• Radetzkymars is de geschiedenis van het verval van de Habsburgse monarchie, gezien door de ogen van de hoofdpersoon, luitenant von Trotta. Het verhaal begint in 1859 met diens grootvader, die door toeval het leven van de jonge keizer Franz Joseph redt, en eindigt met de dood van de keizer in 1916. De Eerste Wereldoorlog is dan al gaande, en de oude wereldorde van de adellijke familie von Trotta, steunpilaar van keizer en staat, is definitief verdwenen. De klanken van Johann Strauss' Radetzkymars, elke zondag voor zijn huis uitgevoerd, symboliseren een voorbije wereld, die nog slechts bestaat in de herinnering van de verbitterde von Trotta. Radetzkymars is volgens velen de grootste roman van Joseph Roth. Hij roept met het verhaal de bittere maar tegelijk zoete geur van nostalgie op, door zijn indringende beschrijving van het leven in een Moravisch stadje, en door de langzame aftakeling van een wereldbeeld dat zichzelf heeft overleefd.



    'Als één schrijver voor mij het oude Europa belichaamt, dan wel Joseph Roth. Wat een droevig genot hem te lezen.' Benno Barnard



    'Een van de beste schrijvers ooit.' Geert van Istendael



    'Mijn meest geliefde schrijver.' Ian Buruma



    'Een van de grootste traditionele romanschrijvers van de laatste eeuw. Fictie van de hoogste rang.' The Herald Tribun

  • In Radetzkymars (1932) vertelt Roth de laatste jaren van de Habsburgse monarchie aan de hand van het verhaal van de familie Trotta. Het hoofdpersonage is Carl Joseph Trotta, de kleinzoon van een luitenant die tijdens de slag bij Solferino het leven van de keizer heeft gered en daar met geld en een adellijke titel voor beloond is. Het beeld van de dode grootvader, de held van Solferino, hangt als een schaduw over zijn bestaan als officier in de Donaumonarchie. Met een subliem gevoel voor ironie ontmaskert Roth de schijnwereld van het garnizoensleven en legt hij de barsten en scheuren van de veelvolkerenstaat van keizer Franz Joseph bloot. 'Toen wisten ze nog niet dat zij allemaal, zonder uitzondering, een paar jaar later de dood zouden tegenkomen. Niemand van hen had zo'n goed gehoor dat hij het grote raderwerk van de verborgen reuzenmolens van de grote oorlog al kon horen malen.'

    In Duitsland behoort Radetzkymars tot de literaire canon. Voor vele lezers is het melancholische verlangen naar een 'wereld van gisteren', die overzichtelijk is en houvast biedt, herkenbaar.

  • `Het spinnenweb' is het duistere, visionaire debuut van Joseph Roth, een van de grootste literaire genieën van de twintigste eeuw. In het middelpunt van de roman staat Theodor Lohse, een luitenant die teleurgesteld teruggekeerd is uit de Eerste Wereldoorlog. In Berlijn raakt hij betrokken bij de activiteiten van een rechts-radicale, geheime organisatie die haar hoofdkwartier in München heeft en in contact staat met Hitler en Ludendorff. Als gedesillusioneerde, laffe meeloper belichaamt Lohse het fascistische gevaar in de eerste helft van de vorige eeuw.
    Met `Het spinnenweb' schetst Joseph Roth een huiveringwekkend realistisch beeld van de samenzweringen van radicaal-rechts die de Weimarrepubliek zouden ondermijnen en de weg zouden effenen voor Hitler en het nationaalsocialisme.

  • Job

    Joseph Roth

    De vrome dorpsleraar Mendel Singer is de reïncarnatie van de Bijbelse figuur Job, veroordeeld om de beproevingen Gods te ondergaan. Singers vrouw en twee van zijn kinderen komen te overlijden, om naar Amerika te emigreren moet hij zijn gehandicapte zoon achterlaten, en ten slotte moet hij met lede ogen toezien hoe zijn dochter naar een krankzinnigengesticht wordt afgevoerd. Gebukt onder zijn zware lot komt Singer in opstand tegen God en verliest hij de moed om te leven, totdat er op een dag een haast wonderbaarlijke ommekeer van het noodlot plaatsheeft. Job is het aangrijpende verhaal van een eenvoudige joodse man en zijn gezin, en tegelijkertijd de kroniek van een heel volk en van een tijdperk dat afloopt.

