De Arbeiderspers

  • In De genealogie van de moraal keert Nietzsche terug naar een genre dat hij na De geboorte van de tragedie en Oneigentijdse beschouwingen had afgezworen: het traktaat. In een hecht doortimmerd betoog dat hij tussen 10 en 30 juli 1887 in één adem schreef, trekt Nietzsche de consequenties uit een leven lang denken over de waarde en de functie van de moraal. Het leidt hem tot beargumenteerde maar boude uitspraken over de oorsprong van het (slechte) geweten, de werking van de geschiedenis, en de moraal als uitdrukking van de wil tot macht.
    Vooral de beruchte passage over de joden als 'het priesterlijke volk van het ressentiment bij uitstek' zou koren op de molen zijn van antisemieten en rassenideologen. Waar Nietzsche zich op de waarde van de instincten beroept betoont hij zich freudiaanser dan Freud, en waar hij de relatie tussen schuldeiser en schuldenaar aan de basis van de civilisatie stelt marxistischer dan Marx.
    De genealogie van de moraal is een onomstotelijk hoogtepunt in het oeuvre van de controversiële denker Nietzsche, een polemisch boek dat de lezer nog steeds irriteert en verontrust.

  • Voor veel lezers van Nietzsche is De vrolijke wetenschap hun favoriete boek - en daar valt veel voor te zeggen. Het wil, zoals de titel al aangeeft, een luchtig boek zijn: hier worden de eeuwige thema's van Nietzsches denken op een lichtvoetige, 'dansende' manier aan de orde gesteld. Hier heerst het klimaat van het Zuiden, dat Nietzsche in zijn stijl zo graag wil oproepen. Hij plaatst het Zuiden tegenover de door hem zo gehate druilerigheid en somberheid van het Noordelijke klimaat, dat volgens hem een zwaar stempel op de Duitse filosofie drukte en deze log, sikkeneurig en zwartgallig maakte. Alleen waar de lucht droog is komt de geest tot bloei.

    De vrolijke wetenschap is een uitzonderlijk rijk boek: hier wordt voor het eerst de dood van God aangezegd; hier wordt voor het eerst de gedachte van 'de eeuwige terugkeer' geformuleerd; hier wordt de theorie van het gevaarlijk leven geïntroduceerd en aanbevolen.
    Maar het is ook een van Nietzsches controversieelste boeken: het bevat tal van meerduidige passages over heikele thema's als 'de jood' en 'de vrouw' die de huidige lezer niet zonder gefronste wenkbrauwen of zelfs géne zal lezen.

    Nietzsche schreef De vrolijke wetenschap in de jaren 1881-1882, ongeveer in dezelfde periode waarin hij ook Aldus sprak Zarathoestra schreef. Dat is vooral opmerkelijk omdat er in Nietzsches oeuvre geen andere twee boeken zijn die in sfeer zozeer met elkaar contrasteren: het profetische, bombastische van Zarathoestra en het luchtige, dartele van De vrolijke wetenschap.

    De Nietzsche-bibliotheek omvat de heruitgave van de bekende vertalingen van Pé Hawinkels en Thomas Graftdijk, herzien, aangepast aan de nieuwste Nietzsche-edities en aangevuld met een verhelderend notenapparaat en nawoord. De heruitgave wordt verzorgd door een deskundige redactie bestaande uit de vertalers Paul Beers, Michel van Nieuwstadt en Hans Driessen. Naast deze acht bestaande vertalingen verschijnen er twee nieuwe van de hand van Hans Driessen: De geboorte van de tragedie en Afgodenschemering.

