• Het beleg van 's-Hertogenbosch en de veldtocht van 1629 staat in de Nederlandse geschiedschrijving te boek als een van de meest roemruchte gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog. Het beeld en de interpretaties van deze gebeurtenis zijn de afgelopen decennia nauwelijks veranderd. Toch bleven de internationale betekenis en het verhaal van de verl

  • Un regard renouvelé sur la cour de Bruxelles à l'époque moderne

    Les Gouverneurs-généraux des Pays-Bas espagnols du dix-septième siècle bénéficiaient du conseil de leur confesseur. Ce directeur spirituel, issu du clergé régulier, tint un rôle significatif dans l'organisation du pouvoir politique bruxellois.

    Cette étude, qui couvre la période courant des archiducs Albert et Isabelle jusqu'au dernier Gouverneur-général issu de la famille royale, soit les années 1598 à 1659, propose, pour la première fois, une approche transversale de la fonction. L'auteur démontre que ces religieux furent souvent impliqués dans des questions politiques et courtisanes de première importance. En exposant combien les parcours individuels de ces religieux furent singuliers, Pierre-François Pirlet souligne également le polymorphisme de leur action. Enfin, ce volume met en évidence les liens étroits qu'entretinrent ces conseillers avec la Couronne espagnole, les autorités ecclésiastiques et les membres de la cour de Bruxelles.

  • Small power diplomacy in seventeenth century Europe.

    War, State and Society in Liège is a fascinating case study of the consequences of war in the Prince-Bishopric of Liège and touches upon wider issues in early modern history, such as small power diplomacy in the seventeenth century and during the Nine Years' War.

    For centuries, the small semi-independent Holy Roman Principality of Liège succeeded in preserving a non-belligerent role in European conflicts. During the Nine Years' War (1688-1697), however, Liège's leaders had to abolish the practice of neutrality. For the first time in its early modern history, the Prince-Bishopric had to raise a regular army, reconstruct ruined defence structures, and supply army contributions in both money and material.

    /> The issues under discussion in War, State and Society in Liège offer the reader insight into how Liège politically protected its powerful institutions and how the local elite tried to influence the interplay between domestic and external diplomatic relationships.

  • Centraal in dit nummer van 'Nieuwe Tijdingen' staan de evolutie en vormgeving van festiviteiten in de vroegmoderne Nederlanden. Daarbij belichten de auteurs feesten van allerlei aard, bijvoorbeeld als gevolg van de Reformatie of de Franse Revolutie. Ze onderzoeken de rol van traditie en innovatie bij feestelijk vertier, de weergave en verslaggeving van feestelijkheden in media en kunsten, de rol van materiële cultuur in festiviteiten en de rol van veranderende normen en waarden met betrekking tot feestvieren in uiteenlopende sociale milieus. Zowel elitaire festiviteiten als vormen van volksvermaak komen aan bod. Zo gaat het onder meer over vorstelijke intredes, carnavalsvieringen, feestmaaltijden, loterijen, 'kwelspelen' en illuminaties.

  • De vroegmoderne periode kan de laatste jaren rekenen op grote belangstelling in Nederland en Vlaanderen. In maatschappelijke discussies over (nationale) identiteit, onderwijs en de erfgoedsector wijzen opiniemakers bijvoorbeeld graag op de economische, politieke, sociale en culturele verworvenheden van de periode voor 1800. Deze interesse in het verleden is uiteraard toe te juichen, maar het politieke gebruik van historische verwijzingen staat ook op gespannen voet met wetenschappelijke geschiedbeoefening. Beleidsmakers lijken geschiedenis te zien als een grabbelton waaruit ze naar believen kunnen putten. Vele vroegmodernisten staan dan ook eerder sceptisch tegenover de maatschappelijke benutting van academische inzichten. Hoe gaan historici van de vroegmoderne tijd best om met deze praktijk?

    Deze vraag staat centraal in dit nummer van Nieuwe Tijdingen. De bijdragen besteden onder andere aandacht aan het gebruik van vroegmoderne geschiedenis in discussies over canonvorming, (post)kolonialisme, nationalisme en historische vergelijkingen. Het jaarboek werpt daarmee nieuw licht op de vraag hoe en waarom (onderzoek over) de vroegmoderne periode wordt geïnstrumentaliseerd en gerepresenteerd in actuele maatschappelijke debatten, en welke rol vroegmoderne historici daarbij zouden kunnen spelen.

