• Winnaar Socratesbeker 2014! Steeds meer onderdelen van het gewone leven worden gedomineerd door een vocabulaire dat ontwikkeld, bewaakt en behartigd wordt door de wetenschap. Met als gevolg dat wij de begrippen die we nodig hebben om onszelf te begrijpen uiteindelijk zelf niet meer kunnen begrijpen.
    Dit boek gaat over de twijfelachtige rol die het voortdurende onderscheid tussen leek en deskundige speelt in verschillende domeinen van ons moderne bestaan. De auteur laat zien dat de vaardigheden waarover mensen in de onmiddellijkheid van het alledaagse leven beschikken een groter bereik en een grotere draagkracht hebben dan we onder invloed van de opmars van wetenschappelijk geschoolde experts zijn gaan denken. Hoger onderwijs voor allen heeft niet zozeer met de toegankelijkheid van de wetenschap te maken, maar met de bekrachtiging van ons gezonde verstand en onze onderzoekende houding.

    De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar verscheen. In 2013 won Paul van Tongeren de prijs met zijn boek Leven is een kunst, ook een uitgave van Uitgeverij Klement.

  • Zelfdoding is een tijdloos en alomtegenwoordig fenomeen. Maar het thema is taboe. Elke zinvolle discussie erover moet namelijk op zijn minst de onaangename gedachte toelaten dat het leven het mogelijk níét waard is geleefd te worden. Critchley geeft een treffende historische schets van het fenomeen en een aangrijpend overzicht van beroemde zelfmoordbrieven. Zijn psychologische zelfanalyse laat ons zien wat het betekent om begiftigd te zijn met die al te menselijke gave en vloek om tussen leven en dood te kunnen kiezen.

    Simon Critchley (1960) is hoogleraar filosofie aan de New School for Social Research in New York. In het Nederlands verscheen van hem onder meer 'Over mijn lijk. Wat filosofen en hun dood ons leren' (2011).


    'Een elegant, erudiet en uitdagend boek dat ertoe aanzet om onbevooroordeeld en zonder overspannenheid over zelfmoord na te denken.' - Judith Butler, prominent Amerikaans filosofe, hoogleraar aan de Universiteit van Californië

  • Hoewel de Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) wordt beschouwd als een van de grootste denkers van de twintigste eeuw, heeft zijn werk, binnen en buiten vakfiloso­fische kring, bij lange na niet de aandacht gekregen die het verdient. Daarvoor blijken zijn teksten voor velen te ondoordringbaar te zijn. Dat is te wijten aan zijn schrijfwijze, maar ook aan het feit dat zijn filosofie een ware omkering van het westerse denken bete­kent. Hij overspoelt ons met denkbeelden die sterk afwijken van wat we gewend zijn te denken en die mede daarom tot veel onbegrip en misverstand aanleiding hebben gegeven. Om daar verandering in aan te brengen heeft Levinas-kenner Jan Keij dit boek geschre­ven. Het is een ultieme poging om in het bestek van één monografie trapsgewijs de com­plete filosofie van Levinas zodanig te presenteren dat deze voor zowel de geïnteresseer­de 'leek' als voor de beroepsfilosoof begrijpelijk is. In dit boek worden alle thema's van Levinas' werk uitgelegd en in hun onderlinge samenhang zichtbaar gemaakt. Bovendien worden zijn inzichten geïllustreerd aan de hand van talloze voorbeelden uit de alledaagse levenspraktijk, met gebruikmaking van treffende citaten uit de moderne literatuur en poëzie. Zo rijst hier het beeld op van een zeldzaam oorspronkelijk en diepzinnig denker die grootheden als Wittgenstein en Heidegger in de schaduw stelt - een denker met een goudmijn aan gedachten over mens en wereld- een denker die niet alleen uiterst consistent, compleet en systematisch denkt, maar wiens inzichten ook daadwerkelijk in leven en beroep toegepast kunnen worden. Dit boek is bestemd voor mensen die hun denkgewoonten graag opgeschud willen zien; die zich willen verbazen; die kunnen genieten van de schoonheid van diep filosofische gedachten; die de zinvraag stellen maar allergisch zijn voor de gangbare antwoorden; voor beroepsfilosofen die zijn systematiek en tijdsdenken nog niet verwerkt hebben, of die uitgedaagd willen worden door de boude en soms schokkende stellingen van dit boek, stellingen die ook bedoeld zijn om het vuur van de interpretatie aan te wakkeren. Kortom, dit boek is voor ieder die de kwaliteit van zijn leven wil verhogen met een filo­sofie die zingt. Dr. Jan Keij (1948) is zelfstandig gevestigd filosoof. Hij promoveerde op het proefschrift De structuur van Levinas' denk_en (1992), is auteur van verschillende boeken over Levinas en gaf gedurende vele jaren tal van filosofiecursussen (o.a. in de gezondheidszorg).

  • Jan Keij biedt op geheel eigen wijze een nieuwe kijk op Kierkegaard door hem te typeren als verschilsdenker. Deze inleiding biedt daarmee een hoogst originele, uitdagende en provocerende visie op de Deense filosoof.

