijkheden voor de kinderen om hun verblijf te legaliseren zijn zeer beperkt. Daarnaast ontbreekt het aan adequate opvang, gezondheidszorg en scholing. De ongedocumenteerde kinderen bevinden zich in Curaçao, een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden dat als geheel verdragsstaat is bij het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind en andere mensenrechtenverdragen. Wat betekent dit voor het waarborgen van de rechten van deze kwetsbare groep kinderen?

    Dit onderzoek verkent de juridische en sociale situatie van ongedocumenteerde kinderen in Curaçao en analyseert hun rechten en vrijheden in het licht van het staatsbestel van het Koninkrijk. Het beoogt bij te dragen aan een betere implementatie en naleving van internationale kinderrechten binnen het Koninkrijk, en in het bijzonder aan een betere bescherming van ongedocumenteerde kinderen in Curaçao.

    Dit boek is van belang voor professionals werkzaam met ongedocumenteerde kinderen in Curaçao of met de koninkrijksbrede implementatie van de rechten van kinderen. Het richt zich ook op onderzoekers en studenten geïnteresseerd in internationale kinderrechten en/of in de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

  • The Islamic State (ISIS) perplexed the world when its leader Abu Bakr
    Al-Baghdadi declared a caliphate in 2014. This declaration was not just
    followed by territorial expansion, but also by several new developments
    in terrorism's actors, ideology, methods and geopolitics. Terrorism and
    Counterterrorism after the Caliphate analyzes these new developments
    in terrorism and counterterrorism in the wake of the ISIS-caliphate.
    This multidisciplinary volume combines legal, philosophical and international relations perspectives in two main lines of inquiry.
    First, the concepts relevant to terrorism and counter-terrorism studies are analyzed,
    such as the status of the `caliphate', the role of `ideology' and the links
    with `militant democracy'. Second, country-specific contributions discuss
    the latest developments in terrorism and counterterrorism in Belgium,
    the Netherlands, Germany, Italy and the United States.
    Terrorism and Counterterrorism after the Caliphate is essential reading
    for researchers and policy makers alike, grappling with the postcaliphate world of terrorism. The book constitutes a timely follow-up to earlier volumes in which Leiden Jurisprudence researchers collaborated
    with other Dutch and international scholars on the issues of terrorism,
    counter-terrorism and militant democracy: Terrorism: Ideology, Law and
    Policy (2011), The State of Exception and Militant Democracy in a Time
    of Terror (2012) and Militant Democracy - Political Science, Law and
    Philosophy (2018).

    Afshin Ellian is Professor of Jurisprudence at Leiden University. His latest
    book is Reflections on Democracy in the European Union (2020, as coeditor).
    Bastiaan Rijpkema is Associate Professor of Jurisprudence at Leiden
    University. His most recent book is Militant Democracy: The Limits of
    Democratic Tolerance (2018).

    Gelijn Molier is Associate Professor of Jurisprudence at Leiden University.
    In 2018 he co-edited Strijd om de democratie: essays over democratische
    zelfverdediging [Struggle for democracy: essays on democratic selfdefense]

  • This book examines confidentiality, secrecy and privilege issues in insolvency proceedings for corporates and banks. It attempts to fill the gap that the authors have identified. Bankruptcy and insolvency legal research, in particular, seem to lack clear definitions, incomplete laws and cases with respect to the application of these three themes in corporate insolvency and bank resolution proceedings. Moreover, there are still inconsistent views and opinions of judicial authorities across different jurisdictions about these topics. The study deliberately has a focused aim by arranging a unique collection of rules and court cases, approached from different perspectives of relevant stakeholders. It provides a mapping exercise with sources and commentary aimed at practitioners and scholars of insolvency law, which will come to more light and depth in legal environments that in themselves present a legal framework. Also, this book will serve as a preliminary research for additional research projects and other publications.

  • Foreign takeovers have triggered increasing vigilance of the host governments, as foreign ownership is likely to be deemed as a potential threat to local employment, strategic assets, economic network, high-tech competitiveness, and national security. Consequently, various countries have imposed different degrees of restriction on foreign investors.

    The disparity that lies in the national rules regarding foreign takeovers implies that while companies in some countries are well shielded against foreign buyers, the policy toolkits available to protect local companies are likely to remain empty in other countries. Hence, recent years have witnessed an escalating call for a more reciprocal environment for cross-border takeovers.

