Cossee, Uitgeverij

  • Meer dan een broer

    David Diop

    Op een mistige ochtend, op een van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, blaast kapitein Armand op zijn fluit. Alfa Ndiaye en Mademba Diop, twee Senegalese soldaten die ver van huis vechten voor de Franse overwinning, springen samen met hun kameraden op uit de loopgraven om de Duitsers te lijf te gaan. Enkele seconden later ziet Alfa hoe Mademba, zijn jeugdvriend, zijn meer-dan-eenbroer, dodelijk gewond ter aarde stort. Alfa blijft achter in de waanzin van de oorlog en is vastbesloten om Mademba te wreken. Als hij daarmee zijn kameraden schrik aanjaagt wordt hij overgebracht naar het lazaret, achter de linies, weg van het slagveld. Ver van huis, op een vreemd continent en omgeven door mensen met een andere huidskleur, die een taal spreken die hij nauwelijks beheerst, vertelt Alfa zijn verhaal - dat van Afrikaanse soldaten die met een geweer in de ene en een kapmes in de andere hand werden gebruikt voor de oorlogsmachinerie. David Diop laat ons in een hypnotiserende stijl en in poëtische en precieze taal zien hoe ver de liefde voor een dierbare kan gaan. Meer dan een broer is nu al een moderne klassieker, een hernieuwde aanklacht tegen de verschrikkingen van de oorlog.

  • Alles aan Edward Feathers is vlekkeloos - zijn garderobe, zijn manieren, zijn naam en faam als topadvocaat met een glansrijke carrière in Hongkong. Door en door een gentleman, die zijn bijnaam Old Filth - Failed In London, Try Hong Kong - geen eer aandoet. Maar zijn onberispelijkheid is bedrieglijk en misleidt vaak ook hemzelf. Na de dood van Betty, zijn geliefde echtgenote, komen met de herinneringen ook de twijfels. Wat in hun huwelijk was genegenheid, wat respect en wat onvoorwaardelijke liefde? Wat hebben zij voor elkaar verborgen willen houden? Waarom heeft zij zijn collega en tegenpool Terence Veneering altijd verdedigd, of tenminste nooit een kwaad woord over hem gesproken? Edward heeft moeite het beeld van Betty helder te krijgen.
    /> Met Een onberispelijke man valt een grote auteur te ontdekken, een meester van de lichte toon en de zinderende sfeer. Niet voor niets noemt de Engelse pers haar in één adem met Katherine Mansfield en Jane Austen.

  • De pasgetrouwde Richard en Silvia Tebrick maken een wandeling rond hun landgoed om de jacht te zien. Wanneer de jachthonden voorbij zijn en Richard omkijkt naar zijn vrouw, ziet hij haar niet meer: waar Silvia stond, staat nu een kleine, felrode vos die hem geschrokken aankijkt.

    Wat kan Richard anders doen dan zijn vrouw mee naar huis dragen, verstopt in zijn mantel zodat niemand haar gruwelijke transformatie ziet? Hij stuurt het personeel weg en schiet zijn honden achter in de tuin dood. Want deze vos is zijn vrouw, en
    hij zal haar beschermen tegen elk gevaar. Hij houdt van haar, hoe ze er ook uitziet. En toch begint hij te twijfelen. Hoeveel van zijn vrouw is er eigenlijk nog over, nu ze iets te gretig achter de eenden aan begint
    te rennen, nu haar tafelmanieren zienderogen achteruitgaan en ze niet langer naast hem, maar aan het voeteneinde of zelfs onder het bed slaapt? Hoe kan hij zijn liefde nog uiten, nu zij zelfs tunnels in de tuin graaft om aan hem te ontsnappen? Wat houdt zijn gezworen eed van echtelijke trouw nog in, wanneer zij hem trots haar nestje vossenjongen toont?

    David Garnett verblufte de wereld in 1922 met dit fabelachtige debuut, waarin humor en tragiek op meesterlijke wijze verenigd zijn. Na publicatie van 'Vrouw of vos' werd Garnett een sensatie, hij bevond zich sindsdien in het middelpunt van het Londense literaire leven.

  • Een vrouw op de vlucht voor een bericht is een groots verhaal over een vrouw, haar twee zoons en hun verschillende vaders. Een roman over vriendschap en ruimdenkendheid, over een grote liefde en een versmade liefde, over ouderschap en over je weg in het leven. Maar het is vooral een ongeëvenaarde roman over de bijna heldhaftige inspanning van een moeder om een gezin in stand te houden in een klein en verscheurd land.

