nai010 uitgevers/publishers

  • Participate! Nieuw

    Participate! Portraits of Cities and Citizens in Action is een inleiding tot de complexe wereld van de stadsontwikkeling, identiteit en participatie. In het boek wordt uitgelegd hoe in het zelfbeeld van steden resoneert in hun benadering van de stadsontwikkeling. De basis van het boek bestaat uit zes portretten van Europese steden: Berlijn, Hamburg, Parijs, Lyon, Amsterdam en Groningen.

    Het boek voorziet in een behoefte door een algemene inleiding tot de genoemde steden, een korte schets van hun planningsystemen en een korte historische inleiding op hun planningsculturen te geven. Ook bevat het aansprekende en uitstekende voorbeelden van burgerparticipatie en biedt het een grote mate van inzicht in zowel de intrinsieke logica van steden als in de - soms inclusievere, soms exclusievere - mechanismen van participatie.

    Participate! is één van de resultaten van het R-link project, een unieke samenwerking van Nederlandse beleidsmakers en wetenschappers op het gebied van participatie en stadsontwikkeling. Het boek is interessant voor stedenbouwkundigen, architecten, stadsjournalisten en studenten en academici op het gebied van stedenbouw.

  • Included. Architectuur als middel voor een nieuwe toekomst / Architecture as a means for a new future Nieuw

    Mei realiseert toonaangevende gebouwen in binnen- en buitenland, vanuit een sterk sociaal-maatschappelijke gedrevenheid en de ambitie om te vernieuwen. Het Rotterdamse architectenbureau heeft een eigenzinnig oeuvre opgebouwd, waarin respect voor de omgeving de bindende factor vormt.

    Dit eerste overzicht toont 25 jaar werk. Van het modulaire Smarthouse (1995) tot het houten woongebouw Sawa (in ontwikkeling) wordt hierin een fascinatie voor intelligente bouwsystemen zichtbaar. Ambitieuze transformatieplannen, waaronder de Schiecentrale, Fenix I en de zijdefabriek in Naro-Fominsk, laten zien hoe het bureau zich heeft ontwikkeld tot voorloper op het gebied van herbestemming.

    Aan de hand van een breed pallet aan ingrediënten, van gevelelement tot cultuurcluster tot marketingstrategie, geeft het boek inzicht in de werkwijze van Mei. In gesprek met verschillende experts worden onderliggende thema's en de huidige relevantie hiervan besproken. Nu de ecologische en sociale noodzaak van een andere omgang met de gebouwde omgeving groeit, onderzoekt Mei nieuwe manieren van werken door te doen, voortbouwend op ontwikkelde ontwerpprincipes en expertise.

  • Reuzenarbeid Nieuw

    Reuzenarbeid brengt op unieke wijze de geschiedenis van de bouw van het moderne Nederland in de periode 1861 - 1918 in beeld. Door grote investeringen in waterbouw en infrastructuur brak een periode van economische bloei aan. Nederland werd klaar gemaakt voor een nieuwe tijd.

    Overal in het land gonsde het van de bouwactiviteiten en kwamen nieuwe kanalen, spoorwegen, sluizen en bruggen tot stand. De aanleg van het Noordzeekanaal verbond Amsterdam rechtstreeks met de zee. Ook Rotterdam kreeg een Nieuwe Waterweg. In Nederland lag 's-wereld grootste sluis en Europa's grootste spoorbrug. Er werd 'reuzenarbeid' verricht. De Nederlandse aannemerij werd een volwassen bedrijfstak.
    Op het moment dat de fotografie nog in de kinderschoenen stond, nam de minister het besluit de bouw van rijks openbare werken vast te leggen. De beste fotografen van die tijd werden ingeschakeld. Historicus en geograaf Willem van der Ham, heeft deze bijzondere collectie foto's uit de vergetelheid gehaald.

    Reuzenarbeid toont al deze grote werken door heel Nederland in woord en beeld. In speciale thema's gaat Van der Ham in op de stand van de techniek, werktuigen en het bouwproces, maar ook de arbeidsomstandigheden, de hoge heren en het werkvolk, nationale trots en ontrafelt hij de geheimen van het omringende landschap.