    Against this background, this book aims to investigate how national legislative designs react to the foreign takeover-related concerns in China and the Netherlands and accordingly propose several recommendations that may contribute to promoting a level playing field.

    As a timely refection upon the increasingly protectionist national markets, this book will be interesting and inspiring for practitioners, academics, and policymakers in China, the EU and even beyond.

  • In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is door een onderzoeksteam van Erasmus School of Law onderzoek gedaan naar de vraag of naast mishandeling ook openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) tegen politieagenten en andere functionarissen met een publieke taak onder het taakstrafverbod zou moeten vallen. De aanleiding van het onderzoek is de toezegging van de regering op een wetsvoorstel voor de uitbreiding van het taakstrafverbod met mishandeling tegen agenten en andere functionarissen. De vraag is echter of er voldoende aanleiding is om ook de lichtste variant van openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) onder dit verbod te laten vallen.

    Om de vijf geformuleerde onderzoeksvragen te beantwoorden is allereerst een (bescheiden) onderzoek naar het wettelijk kader gedaan. Daarnaast is voor beantwoording van de empirische deelvragen gekozen voor een analyse van vonnissen in eerste aanleg gewezen door de rechtbank (politierechter en meervoudige strafkamer). Concluderend blijkt uit het onderzoek: nu het veelal gaat om lichte zaken, is er geen aanleiding om openlijke geweldpleging jegens politieagenten en andere publieke functionarissen onder het taakstrafverbod te laten vallen.

  • Struggles over resources are not new for indigenous peoples. One of the latest
    arenas for recognition of their rights regards their intangibles, such as the
    protection of their traditional cultural expressions (TCEs). Most attention for protection
    from unauthorised use has occurred in the sphere of intellectual property law,
    notably copyright law. However, both protection arguments and context indicate
    wider implications of the issue, which include preservation of cultural heritage and
    exercise and enjoyment of human rights such as the rights to self-determination
    and participation in cultural life.
    This book breaks new ground by pursuing a transdisciplinary approach in support of the argument that the protection of TCEs cannot be viewed as an isolated issue of intellectual property. In addition to copyright law, the extensive analysis also includes the legal frameworks of cultural heritage and human rights law in
    order to uncover shared central values to guide efforts and approaches to TCE
    protection in going forward. Operationalisation of the shared central values can
    guide the process of moving towards a more comprehensive perspective of the
    protection of TCEs. Hence, the main aim of the book is to demonstrate the strength
    of looking across the boundaries of legal domains and mandates and to argue
    the necessity of pursuing a diverse legal and policy response.

    With its novel approach and thorough analysis, covering three legal frameworks
    not usually connected in such an integrated way, the book offers a significant
    contribution to the field of protection of traditional knowledge and cultural
    expressions. It is highly relevant for interest groups, scholars, students and professionals in the areas of (international) intellectual property law, cultural heritage
    and human rights, with a specific focus on cultural rights, the rights of indigenous
    peoples and heritage.

    About the author
    J.M. (Kelly) Breemen is a researcher in information law, cultural heritage
    and human rights. She graduated in information law from the University of
    Amsterdam's Institute for Information Law (Research Master, cum laude, 2012).
    In 2018, she successfully defended her PhD at the same university and Institute.
    She was awarded the Witteveen Memorial Fellowship in Law & Humanities
    from Tilburg University in 2018 to further develop her research with a project on
    indigenous heritage in digital libraries, intellectual property and human rights.

  • Dit rapport gaat over twee actuele onderwerpen: secundaire victimisatie als probleem en herstelrecht als oplossing. Secundaire victimisatie houdt in dat mensen slachtoffer worden door de juridische procedure. Verschillende groepen slachtoffers worden in verband gebracht met secundaire victimisatie, zoals slachtoffers van seksueel geweld, migranten, maar ook letselschadeslachtoffers, artsen, veteranen. Deze slachtoffers worden opnieuw slachtoffer omdat ze niet worden geloofd, niet serieus worden genomen of onjuist worden bejegend door professionals in het recht en daardoor het vertrouwen in het recht verliezen of minder goed herstellen. Herstelrecht is een duurzame vorm van conflictoplossing waarbij principes als herstel van het leed, behoeften van rechtzoekenden, dialoog en wederzijds respect centraal staan.

