• Wat heeft Warren Buffet gemeen met een aap die Hamlet schrijft? Hoe bewijs je dat wc-ontstopper kanker kan genezen? Waarom werken dure geneesmiddelen beter dan goedkope?

    Oogklepdenken gaat op zoek naar de valkuilen in ons denken en ontmaskert de idioot in ieder van ons. Het goede nieuws? Er bestaat een manier om het onderscheid te maken tussen waarheid en nonsens: denken.

    Ruben Mersch (1976) studeerde filosofie en biologie aan de universiteit van Gent. Door een speling van het lot belandde hij na zijn studies in de farma-industrie. Toen hij zijn buik vol had van turning disease into profit, besloot hij iets zinvols met zijn leven te doen: mensen opnieuw zelf leren denken.

  • Of het nu gaat om de rol van de islam in de terroristische aanslagen, over de veiligheid van pesticiden, de huidskleur van het hulpje van Sinterklaas: waarom ontstaan er zo vaak twee kampen die er beiden van overtuigd zijn dat ze de wijsheid in pacht hebben? Waarom graven we ons zo graag in in de loopgraven van ons eigen gelijk? In Waarom iedereen altijd gelijk heeft probeert Ruben Mersch via het verband tussen kakkerlakken en ethiek, de laaghangende broeken van hiphoppers en het mysterie van de schone studentenkeuken deze vragen te beantwoorden. Daarbij verwijst hij gretig naar de nieuwste inzichten van psychologen, antropologen, biologen, filosofen en een achttiende-eeuwse predikant met een voorliefde voor biljart. Hij komt tot een ontnuchterende conclusie: niet onze ratio, maar wel onze emoties zijn heer en meester over ons denken.
    Gelukkig, zo voegt Mersch eraan toe, zijn er manieren om dit tegen te gaan. Iets wat hij boeiend en met hilarische voorbeelden aan de lezer presenteert. Waarom iedereen altijd gelijk heeft is het ideale boek om meer inzicht te krijgen in de strapatsen van de menselijke geest.

  • Echt eenvoudig is het niet, van mening verschillen.
    En het lijkt wel alsof we het steeds moeilijker
    vinden. Gooi een stelling over om het even welk
    maatschappelijk thema in een groep en de kans
    is groot dat we elkaar als een bende overstresste
    chimpansees met uitwerpselen beginnen te bekogelen.
    Net als een verbitterd koppel dat enkel
    nog samenblijft voor de kinderen bekvechten we
    over alles. Over Zwarte Piet, vluchtelingen en
    kernenergie, over de hoofddoek, seksisme en de
    vraag of het allemaal de schuld is van de sossen.
    Die debatten zijn zelden constructief. We luisteren
    niet maar blijven onverdroten op de enorme
    nagel van ons eigen grote gelijk kloppen.
    Maar wat doe je eraan? Hoe kan je met elkaar
    praten zonder dat het schreeuwen wordt, overtuigen
    zonder de ander te beledigen, toegeven
    zonder plat op je buik te gaan? Bestaat daar een
    handleiding voor?

empty