Prometheus Bert Bakker

  • Verbeter jezelf

    Rob Wiche

    Wat tegenwoordig levenskunst heet, hoorde ten tijde van Plato tot de ethiek. Zo hoort het ook, want beide richten zich op het leiden van een goed leven. Maar er is één verschil: bij levenskunst staat ons eigen leven centraal, bij ethiek dat van anderen. Uitgangspunt van dit boek is de eigen verantwoordelijkheid van mensen, eerst voor hun eigen leven en van daaruit voor de samenleving. De titel van dit boek - Verbeter jezelf - is daarmee in overeenstemming. Die verwijst naar de slogan: `Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

    Velen denken ten onrechte dat de klassieke levenskunst en ethiek hun tijd hebben gehad. Rob Wiche keert zich tegen deze trend en stelt juist Platos kardinale deugden centraal: verstandigheid, moed, gematigdheid en rechtvaardigheid. Die deugden concretiseert en actualiseert hij door bouwstenen voor levenskunst en ethiek toe te voegen, ontleend aan vijftien andere filosofen uit de afgelopen 24 eeuwen: Aristoteles, Thomas van Aquino, Machiavelli, Hobbes, Gracián, Spinoza, Leibniz, Hume, Kant, Schopenhauer, Mill, Sartre, Arendt, Rawls en Sloterdijk. Ook schetst hij de contouren van de door hem voorgestane neoklassieke levenskunst en ethiek. Die komen grosso modo neer op het nastreven van deugden (verstandigheid, moed, gematigdheid, rechtvaardigheid), het vermijden van ondeugden (hoogmoed, hebzucht, afgunst, gulzigheid, woede, luiheid) en het ontplooien van onze talenten.

    Rob Wiche is gepromoveerd filosoof en scheikundig ingenieur. Met Andreas Kinneging stelde hij de bundels Van kwaad tot erger. Het kwaad in de filosofie (2007) en Waar of niet? Over de vraag wat waarheid is (2013) samen.

  • De religieuze, wetenschappelijke en industriële samenleving waarin wij in het Westen tegenwoordig verblijven, hebben we met een stevige schutting omgeven. We hebben een systeem van redelijke normen en waarden ontwikkeld waarmee alles wat binnen dat keurige tuinhek gebeurt als normaal wordt gezien en alles wat daarbuiten in het oerwoud plaatsvindt als bedreigend, abnormaal, gevaarlijk en waanzinnig. Zo hebben wij besloten het hele gezelschap van heksen, tovenaars, hysterici en psychoten, kortom iedereen met een afwijkende geestelijke constitutie, het oerwoud in te jagen, dan wel binnen de schutting op te sluiten of te drogeren.
    Het hoeft geen betoog dat de waanzin problemen met zich meebrengt, vooral voor de waanzinnigen zelf die we daarom met de nodige zorg moeten omgeven. Maar de waanzin heeft ook positieve kanten, en het staat buiten kijf dat vele filosofen (Nietzsche, Wittgenstein), wetenschappers (Archimedes, Einstein), kunstenaars (William Blake, Vincent van Gogh) en mystici (Hadewijch, Hildegard von Bingen), die naar alle waarschijnlijkheid met enige vorm van waanzin waren behept, de mensheid door de geschiedenis heen van vele buitengewone bijdragen hebben voorzien.
    In andere culturen heeft men het idee dat wij hier in het Westen veel materiële zaken en veel kennis bezitten, maar dat we ook iets missen: de ervaring dat wij pas echt kunnen weten wie we zijn als we buiten de schutting van onze eigen georganiseerde samenleving zijn geweest en het oerwoud erbuiten betreden. En dat is nou precies wat Klukhuhn in Over de grenzen van de rede beoogt.

    André Klukhuhn is scheikundige en filosoof. In 2003 verscheen zijn grote boek De geschiedenis van het denken, waarvan in 2013 een volledig herziene editie verscheen. In 2008 publiceerde hij Alle mensen heten Janus. Beide werden filosofische bestsellers. In 2014 verscheen zijn eerste roman, De trip naar het morgenland.