    Herstelrecht beoogt om mensen hun conflict samen in dialoog te laten oplossen. Binnen het strafrecht is er momenteel veel aandacht voor herstelrecht. Mediation in strafzaken wordt nu structureel gefinancierd door de overheid. Maar ook in het aansprakelijkheidsrecht, familierecht en bij de overheid is er steeds meer beweging in de richting van aandacht voor dialoog en immateriële behoeftes.

    In het rapport wordt ook verslag gedaan van Europese netwerkactiviteiten rondom het voorkomen van secundaire victimisering van slachtoffers van seksueel geweld en het mogelijk bevorderen van herstel in het kader van toegang tot eerlijke schade vergoeding.

    Het onderzoek is vernieuwend omdat het onderzoek verschillende rechtsgebieden betreft. De auteurs laten zien dat de problematiek van secundaire victimisatie niet alleen voorkomt in het strafrecht, maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Denk in het bestuursrecht bijvoorbeeld aan de slachtoffers van de kindertoeslagenaffaire. De auteurs beargumenteren dat herstelrechtelijke principes kunnen voorkomen dat mensen last krijgen van een juridische procedure, niet alleen in het strafrecht maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Herstelrechtelijke principes kunnen vormgegeven worden in gedragscodes en andere initiatieven.

  • European pension law is a topic that does not always receive the attention it deserves. For many years, the European Union has made efforts to bring the benefits of the EU single market to the realm of occupational pensions with some remarkable successes. However, some aspects of the EU's pension law and policy remain incomplete for a number of reasons. This book studies European (occupational) pension law from the perspective of a pension scheme member by looking at the prerogatives of the EU in the field of occupational pensions and the history of its involvement with the topic. It then assesses the results of those efforts from a pension scheme member's point of view. It does this not just by examining legislation such as the IORP II Directive or the Supplementary Pension Rights Directive, but also Commission Communications, the legislative processes leading up to adopted legislation and failed attempts at legislation. Finally, it studies the recent PEPP Regulation - a personal pension product that could offer lessons for EU occupational pension law.

  • Atrocity Crimes, Atrocity Laws and Justice in Africa provides a detailed analysis of the law and practice of international criminal justice in atrocity situations within Africa. Using the framework of atrocity law and justice, it examines national, regional, and international trials for atrocity crimes, including trials before foreign courts, while paying attention to the challenges posed by extradition laws to the attainment of justice. The book also discusses quasi-criminal processes adopted by some countries for bringing perpetrators to justice. It notes the politics of and the tensions within international criminal justice, the unending challenges to the existing framework by African countries, and the possibility of the emergence of an alternative or complementary regional criminal justice system.

    This book will be of interest to both academics and practitioners in the areas of mass atrocity studies, and international criminal law and justice. It will be a valuable tool for students and others studying international criminal law, international human rights, international humanitarian law, and the politics of international criminal justice. Anyone interested in atrocity law and justice in Africa will find this an indispensable text.

  • In het arbeidsrecht komen de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' op verschillende plaatsen voor. Dezelfde of zeer vergelijkbare begrippen worden ook in andere deelgebieden van het privaatrecht gebruikt, zoals het verzekeringsrecht, het vervoersrecht en het verkeersaansprakelijkheidsrecht. Bij nadere bestudering blijkt al snel dat de begrippen niet overal op dezelfde manier worden uitgelegd. In dit boek onderzoekt de auteur of de wijze waarop de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het privaatrecht worden uitgelegd, intern consistent is met de wijze waarop deze begrippen in het arbeidsrecht worden uitgelegd.

    De auteur bespreekt eerst de uitleg van `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het arbeidsrecht. Daarna bespreekt hij de uitleg van deze begrippen in de andere deelgebieden van het privaatrecht. Daarbij komen de parlementaire geschiedenis, de literatuur en zowel de jurisprudentie van de Hoge Raad als de lagere jurisprudentie uitvoerig aan de orde. Vervolgens vergelijkt de auteur de bevindingen uit het arbeidsrecht en het privaatrecht aan de hand van drie gezichtspunten: terminologie, ratio en type rechtssubject. De auteur duidt de geconstateerde verschillen en overeenkomsten en legt dwarsverbanden tussen de verschillende rechtsgebieden. In het laatste hoofdstuk bespreekt de auteur de mogelijkheid om het huidige model, waarin op verschillende plaatsen vergelijkbare schuldbegrippen worden gebruikt, te vervangen door een model met open normen.

