HarperCollins Holland

  • Het was even wennen, maar het bevalt Shannon Parker eerlijk gezegd prima in Partholon. Het leven als de incarnatie van de godin Epona is... nou ja, goddelijk! Ze wordt bediend door ijverige dienstmaagden, en haar huwelijk met ClanFintan mag gerust ideaal genoemd worden wie had ooit gedacht dat getrouwd zijn met een centaur zo romantisch zou zijn. Ze begrijpt dan ook niet waarom haar de laatste tijd zon onbestemd gevoel bekruipt, alsof er gevaar dreigt, alsof er in de schaduwen iets op haar loert. Een onzinnige angst, want ze is hier volkomen veilig. Ze wordt vereerd, en er is een heel leger krijgers om haar te beschermen. Net als het haar lukt weer te ontspannen, gebeurt het. Ze wordt door een onstuitbare kracht uit het veilige Partholon weggezogen en teruggeworpen in haar oude wereld. Als ze uit alle macht probeert terug te keren naar ClanFintan, blijkt dat het duistere kwaad dat ze dacht te hebben verslagen de duivelse Nuada uit de dood is herrezen. Hij zweert dat hij Shannons dierbaren zal vernietigen, en ze ontdekt dat hij hierbij wordt geholpen door een oude bekende: Rhianna... Shannon heeft geen andere keus dan de strijd aangaan met Nuada een strijd die bij voorbaat verloren lijkt. Kan het haar toch lukken het kwaad te verslaan? En zal ze ooit terugkeren naar Partholon en naar ClanFintan, de liefde van haar leven?

  • Zij, de incarnatie van een godin? No way! Morrigan mag dan altijd hebben geweten dat ze anders was dan haar oppervlakkige vriendinnen zeg nu zelf, echt normaal is het niet als je stemmen hoort, vlammen uit je handen kunt laten komen en met bomen kunt praten maar zoiets bizars heeft ze nog nooit gehoord. En dat wil wat zeggen, na alle absurde verhalen die haar grootouders haar hebben verteld over Partholon, de mythische wereld van haar moeder, Rhiannon.

    Toch blijkt er geen woord van gelogen, wanneer Morrigan zich na een ijzingwekkende ervaring ineens in diezelfde parallelle wereld bevindt. In deze wereld zijn haar krachten als uitverkorene van de godin groter dan ze ooit voor mogelijk heeft gehouden, en blijkt er ook nog eens een beestachtig aantrekkelijke, eh... centaur naar haar gunsten te dingen.

    Maar helemaal zonder twijfel is Morrigan niet. Want wie zegt haar dat de stem die ze steeds in haar hoofd hoort die van haar godin is, en niet van de duistere god Pryderi? Ze was er immers al vroeg voor gewaarschuwd dat hij haar in zijn macht wilde hebben. Als dat zo is, lukt het haar dan wél de verleiding van het kwaad te weerstaan en te kiezen voor het goede? Zelfs als dat betekent dat ze alles wat haar lief is zal verliezen?

empty