    Ook wie het zelden met Nietzsche eens is, zal dienen te erkennen dat zijn innerlijk oog menigmaal scherper zag dan de gewone ogen van vele anderen. - WF Hermans

  • Voorbij goed en kwaad, na Aldus sprak Zarathoestra en Ecce homo wellicht het meest gelezen boek van Nietzsche, is in essentie een radicale kritiek op de moderniteit. Nietzsche trekt met de felheid die hem eigen is, van leer tegen de moderne wetenschappen, de moderne kunsten en de moderne politiek. Alles waarop Nietzsches tijd - en dat is in grote lijnen ook onze 'moderne' tijd - trots was, wordt door deze oneigentijdse filosoof en psycholoog genadeloos geattaqueerd. Begrippen als 'wetenschappelijke objectiviteit', 'sympathie', 'ethische verantwoordelijkheid' worden minutieus ontleed en tot hun werkelijke oorsprong herleid: de wil tot macht. Voorbijgoed en kwaad kan gelezen worden - en het was Nietzsches intentie dat dit gebeurde - als een programmatische verhandeling waarmee hij zijn geestverwanten probeerde te bereiken, vrije geesten, mensen van de toekomst, die in Nietzsche hun gelijke, of liever nog, hun geestelijk leider wilden zien. Het boek, dat is opgebouwd uit 296 paragrafen variërend van enkele regels tot een paar bladzijden, kan worden beschouwd als pendant van zijn Aldus sprak Zarathoestra, dat een jaar eerder was voltooid en waarin Nietzsche een eerste poging doet zijn filosofisch denken samen te vatten. Waar Zarathoestra uitblinkt door symboliek en literaire presentatie, is Voorbij goed en kwaad bekend om zijn vele kernachtige - en buitengewoon citeerbare - aforismen.

  • Nietzsche breekt in Morgenrood (1881) rigoureus met de westerse traditie. Hij doet verslag van zijn immorele onderneming om de fundamenten van de heersende moraal te bevragen en als een mol te ondergraven. Want zijn die fundamenten wel zo onaantastbaar als iedereen denkt? Zijn niet-aflatende `veldtocht tegen de moraal begint in dit boek met briljante dieptepsychologische analyses. Nietzsche probeert de herkomst van de moraal te achterhalen en de verzwegen belangen die eraan ten grondslag liggen. De vraag naar de verhouding tussen denken en moraal leidt vervolgens tot volslagen nieuwe perspectieven op de diepste drijfveren van de mens, de aard van zijn bewustzijn en de bronnen van het kennen. De `filosoof met de hamer profileert zich in Morgenrood bewust als verlichtingsdenker.

  • Afgodenschemering (1888) is de definitieve afrekening van de beeldenstormer Nietzsche met de afgoden van zijn tijd. In krachtige sententies hamert hij dubieuze ideologie (Christendom, feminisme, socialisme), kwalijke denkbeelden (nationalisme, antisemitisme) en twijfelach-tige reputaties (Wagner, Socrates) af. Nietzsches ambitie 'in een tiental zinnen te zeggen wat ieder ander in een boek zegt - wat ieder ander in een boek niet zegt....' resulteert in briljante passages als 'Hoe de ware wereld ten slotte tot fabel werd', waarin het bestaan van een idee wereld ter deze werkelijkheid als bedrog wordt ontmaskerd.
    Overeind blijft slechts een aantal grote geestverwanten: Dostojevski, Stendhal, Goethe, Thucydides en Machiavelli, die net als hij de strenge, harde feitelijkheid van het leven recht in het gezicht durven te kijken. Kernachtiger dan in Afgoden-scbemering heeft hij zijn voor- en afkeu-ren, zijn dionysische levensfilosofie en zijn missie, de omverwerping van het be-staande decadente wereldbeeld, nergens geformuleerd.
    * Nietzsche was de aardbeving van zijn tijdperk en het grootste Duitse taalgenie sinds Luther. - Gottfried Benn
    Friedrich Nietzsche (1844 - 1900) werd op vierentwintigjarige leeftijd hoogleraar klassieke letterkunde te Bazel. Vanaf 1879 tot zijn geestelijke instorting in Turijn begin 1889 woont en werkt bij afwisselend in Zuid-Frankrijk, Zwitserland en Italie