    Dit boek is zowel interessant voor wetenschappers die belangstelling hebben voor interne rechtsvergelijking, als voor (praktijk)juristen die zich willen verdiepen in schuldbegrippen binnen het arbeidsrecht en het privaatrecht.

  • De uiteindelijke impact van COVID-19 op onze economie is nog niet te voorspellen. Mede gezien de hoge schuldniveaus van veel ondernemingen pre-COVID, zal deze impact aanzienlijk zijn. De acute, gedwongen stilstand van de economie en de stapsgewijze heropstart vormen dan ook een stresstest voor het insolventierecht.

    De jaarvergadering NVRII 2020 behandelt de vraag in hoeverre het insolventierecht en aanverwante regelingen een adequaat kader bieden voor een hard geraakte economie. Hierbij wordt een onderscheid aangebracht tussen stabiliserende maatregelen enerzijds en ondersteunde maatregelen die levensvatbare bedrijven ondersteunen om weer uit het dal te komen anderzijds.

    Mr. drs. J.C.A.T. Frima behandelt in haar pre-advies de Betalingsuitstelwet, mede in het licht van de door de rechterlijke macht zelf ontwikkelde kaders.

    Mr. E. Schmieman werpt in zijn pre-advies een kritische blik op de wetgevingsactiviteit van de Europese Unie ten tijde van de crisis en biedt daarbij ook waardevolle inzichten in het wetgevingsproces zelf.

    Mr. ir. B.P.C. van Weert analyseert de werking van de G0-C regeling, waarbij de overheid deels garant staat voor additionele bankfinanciering, en waarom deze regeling maar moeilijk tot wasdom lijkt te komen.

    Prof. mr. drs. M. Haentjens analyseert in hoeverre lessen uit de financiële crisis van 2008 ook nu inspiratie kunnen bieden bij pogingen de gevolgen van COVID-19 voor de economie het hoofd te bieden.

  • Major processes of transformation in the legal system of Cyprus have only begun as a result of the effects of the financial crisis, despite initial hopes of combining accession with modernization of the law. Over-indebtedness problems and court congestion have been the impetus for change, with the EU having a major role in the adopted solutions.
    This book aims at examining the impact of European contract law and civil procedure upon the legal system of Cyprus, taking into account its mixed elements and whether these elements have contributed towards a smooth reception of EU law. The analysis in this book focuses on contract law and civil procedure. The New Deal for Consumers and the recent emphasis on ensuring the effectiveness of EU (consumer) law is an important part of the study. The analysis of the jurisprudence from Cyprus and the cross-comparisons with other jurisdictions are available to both Cypriot jurists and academics on the one hand, and jurists and academics of comparative and European contract law on the other.

  • In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? In hoeverre is sprake van controle op bestuurders en toezichthouders en van zeggenschap over besluitvorming?

    De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur op grond van politieke noties van democratische legitimiteit. De auteur analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige onderwijswetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie.

    Dit boek is geschikt voor beleidsmakers en juristen bij de Rijksoverheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, voor degenen die zich bezighouden met de wetgeving inzake medezeggenschap en goed onderwijsbestuur en voor belangstellenden in de geschiedenis van het grondwettelijke onderwijsartikel en van de medezeggenschap.

  • In vrijwel elk rechtsgebied doen zich innovatieve ontwikkelingen voor in de omgang met conflicten. Dit speelt zowel binnen de overheidsrechtspraak als daarbuiten. Te denken valt aan de mate waarin het recht en de procedure de uitkomst van het geschil bepalen en de mate waarin conflicteigenaren en derden zeggenschap hebben over conflicten en oplossingen. Ook is er de nodige aandacht voor de mate waarin partijen bij een conflict louter voor eigen belangen en rechten opkomen en voor de mate waarin zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren (en kunnen dragen) voor de oplossing van hun conflict. De lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law and Governance (NILG) die eind 2019 werd gehouden, had als doel om aan de hand van inleidingen en debat te onderzoeken wat er op het vlak van het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem gaande is, en of dat op transformatie duidt. Is de aandacht voor probleemoplossing in het recht een voorbijgaande modegril? Of is mogelijk sprake van een dynamiek waarin probleemoplossing op een meeromvattender wijze in het recht(ssysteem) wordt geïntegreerd? Kan zo'n nieuw rechtssysteem eigenlijk wel bestaan? En hoe kan het recht inspelen op zo'n transformatieve ontwikkeling?

