• `Willem Twijnstra deed na Indië zo raar. "Hij moet een schop onder de kont hebben en dan aan het werk," zeiden ze in de polder.'

    De jongens van toen zijn oude mannen geworden, maar ze zijn helder genoeg om de waarheid te vertellen. En die is hard, niet zelden verbijsterend en vaak ontroerend. De achtergrond is bekend: het Nederlandse militair optreden in Nederlands-Indië kort na de Tweede Wereldoorlog was in feite een koloniale oorlog.

    Op klompen door de dessa vertelt wat die oorlog betekende voor de mannen die het vuile werk moesten doen. Een enkeling, vooral uit het hogere kader, vindt nog altijd dat het goed is geweest. Maar de meeste jongens hebben hun trauma's nooit verwerkt. Letterlijk op klompen banjerden ze door de dessa - ze hadden geen idee wat hun te wachten stond: guerrilla, executies, oorlog dus, terwijl ze die in Nederland net achter de rug hadden. De mannen zijn nu ver in de tachtig en willen eindelijk hun hele verhaal kwijt. In Hylke Speerstra troffen ze iemand die goed kan luisteren en meesterlijk kan vertellen.

  • - 50%

    Het kind met de Japanse ogen van Reggie Baay is een documentaire roman over de gruwelijke en onontkoombare gevolgen van de oorlog. Maar het is ook een roman over de veerkracht van de mens die, hoe wreed het lot ook is, altijd blijft zoeken naar manieren om te overleven.
    Nederlands-Indië, 1939. Een jonge man tekent voor het koloniale leger en komt vervolgens in Japanse krijgsgevangenschap terecht waar hij dwangarbeid moet verrichten aan de beruchte Birma-Siamspoorlijn. Als hij na drieënhalf jaar van ontberingen wordt bevrijd en de draad van zijn leven weer hoopt op te pakken, wordt hij aansluitend een volgende oorlog in gestuurd: de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog die in zijn geboorteland is losgebarsten. Als na de Politionele Acties in december 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaatsvindt en hij met zijn prille gezin naar Nederland vlucht wordt hij geconfronteerd met herinneringen en trauma's. Die strijd wordt er niet gemakkelijker op als blijkt dat zijn zoon de ogen van de vijand als een kaïnsteken zijn leven lang met zich mee zal moeten voeren.

  • - 50%

    Missievaders

    Mar Oomen

    In `Missievaders' biedt Mar Oomen een bijzonder perspectief op een onderbelichte bladzijde uit de koloniale geschiedenis: de hoogtijdagen van de katholieke missie. In 1933 stapte de grootvader van Oomen met zijn gezin op een boot vol missionarissen en missiezusters naar Nederlands-Indië. Hij was een van de velen die eropuit gingen met de intentie de wereld te verbeteren. Vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog leverde Nederland verhoudingsgewijs de meeste missionarissen ter wereld. Behalve kerken en scholen bouwden ze ziekenhuizen en zorgden ze voor zieken en gewonden. Oomens vader, tropenarts, vloog in 1958 met vrouw en kind in een vliegtuig vol religieuzen naar Tanzania om daar hetzelfde te doen. Toen zij zich in de jaren zestig weer in Nederland vestigden, was alles anders. `Missie' was een beladen begrip geworden. Oomens familiegeschiedenis vertelt het verhaal van mensen die met de beste bedoelingen de wereld in trokken maar ingehaald werden door de geschiedenis.

empty