• Een goede moeder

    Jan van Mersbergen

    • Cossee
    • 24 Augustus 2021

    In beslag genomen door een mysterieuze ziekte verliest een charmante actrice de grip op haar huwelijk, op haar dochter van elf en op haar leven. Haar bruisende bestaan in Amsterdam wordt steeds stiller; eerst voelt ze zich nog vertrouwd in haar eigen wijk, dan nog in de paar straten rondom haar huis, en uiteindelijk zoekt ze enkel haar toevlucht tot de matras dat voor de schouw in haar woonkamer ligt. Voor de buitenwereld wordt ze volledig onbereikbaar. Zelf overschat ze haar toestand en mogelijkheden, is jaloers op haar gezonde ex-echtgenoot en woedend op wat hij voor haar doet. De situatie verslechtert dermate dat ze haar dochter slechts eens in de week een uur onder toezicht mag zien.


    Elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Een goede moeder beschrijft de dynamiek in zo'n gezin, de ontwikkelingen binnen een huwelijk en de ups en downs van
    ouderschap. Aan de hand van WhatsAppberichten, spraakmemo's en medische dossiers creëert Van Mersbergen een schrijnend beeld van het zorgsysteem in Nederland en de angst daar een kind aan te verliezen. Met een scherp oog voor de psyche schetst hij de ervaring van het verlies van stabiliteit binnen een familie.


    'Een goede moeder' is een dubbelzinnige liefdesverklaring aan een huwelijk en een schets van alle vormen die onmacht, loyaliteit en verraad kunnen aannemen. Ouders, kinderen en instanties draaien om elkaar heen om mogelijk te maken wat deze vrouw vertwijfeld wenst: een goede moeder te zijn.

  • Het is een warme zomermiddag wanneer Frank en zijn zoon de dorpsstraat binnenrijden. Die straat is meestal uitgestorven, maar nu staat er een opvallend klein en broos persoon. Een Japanse heer, een exotische verschijning. Hij komt met het bericht dat Rochat overleden is; de man die dertig jaar geleden zonder opgaaf van reden een heel meer liet omheinen en afsluiten. Hij maakte daarmee een einde aan de lange dagen die de jeugd daar in de zomer doorbracht en zette zo een compleet dorp buitenspel, om - zo denken de mensen - zijn eigen hobby te kunnen beoefenen. Rochat werd door iedereen gehaat.

    Ook de dochter van Rochat duikt opnieuw op in het dorp. Waarom geeft ze Frank en zijn vrouw Marlies de sleutel van het hek rondom het grote meer? Marlies leidt de lezer door een legpuzzel van verhalen en mysteries. Na een nachtelijke zoektocht ontdekt ze samen met Frank dat het meer een geheim in zich draagt dat het gezin geweldige rijkdom kan geven.

    Wat doet zo'n plotselinge kans met je? Kies je ervoor om je eigen weg te gaan, of te delen? Met zijn nieuwe roman slaat Jan van Mersbergen een verrassende weg in. De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.

  • De regen stroomt over de ruiten, de ruitenwissers kunnen het water bijna niet de baas. Dan ziet Robert op weg naar Pamplona voor zijn jaarlijks uitje naar het stierenrennen een lifter langs de snelweg staan. Hij stopt, en neemt hem mee. Gaandeweg ontstaat er een band tussen de twee. Robert is nieuwsgierig naar de teruggetrokken en weinig spraakzame Danny, een bokser: het lijkt alsof Danny zich willoos laat meevoeren, ogenschijnlijk verslagen door een geheim.

    Maar dan, in Pamplona, te midden van de aanstormende stieren en de stofwolken, blijkt dat je je voor elkaar kunt opofferen, ook al zijn we allen onbekenden. Als het echt dreigt mis te gaan, als de verplettering nabij is, reageert onze naastenliefde. Onverbiddelijk.

  • Edward, werkstudent in het laboratorium van een ziekenhuis, doet iets wat er streng verboden is: hij smokkelt een proefdiertje mee naar huis, een zwarte rat in een kooitje. In de tram op weg naar huis komt er een meisje naast hem zitten dat belangstellend vraagt wat hij in die kooi heeft.

    Van Edwards studie komt niet veel terecht. Hij voelt zich verloren in de stad waar hij woont, en de liefde die hij nergens kwijt kan, richt hij op de rat - en op het meisje, dat vaak in het ziekenhuis komt en van wie hij steeds meer wil weten. Komt zij telkens op ziekenbezoek of is ze zelf patiënte? En als ze op ziekenbezoek komt, wie bezoekt ze dan zo vaak? En waarom staat ze ten slotte bij hem voor de deur? Ragfijn is het weefsel waarin Jan van Mersbergen zijn hoofdpersonen spint. In een subtiele, suggestieve stijl ontvouwt hij het leven van een gevoelige jongeman en een meisje, die alle twee op zoek zijn. Maar zoeken ze beiden naar hetzelfde?