    Over De algehele geschiedenis van het denken:

    `Klukhuhn weet waar hij over praat.'
    Trouw

    `De kwantumtheorie, de bio-industrie, het existentialisme, het verband tussen muziek en wiskunde, de relatie tussen bewustzijn en taal, zwarte gaten, wormgaten en de oerknal: you name it en het staat erin _ en helder uitgelegd ook nog.'
    de Volkskrant

  • Mondriaan filosoof

    Jan Bor

    Mondriaan filosoof? Hij was toch een schilder, zelfs een van de belangrijkste van de twintigste eeuw? Maar Mondriaan heeft ook tot het einde van zijn leven teksten geschreven. Daarin zet hij in filosofische taal uiteen dat zijn beeldende werk een uitdrukking is van zijn visie op de werkelijkheid. In die zin is hij, zowel beeldend als schrijvend, filosoof. Zijn teksten, die net zo goed als zijn beeldend werk deel uitmaken van zijn oeuvre, vragen om een filosofische verheldering. Jan Bor laat in Mondriaan filosoof zien dat Mondriaans werk oosterse invloeden heeft ondergaan. Daarin heeft de theosofie een rol gespeeld. Maar Mondriaan was te oorspronkelijk om zich door welke leer dan ook te laten beknotten. Hij was een onafhankelijk schilder en een onafhankelijk denker. Zijn werk toont een dimensie die geen leer of theorie kan omvatten.

    Jan Bor (1946) is filosoof. Hij was medeauteur van De verbeelding van het denken, waarvan meer dan 100.000 exemplaren zijn verkocht. Daarnaast schreef hij Filosofie in een notendop en Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie. In 2012 verscheen van zijn hand het succesvolle Wat is wijsheid?

    `Jan Bor is iemand die een kast vol filosofieboeken aan het praten krijgt.'
    Wim Brands, VPRO boeken

    `Jan Bor is een begeesterd spreker. Hij is beweeglijk _ ook in zijn denken.'
    Filosofie Magazine

    `Achter de bedrieglijk eenvoudige zinnen gaat niet alleen een hoop kennis en ervaring schuil, maar misschien vooral _ het hoge woord moet er maar uit _ wijsheid.'
    Trouw

    `Bor weet bij de lezer een authentieke filosofische ervaring op te roepen.'
    NRC Handelsblad

  • `Excellentie' is een toverwoord. Het opent deuren naar selectieve bachelors en masters, tot beurzen voor PhD-plaatsen of internationale uitwisselingen - zelfs in het basisonderwijs kunnen excellente leerlingen al in een zogenoemde plusklas terechtkomen. Maar bestaat het eigenlijk wel? Is het objectief te meten? Kunnen en moeten we ernaar streven?
    Jeroen Geurts, wetenschapper in hart en nieren, en Harm van der Gaag, rechtgeaard filosoof, pakken dit probleem in een socratische dialoog aan. In eerste instantie staan ze niet hetzelfde in deze kwestie. De wetenschapper wil criteria benoemen voor excellentie, om het vervolgens zinvol te kunnen toepassen in de academische praktijk. De filosoof twijfelt aan de betekenis en de waarde van het begrip. Moeten we wel van een paard verwachten dat het, naast het trekken van de kar, ook kan zingen? Zorgt onze focus op excellentie er niet voor dat men gemiddeld minder goed wordt, omdat we goed niet goed genoeg vinden?
    Aan het eind van het vriendschappelijk dispuut wordt gemeenschappelijke grond gevonden in de herontdekking van het ouderwetse begrip `voortreffelijkheid'.

    Jeroen Geurts (1978) is hoogleraar translationele neurowetenschappen en hoofd van de afdeling Anatomie & Neurowetenschappen aan VU medisch centrum te Amsterdam. Hij is lid van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en was de afgelopen twee jaar voorzitter van dit platform voor `excellente' wetenschappers.
    Harm van der Gaag (1967) studeerde wijsbegeerte in Utrecht. Naast zijn werk in een filosofische praktijk onderwijst hij zijn methode van socratische een-op-een-counseling aan de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden.

empty