  • For English please see below

    Tijdens de recente Biënnale van Venetië 2018 ontving de Engelse architect, historicus, criticus en pedagoog Kenneth Frampton de Gouden Leeuw, de Lifetime Achievement Award van de Biënnale. Er bestaat geen enkele architectuurstudent die nog nooit van het boek Modern Architecture: A Critical History (1980) van deze beroemde historicus of van zijn essay `Towards a Critical Regionalism, Six Points of an Architecture of Resistance' (1983) heeft gehoord. In de laatste tekst zoekt Frampton naar een alternatieve benadering van de architectuur door specifieke kenmerken betreffende topografie, klimaat, licht en tektoniek als essentieel voor de kunst van het bouwen aan te merken.

    In dit nummer van OASE wordt de canonieke rol van Kenneth Frampton's `kritische regionalisme' onderzocht op een manier die verder reikt dan de traditionele interpretatie van dat concept. Er zijn bijdragen verzameld die een nieuwe genealogie van de tekst voorstellen, kritische herlezingen en verkenningen door praktiserende architecten en architectuurtheoretici die de interesse van Frampton's ideeën voor hedendaagse architectuur evalueren.

    --

    The English architect, historian, critic and educator Kenneth Frampton received the Golden Lion for Lifetime Achievement at the latest Venice Biennale 2018. There is no architecture student that is not familiar with the book Modern Architecture: A Critical History (1980) of this renowned historian, nor with his essay `Towards a Critical Regionalism, Six Points of an Architecture of Resistance' (1983). In this last text, Frampton searched for an alternative approach towards architecture by defining the specifics of topography, climate, light and tectonics as essential to the art of building.

    This issue of OASE examines the canonical role of Kenneth Frampton's concept of `Critical Regionalism', reaching beyond its traditional interpretation. It gathers contributions that propose a new genealogy of the text, critical re-readings and explorations by practicing architects and architecture theorists that evaluate the interest of Frampton's ideas for contemporary architecture.

  • Dijken van Nederland is het complete overzicht van Nederlands belangrijkste uitvinding: de dijken. Want wat zou Nederland zijn zonder dijken? Eén ding is zeker: het had in zijn huidige vorm niet bestaan. Al meer dan tweeduizend jaar houden de dijken het land droog. Wat eens begon met terpen en duikers, is nu een netwerk van meer dan 22.500 kilometer dijken, dammen en dijkrelicten. Dijken zijn de dragers van ons landschap. Nederlanders leven met dijken: ze wonen in dijkhuisjes aan de Waalbandijk, fietsen in het weekend over de slingerende Westfriese Omringdijk of bezoeken het Vlietermonument op de Afsluitdijk.

    Bodemdaling en klimaatverandering hebben grote invloed op de Nederlandse delta en het dijkenstelsel. Het aanleggen, versterken en onderhouden van dijken is daarom nooit klaar. Dijken van Nederland biedt het actuele dijkenoverzicht én een blik op de toekomst. Aan de hand van de eerste dijkenkaart van Nederland worden de dijken in al hun diversiteit getypeerd, geduid en gecategoriseerd. Van stuifdijk tot schaardijk, van zeedijk tot waterliniedijk, en van dromer tot waker alle dijktypen komen samen in een unieke, systematische stamboom. Uit een selectie van de honderd meest opmerkelijke dijken van ons land worden er veertig uitgebreid geportretteerd. Daarnaast bevat dit boek vele dijkverhalen.

  • The Pyramids of Giza, the Hanging Gardens of Babylon, the Eiffel Tower - these are current world wonders . . .
    They seem to play a role on the scale of the planet.
    They are the dreams of all architects, children, politicians, leaders and clients.
    They are surrounded by stories and myths.
    They make us wonder.
    They make us think.
    They impress us and thus somehow guide us.
    They put our daily lives and efforts into perspective.
    They are marks of the times.

    But how to make them?

    This book explores the world of architectural wonders and wonderment. It examines current classifications and it wonders about new categories. Through the eyes of students it speculates on possible fields that might propel us towards the realization of new world wonders, of exemplary and wonderful projects. It forms a new atlas of wonders.

    We Want World Wonders is the seventh book in The Why Factory's Future Cities series, the sequel to The Why Factor(y), Visionary Cities, Green Dream, Vertical Village, Hong Kong Fantasies and City Shock.