  • De Kapucijner Crypte is de laatste roman die Joseph Roth voor zijn dood publiceerde en kan gelezen worden als een vervolg op Radetzkymars. In de gelijknamige crypte vonden de Habsburgse keizers hun laatste rustplaats. Het boek beschrijft het leven van een telg uit het geslacht Trotta tussen 1913 en 1938. We volgen hem tijdens de Eerste Wereldoorlog, en in de tijd na de oorlog als hij in het decadente, gedesoriënteerde Wenen weer zijn weg probeert te vinden. De roman eindigt met de zogenaamde Anschluss van Oostenrijk aan het Duitse Rijk. Het is een boek over vriendschap, maar bovenal over een verloren tijdperk, treffend verwoord in de laatste zin: `Waar moet ik nu heen, ik, een Trotta?

  • `Waarom is onze moordenaar vandaag zo somber?' Die zin vormt de opmaat tot de biecht van de Rus Goloebtsjik, die in het Russische restaurant Tari-Bari in Parijs op een nacht zijn levensverhaal vertelt.

    Als bastaardzoon van een Russische vorst geniet hij niet de voorrechten waarop hij recht meent te hebben. Uit frustratie en eerzucht treedt hij in dienst van de Russische geheime politie. Hij belandt in Parijs, waar hij zich ontpopt als een voortreffelijke spion en tal van onschuldige Russische emigranten verraadt. Drijfveer voor zijn handelen is zowel zijn liefde voor de mooie Lutetia, als zijn haat jegens zijn broer Krapotkin, die door de vorst wel wordt erkend. Een en ander culmineert aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in een dubbele moord. Als Goloebtsjik na de oorlog naar de plaats delict terugkeert, neemt het verhaal een onverwachte wending.

    Biecht van een moordenaar, oorspronkelijk uit 1936, verschijnt nu in een geheel nieuwe vertaling van Elly Schippers. Roth voltooide het manuscript tijdens een verblijf in Amsterdam. In het nawoord bij deze uitgave schrijft Els Snick over de sporen die de stad in de roman naliet.

  • In deze uitgave zijn de mooiste verhalen van Joseph Roth bijeengebracht - de meeste voor het eerst in Nederlandse vertaling -, zoals het titelverhaal `De buste van de keizer', waarin graaf Morstin na de ondergang van de Habsburgse monarchie `zijn keizer' definitief begraaft. En `De legende van de heilige drinker', die eindigt met de zin `God geve ons allen, ons drinkers, een zo vlotte en zo mooie dood!', een einde dat Roth zelf helaas niet beschoren was. Maar ook het voor Roth bijna atypische verhaal `Het kartel', waarin de pers op de hak wordt genomen. En niet te vergeten de weemoedige novelle `De leviathan', waarin koraalhandelaar Nissen Piczenik zich kant tegen moderniteit en wanhopig vasthoudt aan de goede oude waarden.

  • `Duitsland is dood. Voor ons is het dood. Het is een droom geweest. Ziet u dat eindelijk, toe,' bezweert Joseph Roth in een brief aan zijn vriend Stefan Zweig in 1933. De joodse schrijvers Joseph Roth en Stefan Zweig, beiden opgegroeid in de Donaumonarchie, behoren tot de grootste vertellers van de Duitse literatuur. Hun ontroerende briefwisseling laat hen zien in tijden van nood, als de machtsovername door de nazi's een schaduw werpt over hun vriendschap. Waar Roth zich compromisloos opstelt en meteen in 1933 naar Parijs emigreert, probeert Zweig nog geruime tijd een modus vivendi te vinden, tot hij uiteindelijk zijn toevlucht zoekt in Londen. Ondanks de groeiende vervreemding probeert hij Roth financieel te ondersteunen en van zijn destructieve alcoholisme af te helpen.
    De brieven werden vertaald door Els Snick en van een uitgebreid nawoord voorzien door Heinz Lunzer.

  • `Tarabas', zoon van een Russisch grootgrondbezitter en hoofdpersoon van de gelijknamige roman door Joseph Roth, neemt na een aanslag op de gouverneur van Cherson de wijk naar New York, waar een handlezeres voorspelt dat hij een `moordenaar' en een `heilige' zal worden. Als Tarabas na het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oostenrijk naar Europa terugkeert om in het leger te gaan, komt het eerste deel van de voorspelling uit: moordend trekt hij door het land en blijft dat ook na de vrede doen. `De oorlog werd zijn vaderland.' Met een zelfgevormd regiment rukt hij het stadje Koropta binnen. Pas als zijn soldaten samen met de christelijke boeren een bloedbad onder de joodse bevolking aanrichten, komt Tarabas tot inkeer en doet hij het boetekleed aan. Deze roman uit 1934 geeft een indringend beeld van de situatie van de Oost-Europese joden lang voor de Holocaust.

