• Evenals in zijn vorige bundels geeft de dichter zich in Ouderen zijn het gelukkigst rekenschap van de fase waarin het hem vergund is te leven. Deze keer is dat het praesenium, de leeftijd volgend op de viriliteit en voorafgaand aan de ouderdom. Het seizoen is dus bijna gesloten. `Het grote motto boven deze fase kan luiden Entsagung , aldus prof. dr. H.C. Rümke in Levenstijdperken van de man (1938). De dichter doet zijn best deze wijze raad te volgen. Als het een beetje meezit, aldus opnieuw Rümke, volgt immers in het naseizoen, als de Eros geheel geweken is, een diepe vrede. Dan hoef je alleen nog maar vergenoegd dood te gaan. Ouderen zijn het gelukkigst.

  • Anton Korteweg kijkt, vaak op z'n fiets, om zich heen. Herkent feilloos het menselijk tekort in de dingen die hij ziet. En dat schrijft hij dan op. Zoals in het gedicht `Tunnels':
    `Gebruik de tunnel', staat er, en, die raad gevolgd,
    `Astrid, I love you'. Mooi. So far, so good.
    Daal je de Straatweg af het Haagse Bos in:
    `Astrid skelethoer. Negative Erection.'

    Zo kom je 's morgens om half negen in Wassenaar
    in tien minuten maar van de banaalste uiting
    van liefde tot het grofst vertoon van walging.
    In 't echt duurt dat zo'n vijf tot zeven jaar.
     
    Rondkijken, fietsen en nog meer kijken, en daar dan ironische, melancholieke gedichten van maken, dat doet Korteweg nu al meer dan veertig jaar. In Ouderen zijn het gelukkigst en alle andere gedichten,van 1971 tot nu zijn alle gedichten die hij bij elkaar heeft gekeken gebundeld.

  • De prachtige nieuwe bundel van een sprankelende melancholicus
    `Ik heb gisteren van Evert een prachtig boek gekregen: Ouderen zijn het gelukkigst, de verzamelde gedichten van Anton Korteweg. (...) Ze gaan wel, want ze rijmen niet.' Hendrik Groen in Zolang er leven is
    Hij golft, hij bridget, stemt op de VVD,
    steunt het Cultuurfonds, Vriend van de UB,
    hij kromp inmiddels drie, vier centimeter
    en is daar niet eens ongelukkig mee
    En dichten doet hij gelukkig ook nog steeds! In Het leven deugt. Althans op onderdelen schetst Anton Korteweg met lichte pen een melancholiek doch vrolijk beeld van zijn jeugd, de tellende ouderdom en alles daartussenin. Leuker kan Anton Korteweg het nu al dertien bundels lang niet maken. Want het leven mag dan wel op onderdelen deugen, als geheel blijft het te wensen overlaten.
    De pers over Anton Korteweg
    `Zo lees ik in moeilijke dagen Anton Korteweg. En dan kan ik mijn geluk weer aan.' Herman de Coninck in De Morgen
    `Heerlijke poëzie waarin voortdurend die ene belangrijke vraag aan de orde is: is het hier de moeite waard of niet? (...) Anton Korteweg is de pleitbezorger, om niet te zeggen de kampioen van de kortstondigheid.' Luuk Gruwez in De Standaard
    `Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.' Arjan Peters, de Volkskrant
    `De nieuwe Korteweg is uit - dat betekent voor mij zo eens in de drie, vier jaar een snelle gang naar de boekhandel.' Frits Abrahams in NRC Handelsblad
    `Toen ik hem op een poëziefestival zag - slepend been, tic in het gezicht - was ik helemaal verbaasd: hoe die man erin slaagt om zo monter oud te worden en daar al een leven lang zo lichtvoetig verslag van doet.' Wim Brands, VPRO Boeken
    `Melancholie van authentieke kwaliteit.' Rob Schouten in Vrij Nederland

  • Nooit eens lekker nergens biedt een mooi, poëtisch beeld van de plekken waar de dichter zich heeft moeten en mogen bevinden
    `Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.' Arjan Peters, de Volkskrant
    In de tijd tussen aan- en weggewaaid worden bevinden we ons nooit eens lekker nergens. En met de plaats waar we moeten of mogen zijn, bewegen we dan zo goed en zo kwaad als het gaat een beetje mee.
    In Nooit eens lekker nergens, een royale bloemlezing van 75 gedichten uit eigen werk, legt Anton Korteweg een autotopografisch parcours af, van start (Zevenbergen) tot nagenoeg finish (Leiden). Op de plaatsen die hij aandoet, van Wierum tot Watou, wordt er - doorgaans met opgewekt gemoed - gewoond, gewerkt, gewandeld, gefietst, gekeken en gemijmerd. Dat alles in het besef dat het zich ergens bevinden wel erg is, maar ook weer niet
    zo erg.
    De pers over Anton Korteweg
    `Zo lees ik in moeilijke dagen Anton Korteweg. En dan kan ik mijn geluk weer aan.' Herman de Coninck, De Morgen
    `De nieuwe Korteweg is uit - dat betekent voor mij zo eens in de drie, vier jaar een snelle gang naar de boekhandel.' Frits Abrahams, NRC Handelsblad
    `Toen ik hem op een poëziefestival zag - slepend been, tic in het gezicht - was ik helemaal verbaasd: hoe die man erin slaagt om zo monter oud te worden en daar al een leven lang zo lichtvoetig verslag van doet.' Wim Brands, VPRO Boeken
    `Heerlijke poëzie waarin voortdurend die ene belangrijke vraag aan de orde is: is het hier de moeite waard of niet? (...) Anton Korteweg is de pleitbezorger, om niet te zeggen de kampioen van de kortstondigheid.' Luuk Gruwez, DeStandaard
    `Het voordeel van oud worden is dat je geest, als die nog helder is, steeds meer voor poëzie bruikbare gegevens en gevoelens verzamelt.' Remco Campert, de Volkskrant