  • Rotterdam staat bekend als havenstad en architectuurstad. Maar Rotterdam is
    ook een uitzonderlijk groene stad. Deze handzame en up-to-date 'groengids' van Rotterdam toont de highlights van de stad met de meeste bomen per inwoner van Nederland: van grote stadsparken als
    Het Park en het Kralingse Bos tot intieme tuinen als Schoonoord en de Schat van Schoonderloo, van de ruige natuur van de Esch tot de stadslandbouw op het Schieblock, van een enorm dakpark tot
    een omsloten hofjestuin. Rotterdam heeft het allemaal.
    Naast de 100 mooiste parken, tuinenen natuurgebieden biedt deze gids ook informatie over typisch Rotterdamse stadsdieren en -planten. Er wordt ingegaan op uiteenlopende onderwerpen
    als de historische ontwikkeling van de groene stad, stadsnatuur en -ecologie, participatietuinen en stadslandbouw, groene architectuur, de waterstructuur, ecologie, 'groene' winkeltips en veel meer. Een onmisbare gids voor iedere stadsbewoner en bezoeker die de groene glorie en tuingeheimen van Rotterdam wil ervaren.

  • For English see below

    Stadsnatuur maken is een inspiratie- en voorbeeldboek voor natuurinclusiefontwerpen in de Noordwest-Europese stad. Het roept op tot het integreren van natuur in het ontwerp van gebouwen en stedelijke buitenruimten en het geeft daarbij praktische voorbeelden en ontwerphandreikingen.

    De stad is een rijke biotoop met een grote biodiversiteit. Veel dier- en plantensoorten komen inmiddels meer in de stad voor dan in het buitengebied. De auteurs zien natuur als een integraal onderdeel van het stedelijk organisme en als zodanig van belang voor de leefbaarheid van de stad. Natuurinclusief ontwerpen is een pionierspraktijk, en pas recent onderdeel van de stadsplanning.
    Vanuit verschillende invalshoeken; de theorie van ecologie en biodiversiteit, stadsgebonden soorten, stedelijke biotopen en onderhoud van stadsnatuur worden in deze publicatie aan de hand van inspirerende en praktische voorbeelden besproken.

    De auteurs zijn lid van de stichting De Natuurlijke Stad, een samenwerkingsverband van architecten, biologen en stadsecologen met veel ervaring in de praktijk en theorie van het natuurinclusief ontwerpen in de stad.

    --

    Making Urban Nature is an inspirational book of examples about nature-inclusive designing in
    European cities. It calls for the integration of the nature in the designs of buildings and urban outdoor
    spaces and includes practical examples and design suggestions.

    The city is a rich habitat of great biodiversity. Many animal and plantspecies are now more common in the city than in rural areas. However, urban nature is fragile and planners and policymakers still consider the city to be the exclusive habitat of people. The authors see nature as an integral part of the urban organism and as such as important to the quality of life in the city. Nature-inclusive design is a pioneer practice that has only recently become part of urban planning. From different angles: this publication addresses the theory of ecology and biodiversity, city-bound species, urban habitats and
    the maintenance of urban nature, on the basis of inspirational and practical examples.

    The authors are members of De Natuurlijke Stad, a collaboration of architects, biologists and urban ecologists with a lot of practical and theoretical experience in nature-inclusive designing in the city.

  • A beautifully designed square where you are almost blown over, an apartment in the city where the summer heat keeps you awake at night. We all know examples of urban and landcape architectural design that doesn't sufficiently take the urban climate into account. With clear texts and insightful and inspirational illustrations, this book shows how clever urban design can make the city more comfortable.

    The way we experience the microclimate depends on physical and environmental psychological factors. Based on these factors, the way the basic processes of the urban climate work, and how these can be influenced through spatial planning and urban design are explained. Weather in the city. How Design Shapes the Urban Climate is richly illustrated with photographs, illustrations and many examples from temperate climate regions all over the world. It is a reference work as well as an inspirational book for everyone working on a liveable city: commissioners, policymakers, professionals and students in urban design, landscape architecture and planning.

  • The transition from fossil fuels to renewable energy is one of the greatest challenges of the 21st century. Landscape and Energy is a ground-breaking book about the effect of this transition on our environment. This book is the first to visually compare the spatial footprints of all relevant energy sources; it explains the driving forces behind the exponential growth of our use of energy and sketches the breath-taking task that lies ahead for spatial designers, planners and politicians.