    Israël verkeert in staat van alarm. Ofer heeft net zijn dienstplicht erop zitten, maar meldt zich vrijwillig voor een militaire actie op de Westelijke Jordaanoever. Ora, zijn moeder, vlucht zonder mobieltje en zonder radio het huis uit om zich niet te kwellen met het wachten op een slecht bericht. Ze twijfelt er niet aan dat dit bericht zal komen. Maar door te weigeren het in ontvangst te nemen, kan ze misschien de boodschap tegenhouden en haar zoon redden.

    Grossmans monumentale roman wordt nu al beschouwd als een mijlpaal van de hedendaagse literatuur.

  • In een zaaltje op een industrieterrein ten noorden van Tel Aviv staat de kleine, bebrilde stand-upcomedian Dov Grinstein op het toneel. Elke keer dat het hem niet lukt het publiek aan het lachen te krijgen, slaat hij zichzelf schrikbarend hard in het gezicht.

    Als het publiek begint te morren, spreekt een kleine vrouw de zaal toe vanaf de eerste rij. Zij leerde Dov kennen als kind: toen was hij een beetje vreemd, maar hij was de enige die haar niet pestte.

    Door haar verhaal neemt Dovs optreden een persoonlijke wending. Hij vertelt over zijn vader Chezkel (kapper en handelaar in namaak-Levis) en moeder Sara (kampoverlevende), en zegt dat hij vroeger op zijn handen liep om zijn droevige moeder aan het lachen te krijgen. Het publiek wil moppen, maar Dov gaat verder met zijn eigen levensverhaal. Als tiener werd hij op een dag weggeroepen uit het premilitaire trainingskamp, omdat een van zijn ouders was overleden. Niemand vertelde hem wie er dood was, en tijdens de rit naar Jeruzalem bedenkt hij van wie hij het erger zou vinden. Hij zet plusjes en minnetjes achter zijn vader en zijn moeder en vindt zichzelf daarom een klootzak. Daar krijgt hij wel applaus voor, van de laatste drie mensen in de zaal.

    Komt een paard de kroeg binnen gaat over de levensreddende kracht van grappen, over medelijden en vriendschap. Grossmans meesterlijke roman laat ons lachen en huilen tegelijk.

  • Hans Falladas openhartige herinneringen aan een turbulent leven en de terreur van de nazis stiekem en in minuscuul schrift opgetekend in de gevangenis in 1944 zijn kortgeleden ontcijferd en worden nu voor het eerst in Nederland gepubliceerd.

    In 1944 belandt Hans Fallada, nadat hij zijn echtgenote met een pistool heeft bedreigd, in de gevangenis. Het lijkt met hem gedaan: een alcoholist, een geestelijk en lichamelijk wrak, een auteur die niet meer tot schrijven in staat is. Maar juist hier, in dit `dodenhuis, omgeven door moordenaars en zedendelinquenten en onder voortdurend toezicht van zijn bewakers, is schrijven zijn redding. Regel na regel schrijft hij zijn haat tegen de nazis en de vernederingen van de afgelopen jaren van zich af. En zet daarmee zijn leven op het spel.

    Terwijl het in Berlijn bommen regent en huizen in vlammen opgaan, schrijft Hans Fallada in een gevangeniscel in Strelitz een relaas dat hem het leven kan kosten. Openhartig en verstrikt in zijn eigen tegenspraken legt hij getuigenis af van zijn ervaringen in het Derde Rijk, maar ook van de opkomst en neergang van een schrijver.

    In mijn vreemde land is een unieke combinatie van autobiografie, een sprekend tijdsbeeld en het verslag van iemand die moet schrijven om te overleven.
    Onder de ogen van zijn bewakers beschrijft Fallada pakkend en aangrijpend zijn meest turbulente jaren, vanaf zijn wereldsucces Wat nu, kleine man? in 1932 tot zijn verblijf in de gevangenis in 1944.

    En wat heeft die man veel te vertellen over de roaring twenties and brown thirties! Over zijn plotselinge schrijversroem, een leven zonder materiële zorgen, drankorgieën met Hemingway waarbij zelfs de sektglazen werden opgegeten. Over goede en foute vrienden, intriganten en informanten, nazibewonde raars van zijn boeken, over Goebbels pogingen hem om te kopen met privileges, en altijd weer over de hunkeringen naar een gewoon leven, naar rust en het overwinnen van zijn verslavingen en angsten.

    Als schrijver kon Fallada zich niet voorstellen ergens anders te leven dan in Duitsland. Maar voor het feit dat hij blijft, betaalt hij een hoge prijs. Hij beschrijft meedogenloos het falen en de groeiende wanhoop van een apolitiek man. Juist dit maakt In mijn vreemde land tot Falladas meest persoonlijke boek.