  • `Jij bent mijn vader, zegt de jongen aan de telefoon. Hij heet Deedee en is tien jaar. Wat betekenen familiebanden als je elkaar nog nooit gezien hebt?

    De vader vluchtte ooit voor de dienstplicht uit voormalig Joegoslavië en treedt al jaren op in het nachtleven van Amsterdam met een ontsnappingsact, waarbij hij zich aan een stoel laat vastbinden en vrij moet zien te komen. Na het eerste telefoontje van de tienjarige jongen dringt het nieuws nog niet tot hem door. Neemt iemand hem in de maling? Na het tweede telefoontje ontmoeten ze elkaar. Nu hij de jongen voor het eerst ziet, weet hij het zeker: Deedee lijkt sprekend op zijn jongere broer, die in Joegoslavië achterbleef en wel ging vechten.

    Tijdens een verblijf aan de Zuid-Franse kust, waar de ontsnappingskunstenaar is uitgenodigd om op te treden, wordt duidelijk dat er meer speelt dan alleen de band met zijn zoon.

    Welke waarde heeft vrijheid als je volledig ongebonden bent? Op welke manier hebben je kinderen jou nodig en op welke manier heb jij je kinderen nodig?

  • Het leven van Ronnie heeft zo op het oog een beperkte horizon: zijn crossauto, bier, meisjes en zijn werk als hulpje in de bouw. De gebruikelijke branie van hemzelf en van de jongens met wie hij verkeert, raakt plotseling vleugellam als Leon, hun ongekroonde leider, met zijn auto tegen een boom knalt. Alles komt in een stroomversnelling, die Ronnies leven binnen enkele dagen volledig uit zijn voegen tilt.

    De crossauto, bier, meisjes en zijn werk als hulpje in de bouw - daartoe beperkt de wereld van Ronnie zich. De gebruikelijke grootspraak van hemzelf en zijn vrienden slaat plotseling nergens meer op als Leon, hun ongekroonde leider, met zijn auto tegen een boom knalt. Het onvermogen te praten over zichzelf en wat hem overkomt, leidt tot wurgende dagen - de trillende boor in zijn handen tijdens het werken zegt meer dan er aan woorden uit zijn mond kan komen. De begrafenis van Leon valt samen met de jaarlijkse kermis in het dorp, normaal een welkom verzetje, maar nu een beangstigend festijn. Een van de kermisklanten is bovendien een jongen die vanwege zijn natuurlijke charme en - niet minder belangrijk - zijn opvallende auto alle jongens uit het dorp naar de kroon steekt. Ook Ronnie ontsnapt niet aan diens uitstraling.

  • Evana, een jonge Amsterdamse vrouw, is net bevallen van een zoontje. Ze voelt zich gelukkig, maar ook ontredderd en alleen, want de vader van haar kind zit in de gevangenis vanwege een geweldsdelict. In haar kwetsbare toestand krijgt ze bij toeval een gruwelijk krantenbericht onder ogen. De hond van een echtpaar in het Friese Wolvega heeft hun acht dagen oude baby uit de wieg gehaald en doodgebeten. Evana reageert heftig op het bericht, maar haar reactie lijkt niet alleen voort te komen uit geschoktheid over het ongeluk zelf.

    Telkens zoekt ze het bericht weer op en staart ze naar de foto van de hond, een zwarte herder met gele ogen en een beschadigd oor. In haar eenzame en moeilijke eerste kraamdagen raakt ze steeds meer geobsedeerd door de Friese tragedie. Ze zoekt naar nieuws op televisie en internet, en overdenkt ieder nieuw detail dat ze te weten komt. `Niet de hond is schuldig, denkt ze telkens, `maar de mensen die hem hebben opgevoed.

    Deze gebeurtenissen vormen de opmaat tot Jan van Mersbergens magistrale vijfde roman: een geraffineerd opgebouwd verhaal vol onderhuidse spanning en verzwegen emoties. Langzaam wordt de voorgeschiedenis van het ongeluk onthuld. Het leven van de hond en dat van zijn achtereenvolgende verzorgers en eigenaars blijken nauwer met elkaar verbonden dan de lezer in eerste instantie denkt. Jan van Mersbergen schreef met Zo begint het een rijke, aangrijpende roman over de intiemste gevoelens en angsten die wij hebben over degenen die aan ons zijn toevertrouwd.