    Deze bundel vormt de weerslag van de lustrumconferentie. De bundel is niet opgezet als normatief materiaal voor wie zich een oordeel wil vormen over de waarde van probleemoplossing in het recht. De bijdragen van de bundel zijn primair bedoeld om elkaar te informeren door een dwarsdoorsnede te geven van wat er op diverse rechtsgebieden gaande is rondom het thema probleemoplossing in het rechtssysteem.

  • The use of unmanned aircrafts, commonly known as drones, is developing at a fast pace worldwide. Drones are extremely versatile and capable of performing a wide variety of applications. However, applicable regulations are still lagging behind in technological progress and volume growth.

    The authors provide an in-depth study on prevailing drone law and policy in order to achieve a seamless integration of drone technology into the legal order of civil aviation. The drone market largely depends on the successful implementation of such a comprehensive international regulatory framework that will allow for safe, secure and environmentally friendly operations, while technologies must be mature enough to ensure full integration of drones into non-segregated airspace in the foreseeable future. Monitoring, evaluating and analysing drone operations is a continuous and systematic process, generating knowledge and best practices, also for streamlining such an all-encompassing regulatory framework.

  • The CISG Advisory Council Opinions Nieuw

    In 2021, the CISG Advisory Council celebrates its twentieth anniversary. For this unique occasion the current Council members decided to publish the second edition of The CISG Advisory Council Opinions. This book contains all original Opinions and Declarations with their corresponding annexes, to which four new Opinions have been added.

    The CISG Advisory Council Opinions is designed to facilitate the work on and with the The United Nations Convention on Contract for the International Sale of Goods. It enables the reader to gain an overview of the CISG Advisory Council's work of the entirety of the last twenty years. Furthermore, it contains an introductory chapter on the Advisory Council itself, its unique approach, and some historical background of the Opinions.

  • Personen die ziek worden, worden `patiënt'. In een aantal gevallen komt de patiënt door een onbedoelde gebeurtenis tijdens het zorgproces in een minder goede gezondheid te verkeren dan was voorzien of verwacht; er is dan sprake van een `incident'. De verslechterde gezondheidssituatie die is opgetreden tijdens het zorgproces wordt aangeduid als `zorggerelateerdeschade'. De verslechterde gezondheidssituatie kan zich uiten als lichamelijk letsel, geestelijk letsel, of als een aantasting van het zelfbeschikkingsrecht.

    Eén van de behoeften van de patiënt nadat hem een incident is overkomen, is het verkrijgen van een vergoeding ter compensatie van de zorggerelateerde schade. Doorgaans wordt het civiele aansprakelijkheidsrecht gebruikt om die vergoeding te realiseren. Het thema van dit boek betreft dan ook het civiele aansprakelijkheidsrecht als middel om schade te verhalen.

    Aan de hand van nationale en Europese wetgeving, nationale en Europese rechtspraak en literatuur worden het civiele aansprakelijkheidsrecht en de procedure tot verhaal van zorggerelateerde schade beschreven. De laatste ontwikkelingen, zoals de recente aanpassingen inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst in Boek 7, titel 7, afdeling 5 BW, zijn hierbij meegenomen, evenals de recente uitspraken van de Hoge Raad inzake aansprakelijkheid voor medische hulpzaken en die inzake vergoeding van integriteitsschade.

  • The credit rating industry called for many debates on its civil liability since the origin of the industry at the beginning of the twentieth century. In 2013, the Union legislature introduced a right to damages, which issuers and investors can directly enforce against credit rating agencies under Article 35a CRA Regulation. This provision has drawn attention because of its remarkable structure: Article 35a CRA Regulation introduced a legal ground for civil liability at the European level, while general tort law has not been harmonised at the European level. This book investigates Article 35a CRA Regulation from multiple legal perspectives. Combining EU law, Private International Law and Dutch, French, German and English national private law, this book answers the main question of whether Article 35a CRA Regulation achieves its post-crisis goal of being an adequate right of redress for issuers and investors whilst it has to be interpreted under various systems of national law. In answering this question, the book takes a broader European approach and also rates the usefulness of Article 35a CRA Regulation as a European template for civil liability to be used by the Union legislature.

