• In 1974 besloten Frankrijk, België en Nederland een nieuw type mijnenjager te bouwen: de Tripartite. Een vorm van Europese samenwerking die vaak als voorbeeld wordt aangehaald. Gebouwd van polyester en voorzien van de nieuwste Franse sonar bleken de schepen in Nederlandse dienst uitstekend te voldoen.
    Al in 1984 werden de splinternieuwe Haarlem en Harlingen uitgezonden voor mijnenbestrijding in de Rode Zee. Een ommezwaai in de filosofie van zowel de politiek als de marineleiding was hiervoor nodig. Toen twee mijnenjagers in 1988, voor het eerst sinds de oorlog in Korea, werden uitgezonden naar het oorlogstoneel in de Perzische Golf, leefde het Nederlandse volk mee met belevenissen van de bemanningen. De schepen bleven de Nederlandse belangen behartigen op zee, zoals bleek in 2011 toen Nederlandse mijnenjagers de enige beschikbare schepen waren voor inzet bij Libië.
    Op onze Noordzee ruimen de schepen nog steeds honderden explosieven op. De vloot van mijnenjagers is door onverantwoorde bezuinigingen sterk gekrompen, maar hun prestaties zijn door modernisering van platform en systemen toegenomen. In dit boek wordt de noodzaak, ontwerp, bouw, uitrusting en de geschiedenis van de schepen beschreven. Hier kunt U alles te weten komen wat U altijd al heeft willen weten over de mijnenjagers van de Alkmaar-klasse.

  • In 1955 besloot de Koninklijke Marine tot de bouw van zestien ondiepwatermijnenvegers. Zij waren bestemd om de mijnenleg in de Nederlandse binnenwateren, de zeearmen en de kustzee te bestrijden. Gebouwd als ranke, mooi afgewerkte, maar toch zeer zeewaardige schepen waren zij een lust voor het oog, zeker als zij zich bij slecht weer op de woelige Noordzee bevonden.
    Maar zo klein de notendop op zee leek, zo imposant was het schip als zij afmeerde in een kleine haven diep in het binnenland tijdens een vlagvertoonreis.
    Met slechts een bemanning van veertien man was het hard werken voor alle hens waarbij de dienstvakken en rangen vaak vervaagden omdat het eigenlijk een grote familie was die de klus moest klaren.
    Veel jonge officieren en onderofficieren hebben aan boord van deze schepen niet alleen de praktijklessen van het vak geleerd, maar leerden ook leiderschap, samenwerking en respect voor elkaar. Het vormde de basis voor een latere carrière.

    Dit is het complete verhaal over de ondiepwatermijnenvegers van de Van Straelen-klasse van de Koninklijke Marine: de Dinky Toys van de Mijnendienst.
    Er wordt aandacht besteed aan de besluitvorming, het ontwerp, de bouw en uitrusting van de schepen. Daarnaast wordt stil gestaan bij de naamgevers, de historie en de inzet van de schepen. Door de vele foto's, verhalen en anekdotes geeft het boek tevens een schets van de omgeving waarin deze schepen moesten opereren. Ondanks dat deze kleinste operationele eenheden van de Koninklijke Marine vaak door mensen van de 'grote vloot' Dinky Toys werden genoemd verrichtten zij hun taak met verve: 'Beter kleine baas dan grote knecht'.

empty