    The options and choices for an emerging `post-fossil landscape are elaborated in a wide variety of case study designs. After all, energy is relevant at every scale and all levels of abstraction, from global political strategies to the solar panel on the roof. The challenges receive due attention in a series of essays on the energy market, the role of politics, the psychology of transition, and technical developments and constraints. Ultimately, the transition from fossil fuels to renewable sources of energy proves to be much more than a technical task for professionals. On closer consideration, the energy transition above all is a cultural task that affects everyone.

  • Herbestemming wordt steeds meer de regel en is steeds minder uitzondering. Maar hoe pak je herbestemming van oude panden aan ten tijde van crisis? Sommigen zoeken het in nieuwe verdienmodellen, slimme financiering of ontwikkelend beheer, anderen in het organisch ontwikkelen of een bottom-up benadering.

    In 25+1 actuele herbestemmingsprojecten wordt voorbij gegaan aan de modewoorden. De initiatiefnemers komen aan het woord en geven een uitnodigende kijk in de ontwikkelkeuken en zijn - en dat is uniek - bereid de cijfers met de lezers te delen.

    Deze projecten bieden een blik op wat de nieuwe toekomst van het vastgoed lijkt te gaan worden: herbestemming en gebiedstransformatie als reguliere projectontwikkeling naast de noodzakelijke nieuwbouw. De helden van dit verhaal zijn de initiatiefnemers die het aangedurfd hebben om hun boeken te openen. Zij stellen zich kwetsbaar op om een inspiratiebron voor anderen te kunnen zijn. Hulde aan hen!

    De projecten
    Volkskrantgebouw Amsterdam - Strijp S Eindhoven - ©-mill Heerlen - Atoomclub Utrecht - Bruishuis Arnhem - Open Lab Ebbinge Groningen - Herbergier Gees - Schieblock Rotterdam - Rohm & Haas Amersfoort - Keramiekgebouw Strijp R Eindhoven - Goudse Praktijk Gouda - Betahuis Heerlen - IMd Rotterdam - Wongema Hornhuizen - Acta Amsterdam - HEMbrug Zaandam - Silo Middelburg - #ZW32 Lelystad - A lab Amsterdam - Coehoorn Centraal Arnhem - De Nieuwe Stad Amersfoort - Brandweerkazerne Maastricht - De Hallen Amsterdam - Melkfabriek Garyp - Mariënbosch Nijmegen - DePetrus Vught

  • De stoep is waar een prettige en gezonde stad begint. De stoep is een overgangsgebied tussen huis en straat waar sociale contacten tussen bewoners plaatsvinden en de uitstraling van de straat voor een belangrijk deel wordt bepaald. Een succesvolle stoep ontstaat echter niet zomaar. Vooral niet nu overheden en woningcorporaties zich bezinnen op hun taken en meer en meer wordt gevraagd van andere partijen en bewoners. De stoep laat zien dat deze ontwikkelingen juist voor de overgangsgebieden in de stad nieuwe kansen bieden.

    Aan de hand van interviews, casestudies in binnen- en buitenland, essays en een analyse van ruim 6.000 Rotterdamse straten beschrijft dit boek de drijfveren van mensen om van de stoep een eigen plek te maken. Het toont de invloed ervan op het sociale contact en de privacy en de gevolgen voor het straatbeeld.

  • Hoe kan nanotechnologie gebouwen en steden in de toekomst veranderen? Stel je een nieuwe stof voor, dat je zelf kunt aansturen en veranderen. Stel je voor dat dit een nanomateriaal wordt, dat zijn vorm kan veranderen, dat krimpen kan en groeien - dat bijna alles kan doen... Wij noemen dit materiaal Barba. Met Barba zouden wij in staat zijn om onze omgeving aanpassen aan welke wens en behoefte dan ook.

    Het nieuwste boek uit The Why Factory's Future Cities Series verbeeldt hoe nanomaterialen onze steden en architectuur drastisch kunnen veranderen. Deze speculatie over een volledig aanpasbare omgeving wordt in de beste traditie van sciencefi ction geïllustreerd. Voor een dag volgen wij een bewoner en zien hoe dagelijkse routines veranderen in deze nieuwe, fl exibele ruimtes. Het verhaal is het uitgangspunt voor een reeks interactieve experimenten, installaties en voorstellen voor een nieuwe architectuur, die op het menselijk lichaam gebaseerd en volledig adaptief is.

  • For English see below

    OASE 97. Actie en reactie presenteert een verzameling confrontaties tussen architecten onderling en tussen architecten en architectuurcritici.