  • De antichrist behoort tot de geschriften die in 1888, in Nietzsches allerlaatste productieve periode, tot stand komen. Vuriger, furieuzer aanklacht tegen zijn tijdgenoten heeft hij niet geschreven. Aan de hand van een koelbloedige ontleding van de fundamenten waarop het christendom en het instituut Kerk berusten, wordt de decadentie van de moderne, Europese cultuur aangetoond. Nietzsche stelt het christelijk geloof aansprakelijk voor de ondergang van de antieke wereld en voor de decadentie in het algemeen, gefundeerd als het is op ressentiment, legenachtigheid, tegennatuurlijkheid en verachting van de seksualiteit. Nietzsche reserveerde zijn vernietigendste banblliksems voor deze 'nog altijd onovertroffen vorm van dodelijke vijandschap tegen de realiteit'.
    Met de afronding in september 1888 van De antichrist, het eerste (en enige) boek van zijn voorgenomen project 'Herwaardering van alle waarden', brak Nietzsche naar zijn zeggen de geschiedenis in tweeën - voor hem, na hem - en begon een nieuwe tijdrekening, met 1888 als jaar één. Desondanks heeft het boek, onder meer door die paar bijna tedere zinsneden over de oorspronkelijke 'christelijke praktijk', vele lezers juist in hun geloof gesterkt.

  • De geboorte van de tragedie is het eerste boek dat Nietzsche publiceerde. Het verscheen in 1872. Nietzsche was in die tijd hoogleraar klassieke talen te Bazel, maar hij schreef dit boek niet als classicus: hij manifesteert zich meteen als de grote filosoof die zich niet beperkt tot specialistische beschouwingen, maar op zoek gaat naar de grote verbanden. Dat is ook de reden dat het boek bij verschijnen op hevige kritiek stuitte. Men vond het te speculatief.
    De geboorte van de tragedie mag dan een jeugdwerk zijn, alle thema s die Nietzsche later zou uitwerken, kondigen zich hier al aan: de wil tot macht, de moraalkritiek, het amor fati en de eeuwige terugkeer. Eén thema staat in De geboorte van de tragedie echter centraal: de Griekse cultuur. Nietzsche laat zien hoe deze zich heeft ontwikkeld vanuit de dynamiek van twee principes: het apollinische en het dyonisische. Het apollinische vertegenwoordigt de wereld van de droom en de harmonie, het dyonisische de roes en de chaos. Hij toont aan hoe deze driften niet alleen hun stempel hebben gedrukt op de Griekse cultuur, maar doorwerken in de gehele ontwikkeling van de Europese cultuur. Daarmee krijgen zijn cultuurfilosofische inzichten een universele geldigheid en hebben ze nog niets aan actualiteit ingeboet.

    De Nietzsche-bibliotheek omvat de heruitgave van de bekende vertalingen van Pé Hawinkels en Thomas Graftdijk, herzien, aangepast aan de nieuwste Nietzsche-edities en aangevuld met een verhelderend notenapparaat en nawoord. De heruitgave wordt verzorgd door een deskundige redactie bestaande uit de vertalers Paul Beers, Michel van Nieuwstadt en Hans Driessen. Naast deze acht bestaande vertalingen zijn er twee nieuwe van de hand van Hans Driessen: De geboorte van de tragedie en Afgodenschemering.

    Dat filosofie geen koude abstractie, maar leven, lijden, offeren voor de mensheid is, wordt bewezen door het leven en noodlot van Nietzsche. - Thomas Mann

    De Nietzsche-bibliotheek

    De antichrist
    Afgodenschemering
    Oneigentijdse beschouwingen
    Morgenrood
    Voorbij goed en kwaad
    Ecce homo
    De genealogie van de moraal
    De vrolijke wetenschap
    Menselijk, al te menselijk
    De geboorte van de tragedie

  • 'Lang ben ik voor het woord 'ziel' teruggedeinsd. Zelden heb ik het in filosofische zin in de mond genomen. Eigenlijk begrijp ik niet wat me bezielde toen ik uitgerekend de verhouding tussen tijd en ziel als onderwerp voor dit essay voorstelde. En daar is het woord alweer gevallen. Wat me 'bezielde'. Daar glipt het op de eerste bladzijde van dit dagboek door mijn vingers heen, alsof het eens flink de draak wil steken met mijn schroom.'
    Tegen het decor van de Franse Bourgogne mijmert Joke J. Hermsen over de ziel. Ze koppelt de ziel aan de ervaring van de innerlijke tijd, die verschilt van de dwingende kloktijd waar we ons meestal naar richten. Gaandeweg begrijpt ze steeds beter wat Nietzsche bedoelde met 'de windstilte van de ziel' die voorafgaat aan elk creatief proces.