  • Gedurende een lange met alcohol doordrenkte carnavalsnacht is niemand wie hij is, iedereen is verkleed en speelt een rol. Ralf was vroeger een schipperskind en zet nu als veerman de carnavalsgasten over naar de overkant van de nacht. Maar, zegt een als pater verklede man tegen Ralf, tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf.

    In de drukke straten van Venlo en in de volle cafés en bars houdt Ralf minutieus zijn score bij van biertjes, jenever en andere opwekkende middelen. Met zijn schippersbenen houdt hij het net zo lang vol als de meest doorgewinterde carnavalsvierders. Hij ontdekt dat het feest niet alleen gaat over drank en seks in een donker portiek. Af en toe denkt hij aan thuis, aan zijn vriendin Sara en haar kinderen. Sara, die als schoolmeisje al verliefd op hem was. En die hij zevenentwintig jaar later weer tegenkwam in de supermarkt, inmiddels alleenstaande moeder met vier kinderen. Vanaf dat moment besluit hij haar bij te staan en samen met haar de kinderen te verzorgen.

    Tegen de kleurrijke achtergrond van de Vastelaovend ontvouwt zich het verhaal van een man die niet alleen de dieperliggende lagen van het feest ontdekt de warmte, de saamhorigheid, de serieuze ondertoon van de gein en dwaasheid maar die ook beseft dat hij zichzelf is kwijtgeraakt in de zorg voor het gezin. Uiteindelijk vindt hij zichzelf terug, bijna zoals de pater voorspelde.

  • De ruiter

    Jan van Mersbergen

    Hij leidt een bende die de halve stad terroriseert, die het geweld niet schuwt, die meisjes als inwisselbaar ziet. Maar toch voelt het meisje zich tot hem aangetrokken. Waarom vertrouwt ze die jongen blindelings, waarom negeert ze de goedbedoelde raad van haar eigen vader?

    Als het gevaar groter wordt vertrekt het meisje naar haar grootvader, die buiten de stad op het platteland woont. Na het verlies van zijn vrouw trok hij zich terug in de polder om ruimte te zoeken, maar rust vond hij niet. De natuur blijft hem confronteren met wat hij achter zich had willen laten: leven en dood liggen ook hier op het platteland dicht bij elkaar.

    Met het noodgedwongen verblijf van zijn kleindochter botsen niet alleen twee generaties, maar ook heden en verleden, stad en land, mens en natuur. De enige verbindende factor is het oude paard in het weiland. Aan hem kan de grootvader zijn gemis toevertrouwen, aan hem kan de kleindochter haar onzekerheden kwijt. Maar het luisterend oor van het paard, dat de kloof tussen man en meisje lijkt te kunnen verkleinen, kan de harde werkelijkheid niet buitensluiten. Aan de horizon verschijnt het silhouet van haar gevreesde geliefde.

  • De grasbijter

    Jan van Mersbergen

    • Cossee
    • 6 Juni 2014

    Ingehouden, zonder enige sentimentaliteit en in een heldere taal schetst Van Mersbergen het lot van een man op het platteland. Heruitgave debuutroman met een interview met de auteur en discussiepunten voor leesclubs.

    Francis, een eenvoudige man van een jaar of dertig, leeft met zijn hond Cesar teruggetrokken ergens op het platteland, in het huis waar vroeger zijn ouders woonden. Hij zorgt voor het vee, gaat naar zijn werk, kuiert door de dag en slaat zich redelijk, zij het alleen, door het leven. Tot op een zeker moment Cecile, een meisje van zijn vroegere school, belangstelling gaat tonen voor zijn oude piano. Het zet zijn hele leven op z'n kop. Zijn beperkte bestaan krijgt plotseling een weidsheid die hem duizelig maakt en hem van streek brengt. Maar met zijn schuchtere liefde kan hij geen kant op. Hij heeft lief zoals hij leeft: in stilte. Aan de kleine treurnis van zijn bestaan meent hij met een grote Daad een eind te kunnen maken - een daad van gerechtigheid.

  • Oase

    Jan van Mersbergen

    Het is een klein, onopvallend restaurant, net buiten het centrum van de stad. Geen wonder dat er niemand komt, denken de broers Dahir en Sulayman, maar ze krijgen hun vader niet zover om het Ethiopische tentje een aanlokkelijkere uitstraling te geven. Totdat een groots evenement dit jaar aan de boulevard neerstrijkt, en de broers zich beiden op eigen wijze in het verleden van hun vader verdiepen. De verhalen van de broers, van hun vader en van de stad komen in een even spectaculaire als ontroerende ontknoping samen.

empty