    Jan Keij legt Kierkegaard uit zoals de Deen dat zelf zou willen: op een vrije wijze, waarbij in getrouwheid aan zijn teksten gezocht wordt naar het nut van zijn filosofie voor het persoonlijke leven. Want het was Kierkegaard te doen om het individu. De toepasbaarheid van zijn gedachtegoed wordt versterkt door hem te interpreteren vanuit Levinas en Derrida. Via deze hedendaagse denkers wordt het christelijke van Kierkegaards wijsbegeerte getransformeerd in een seculiere religiositeit, en wel zo dat ook agnosten zich daar in kunnen vinden.

    Een prima leidraad voor de vaak moeilijke exercitie die het leven kan zijn.

  • In een tijd waarin velen zich beklagen over de toenemende individualisering en het dikke-ik pleit organisatieadviseur en filosoof Frank Verborg juist voor méér ik. Richt je op het individu en niet op het wij, adviseert hij, dan valt het wij vanzelf als een rijpe appel uit de boom. In zeven essays onderzoekt Verborg het geheim van ons moderne ik: die wonderbaarlijke subjectiviteit die we dagelijks ervaren. De moderne samenleving wordt echter geobsedeerd door objectiviteit, bureaucratie en controle, waardoor het individu gemakkelijk in de knel komt. Dat veroorzaakt groot onbehagen. Willen we in onze overgeorganiseerde samenleving de mens als persoon redden, dan zullen professionals, managers, bestuurders en politici persoonlijk leiderschap, ik-kracht en moraal zonder moralisme moeten tonen. Frank Verborg (1956) is directeur van NPI instituut voor organisatieontwikkeling en werkzaam als managementcoach.

  • Hoop wordt vaak verbonden met ons vermogen om controle over de dingen en onszelf uit te oefenen. Maar er schemert een zekere wanhoop door heel onze westerse oriëntatie op machtsontplooiing, die niet zozeer te maken heeft met een gebrek aan macht, als wel met het veronachtzamen van bepaalde menselijke gevoeligheden en ervaringen: medelijden, esthetische roes, inspiratie, rust, verwondering en religiositeit. De auteur laat overtuigend zien dat een ander, meerduidig perspectief op macht en hoop een eerste aanzet kan zijn tot een nieuwe omgang met een nog altijd voortwoekerende malaise.

    DENNIS VANDEN AUWEELE (1986) is verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. In 2014 promoveerde hij op het proefschrift 'Pessimism in Kant and Schopenhauer. On the Horror of Existence'.

  • De fundamentele wijsgerige vraag naar de betekenis van geluk is door de consumptiedwang en de maatschappelijke realiteit die daaraan beantwoordt - die van de zelfgenoegzaamheid - naar de achtergrond gedrongen. Badiou onderzoekt hoe we deze ontwikkeling kunnen tegengaan. Het 'ware geluk' ontwaart hij in de subjectivering van het individu, een proces dat in vier etappes verloopt: van de politiek, via de poëzie en de filosofie, naar de liefde. Het gaat hem om een deelhebben van het individu aan het absolute (aan de waarheden), en daarmee om het geluk van ieder afzonderlijk. ALAIN BADIOU (1937), wellicht de belangrijkste Franse filosoof van deze tijd, is emeritus-hoogleraar aan de École normale supérieure in Parijs.

  • Zygmunt Baumans verontrustende inzichten over de `vloeibaarheid' van het moderne leven hebben ons denken over de hedendaagse wereld ingrijpend veranderd. In dit boek gaat hij op zoek naar de bronnen van de endemische onzekerheid die vandaag de dag ons leven bepaalt. Daarmee biedt hij de lezer een zeer toegankelijke inleiding tot en samenvatting van zijn hoogst originele en visionaire concept van de `vloeibare moderniteit'. Voor deze Nederlandse uitgave schreef de bekende Rotterdamse socioloog en Bauman-kenner Willem Schinkel een woord vooraf.

  • Paul van Tongeren snijdt een onderwerp aan waarmee de hedendaagse mens nogal verlegen is: ons onvermogen om, na het verdwijnen van de vanzelfsprekende religieuze context, in termen van dankbaarheid te spreken.

    Wat zeggen we, wat doen we, wat ervaren we als we dankbaar zijn? Het lijkt vanzelfsprekend: danken doe je als je iets gekregen hebt, iets wat je goed doet of wat je graag hebt. En je spreekt je dank uit tegenover degene van wie je het gekregen hebt. Maar kunnen we ook dankbaar zijn voor een gelukkig toeval, een geslaagde onderneming, het eigen leven, de gezondheid die we genieten, de vriend die we ontmoeten? En kunnen we dat ook zonder een God aan te nemen van wie we het zouden krijgen? Valt er nog iets te danken na 'de dood van God'? Wat is dat eigenlijk: 'dankbaarheid'?


    Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven (België) en geassocieerd onderzoeker van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika). Zijn boek 'Leven is een kunst' (Klement 2012) won in 2013 de Socratesprijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek. Verdere info op: www.paulvantongeren.nl

empty