  • Met In ongenade werd J.M. Coetzee wereldberoemd. Het geldt inmiddels als een moderne klassieker. In ongenade werd verfilmd als Disgrace.

    Voor een man van zijn leeftijd, tweeënvijftig, gescheiden, heeft hij het probleem van de seks naar zijn idee heel aardig opgelost. Iedere donderdagmiddag rijdt hij naar Green Point. Stipt om twee uur drukt hij op de bel bij de ingang van Windsor Mansions, zegt zijn naam en gaat naar binnen. In de deur van nummer 113 staat Soraya op hem te wachten.

    Een wetenschapsman, werkzaam aan de universiteit maar in ongenade gevallen door een affaire met een studente, trekt zich terug op de afgelegen boerderij van zijn dochter, in de hoop enig evenwicht in zijn leven aan te brengen.

    Maar de harde werkelijkheid rukt meedogenloos op en verstoort alle broze relaties. Hij wordt samen met zijn dochter het slachtoffer van een gewelddadige actie.

  • Van Hans Falladas meesterwerk Alleen in Berlijn is in de kelder van de oorspronkelijke uitgever een versie gevonden die op het gebied van vloeken en seks minder kuis is. Bovendien bleken in hoofdstuk zeventien enkele pagina's over Anna Quangels nazi-verleden te zijn gesneuveld in de editie die inmiddels wereldwijd is vertaald.

    De toenmalige uitgeverij Aufbau had in 1947 ten doel de democratische opvoeding van het Duitse volk onder Russisch toezicht te ondersteunen. Blijkbaar moest de roman destijds meer humanistisch opbouwend zijn. Een overtuigd nazi als hoofdpersoon, dat was te veel van het goede.

    Wij weten niet of Hans Fallada deze redactie van zijn roman zou hebben goedgekeurd. Hij overleed kort na de inlevering van het manuscript. Het is wel voorstelbaar dat hij met de gepubliceerde versie ingestemd zou hebben, omdat hij de cultuurpolitieke doelstelling van Aufbau onderschreef.

    Deze digitale editie heeft dus een dubbel voordeel voor de lezers: een goedkope editie en, voor het eerst, de onbewerkte originele versie, zoals Fallada zijn manuscript inleverde.

  • 'Even indrukwekkend als In ongenade.' - NRC Handelsblad

    Tientallen jaren al bestuurt de oude, beschaafde magistraat naar ieders tevredenheid het dorpje aan de grens van het Rijk. Wanneer de regering het decreet uitvaardigt dat de barbaren in het grensgebied moeten worden vervolgd, kan de oude man daar niet veel begrip voor opbrengen. Hij voelt eerder sympathie voor die zogenaamde barbaren, een nomadenvolk dat niemand kwaad doet. Op subtiele wijze beschrijft Coetzee in Wachten op de barbaren niet simpelweg een bestuurder met een gewetensconflict, maar iemand die heen en weer geslingerd wordt tussen medeplichtigheid, onverschilligheid en verzet.

  • In weerwil van de grote economische crisis van de jaren twintig geloven verkoper Johannes Pinneberg en zijn vrouw Engeltje in het geluk. Maar dat geluk wil kort voor de opkomst van de nationaalsocialisten maar niet komen. Pinneberg is amper met zijn Engeltje getrouwd en de eerste problemen doen zich al voor. De strijd om het overleven begint en het kleine jongetje heeft melk en schone luiers nodig.

    Als verkoper op de afdeling herenkleding in het warenhuis leert Pinneberg: de kleine man moet werken als een paard of hij vliegt eruit. En Pinneberg vliegt eruit omdat hij te weinig omzet haalt. Hij, die zich superieur voelt aan de `kleine luiden, moet zich aansluiten bij het leger van miljoenen werklozen. Maar Engeltje, zijn lieve en dappere vrouw, geeft niet op en neemt het heft van het leven van haar vertwijfelde man in handen.

    Wat nu, kleine man? is naast Alleen in Berlijn Falladas beroemdste werk en neemt ons mee naar de roerige jaren twintig van de vorige eeuw. De tijd van de beurskrach en massawerkloosheid, maar ook van versnelling en vooruitgang met neonreclame, film, jazz, protestmarsen van werklozen en knokploegen van de nazis.

    De lezer wordt opnieuw geboeid door de schijnbaar simpele verteltrant, die vaak een bijna filmisch effect heeft. Van deze roman over de liefde en de angst voor sociale neergang zijn miljoenen exemplaren verkocht. De schrijver is er wereldberoemd door geworden en het boek is tot nu toe viermaal verfilmd. Net als Alleen in Berlijn is ook Wat nu, kleine man? wereldwijd herontdekt. Het boek is actueler dan ooit.