  • Zo sprak Zarathoestra wordt door velen, onder wie de auteur zelf, beschouwd als Nietzsches hoofdwerk, waarin hij als filosoof (en als literator) volledig tot wasdom komt. Hij laat zijn ideeën verwoorden door de Perzische profeet Zarathoestra, die na jaren van meditatie van de berg is neergedaald om zijn wijsheid met de wereld te delen. Hij presenteert controversiële visioenen en begrippen als de `übermensch , de `wil tot macht , de `laatste mens en `God is dood , die tot de dag van vandaag doorwerken in kunst, literatuur en filosofie. Een hardnekkige mythe wil dat Zo sprak Zarathoestra, na de bijbel, het meest gelezen boek was onder Duitse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog.
    Nietzsches magnum opus is nu te genieten in een nieuwe, literaire vertaling van Ria van Hengel, en werd van een nawoord voorzien door Hans Driessen.

  • Cultuur, geschiedenis, filosofie en muziek, die vier grote thema s grijpt Nietzsche in Oneigentijdse beschouwingen (1873-1876) successievelijk aan om zichzelf een podium als cultuurfilosoof te verschaffen.
    In het eerste polemische stuk wordt het in Nietzsches ogen schrijnende gebrek aan cultuur in Duitsland in de persoon van de destijds bekende, knusse zondagstheoloog David Friedrich Strauss aan de kaak gesteld.
    `Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven is een inmiddels klassiek essay over geschiedenis, cultuur, traditie en canonvorming. Aan de hand van een kritiek op de historiserende geest van de negentiende eeuw ontwikkelt Nietzsche verschillende opvattingen over hoe wij op een creatieve manier met de geschiedenis kunnen omgaan.
    In `Schopenhauer als opvoeder en `Richard Wagner in Bayreuth dient Nietzsches ogenschijnlijke lofzang op zijn twee grote voorbeelden als dekmantel om zijn eigen missie als toekomstduider en cultuurvernieuwer in de steigers te zetten.

  • Het rijke, veelzijdige Menselijk, al te menselijk (1878-1879) markeert een ommekeer in Nietzsches denken. Hij distantieert zich van het wagneriaanse wereldbeeld en plaatst zich in dit aan Voltaire opgedragen boek in de traditie van de Verlichtingsdenkers en Franse moralisten als Montaigne, La Rochefoucauld, Vauvenargues en Chamfort. In zijn eerste grote aforismenboek betreedt de subtiele psycholoog Nietzsche voor de eerste keer de denkerbühne. Als verlicht gentilhomme observeert hij de menselijke omgangsvormen.
    Menselijk, al te menselijk boekstaaft niet alleen zijn breuk met de `hogere zwendelaar Wagner en zijn bedwelmende theaterkunst, maar is ook het document van een bevrijding van de `metafysische behoefte van de mens op zich. In het ontnuchterende licht van de ratio dalen kunst, muziek en religie drastisch in waarde. Begrippen als `het genie , `de heilige en `de held worden failliet verklaard en als bedrieglijke producten van de oververhitte verbeelding verworpen.

  • Alleen, maar niet eenzaam
    Mensen die alleen leven kunnen doorgaans op weinig waardering rekenen. Een solitair bestaan wordt als iets asociaals en sinisters voorgesteld. Waarom is dit eigenlijk zo in een tijd waarin autonomie, persoonlijke vrijheid en individualisme meer dan ooit worden toegejuicht? De Britse schrijfster Sara Maitland plaatst onze houding ten opzichte van eenzaamheid in historisch perspectief. Ze wijst ons op experimenten en strategieën waarmee we onze angst voor eenzaamheid kunnen kwijtraken om een voller, rijker leven te leiden.

