• Een leven lang maakte de filosoof Samuel IJsseling de ontwikkelingen in de Europese filosofie van nabij mee. Hij las ieder boek van betekenis en kende bijna iedere denker die ertoe deed, van Heidegger tot Ricoeur en Derrida.
    In gesprek met Ger Groot blikt hij ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag op zijn leven terug. Hij vertelt hoe zijn eigen denken veranderde: van existentialisme naar postmodernisme, van katholicisme naar het heidendom met zijn vele goden. Hoe wijsbegeerte en literatuur steeds dichter bij elkaar kwamen. En hoe onder al die verschillen dankbaarheid altijd de grondtoon van zijn filosofie gebleven is.
    Dankbaar en aandachtig vormt een persoonlijke getuigenis van meer dan zestig jaar wijsgerig leven. Het verleden wordt heden omdat het laat zien wat er in de filosofie eigenlijk op het spel staat. In het gesprek tussen twee denkers wordt ze een levendige ontmoeting van inzichten en ideeën.

  • Charles Taylor is een van de sleutelfiguren in het hedendaagse debat over het zelf en de problemen van de moderniteit. Ger Groot en Guy Vanheeswijck bieden een toegankelijke, actuele inleiding tot Taylors denken. Op boeiende wijze reconstrueren de auteurs het ambitieuze filosofische project dat Taylors uiteenlopende werken verenigt. Aan de orde komen thema's als het verband tussen identiteit, taal en morele waarden, democratie en multiculturalisme en het conflict tussen seculiere en niet-seculiere spiritualiteit. Taylors ingewikkelde maar zeer invloedrijke werk wordt in deze unieke monografie helder toegelicht.

  • In 2002 begon Ger Groot in De Groene Amsterdammer een wekelijkse rubriek waarin hij verslag doet van zijn leven als lezer.

    Meestal bespiegelend, soms fel, sarcastisch of ironisch laat Groot zijn gedachten gaan over wat hij als beroepslezer onder ogen krijgt. Zo ontdekt hij een beklemmend Dutroux-complex in de Vogelfängeraria van Mozarts Zauberflte. In een gedicht van Leopold verbergt zich een vers van Achterberg dat pas tientallen jaren later zou worden geschreven. Een klein foutje op een boekomslag zet een meditatie in gang rond het vrouwelijk geslacht.

    Het autobiografische is nooit ver weg. Hoe maakt een lezer zijn passie tot beroep? Hoe houdt hij zich staande in de stroom van boeken die dag in, dag uit bij hem wordt bezorgd? Maar ook: hoe geeft hij de ontroering een plaats die hem soms onder het lezen bevangt, zonder zijn taak als criticus te verzaken?

empty