  • Moeder in de ontwenningskliniek, vader met 'assistente' op zakenreis: Maik Klingenberg zal de grote vakantie in zijn eentje doorbrengen bij het zwembad van de villa van zijn ouders. Maar dan duikt Tsjik op.

    Tsjik, die eigenlijk Andrej Tsjichatsjow heet, is niet bepaald een toonbeeld van integratie. Hij komt uit een van de aso-torenflats in Berlijn-Hellersdorf en heeft het op de een of andere manier tot het gymnasium weten te schoppen. Hij heeft een lichtblauwe Lada gescoord en daarmee begint een tocht zonder landkaart over het Duitse platteland in hartje zomer. Tsjik wil graag naar Walachije waar zijn opa woont,maar er is in de hele provincie Brandenburg geen enkele wegwijzer naar Walachije te vinden.

    Wat volgt, is een reis die zo grotesk, droevig, dramatisch en grappig is dat je geregeld niet meer verder kunt lezen van het lachen, maar evenmin kunt ophouden. In de lege wereld achter Berlijn is blijkbaar niemand echt in vakantiestemming. Niet de knappe Tatjana, op wier verjaardagsfeest zij niet uitgenodigd zijn, niet WO II veteraan Fricke die een uitstekende schutter is, niet de man aan de benzinepomp en helemaal niet het varken op de autosnelweg. Maik vertelt hun vakantieverhaal zonder opsmuk met het temperament van een veertienjarige, argeloos en wereldwijs.

    Tsjik is een hartverwarmende en hartverscheurende avonturenroman die maar één nadeel heeft: dat hij maar 256 bladzijden telt en dus veel te snel uit is. Maar zo gaat dat nu eenmaal met verboden tochtjes in een gejatte auto.

  • In deze roman waarin Coetzee expliciet over zijn vaderland schrijft, raakt Michael K verzeild in een oorlog die zijn begrip te boven gaat. Het is een grimmig meesterwerk, waarin de onschuld zegeviert. Met Wereld en wandel van Michael K won Coetzee de prestigieuze Booker Prize, die hij later ook voor In ongenade zou ontvangen.

  • Er zijn meer dan drie miljoen jongeren in Japan die zich volledig hebben teruggetrokken.Ze hebben zich opgesloten in hun kamer en afgesloten van de wereld. Milena Michiko Flaar schreef een unieke, indrukwekkende roman over een fenomeen dat culturen verbindt en landsgrenzen overschrijdt.

    Een jongeman verlaat zijn kamer na een isolement van twee jaar. Hij verzamelt al zijn moed, verlaat op de tast het huis van zijn ouders en gaat de straat op. Voorzichtig betreedt hij de wereld opnieuw en vindt zijn weg naar een bankje in het park, zijn toevlucht en nieuwe schuilplaats. Daar opent hij zijn ogen.

    Tegenover hem zit een salaryman, een kantoormedewerker zoals er duizenden zijn; een lunchpakketje op schoot, keurig in het pak. Dagenlang kijken ze stiekem naar elkaar, voorzichtig groeten ze elkaar, en dan komt de dag waarop ze naast elkaar gaan zitten en beginnen te vertellen. Over wat er misgegaan is, over levens vol angst en falen, over teleurstellingen en schaamte. Ze worden bijna vrienden, de twee buren op hun parkbankje, tot op een dag de salaryman niet meer verschijnt met zijn liefdevol gevulde lunchtrommeltje.

    Het internationale succes van Haruki Murakami heeft de universele waarden van oost en west laten zien. Milena Michiko Flaar wordt beschouwd als de vrouwelijke, jongere Murakami. Haar ontroerende verhaal overbrugt elke denkbare culturele kloof. Met haar twee parkbankvrienden, die op alle gebieden buiten de geldende norm vallen, zit zij als derde in het park en betovert ons met hun verhaal.

  • Na het avondeten staat hij plotseling op, neemt afscheid van zijn vrouw en vertrekt naar `daar' om - één keer, heel kort - hun dode zoon te zien. Anders is het verdriet niet meer uit te houden, nadat hij er vijf jaar over zweeg. Onderweg sluiten zich tot zijn verbazing meer en meer mensen bij hem aan, allemaal vaders en moeders die geen vrede kunnen vinden met de dood van hun kinderen.

    In de veelstemmige stoet bevinden zich een stadschroniqueur, die alles moet optekenen, een hertog, een oude rekenonderwijzer, een vroedvrouw en een schoenmaker. Zij passeren in een lange optocht de centaur. Deze ongelukkige - `half schrijver, half schrijftafel' - probeert het verdriet om de dood van zijn zoon al jaren in woorden te vatten. Schrijven, zegt hij, is de enige manier om iets te begrijpen. Tegen de stadschroniqueur met zijn droge aantekeningen brult hij: `Schrijf nu dan alsjeblieft op in koeienletters: ik moet het herscheppen in de vorm van een verhaal! Begrepen?'