  • Gabriel Dan keert terug uit de oorlog, berooid en zonder vaste verblijfplaats. Hij probeert zijn geld als stationsarbeider te verdienen en neemt zijn intrek in Hotel Savoy. Daar krijgt hij een kamer op de zesde verdieping, één verdieping onder die van de dienstmeisjes. In Hotel Savoy wordt een strikt onderscheid gemaakt naar rangen en standen: hoe lager de afkomst en de financiële situatie van de gasten, hoe hoger en armoediger hun kamers. De mensen die niet aan het front geweest zijn, hebben geen begrip voor terugkerende soldaten en weigeren de tekenen van naderend verval onder ogen te zien.

    Hotel Savoy is geschreven in 1924 en is een duistere, geestige parabel van Europa op de rand van fascisme en oorlog.

  • Zipper en zijn vader

    Joseph Roth

    Net als vele leeftijdgenoten keert Arnold Zipper gedesillusioneerd terug van de Eerste Wereldoorlog. Het leven na de loopgraven komt hem belachelijk voor. Lusteloos zwerft hij door de hem ooit zo vertrouwde stad Wenen, en brengt hij zijn vrije tijd door in koffiehuizen. Op aandringen van zijn vader was hij destijds - tevergeefs - ten strijde getrokken; nu bezorgt de vader hem een geestdodend baantje als ambtenaar bij de belastingdienst. Even lijkt Arnolds leven een hoopgevende wending te nemen: hij wordt verliefd op de mooie actrice Erna Wilder. Zij wil met hem trouwen en hij volgt haar vol overgave van het ene provincietheater naar het andere.
    Maar algauw wordt het Arnold duidelijk dat hij de ene sleur voor de andere heeft ingeruild. Aan de hand van Arnold Zipper en zijn vader voert Joseph Roth een hele generatie op die ten onder gaat aan gehoorzaamheid aan hun ouderen en laat hij meesterlijk zien hoe de zonen gedoemd zijn om de vergissingen van hun vaders te herhalen.

  • In het voorjaar van 1927 reist Joseph Roth naar Albanië om verslag te doen van de crisis die zich daar afspeelt: het land dreigt te worden geannexeerd door zowel Italië als Zuid-Slavië (toenmalig Joegoslavië). Roth beschrijft de brandhaard, maar ook de corruptie, de armoede én de verleidelijke vrouwen. Oude steden ogen vredelievend, maar de mannen lopen er rond met pistolen en bloedwraak zorgt er voor gangster-achtige taferelen.
    De Frankfurter Zeitung vindt zijn stukken te kritisch en publiceert ze gecensureerd, maar de krant stuurt hem desondanks in 1928 naar Italië, waar hij in Genua, Triëst, Milaan, Rome en Napels het fascisme ziet opdoemen. Zijn kritiek op de dictatuur van Mussolini wordt grotendeels door de redactie geschrapt.

  • 'Vlucht zonder einde' is een herontdekking uit het vroege oeuvre van Joseph Roth, voor het eerst in Nederlandse vertaling

    Met een inleiding van Arnon Grunberg

    Franz Tunda, officier in het keizerlijke leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, ontsnapt uit krijgsgevangenschap en komt terecht in de chaos van de Russische Burgeroorlog; raakt betrokken bij de communistische avant-garde, en zoekt zijn toevlucht in de armen van een mooie Georgische vrouw. Pas na allerlei omzwervingen keert hij vanuit Siberië terug naar Wenen. Maar in de tussenliggende jaren is de vertrouwde wereldorde in elkaar gestort en komt Tunda nergens meer aan. Bakoe, Moskou, Wenen, Parijs elke stad blijkt slechts een volgende etappe op zijn odyssee.

    'Vlucht zonder einde' verscheen in 1927 en is wellicht de meest persoonlijke roman van journalist en romancier Joseph Roth (1894-1939). Met de eindeloze omzwervingen van Franz Tunda voorspelde Roth zijn laatste levensjaren die hij afwisselend in Oostende, Amsterdam en Parijs doorbracht. In deze laatste stad overleed Roth onder armoedige omstandigheden.

  • Joseph Roth, de grootste journalist van zijn tijd, vertrok in 1925 vanuit de Weimarrepubliek voor de eerste keer naar Parijs, de hoofdstad van het land waar hij zo van ging houden. In talloze reportages, brieven en essays - hier voor het eerst vertaald en gebundeld - portretteert hij Frankrijk en de Fransen. Ze tonen Roths meesterschap en laten de lezer Frankrijk opnieuw ontdekken. Van de haven van Marseille tot het majestueuze heuvellandschap rond Avignon, schildert Roth in In het land van de eeuwige zomer landschappen in sepiatinten, betoverende mensen, magnifieke architectuur en meedogenloze wanhoop over een land dat op weg is naar de oorlog.





