• `Bloedblaren' van Naomi Rebekka Boekwijt gaat over Liv, een jonge vrouw in psychische nood, die vecht door te sporten en een huis te verbouwen voor een bestaan uit de schaduw en in het licht. Ze leeft volgens een strikt schema van werken, trainen, slapen. Maar is haar extreme vorm van sporten een manier om de beste versie van zichzelf te worden of een verkapte vorm van zelfbeschadiging?

    In het compromisloze en aangrijpende `Bloedblaren' onderzoekt Boekwijt wat het betekent om psychisch te lijden en toch de kracht te vinden te blijven leven. Ze legt hierbij niet alleen de kern van haar schrijverschap bloot, ook dringt ze door tot haar kern als mens: het diepe verlangen gezien te worden, al is het maar door één persoon.

    Manon Uphoff omschrijft Boekwijt als `zeer, zeer getalenteerd'. A.H.J. Dautzenberg voegt hieraan toe dat `"Bloedblaren" leest als een literaire battle tussen Alex Boogers en Marieke Lucas Rijneveld.

  • Een onsentimentele ode aan het buitenleven
    In zeven verhalen worden verschillende jonge mensen naar buiten gejaagd. Een vrouw komt op het platteland terecht. Een jongen rijdt met twee vreemden naar Aalborg. Een wetenschappelijk instituut met aan het hoofd de beruchte docent Bruska valt uit elkaar. Zowel in de stad als op het land stuiten de hoofdfiguren op het dier dat de mens is.

  • In het Zwitserse Feldi ligt de oude boerderij van Moser. Tegenover hem ligt het moderne melkveebedrijf van Wyss. Moser heeft een jonge Nederlandse vrouw in dienst die op de desolate hoogvlakte niet alleen wordt uitgedaagd door het werk, maar ook door een onverwachte liefde. Als de sneeuw in de bergen begint te smelten, dreigt de Thur buiten haar oevers te treden. Geconfronteerd met het overstromingsgevaar laten de inwoners van Feldi hun ware gezicht zien.

  • In een dijkhuis in de polder wacht Gitta op een goed moment om het strenge bewind van haar vader te ontvluchten. Tijdens een van de reizen van het gezin naar vaders familie in Denemarken ontmoet zij Randi, die vastzit in een kinderloos verstandshuwelijk. Gitta herkent in Randi de moeder die ze altijd gemist heeft, terwijl in Randi zowel het moederinstinct als de herinnering aan een oude liefde gewekt wordt. In hun poging nader tot elkaar te komen, verliezen zij langzaam hun schild en daarmee hun grip op het leven dat ze voor zichzelf hadden opgebouwd.

empty