    Het lukt hem uiteindelijk om daar de juiste woorden voor te vinden, maar de prijs die hij betaalt is hoog. Met het afronden van zijn verhaal, is hij zijn zoon definitief kwijt.

    Uit de tijd vallen verkent in precieze en tegelijkertijd poëtische taal de pijn en het verdriet van ouders die een kind verloren hebben. Vijf jaar na de dood van zijn in de oorlog gesneuvelde zoon Uri slaagt David Grossman op ongeëvenaarde wijze in deze bijna onmogelijke onderneming. Waar het nodig is zelfs met vertwijfelde humor.

    Uit de tijd vallen ontleent zijn overweldigende kracht en meesterschap paradoxaal genoeg aan de combinatie van ontroostbaarheid over het verlies en de distantie daartoe. Zoiets, mompelt de centaur, kan alleen in een verhaal lukken. Grossman heeft al lang naam en faam als een groot verteller. Uit de tijd vallen leest als een onsentimenteel verhaal, dat ons tot lang na de laatste bladzijde niet loslaat.

  • Zie: liefde wordt beschouwd als één van de grote boeken van de twintigste eeuw. Het wordt op scholen gelezen en op universiteiten bestudeerd, en in Jeruzalem is er voor de vrienden van Momik, de bedachtzame jongen, werkelijk een `Momik-wandelroute'. Reden genoeg om de ontroerende en toch uiterst komische roman in een zorgvuldig herziene en mooie uitgave opnieuw toegankelijk te maken.

    Jonge én oude lezers over de hele wereld zijn nog steeds geïmponeerd en betoverd door de negenjarige Momik met zijn tomeloze nieuwsgierigheid en eigenzinnige fantasie. Als zijn grootvader Ansjel, van wie iedereen gelooft dat hij door het `nazibeest' om het leven is gebracht, veertien jaar na de oorlog uit het gekkenhuis in Jeruzalem wordt ontslagen en kleumend en brabbelend voor de deur staat, wil - nee, móet Momik weten hoe dat nazibeest eruitziet, en wat het zoal vreet. Dan kan hij het in de kelder voederen en temmen. Dan laat het zijn grootvader eindelijk met rust.

    Maar die vindt geen rust. Alsof hij dwangmatig telkens weer zijn verhalen moet vertellen over de `kinderen van het hart' die hem als schrijver van kinderboeken beroemd hebben gemaakt en die Obersturmbannführer Neigel steeds weer wilde horen.

    En in een poging nader uit te leggen waartoe de mensen goedschiks of kwaadschiks in staat zijn, heeft Grossman een encyclopedie van `noodzakelijke grote woorden' toegevoegd, die Ansjels levensverhaal onder lemma's van `Liefde' tot `Untermensch' en van `Seks' tot `Wonder' verder vertellen.

  • Simón heeft zijn hele leven ingericht rond zijn rol als pleegvader van de eigenzinnige jongen Davíd. Toch is er méér nodig om het kind te begrijpen, te kunnen liefhebben. Hij zal zich open moeten stellen voor een wereld die hem onbekend was; de ratio en het denken loslaten, en toetreden tot een realiteit van intuïtie, gevoel, muziek en dans.

    Ze zijn halsoverkop vertrokken, gevlucht voor de autoriteiten. Simón en Inés vinden een woning in Estrella, een rustige stad die vooral opvalt door het bijzondere opleidingsinstituut. Daar leert hun zesjarige pleegzoon Davíd geen wiskunde of grammatica, maar - tot grote verbazing van zijn ouders - over het verband tussen sterren en dansen.


    De pragmatische Simón begrijpt niets van de school, en steeds minder van Davíd. De jongen benadrukt voortdurend dat Simón zijn echte vader niet is, en Simóns levenslessen dringen niet tot het kind door; het gevoel dat Simón iets fundamenteels niet begrijpt, groeit met de dag. Maar ondanks de onorthodoxe lessen, waar ook schoolreisjes naar een nudistenstrand bij horen, ziet Simón de jongen opleven. Alleen Dmitri, de conciërge van het naast de school gelegen museum, baart hem zorgen. Waarom hangt hij de hele tijd bij de jongen rond, met zijn knipsels uit vieze blaadjes, en zijn obsessie voor Ana Magdalena, de bloedmooie danslerares? Waarom duikt hij overal op, op de meest onverwachte plekken en momenten, als een duvel uit een doosje?

