• Marcus Aurelius, de keizer-filosoof die van 161 tot 180 over het immense Romeinse Rijk heerste, is de laatste grote vertegenwoordiger van de antieke Stoa. In de Persoonlijke notities, die hij waarschijnlijk tussen 170 en 180 schreef, geeft hij zich rekenschap van zijn idealen en twijfels.

    Met meer warmte dan je van een stoïcijn zou verwachten, legt Marcus Aurelius de nadruk op de sociale plichten en gevoelens van saamhorigheid die hieruit voortvloeien. Een ander steeds terugkerend thema is de innerlijke vrijheid van de mens. Lichamelijk ongemak en andere tegenspoed hoeven geen vat te hebben op het innerlijk kompas.

  • Marcus Aurelius, Romeins keizer van 161 tot 180, wordt beschouwd als de laatste grote vertegenwoordiger van de Stoa, een filosofische stroming in de klassieke oudheid. Tijdens zijn veldtochten hield hij een filosofisch dagboek bij. Deze persoonlijke aantekeningen laten hem zien als een van de nobelste figuren uit de klassieke oudheid. Marcus Aurelius' stoïcisme is vooral een praktische levensfilosofie.

    Overpeinzingen bevat een gevarieerde collectie fascinerende spirituele ontboezemingen en overdenkingen. Ze zijn ontstaan tijdens zijn moeizame zoektocht naar zichzelf en naar de zin van het universum. Ze vertellen over twijfel en wanhoop, maar ook over overtuiging en vervoering.

    Uit de inleidende tekst bij Overpeinzingen: 'Deze geschriften bevatten veelvuldige aanwijzingen hoe men zich zo kan gedragen dat men leeft in overeenstemming met de natuur. Hierbij dient men voor ogen te houden dat de stoïcijnen een leven overeenkomstig de natuur beschouwen als de weg die leidt tot het voornaamste doel van de mens: volkomen geluk. De beschouwingen van Marcus Aurelius `tot zichzelf' zijn het resultaat van een levenslange zelfbeschouwing en kunnen eenieder die geluk zoekt vele waardevolle aanwijzingen geven.

  • Marcus Aurelius (121-180) is bekend als Romeinse keizer en als filosoof. Een verzameling Latijnse brieven uit zijn jeugdjaren is bewaard gebleven: de privécorrespondentie met zijn oudere leermeester in de retorica, Marcus Cornelius Fronto (ca. 100-167).
    De opvallend persoonlijke brieven laten de jonge prins zien als een hartelijke, enthousiaste leerling. En Fronto is behalve leraar ook een oudere vriend, een vaderfiguur soms. Het contact verandert als Marcus keizer wordt, maar bloeit kort voor Fronto's dood weer op.
    De brieven gaan over retorica en literatuur, maar de twee bespreken ook veel privézaken, zoals het wel en wee van hun kinderen, hun gezondheid, zomerdagen op het platteland... En ze schrijven vaak hoezeer ze elkaar missen en om elkaar geven. Een uniek en rijk tijdsdocument, onmisbaar voor bewonderaars van Marcus Aurelius.

empty