• The Kilima Hawaiians wisten meer dan 50 jaar hun publiek in Nederland en zo'n twintig overige landen in de ban van hun Hawaii-muziek te houden. Sinds de oprichting, 26 juni 1934, traden zij in vrijwel heel Europa op, maakten honderden platen - van 78-toerenplaten tot cd's - en traden twee keer op voor de Nederlandse soldaten in voormalig Nederlands-Indië, verzorgden tientallen tournees voor radio en televisie in binnen- en buitenland.
    Het succes van de Kilima Hawaiians was niet in de laatste plaats te danken aan de reeks formidabele Hawaii-gitaristen - vrijwel allemaal van Indische afkomst - zoals Vic Spangenberg, Theo Ehrlicher, Rudy Wairata en Coy Pereira. De drijvende krachten achter de Kilima's waren Bill en Mary Buysman, maar zeker ook basgitarist Wim van Herpen en slaggitarist Luut Buysman.
    In dit boek vertelt Bill Buysman (1907-1991) zijn levensverhaal aan uitgever Kees de Bakker in de tijd dat hij publiciteitsman was bij CBS Grammofoonplaten (nu Sony Music) en daarna perschef bij Polydor.
    Dit boek is een ongewijzigde herdruk van de in 1986 verschenen uitgave met veel foto's uit de langdurige loopbaan van de Kilima's.
    John Buijsman's voorstelling Hula Blues maakt het boek weer actueel. De neef van Bill lijkt als twee druppels water op hem.
    Op de foto op de achterkant van het boek de auteur in Hawaii met de Tau Moe Family, Hawaiiaanse muzikanten en goede bekenden van Bill en Mary, die vlakbij het Polynesian Cultural Center in het plaatsje Laie op het eiland Oahu wonen.
    Daarnaast een optreden van Sonny Kamahele aan de kust van Waikiki (foto's Ingrid Wijnstok, november 1983).
    Recensie(s)

    Bill Buysman, leider van de bekendste Nederlandse Hawaiian band, vertelt aan journalist Kees de Bakker zijn levensverhaal en dat van de band. De Kilima Hawaiians, die twee jaar geleden hun vijftigjarig bestaan vierden, speelden naast Hawaiian muziek ook wel krontjong en country & western. Van hun hit "Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur" uit 1947 werden alleen in Duitsland al 1 miljoen exemplaren verkocht. De Bakker maakte het zich gemakkelijk, zette de bandrecorder aan en liet Buysman praten. Het resultaat is een droge opsomming in "en toen" trant van de belangrijke gebeurtenissen en trivia uit de Kilima-carriere. In het boek niets over de Hawaiian-muziek; ook geen verklaring hoe Buysman met deze muziek in kontakt kwam of waarom hij juist deze muziek koos. Hier wreekt zich het feit dat de schrijver geen muziekman is. (Hij is eindredakteur van Boekblad en redigeert literaire bundels). Volgens De Tijd van 18 juli '86 is het boek niet helemaal konform de wens van de schrijver uitgegeven (er is bijv. in de tekst geschrapt). Veel zw.w.- foto's, diskografie, lijst van komposities.

  • Het verhaal van het debuut

    Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch zijn beiden jarenlang op zoek geweest naar een geschikte uitgever voor hun proza. Bij Hermans duurde het vier jaar voordat zijn romandebuut Conserve verscheen. Het kostte Mulisch ruim vijf jaar voordat hij de novelleTussen hamer en aambeeld op de markt wist te krijgen. Ook veel andere Nederlandse schrijvers hebben veel moeite moeten doen om hun werk gelezen te krijgen en landelijk door te breken. Bij sommigen draaiden de drukpersen al kort nadat zij bij de uitgever hadden aangebeld.

