• De Fokker G-1 jachtkruiser, was een aanvalsjager die in 1934 werd ontworpen door ir. Marius Beeling en dr. Erich Schatzki. Het idee achter het ontwerp was een combinatie van een lange afstands jager, verkenner en lichte bommenwerper. Een denkbeeld dat ook in het buitenland leefde en aanleiding was voor diverse nieuwe vliegtuigontwerpen. Dit ontwerp was met name bijzonder door het gebruik van dubbele staartbomen, het kenmerk van deze jachtkruiser.

    De G-1 jachtkruiser werd in 1936 bij zijn presentatie op de 15e Luchtvaartsalon in Parijs een regelrechte sensatie. Het toestel kreeg meteen de bijnaam Le Faucheur (De Maaier) door zijn geduchte bewapening. Deze bestond aanvankelijk uit twee kanonnen en twee mitrailleurs (later vier of acht mitrailleurs), bovendien kon het toestel ook nog 400 kilo aan bommen meevoeren.

    Dit is het eerste deel van twee uitgaven over de Fokker G-1. Beide delen vormen een standaardwerk over een stuk nationale luchtvaart historie. Compleet, met aandacht voor het ontwerp, techniek en de ontwikkeling van het vliegtuig. Bij de fabricage van het toestel werd gebruikgemaakt van een houtconstructie voor de vleugel en het middenstuk van de romp. De vleugel en het middenstuk vormden een geheel. Het voorstuk van de romp was een stalen buisconstructie bekleed met aluminium. De beide staartbomen waren geheel van aluminium.

    Er zijn verschillende versies gebouwd met verschillende motoren. Aan de achterzijde waren de toestellen voorzien van een draaibare schietkoepel. Een machinegeweer kon door een opening naar buiten worden gestoken; hiervoor waren over de hele lengte van de koepel naar binnen scharnierende kleppen aangebracht. In noodgevallen kon deze koepel worden afgeworpen, om het vliegtuig snel per parachute te kunnen verlaten.

    Het Wapen der Militaire Luchtvaart bestelde 36 stuks. Deze werden in 1939 afgeleverd. Ten tijde van de Duitse inval waren er 23 direct inzetbaar.
    De Fokker G-1 en D.21 bleken in mei 1940 de enige Nederlandse toestellen te zijn die enigszins tegen de Duitse jachtvliegtuigen waren opgewassen. Er werden meerdere vijandelijke toestellen mee neergeschoten.

    De collecties van leden van de Stichting Fokker G-1 vormen de basis voor dit boek; overige literatuur, archief-onderzoek en correspondentie maakten het uitwerken mogelijk. Van ontwerp op de tekentafel tot wrak in de bodem van Nederland, het complete verhaal.

  • In 1935 werd duidelijk dat de Nederlandse Luchtvaart-afdeling (LVA) nodig gemoderniseerd moest worden. Nieuwe plannen behelsden onder andere twee vliegtuigafdelingen met jachtkruisers met een aanzienlijk vliegbereik voor patrouilletaken. De Fokker G-1 werd beschouwd als het ideale type voor deze taak en 36 toestellen werden besteld. Ze werden in 1939 geleverd.
    Op 1 september 1939 werd de 4e JaVA op Bergen opgericht en als eerste uitgerust met G-1's. Deze patrouilleerde boven het noorden van het land en onderschepte heel wat buitenlandse (Duitse) vliegtuigen.
    Na het november-alarm werd de 3e JaVA, uitgerust met de G-1, gestationeerd op Waalhaven bij Rotterdam en patrouilleerde boven het zuiden van het land.

    In 1939 werden 26 voor Spanje bedoelde G-1 Wasp's door Nederland overgenomen. Begin 1940 werden de eerste zes ongewapend afgeleverd, zodat de vliegers van V-2 LvR, de Jachtgroep Veldleger, er alvast mee konden oefenen. Intussen werkte Fokker hard aan de ombouw van de G-1 Wasp voor de ML, die op 1 juni operationeel zou worden. In mei 1940 was al een deel bewapend. Tijdens de Duitse aanval slaagden acht G-1's er in te starten vanaf Waalhaven. Zij schoten vijftien vijandelijke vliegtuigen neer, maar tenslotte kon slechts één G-1 opnieuw ingezet worden. De G-1's van de 4e JaVA stonden opgesteld op het platform toen ze werden verrast door een Duitse aanval vanuit zee en slechts één kon opstijgen. Bij een latere aanval werd een aantal G-1's op het platform uitgeschakeld. De overige toestellen werden buiten het veld gebracht en zo mogelijk gerepareerd.
    De volgende dagen werden de G-1's ingezet voor verkenning, escorte of grondaanvallen. Na de capitulatie werden op Schiphol alle G-1 Mercury's en D.21's in brand gestoken.

    De Duitsers maakten diverse toestellen buit. De Mercury's werden eerst gerepareerd. De resterende G-1 Wasp's werden overgenomen door de Luftwaffe en tot begin 1943 gebruikt bij vliegscholen. Één buitgemaakte G-1 Wasp wist naar Engeland te ontsnappen. Op 5 mei 1941 slaagden invlieger T.H. Leegstra en ir. P.J.C. Vos er in om een laatste vlucht van Schiphol te maken. Het toestel was volgetankt. Eenmaal in de lucht vlogen ze weg van een begeleidende G-1, gevlogen door invlieger Emil Meinecke, en koersten naar het westen. Aangekomen boven Engeland landden ze zo snel mogelijk om niet neergeschoten te worden door achtervolgende Hurricanes. De kist werd later overgevlogen naar Miles, waar de houten vleugel werd getest. Het vliegtuig stond daar nog na de oorlog. Niemand was nog geïnteresseerd...

empty