    Het maken van en het denken over architectuur is altijd gedefinieerd geweest door het mechanisme
    van actie en reactie. Een manier om architectuur te bedrijven wordt bekritiseerd of verworpen en meteen gebruikt als vertrekpunt voor een andere, tegengestelde en betere methode, praktijk of theorie. Architecten en critici reageren op elkaars standpunten door middel van tekeningen, teksten,
    maquettes en gebouwen. Een goede architectuurcultuur floreert op zo'n basis: de spannende strijd tussen opvattingen, standpunten en overtuigingen.

    In OASE 97 worden gepassioneerde discussies en polemische interacties vanaf de zeventiende tot eind twintigste eeuw beschreven en geïllustreerd. Het resultaat is een verzameling tegengestelde maar onlosmakelijk verbonden definities van goede en noodzakelijke architectuur.

    --

    Creating and thinking about architecture has always been defined by the mechanism of action and reaction. One way of making architecture is criticized or rejected and immediately used as a starting point for another, opposing and better method, practice or theory. Architects and critics react to each other's views using drawings, texts, models and buildings. A good architecture culture thrives on such a basis: the exciting battle between views, opinions and beliefs.

    OASE 97 describes and illustrates passionate debates and polemical interactions from the seventeenth to the late twentieth century. The result is a collection of opposing yet inseparably
    connected definitions of good and necessary architecture.

  • There are few countries in the world where water dominates the landscape and national identity as much as in the Netherlands. The vulnerable delta is always being taken back to the drawing board for further adaptation to the water threat. Climate change now instigates a next round of interventions. The classic battle against the water has been replaced by an approach that involves working with the water. This publication is the first to show the sheer size of the Dutch water project and its effects on in the coastal and river landscape. Beyond the Dikes: How the Dutch Work with Water portrays this impressive operation.

    The book explains 30 interventions along rivers and coastlines - projects that combine aquaculture, cultural history, nature and human use in magnificent water landscapes that are waiting to be explored.

  • Rotterdam, lange tijd het lelijke eendje onder de Nederlandse steden, heeft de afgelopen jaren een spectaculaire comeback gemaakt. De oplevering van iconische gebouwen als de Markthal, De Rotterdam en het nieuwe Centraal Station trok tot buiten de landsgrenzen de aandacht, het opwaarderen van het centrum werpt zijn vruchten af en voorheen kwakkelende stadswijken werden succesvol getransformeerd. Rotterdam is niet langer een onbekende, onbegrepen en onbeminde stad, maar staat plotseling vooral positief in de schijnwerpers.
    Die opleving van de stad heeft ook een keerzijde. Veel Rotterdammers worden melancholisch van een strakgetrokken binnenstad. Het voelt soms alsof je favoriete undergroundbandje plots in Ahoy staat. We hielden toch juist van de rauwheid en lelijkheid van ons stad? Het hoefde hier toch helemaal niet zo aangeharkt te zijn? Gaat er iets verloren of is de Rotterdamse identiteit bestand tegen deze dynamiek? Deze bundel vangt de discussie over de recente geschiedenis van Rotterdam en geeft een soms jubelend, dan weer kritisch perspectief op een stad in verandering. Met fotografie van o.a. Ossip van Duivebode en Frank Hanswijk.

  • The expansive areas around large airports, affected by noise, infrastructure, and transient forms of architecture, have until now not been researched as a phenomenon. But these noise landscapes are emerging worldwide, often surpassing the neighbouring city in size, and sometimes rivalling it in economic importance.

    On the basis of eight European case studies (Amsterdam, Zurich, London-Heathrow, Frankfurt, Munich, Madrid and the two Paris airports) this book provides the first account of how these landscapes emerged as the result of technical determinations, what is taking place in them, and how they can be interpreted.

    The book is the outcome of several years of research by the chair of Kees Christiaanse at the ETH Zurich.

  • OASE 98 onderzoekt de historische basis van het concept van het narratief bij het lezen en het ontwerpen van het stedelijk landschap, op zoek naar de relevantie van narratieve methoden in de hedendaagse praktijk.