    De schooldagen van Jezus toont ons een vader die zijn kijk op de wereld baseert op logica en feiten, die meer op zijn geest vertrouwt dan op zijn lichaam, en een zoon die in alles het tegenovergestelde lijkt. Maar dan gebeurt er iets in het schoolgebouw dat de hele stad op zijn kop zet. Langzaam ziet Simón in dat er misschien nog een andere kant van het menselijk bestaan is: iets náást denken en ratio. Het lichaam, het gevoel, de dans; iets wat vooralsnog ongrijpbaar voor hem was, maar waar Davíd het levende bewijs van is. Simón zet alles op alles om zijn zoon te kunnen liefhebben en eindelijk te begrijpen.

  • Een donkere nacht in 1942. Een man staat in Lissabon in de haven op de kade en staart naar een Amerikaans schip. De man is Hitler-Duitsland ontvlucht en heeft geen visum en geen geld. Plots biedt een onbekende hem twee tickets aan voor de boot naar Amerika. Onder slechts één voorwaarde: dat hij deze nacht naar zijn verhaal zal luisteren.De emigrant aarzelt, maar stemt toch in, hij heeft in zijn hopeloze situatie tenslotte niets te verliezen. Het wordt een lange nacht, in bars, in nachtcafés en in de vroege ochtenduren zelfs in een bordeel. Maar waarom móét Joseph Schwarz dit verhaal vertellen, en waarom aan hem?

    Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark; Osnabrück, 1898 - Locarno, 1970) werd in 1929 wereldberoemd met Van het westelijk front geen nieuws en geldt als een van de bekendste en meest gelezen auteurs van de Duitse literatuur in de twintigste eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog volgde hij een lerarenopleiding, daarnaast was hij actief als steenhouwer en als
    testrijder voor een bandenbedrijf. Zijn schrijverscarrière startte hij als toneelcriticus en als sportjournalist. In 1933 werden Remarques boeken in het openbaar verbrand en in Duitsland verboden. In 1938 werd hem zijn Duitse staatsburgerschap ontnomen, in 1939 emigreerde hij naar de Verenigde Staten en in 1947 verkreeg hij de Amerikaanse nationaliteit. Na de oorlog publiceerde hij zeven romans, waaronder de meesterwerken De nacht in Lissabon en Arc
    de Triomphe, die op uiterst boeiende manier vertellen over wat nationalistische grootheidswaan, oorlogen en autoritaire ideologieën met de gewone burger doen. Remarque is, net als Thomas Mann, nooit meer naar Duistland teruggekeerd.

  • Rome, augustus, 2010. In een oud appartementengebouw
    zonder lift loopt Ilaria na een zware dag de trap op
    naar haar woning op de zesde verdieping. Ze is moe, ze
    wil alleen zijn en het verkeer en de drukkende hitte vergeten,
    maar boven aan de trap wacht haar een verrassing:
    een jongen met zwarte huid en lange benen die haar een
    paspoort toont. 'Ik ben Shimeta Ietmgeta Attiloprofeti,'
    zegt hij, 'en jij bent mijn tante.' Eerst denkt Ilaria dat de
    jongeman een grap maakt. Ze kent maar één Attilo Profeti:
    haar vader. Shimeta zegt dat hij de kleinzoon is van
    Attilo, die in Ethiopië tijdens de fascistische bezetting samenleefde
    met een inheemse vrouw.
    Zou dat waar zijn? Ilaria begint te twijfelen: hoeveel
    geheimen heeft haar vader nog meer? Was hij erbij, toen
    Mussolini's troepen in 1935 Abessinië binnenvielen?
    Ze is verbijsterd over wat er boven tafel komt, en soms
    weet ze niet meer wat goed is en wat fout. Kan een kind
    afstand nemen van het verleden van een vader? De antwoorden
    die ze zoekt, zijn juist in dat verleden verstopt.
    In het verleden van een land dat geen verantwoording
    over zijn koloniale geschiedenis wil afleggen. En dat nu
    zonder het te willen het middelpunt is geworden van het
    Europa van de grote migraties. Als Ilaria daarover nadenkt,
    weet ze helemaal niet meer wat ze met die jongen
    aan moet.
    In De lange weg naar Rome toont Francesca Melandri
    zich een auteur die beschikt over een zeldzame kracht
    en sensibiliteit. Zo wordt achter het prachtig vertelde
    verhaal van Shimeta Ietmgeta Attiloprofeti en zijn verbaasde
    tante ook het verhaal zichtbaar van een Europa
    met al zijn tegenstrijdigheden, die voortkomen uit een
    donker koloniaal verleden.