  • De tbs-maatregel behoort tot de meest ingrijpende strafrechtelijke sancties in Nederland. Elke een of twee jaar bepaalt de rechter of de tbs-maatregel moet worden verlengd om te voorkomen dat de tbs-gestelde nieuwe delicten zal plegen. Natuurlijk weet niemand zeker of de tbs-gestelde daadwerkelijk zal recidiveren. Dit roept de vraag op wanneer de tbs-gestelde klaar is om terug te keren naar de samenleving. De tbs-maatregel is namelijk niet bedoeld om de tbs-gestelde te straffen door hem langdurig op te sluiten.

    Dit onderzoek laat zien hoe rechters een balans zoeken tussen de belangen van de samenleving en de belangen van de tbs-gestelde. Door middel van jurisprudentieonderzoek, observaties van zittingen en interviews met rechters zijn de overwegingen van rechters bij de verlengingsbeslissing in kaart gebracht. Deze worden geordend en geanalyseerd aan de hand van het focal-concernsperspectief. Dit onderzoek biedt nieuwe inzichten voor juristen en gedragsdeskundigen die werkzaam zijn in de tbs en voor iedereen die meer wil weten over de besluitvorming van rechters.

  • The International Criminal Court (ICC) and the United Nations Security Council (UNSC) are both empowered to request States to freeze individuals' assets. Regardless of their duration, such measures necessarily infringe upon the targets' rights. Yet, the longer assets are frozen, the more acute these infringements can become. ICC-requested asset freezes can endure from the issuance of an arrest warrant until the accused is acquitted or convicted, whereas UNSC ordered measures continue until international peace and security is restored. Asset freezes executed at the behest of the ICC and the UNSC are therefore rarely short in duration. The focus of this book rests on the two bodies' exercise of their asset freezing powers, with a particular emphasis on the legal protections available to the individuals at the receiving end of the procedures with which the ICC and the UNSC are equipped. This book will be of interest to practitioners, academics, government officials, members of civil society, and postgraduate students with an interest in public international law, especially international criminal justice and international human rights law.

  • Dit boek is een bewerking en samenvoeging van de juridische analyses die onderdeel waren van de evaluatie van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (2020). De auteur maakte deel uit van het onderzoeksteam dat met de evaluatie belast was. Het onderzoeksteam bestond uit leden van de Universiteit van Amsterdam en het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL).

    De juridische analyses betreffen de reikwijdte van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg evenals de onderdelen kwaliteit, klachten en toezicht. De auteur gaat in op de achtergrond en doelen van de diverse wettelijke bepalingen en de tijdens de parlementaire behandeling gevoerde discussies en opgeworpen vragen. Ook wordt aandacht besteed aan de literatuur en daarin geuite kritische kanttekeningen.
    />
    Een belangrijke drijfveer voor het schrijven van dit boek is het belang van `kwaliteit van zorg'. Niet dat het lezen van dit boek voor die kwaliteit zorgt, maar het kan wel behulpzaam zijn bij het doorgronden van bijvoorbeeld een kwaliteitsbepaling, een plicht in het kader van de klachtenprocedure of een bepaald onderdeel van het toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Het boek is dan ook vooral bedoeld voor juristen in de `zorg'-rechtspraktijk, toezichthouders in de zorg, verzekeraars, klachtenfunctionarissen, kwaliteitsfunctionarissen en leden van geschilleninstanties.

  • Far-reaching changes are presently occurring in legal systems. The rule of law is becoming less self-evident in several countries worldwide. New types of crime - like organizational crime, human trafficking, money laundering and various types of online crime - are on the rise. Several miscarriages of justice have been detected worldwide, creating an imperative for in-depth analysis of their potential causes. The involvement of disciplines other than the legal in the court system is becoming increasingly important. A considerable challenge is posed by the communication between the legal discipline and the social sciences and forensic disciplines.

    This booklet, an enriched version of the author's inaugural lecture, examines the extent to which empirical studies are used in legal practice, how more extensive use could be promoted, and what risks are associated with these studies being ignored. The lecture also contains a look into the future: various new topics for research are presented. It thereby intends to help to promote further growth of the field of Empirical Legal Studies.

empty