    Dit nummer presenteert een nieuwe invalshoek op het werk van (landschaps)-architecten en stedenbouwkundigen van de jaren 1960 en 1970 (Edmund Bacon, Kevin Lynch en Jacques Simon) en vandaag ( Elena Cogato, Christophe Girot, Anke Schmidt en Bas Smets) en belicht recente experimenten in de academische wereld. OASE 98 stelt het narratief voor als een middel om het ontwerp, en de ontwerper als bemiddelaar tussen de deskundige en de bewoner, te herpositioneren, waarmee kwesties zoals lichamelijke ervaring, sociaal-ruimtelijke versnippering en participatie aan de orde worden gesteld.

  • Uit recente ontwikkelingen blijkt dat de thematiek die door de architectuurmusea wordt geprogrammeerd aan het verschuiven is. Sociale en activistische onderwerpen lijken klassieke thema's uit architectuur te verdringen. Zowel recente tentoonstellingen van gerenommeerde instituten als van jongere instellingen laten deze ontwikkeling zien. Bovendien lijken inhoudelijke keuzes in toenemende mate te worden beïnvloed door de maatschappelijke en politieke context van een instituut. Ook op het gebied van archivering leidt een nieuwe ontwikkeling als digitalisering tot radicale veranderingen waarvan de gevolgen ongewis zijn. In Oase 99 worden deze ontwikkelingen en de impact ervan op de huidige en toekomstige rol van architectuurmusea geïnventariseerd en bevraagd.

    Oase biedt een context om de huidige situatie te doorgronden en onderzoekt welke rol de architectuurmusea in de toekomst kunnen spelen in de architectuurcultuur.

    --

    Recent developments show a shift in the themes that architecture museums programme: apparently, social and activist subjects are supplanting classical architectural themes. It is a development expressed by recent exhibitions of both renowned institutes and younger ones. By the looks of it, thematic choices are furthermore increasingly influenced by the social and political contexts of institutes. In terms of storage, new developments such as digitization also lead to radical changes, with consequences that are difficult to predict. OASE 99 analyses and questions these developments and their impact on the current and future role of architecture museums.

    OASE provides the context for understanding the current situation and examines what part architecture museums can play in the future of architecture culture.

  • Er zijn weinig landen op de wereld waar het water zozeer het landschap en de nationale identiteit bepaalt als in Nederland. De kwetsbare delta ligt telkens weer op de tekentafel om aangepast te worden aan de dreiging van het water. Klimaatverandering zorgt nu voor een volgende ronde van ingrepen. De klassieke strijd tegen het water is daarbij veranderd in een aanpak met het water. Voor het eerst worden de omvang van het Nederlandse waterproject en de resultaten ervan in het kust- en rivierenlandschap zichtbaar. Voorbij de dijken. Hoe Nederland met het water werkt brengt deze indrukwekkende operatie in beeld.
    Dit boek laat dertig ingrepen langs de rivieren en de kust zien - projecten waarin waterbouw, cultuurhistorie, natuur en menselijk gebruik zijn samengebracht in weergaloze waterlandschappen, die verleiden om zelf op expeditie te gaan.

  • Behalve om klompen en tulpen is Nederland bekend om zijn waterwerken. Van de Stormvloedkering in Zeeland, de Balgstuw in Flevoland tot de Maeslantkering bij Hoek van Holland: deze 'natte kunstwerken' zijn naast staaltjes van ongekend technisch vernuft ook beeldbepalende elementen in het landschap én van de Nederlandse cultuur. Waterwerken in Nederland. Traditie en innovatie geeft een indrukwekkend beeld van de diversiteit en de ruimtelijke, culturele en cultuurhistorische betekenis van deze ingenieurswerken.

    Met schitterende foto's van Luuk Kramer en teksten van journalist Bernard Hulsman worden ruim 50 van de belangrijkste waterwerken gepresenteerd. In begeleidende teksten van Theo van Offelt komen
    specialisten aan het woord over de geschiedenis, het functioneren én over de veranderingen die nodig zijn om ons land in de toekomst veilig en droog te houden.

  • The 100th issue of OASE takes the journal's long-standing collaboration with its graphic designer Karel Martens as a starting point to explore the relationship between architecture journals and graphic design. In doing so, it challenges the conventional idea that architecture journals are mere carriers of information, showing instead how these journals play a defining role in the message they convey.

    Adhering to Marshall McLuhan's famous maxim 'the medium is the message', it considers the graphic space of the journal, its materiality, its production, and the physical experience of reading
    Within this context, the 100th issue of OASE zooms in on the relationship between architecture journals and graphic design, starting with a historical overview before considering the specific history of OASE and the practice of its own graphic designer. The aim is to provide an insight into the close and mutually enriching relationship between the graphic design of an architecture journal and the production of architectural knowledge.