  • Laatste vrienden

    Jane Gardam

    Het zou een leven lang duren totdat Edward Feathers en Terry Veneering, als advocaten felle tegenstanders in talloze processen, zich realiseren dat zij net zo goed vrienden hadden kunnen zijn. En toch: het blijft voor Edward een raadsel wat Betty zo aantrekkelijk vond aan Veneering. Hij is dan wel een imposante verschijning en getrouwd met de mooiste vrouw uit een van de rijkste families van Hongkong, maar desalniettemin iemand die in de betere kringen van Hongkong (en in Engeland helemaal!) als een parvenu wordt beschouwd.

    Over Veneerings afkomst waren er altijd al geruchten. Was zijn vader een circusartiest - of wellicht een Russische spion against the British Empire? Voor Feathers is dat gossip, hij wil alleen weten waarom Betty nooit een kwaad woord over hem wilde horen. Maar zo'n vraag is voor Feathers not done, net als voor Veneering, die er uiteindelijk nooit achter komt waarom Betty onomstotelijk trouw bleef aan haar onberispelijke man.

    In het slotstuk van haar Old Filth-drieluik vertelt Jane Gardam met serene ironie over ouderdom en fatsoen. 'Laatste vrienden' is een betoverende roman over een onverwachte vriendschap, de kunst van het vergeven en het vermogen om lief te hebben.

  • Een trouwe vrouw

    Jane Gardam

    Is liefde een kwestie van principes? Na 'Een onberispelijke man' (DWDD Boek van de Maand) het - ook zelfstandig te lezen - vervolg: Betty's verhaal van haar huwelijk met Edward Feathers.

    Begin jaren zestig, het zijn de laatste dagen van het British Empire, keert Betty terug naar haar geliefde Hongkong, waar zij is opgegroeid. Daar krijgt de jonge vrouw met de rode krullen, onmiskenbaar een kind van Old England, een onberispelijk huwelijksaanzoek: handgeschreven op briefpapier van een vooraanstaand advocatenkantoor.

    Als Betty zich verlooft met Edward Feathers, een advocaat met de rare bijnaam 'Old Filth' (Failed in London Try Hong Kong), weet zij intuïtief dat hun huwelijk nauwelijks op passie gegrond zal zijn. En zij weet evenmin dat zij kort daarna Terry Veneering zal ontmoeten, Edward Feathers' aartsrivaal. Toch zal ze later bij hoog en bij laag beweren dat zij altijd hartstochtelijk van Edward heeft gehouden.

    Is liefde (ook) een kwestie van fatsoen of van integriteit? De manier waarop Jane Gardam het huwelijk van het echtpaar Feathers vanuit Betty's perspectief in een heel ander licht laat zien, noemt The Guardian meesterlijk.

  • Aan het begin van de vorige eeuw wordt de zesjarige Polly Flint achtergelaten
    bij haar twee vrome tantes, een norse weduwe en een onberekenbare
    dienstmeid. In hun gele huis aan de Engelse kust, met niets anders
    dan duinen en een uitgestrekt landschap om zich heen, zit er voor de
    eenzame wees niet veel anders op dan te lezen. Vooral Robinson Crusoe
    sluit ze in haar hart. Ze delen immers hetzelfde lot: beiden achtergelaten
    op een verlaten stukje land en beiden de held van hun eigen verhaal.
    Polly neemt het boek met zich mee wanneer de aristocratische Mr
    Thwaite, een mysterieuze kennis van de familie, haar uitnodigt voor een
    bezoek aan zijn landgoed op de vlaktes van York. Samen met zijn zus
    ontvangt hij verarmde schrijvers en artiesten. Daar wordt ze verliefd,
    eerst op een jonge dichter, later op een geheimzinnige Duitse jongen uit
    een gegoede Joodse familie.
    Deels gebaseerd op haar eigen jeugd en die van haar moeder in het
    eenzame Yorkshire, schetst Jane Gardam met het stilistisch vernuft dat
    haar beroemd en geliefd heeft gemaakt, het portret van een jonge, eigenzinnige
    vrouw. Meesterlijk schetst zij een afgelegen deel van Engeland,
    waarin het gele huis aan de kust langzaam wordt omsloten door de moderne
    wereld, door woonwijken en autowegen. Te midden van die veranderingen
    is Polly, eenzaam, gevoelig en ambitieus, een onvergetelijke
    vrouw en romanpersonage. Net als Edward Feathers, de onberispelijke
    man, en zijn ondoorgrondelijke Betty.