  • Enfin Nieuw

    Enfin

    Anton Korteweg

    Vijftig jaar na zijn debuut een nieuwe bundel met vijftig gedichten ter ere van dit jubileumjaar`Voor een dichter ben ik behoorlijk normaal', liet Anton Korteweg zich ontvallen in een interview. En hij kan het weten, als boomer wiens debuut Niks geen Romantic Agony vijftig jaar geleden verscheen. In de tussentijd heeft hij - lichtvoetig melancholicus - met toegankelijke en ietwat ironische gedichten een breed publiek weten te bereiken. Enfin, de jongste loot aan een oude stam, telt vijftig gedichten waarin Korteweg de lezer met de nodige zelfspot beurtelings waarschuwt en geruststelt:Hoe meer bij leven al van je is afgepakt,hoe minder later nog hoeft dood te gaan.Je levert jaarlijks slechts een half procentaan spierkracht in. Geef kwalen dus ruim baan!
    In de pers`Ik heb gisteren een prachtig boek gekregen: de verzamelde gedichten van Anton Korteweg. Ze gaan wel, want ze rijmen niet.' Hendrik Groen`De milde ironie van Anton Korteweg confronteert ons meedogenloos met het rare, bijna onbehaaglijke gevoel dat hij "comfortabel ongelukkig" noemt.' Dirk De Wachter`Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.' de Volkskrant

  • Nog niet eens zeventigen nu al volop tijdom wat ik nog een beetje kanieder jaar slechter te kunnen. Nee, je hoort Korteweg niet klagen. In Waar ik nooit goed in was steeds slechter kunnen, zijn twaalfde bundel, gaat hij gewoon door waarmee hij bezig was in zijn vorige bundel, Ouderen zijn het gelukkigst. Hij blijft met opgewekt gemoed genoegen nemen met de beperkingen van de nakende ouderdom. De achterbank van schoolreisjes is immers onbereikbaar. En de kunst van het tegen de muur opvliegen is ook niet iedereen gegeven. Toegegeven, je kunt dingen niet meer. Dat is erg, maar het zijn meestal toch al dingen die je niet goed kon. En dat maakt het minder erg.

  • Al fluitend

    Anton Korteweg

    In Al fluitend treffen we een man aan het woord die van mening is dat hij door het leven rijk bedeeld is: een vrouw, twee kinderen, een mooie baan, een goeie fiets, wandelvakanties. Niettemin: een man wordt ouder, of hij wil of niet, met alle gevolgen van dien. En aan het eind valt hij, al dan niet tegenspartelend, zelfs geheel en al stil. Dat besef veroorzaakt een laconieke poëzie met soms een licht absurdistische inslag, waarin het leven bezien wordt als een barrière die, als het enigszins mogelijk is, fluitend genomen dient te worden. Want wie zijn dag, hoe die er ook uitziet, niet mint, gaat mokkend ten onder.

  • In de bundel Voortgangsverslag komt een dichter aan het woord die de blinde ambitie van de jeugd al even achterzich heeft gelaten: 'Arme jeugd. / Al die toekomst.' Voor hem geen Sturmund-Drang meer die kwelt. Hij heeft, zo berekent hij, misschien nog tienduizend morgens voor zich, en gebruikt dus nu al zijn laatste blok aluin. Ook op het gebied van zijn genoegens heeft hij zijn eisen bijgesteld. De liefde hoeft niet meer te wezen wat ze was, en de mooiste muziek is die geworden waarbij je afwassen kan. Ondertussen heeft zijn waarnemingsvermogen niets aan scherpte ingeboet. Bijvoorbeeld wanneer hij naar dieren kijkt, zoals de mus met zijn 'vlerkerig, scheef kopje / even huiselijk als schichtig', of de eend die alles kan maar niets goed: 'haar zwemmen is met heel het vette lijf / in 't water maar wat wapperen met de poten / er onder, en het beste ervan hopen'. Tot het jeugdige gevoel toch nog een keer de kop opsteekt. Dan springt de dichter razend snel op zijn fiets, en weg is hij: 'het zeegat uit'.

  • Voor mannen is t niet erg is een bloemlezing van veertig kwatrijnen die trefzeker getuigenis afleggen van het comfortabel ongeluk van een mooie baan en een verstandige vrouw. En van het ouder worden, dat vooral.De zonnebloem werd zwart, de schommel rot. Het pindasnoer is leeg, het gras vertrapt. De kamperfoelie is kapot gewaaid. En jij? Jij werd er ook niet mooier op.In deze bundel komen de scherpe observaties en lichtvoetigheid van Anton Korteweg volledig tot hun recht.

  • Met flinke pas is een keuze uit de gedichten die tussen 1971 en 2001 verschenen.

empty