  • For English please see below

    De opleiding tot architect lijkt vandaag moeilijker dan ooit te organiseren. Na mei 1968 werd het onderwijs radicaal gedemocratiseerd, of dat was althans de bedoeling. De Bolognaverklaring in 1999 veranderde echter ook de structuur van architectuurscholen indringend. Bestaat er vandaag nog een traditie die studenten kan worden aangereikt? Over welke vaardigheden moeten ze beschikken vooraleer ze zich op de beroepsmarkt begeven? En wat met kennis die misschien niet zozeer nuttig is, maar wel noodzakelijk om de cultuur en de geschiedenis van de architectuur ten volle te begrijpen? Is een architect een kritische intellectueel of eerder een succesvolle ondernemer?

    In dit nummer van OASE worden Europese scholen en docenten van de jaren zestig tot vandaag tegen het licht gehouden. Ligt er binnen de onderwijsstudio's een nadruk op een bepaalde architectuur? Wat is de relatie tussen ontwerp en geschiedenis? Welke invloed oefenen beroemde architecten uit als ze les gaan geven? Het nummer besluit met drie gesprekken over architectuuronderwijs vandaag, en over de uitdagingen voor de toekomst.

    --

    Architectural training seems to be more difficult to organize than ever before. After May 1968, education was radically democratized, or at least that was the intention. However, the 1999 Bologna Declaration radically changed the structure of architecture schools as well. Is there any tradition left to hand down to students? What skills do they need before they can enter the job market? And how about the kind of knowledge that may not be practical, but is nevertheless necessary to fully understand the culture and history of architecture? Is the architect a critical intellectual or rather a successful entrepreneur?

    This issue of OASE examines European schools and teachers from the 1960s to the present day. Do educational institutes emphasize a particular architecture? What is the relationship between design and history? What is the impact of famous architects who teach? The issue concludes with three interviews about the architecture schools of today and about the challenges for the future.

  • For Dutch please see below

    Narrative Architecture reveals a stream of remarkable architectural and urban visions in the twentieth century that culminated in the construction of one of the most powerful, misunderstood and underutilized weapons of architectural and urban critique, thinking and representation.

    This historical genealogy in three parts weaves inseparable modern architecture and narrative critique through never before seen images of half a century of utopian, heroic, commercial, ironic and critical projects by Le Corbusier, Team 10, Constant, Victor Gruen, Yona Friedman, Archizoom, Superstudio and Rem Koolhaas.

    Alluding to Diogenes, the ancient kynic who wandered with a lantern in search of an honest man, through narrative, archival and provocative images and texts, the book lays the groundwork in search of an honest architecture able to question the pressing challenges of our times.

    Cruz Garcia and Nathalie Frankowski are architects, educators, codirectors of international studio WAI Architecture Think Tank and authors of Pure Hardcore Icons: A Manifesto on Pure Form in Architecture.

    --

    Narrative Architecture ontsluit een stroom van opmerkelijke, twintigste-eeuwse architectonische en stedelijke visies die is geculmineerd in de ontwikkeling van een van de krachtigste, onbegrepen en onderbenutte wapens van de architectonische en stedenbouwkundige kritiek, filosofie en representatie.

    Deze historische genealogie in drie delen verweeft de onafscheidelijke moderne architectuur en de narratieve kritiek door middel van nooit eerder gepubliceerde afbeeldingen uit een halve eeuw van utopische, heroïsche, commerciële, ironische en kritische projecten van Le Corbusier, Team 10, Constant, Victor Gruen, Yona Friedman, Archizoom, Superstudio en Rem Koolhaas.

    De titel verwijst naar Diogenes, de cynicus uit de oudheid die naar verluid met een lantaarn rondzwierf op zoek naar een eerlijk man. Het boek legt door middel van verhalende, archivale en provocerende beelden en teksten de basis voor een eerlijke architectuur die in staat is de prangende uitdagingen van onze tijd kritisch te benaderen.

    Cruz Garcia en Nathalie Frankowski zijn beide architect, docent, directeur van de internationale studio WAI Architecture Think Tank en auteur van Pure Hardcore Icons: A Manifesto on Pure Form in Architecture.

empty