  • `Een prachtig boek over afscheid en veerkracht en een monument voor een moeder; haar dromen, haar liefde en haar gebroken hart.' - Marjolijn van Heemstra

    Het is 1964 en de hits van Elvis, Johnny Hoes en Caterina Valente draaien in iedere jukebox. Antonia en Edgar - beiden aan het einde van de oorlog geboren - dromen van een ander leven dan dat van hun ouders, zonder ontberingen en beperkingen. De wereld leren kennen! Genieten, en vooral anders leven en liefhebben! Dan krijgt Edgar de kans om een exportbedrijf in Hongkong op te bouwen, Antonia zal volgen zodra hij als zakenman voet aan de grond krijgt.
    Dan komt zijn telegram: Zeg alsjeblieft woning en werk op - prepareer alles voor vertrek in mei - vliegbiljet volgt. Ze schrijft hem bemoedigende liefdesbrieven en leest die van Edgar, vol beloftes en steeds maar weer uitstel.
    Vijftig jaar later, tijdens het leegruimen van Antonia's woning, vraagt haar dochter zich af waarom haar charmante moeder diep van binnen haar leven lang trouw is gebleven aan haar eerste grote liefde. Hoeveel overgave, romantiek en risico laat je toe, als het om de liefde gaat? En wie is die man die haar moeder nooit kon vergeten en die ze nog maar zelden zag? De dochter wil hem ontmoeten, een enkele keer.

  • Ik heb het de tuin nog niet verteld is een gelaagd boek dat de seizoenen van de tuin volgt. Over leven en dood, vol met fijnzinnige reflecties over filosofie en het dagelijkse leven, over religie en frustratie.

    Als het duidelijk wordt dat zij ongeneeslijk ziek is, trekt Pia Pera zich steeds meer terug in de natuur. Ze vecht zo lang als ze kan om actief te blijven, omringd door de schoonheid van haar Toscaanse tuin. Toch is ze nooit alleen. Wanneer Pia's armen en benen het niet meer redden, is het Giulio, haar Sri Lankaanse tuinier, die haar aanwijzingen opvolgt en zowel voor haar als voor haar tuin zorgt. En dan is er nog de trouwe foxterriër die haar overal volgt, een groot aantal vrienden die komen en gaan, meditatie, lezingen en een enorme hoeveelheid boeken die het ritme van haar dagen markeren. En boven alles is er de tuin, de ware metgezel van de auteur. Het is de tuin die als een spiegel elke stemming en elk teken van haar ziekte reflecteert. En net als een tuin biedt haar boek verrassingen. Het beweegt. Het leidt ons naar donkere diepten, maar ook naar geliefde dichters, filosofen en de muziek van Abba (een Chinese dokter adviseerde haar naar hen te luisteren, omdat het therapeutisch zou werken).

    Ik heb het de tuin nog niet verteld is een gelaagd boek dat de seizoenen van de tuin volgt. Over leven en dood, vol met fijnzinnige reflecties over filosofie en het dagelijkse leven, over religie en frustratie. Het onderzoek dat Pia Pera uitvoert is eerlijk en licht van toon, ondanks de zwaarte van de inhoud. Zonder zelfmedelijden reflecteert zij op vragen waarop het onmogelijk is om een antwoord te geven. Vragen die elk mens raken, vroeg of laat.

  • aar is ze weer, Elizabeth Costello, het intrigerende alter ego van John Coetzee. Ze is schrijfster, bij het grote publiek vooral bekend door een van haar vele romans. Ze is geboren in Australië, woont in Spanje en is een militante vegetariër met een scherpe pen: 'Dieren: zo'n woord dat alles op één hoop gooit! Wat hebben de sprinkhaan en de wolf gemeen behalve dat ze geen mensen zijn? Wie lijken meer op elkaar: de wolf en de sprinkhaan, of de wolf en ik?' Haar zoon John maakt zich zorgen nu ze ouder wordt. Kan ze niet beter bij hem in Baltimore intrekken of in de buurt van haar dochter aan de Côte d'Azur komen wonen? Ze hebben het allemaal voor haar uitgedacht en bespreken het met haar als ze elkaar treffen. John windt zich op over het schamele stulpje op het Spaanse platteland waar zijn moeder woont met een leger verwilderde katten en de dorpsgek Pablo. Waarom voelt ze zich voor hen verantwoordelijk en wil ze niet verhuizen naar een comfortabele plek?
    Willen de kinderen werkelijk hun moeder zo dicht bij hen hebben? Of voelen ze zich verplicht hun genereuze voorstellen te doen en komen ze niet uit hun hart. Het zal de lezer niet verbazen dat Elizabeth Costello hun aanbod afwijst. Op uiterst eloquente en innemende wijze stelt ze een aantal interessante vragen aan de orde in deze verhalen met een ontroerend slotakkoord.

empty