  • Spoken in Moskou

    Joseph Roth

    In 1926 reist Joseph Roth voor de Frankfurter Zeitung door de Sovjet-Unie, van Kiev tot Moskou en Odessa. Roth is nieuwsgierig naar het sociale experiment dat moet leiden naar een nieuwe wereld en hij wordt door de revolutionaire regering met open armen ontvangen. Roth ontmoet boeren, leraren, arbeiders, priesters, toneelspelers en prostituees en ziet hoe desastreus het nieuwe regime uitpakt. De droom ligt snel in duigen, en Roth schrijft erover in een rake, zinnelijke stijl waarin nieuwsgierigheid en teleurstelling een tweestrijd aangaan. Uit zijn reportages, brieven en dagboeknotities - die hier voor het eerst in deze samenstelling verschijnen - blijkt ook hoe eenzaam hij zich voelt en hoezeer hij verlangt naar zijn geliefden. In Spoken in Moskou. Reportages en brieven uit Rusland volgen we een meesterjournalist die met diepe menselijkheid door een van de grootste illusies van zijn tijd heen prikt.Frankfurter Zeitung door de Sovjet-Unie, van Kiev tot Moskou en Odessa. Roth is nieuwsgierig naar het sociale experiment dat moet leiden naar een nieuwe wereld en hij wordt door de revolutionaire regering met open armen ontvangen. Roth ontmoet boeren, leraren, arbeiders, priesters, toneelspelers en prostituees en ziet hoe desastreus het nieuwe regime uitpakt. De droom ligt snel in duigen, en Roth schrijft erover in een rake, zinnelijke stijl waarin nieuwsgierigheid en teleurstelling een tweestrijd aangaan. Uit zijn reportages, brieven en dagboeknotities - die hier voor het eerst in deze samenstelling verschijnen - blijkt ook hoe eenzaam hij zich voelt en hoezeer hij verlangt naar zijn geliefden. In Spoken in Moskou. Reportages en brieven uit Rusland volgen we een meesterjournalist die met diepe menselijkheid door een van de grootste illusies van zijn tijd heen prikt.

  • De rebellie

    Joseph Roth

    `Rebellie' van Joseph Roth gaat over oorlogsveteraan Andreas Pum. Hij mist weliswaar een been, maar heeft een onderscheiding gekregen. Hij prijst zich gelukkig: velen hebben immers meer dan alleen een been verloren, en bezitten geen onderscheiding. Pum wordt ontslagen uit het sanatorium voor oorlogsinvaliden met een vergunning voor een draaiorgel. Vol vertrouwen in God en het gezag speelt Pum zijn orgel en is hij gelukkig. Totdat hij de gevangenis in moet omwille van een misverstand, en zijn wereld instort.

  • De honderd dagen

    Joseph Roth

    Keizer Napoleon keert na maanden ballingschap triomfantelijk terug naar Parijs. Hij wordt onthaald door een juichende menigte. Een van zijn aanbidders, de wasvrouw Angelina Pietri, zoekt hem 's nachts buiten het paleis op. Zij koestert de herinnering aan een eerdere nachtelijke ontmoeting, twaalf jaar geleden.
    De kleine vaderloze trommelaar Antoine Pascal vereert zijn keizer evenzeer. Al sinds zijn zevende trekt hij op met het keizerlijk leger; hij zal Napoleon trouw volgen tot op het slachtveld van Waterloo.
    Tegen de achtergrond van de laatste honderd dagen van Napoleon Bonaparte in Frankrijk vertelt Joseph Roth het verhaal van een volk van kleine lieden die ten onder gaan aan hun verering van de dictator.

  • Joden op drift

    Joseph Roth

    `Joden op drift is een zeldzaam juweel uit een verloren tijd. In een kort, krachtig en glashelder essay schept Joseph Roth een onvergetelijk beeld van het joodse leven in Europa - inclusief de vele discussies en dilemma's die het toenmalige joodse denken bepaalden. Even trekt hij zo, in een knappe combinatie van essayistiek en reportagewerk, het allesbepalende scherm van de Holocaust weg: ja, zo was het dus.' - Geert Mak



     

    Joseph Roth schreef zijn - niet eerder in het Nederlands vertaalde - essay in 1927 als een ode aan de verdreven mensen uit zijn geboortestreek Galicië, nu deels Polen en Oekraïne. Tien jaar later voegde hij een hoofdstuk toe over de situatie van de joden in Duitsland, waar inmiddels de nazi's aan de macht waren gekomen. Een liefdevolle, vaak ook ironische schets van de Oost-Europese joodse cultuur, maar bovenal ook van de lijdensweg van emigratie en het leven van vluchtelingen.


    Met tekeningen van Paul van der Steen en een voorwoord door Geert Mak.


empty