• In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er
    werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin
    het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur
    een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen
    door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd,
    leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding
    zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we
    ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu
    als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van
    fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.
    In Vuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers
    als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de
    plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard
    willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die
    onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en
    onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel
    - de zon - heeft dit potentieel. Kunnen we leren het heliocentrisme
    werkelijk te omarmen?

  • Rusteloosheid

    Ignaas Devisch

    We werken minder, maar we hebben meer te doen. We hebben meer vrije tijd, maar we slapen minder. Terwijl we klagen over de drukte, de gejaagdheid en dreigende burn-outs, plannen we onze dagen vol. Kortom, onze tijd wordt `obees'; we proppen alles vol en zijn niet langer in staat om te lummelen of werkelijk niets te doen.
    Wie denkt dat rusteloosheid een ziekte is van deze tijd, heeft het mis. Al eeuwenlang zoekt de mens een uitweg voor een probleem dat hij zelf veroorzaakt: een te vol leven. Maar is die rusteloosheid werkelijk een probleem, of is het juist een van onze voornaamste drijfveren? Passie, creativiteit en verlangen bestaan bij gratie van ongedurigheid, aldus filosoof en medicus Ignaas Devisch.
    In weerwil van alle pleidooien om te vertragen en de roep om spiritualiteit en ascese, breekt dit boek een lans voor de positieve kanten van een mateloos leven.

  • - 50%

    Wij, mensen, zijn raadselachtige dieren. We lopen rechtop, we bedrijven de liefde het hele jaar door en we hebben praat voor tien. Niet dat we altijd zinnige dingen zeggen, want vaak weten we niet wat gezegd en spreken we toch. Dooddoeners heet zoiets. Ogenschijnlijk zijn ze nietszeggend, maar niets is minder waar. Dooddoeners zijn soms ook doordenkers. Jean Paul Van Bendegem en Ignaas Devisch gaan op zoek naar de diepere betekenis van 104 dooddoeners. Van 'als we maar gezond zijn' en 'ik ben geen racist, maar' tot 'dit is te zot voor woorden' en 'ja maar, da's toch logisch': weten we wel wat we zeggen als we een dooddoener gebruiken?



    Doordenken over dooddoeners is een even geestig als diepzinnig boek over de vele manieren waarop we niets proberen te zeggen tegen elkaar en daardoor ongewild meer zeggen dan we bedoeld hadden.

  • Medicijnen zijn er om ziektes te bestrijden. Betekent de vaststelling dat we met zn allen meer medicijnen nemen dan dat we vaker ziek zijn? En ook het aantal mogelijke `ziektes of stoornissen neemt sterk toe. Dat stemt tot ongerustheid, want in onze wereld is gezondheid de norm. Om normaal te zijn moet je gezond zijn en streven naar verbetering. Ziek van gezondheid schetst een onthullend beeld van een samenleving waarin medicalisering de spuigaten uitloopt. We belijden gezondheid als een orthodox geloof en beschouwen steeds meer aspecten van ons leven als een medische kwestie. We worden stilaan ziek van gezondheid.

    Ignaas Devisch, professor in de ethiek, filosofie en medische filosofie aan de Universiteit Gent, stelde dit boek samen.

  • In een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen en sociale
    ongelijkheid op de voorgrond treden, klinkt een sterke roep om
    meer empathie. Van Barack Obama en Angela Merkel tot Jesse
    Klaver - velen beschouwen het menselijk vermogen zich in te
    leven in anderen als stuwende kracht voor moreel handelen en
    een probaat middel tegen onverschilligheid. Maar is empathie
    altijd goed? Op het niveau van de persoonlijke verhoudingen is
    zij wenselijk, maar empathie is geen wondermiddel waarmee
    we alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Een zekere
    onverschilligheid is gewenst en soms zelfs bittere noodzaak.
    In Het empathisch teveel neemt Ignaas Devisch de lezer, uitgaande
    van voorbeelden uit het actuele maatschappelijke debat,
    mee in de geschiedenis van het denken over empathie. Hij daagt
    ons uit na te denken over ons mensbeeld: schuilt in ieder mens
    behalve een vriend niet ook een schurk?

empty