  • Waarom liegen over je leeftijd?
    Onze maatschappij heeft een diepgewortelde angst voor ouderdom. Een hoge leeftijd wordt in toenemende mate gezien als een biomedisch probleem, waarvan de gevolgen bestreden moeten worden met medicijnen. Medisch socioloog, journalist en schrijver Anne Karpf spoort ons aan onze denkwijze te veranderen. Door de historische en culturele definities van ouderdom te onderzoeken laat ze via oude en nieuwe voorbeelden zien hoe `de herfst van het leven' een rijke periode van persoonlijke groei kan zijn.

  • In dit boek, dat bovenal een oefening in levenskunst wil zijn, zet Luc Ferry verrassend eenvoudig uiteen wat filosofie behelst en wat je eraan kunt hebben. Het is bedoeld voor de volwassene die globaal wil weten wat filosofie is, en voor de jongere die wil beginnen met het lezen van de filosofen zelf. De invloedrijkste Franse filosoof van het moment slaagt er glansrijk in de lezer, ook de minst daarop voorbereide, de zin en het nut uit te leggen van de belangrijkste denkbeelden uit de geschiedenis van de filosofie.
    Evenals het eerste filosofische handboek dat ooit geschreven werd, het handboekje van Epictetus, tutoyeert dit boek de lezer. Alsof de auteur een hand uitsteekt naar de lezer. Om hem vervolgens mee te nemen op een avontuurlijke, geniale reis door de wereld van de ideeën. Een reis die je denken en je blik op je eigen leven verruimt.

  • `Het staat iedereen vrij te geloven in heksen, kabouters, elfen, feeën, zeemeerminnen, in de liefde, in de laatste zijnsgrond, het `Ganz Andere en in aliens. Maar wanneer wereldleiders oorlogen beginnen op basis van berichten die zij menen te hebben ontvangen uit een andere wereld, dan heb je wel een serieus probleem. Paul Cliteur

    Geconfronteerd met de problemen waarvoor religieus fundamentalisme en terrorisme de samenleving stellen en met de filosofische ethiek als leidraad gaat de veelbesproken auteur Paul Cliteur in Moreel Esperanto op zoek naar een universele moraal die het kan stellen zonder fundering in de religie. Niet omdat religie niet belangrijk is maar juist omdat ze een enorme betekenis heeft in het leven van talloze mensen.
    Cliteur bespreekt de goddelijke-beveltheorie die richtinggevend is voor de aanhangers van het jodendom, het christendom en de islam, die zich in hun daden en politieke beslissingen laten leiden door de wil van God. Cliteur put rijkelijk uit de geschiedenis en de actualiteit, van de historische, religieus gesanctioneerde moord van Balthasar Gerards op Willem van Oranje tot de recente turbulentie rond de Deense spotprenten, om zijn pleidooi te onderbouwen voor de scheiding van moraal en religie. Daarnaast schetst hij de contouren (en de noodzaak) van een van religie bevrijde, autonome ethiek in de toekomst.

    [bio] ] Paul Cliteur (Amsterdam 1955) is hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap aan de Universiteit van Leiden. Van zijn hand verschenen eerder bij De Arbeiderspers Moderne Papoea´s en Tegen de decadentie.

  • God is dood

    Friedrich Nietzsche

    God is dood!
    God blijft dood!
    En wij hebben hem gedood!
    Waar vinden wij troost, wij moordenaars aller moordenaars?

    Friedrich Nietzsche

    De bloemlezing 'God is dood' toont Nietzsches strijd met God en het christendom in al zijn facetten. Van zijn eerste twijfels als zeventienjarige tot de zware scepsis aan het einde van zijn veelbewogen carrière. Een poging de oude God van zijn troon te stoten om diens plaats vrij te maken voor de 'Übermensch'.

empty