    Kees de Bakker, oprichter van uitgeverij Conserve heeft in 1983 dertig van deze debuutverhalen opgetekend en uitgebracht in Mijn eerste boek. Na een gewijzigde druk is 1999, is dit boek in 2011 verschenen als ebook. Daarnaast heeft De Bakker ook een groot aantal van deze geroemde schrijversdebuten zelf opnieuw weten uit te brengen. Daarvan zijn enkele verschenen als ebook bij PixelPerfect Publications.

    Harry Mulisch Tussen hamer en aambeeld (isbn 9789490848453)
    J. Bernlef - Kokkels & Stenen spoelen (isbn 9789490848446)
    Theun de Vries - Friese sagen & Terugkeer (isbn 9789490848422)
    Gerrit Krol - De rokken van Joy Scheepmaker (isbn 9789490848439)

    De dertig schrijvers in Mijn eerste boek zijn: A. Alberts, J. Bernlef, Willem Brakman, Hugo Brandt Corstius, Jeroen Brouwers, Andreas Burnier, S. Carmiggelt, Hugo Claus, Jan Donkers, Hella S. Haasse, Maarten 't Hart, Wim Hazeu, Albert Helman, W.F. Hermans, Frans Kellendonk, Gerrit Komrij, Kees van Kooten, Neeltje Maria Min, Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Gerard (K.van het) Reve, Renate Rubinstein, K. Schippers, Jan Siebelink, Hans Vervoort, Theun de Vries, Bob den Uyl, Elly de Waard en Jan Wolkers.

    Behalve de reconstructie van de debuten bevat Mijn eerste boek tevens beknopte bibliografieën en jeugdfoto's van alle dertig schrijvers.

  • Bergen en Schoorl hebben altijd een ongelooflijke aantrekkingskracht gehad op schrijvers, dichters en beeldend kunstenaars. In Bergen werd Jeroen Krabbé verliefd op Herma van Geemert, zo schrijft zijn zwager Ko van Geemert en dat inspireerde Jeroen tot het maken van zijn vroege kunstwerk, waar hij over vertelt. De liefde voor Bergen aan Zee werd Adriaan van Dis al met de paplepel ingegoten toen hij daar nog op de kleuterschool zat en al jong gek werd op rozenbottels. Hans van Marwijk maakte een film met hem en schrijft eveneens over het auto-ongeluk van fotograaf Sanne Sannes en zijn modellen in de Eeuwigelaan. In de auto zat eveneens Gerrit Jan Wolffensperger en doet zijn relaas. Bob Polak liet de hoofdstad voor wat zij was en verkaste naar Bergen om zich voor dit boek te storten op de Nescio-route. Bergen inspireerde Anja Meulenbelt tot een toverdroom.
    Groet, Schoorl, Bergen aan Zee en Bergen zijn de plekken waar Theo Olthuis graag vertoeft om er zijn gedichten te schrijven. Arnold de Hartog blikt terug op zijn vroege jeugdjaren op de boerderij 'Lands End' in Schoorl waar zijn vader Jan de Harto de wereldberoemde roman Hollands Glorie schreef. In de Schoorlse duinen zwierf Nicolaas Beets in de negentiende eeuw om research te doen voor zijn verhaal 'Teun de Jager' dat hertaald is door Conserve-uitgever Kees de Bakker. Peter van Zonneveld licht Beets nader toe. Hanny Alders schreef liedteksten over Beets en Teun.
    Te midden van het eeuwenoude Schoorlse dennenbos herbeleeft Jacob Vis zijn vak van bosbeheerder. En schrijven ook Margriet Brandsma, Kester Freriks en Hennie Harinck over het Schoorlse bos. Literaire wandelingen completeren het boek: Bergen door Michael Valeton en Schoorl en Groet door Kees de Bakker, tevens
    de samensteller van het boek. Alle schrijversportretten zijn gemaakt door fotograaf Peter H. Toxopeus.
    Met voorwoord en verhaal van Joke Volkers en Jan Engelbregt van stichting Ter behoud van het Schoorlse- en Noord-Kennemerduingebied.

empty