  • This volume focuses on the various Habsburg courts and households of the two branches of the dynasty that arose following the division of the territories originally held by Charles V. The authors trace the connections between these courtly communities regardless of their standing or composition, exposing the underlying network they formed.

    By cutting across the traditional division in the historiography between the Spanish and Austrian Habsburgs and also examining the roles played by the courts and households of lesser known members of the dynasty, this volume determines to what degree the organization followed a particular model and to what extent individuals were able to move between courts in pursuit of career opportunities and advancement.

    Contributors
    Alejandro López Álvarez (Universidad Autónoma de Madrid), Carlos Javier Carlos Morales (Universidad Autónoma de Madrid), Olivier Chaline (Université Paris IV - Sorbonne), Alicia Esteban Estríngana (Universidad de Alcalá), José Eloy Hortal Muñoz (Universidad Rey Juan Carlos), Birgit Houben (University of Antwerp), Katrin Keller (Universität Wien), José Martínez Millán (Universidad Autónoma de Madrid), Manuel Rivero (Universidad Autónoma de Madrid), Astrid von Schlachta (Universität Regensburg), Werner Thomas (KU Leuven)

  • Oratie UvA/ Geschiedenis van donderdag 10 december 2009, 14:30 uur
    Het grote belang van het klassieke erfgoed in de onstuimige Nederlandse politieke discussies van de achttiende eeuw wordt door historici ten onrechte genegeerd. De gangbare voorstelling dat het achttiende-eeuwse Nederlandse politieke debat uitsluitend draaide om de interpretatie van de eigen geschiedenis of om het abstracte natuurrecht is onjuist. Ook de Griekse en de Romeinse oudheid waren voor de deelnemers aan het Nederlandse achttiende-eeuwse politieke debat alomtegenwoordige referentiepunten. Niet iedereen gebruikte de klassieken echter op dezelfde manier: de interpretatie van de oudheid was omstreden. De verschillende politieke groeperingen schiepen allemaal hun eigen beeld van de klassieke politiek. Wyger Velema toont in zijn oratie hoe regenten en patriotten, conservatieven en revolutionairen de klassieke oudheid op hun eigen manier probeerden te gebruiken in de Nederlandse politieke discussies van de achttiende eeuw.

  • Mensen hebben een aangeboren neiging zich te bekommeren om hun welzijn. In dit boek beschrijft Derek Phillips het welzijn in Amsterdam in de Gouden Eeuw. Vanuit multidisciplinair perspectief beschouwt hij het welzijn van 17de-eeuwse Amsterdammers met verschillende achtergronden en laat hij ons kennismaken met de leefomstandigheden van o.a. kinderen

  • Floris Cohen vernieuwt in How Modern Science Came into the World het begrip 'de Wetenschappelijke Revolutie van de zeventiende eeuw' radicaal. Hij vertelt het verhaal op een manier die van de grond af opnieuw is doordacht. Een beschavingsbrede aanpak, consequent volgehouden vergelijkingen en een niet aflatende zoektocht naar onderliggende patronen

  • Is time gendered? This international, interdisciplinary anthology studies the early modern era to analyse how material objects express, shape, complicate, and extend human concepts of time and how people commemorate time differently. It examines conceptual aspects of time, such as the categories women and men use to define it, and the somatic, lived experiences of time ranging between an instant and the course of family life. Drawing on a wide array of textual and material primary sources, this book assesses the ways that
    gender and other categories of difference affect understandings of time.

  • Terwijl de tijd vervliegt, is ruimte weerbarstig. Dat bleek in het bijzonder in de Reformatietijd van de zestiende en zeventiende eeuw. Toen werd het religieuze landschap weliswaar grondig hertekend, maar ruimtes die van oudsher een sacrale status hadden (zoals kerken, koren en kerkhoven) bleven vaak ononderbroken in gebruik, al dan niet met een andere functie. Deze Nieuwe Tijdingen onderzoeken daarom het (her)gebruik van sacrale ruimtes in tijden van ingrijpende religieuze verandering, een thema dat vandaag een belangrijk onderzoeksobject is geworden in het vroegmodern onderzoek. Tegelijkertijd brengen ze onderzoek over de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden samen. Zo blijken ruimtes te lezen als palimpsesten, met laag na laag vol betekenis. Ruimtes laten niet gemakkelijk los.

empty