Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.

  • In zijn krachtige, onsentimentele en verrassende verhalen richt de Russische schrijver Maxim Osipov zijn blik op mensen die door ingrijpende gebeurtenissen - verraad, maatschappelijke commotie, ziekte of dood - grote veranderingen ondergaan. Net zo geraffineerd en veelzijdig als in een roman belicht hij de mensen van verschillende kanten en legt hen bloot tot in de kern van hun wezen en onzekerheden. Osipov 'vangt' zijn personages op momenten dat ze zich de vraag stellen die in veel negentiende-eeuwse literatuur werd gesteld: 'Hoe moet een mens leven?'

    Dat Osipov ook arts is bracht recensenten ertoe hem te vergelijken met beroemde voorgangers als Tsjechov en Boelgakov. Ook al wijst hij zelf zo'n vergelijking af, zijn psychologische inzicht, zijn vermogen tot pakkende karakteriseringen, zijn compassie en soms ironische blik maken dat die voor de hand ligt. Osipov is een schrijver die een moderne en zeer toegankelijke toon combineert met de klassieke Russische prozatraditie.

    'In deze verhalen zijn de grenzen tussen hoop, waanbeeld en leugen onduidelijk en wordt er op die grens stevig gesmokkeld. Dr. Osipov is een meester in de dramatische ironie, die bitterzoete humor wringt uit wat de lezer wel ziet maar zijn hoofdpersoon niet.' The Wall Street Journal

  • Weekendaanbieding - 33%

    Na een storm in het jaar 1196 halen kustvissers een kleuter uit de branding. Die blijkt de enige overlevende van een schipbreuk te zijn. De jongen, vermoedelijk een koningskind, brengt zijn jeugdjaren door in een klooster nabij Brugge. Dat ontvlucht hij om zijn familie terug te vinden. Onder de naam Madoc leidt hij een leven als ridder en vecht duels op leven en dood uit, een leven waarin liefde evengoed een hoofdrol speelt.
    Jarenlang is hij de rechterhand van de legendarische graaf Hincmar. In Parijs ontpopt hij zich tot agnost, vrijdenker en schrijver. Maar als de Inquisitie actief wordt krijgen de ketterjagers ook Madoc in het vizier.

    In 2017 ontdekt een Vlaamse mediëvist een verzamelhandschrift uit de dertiende eeuw. Hij raakt ervan overtuigd dat dit eigenhandig werd geschreven door Willem, dichter van het fameuze Van den Vos Reynaerde en het mysterieuze boek Madoc. Hoe houden deze teksten verband met het levensverhaal van de veelzijdige middeleeuwse schrijver?

    In een roman die tegelijk bloedstollend en intellectueel uitdagend is en waarin de Middeleeuwen in alle kleur oprijzen, speelt Nico Dros een vernuftig spel met de vermeende geschiedenis van de raadselachtigste middeleeuwer: Madoc.

  • Had je nog willen wandelen? Nieuw

    Nergens wordt zoveel gewandeld als in het werk van J.J. Voskuil (1926-2008).
    Vanaf de jaren vijftig maakte de schrijver met zijn vrouw Lousje jaarlijkse wandeltochten in voornamelijk Frankrijk, en het liefst in de Auvergne. Van iedere vakantie werd een uitvoerig dagboek bijgehouden dat later werd gebundeld onder de titels Terloops, Buiten schot en Gaandeweg.
    Maar ook in de romans Bij nader inzien en Het Bureau laat Voskuil zijn alter ego Maarten Koning veelvuldig wandelen. Eind jaren vijftig beginnen de dagelijkse wandelingen naar en van zijn werk aan het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde. Tussen de middag maakt Maarten meestal een wandeling over de grachten of een 'ommetje' naar de Amstel. Er wordt ook geregeld 'buiten' gewandeld: op weg naar de 'Boerenhuisclub' door het Arnhemse Sonsbeekpark, na een vergadering van de Zeemuseumcommissie over de dijk van Enkhuizen naar Hoorn. In de weekends trekken Maarten en Nicolien er samen op uit. Voor Maarten is het vaak een vlucht naar buiten. Pas op afstand van het Bureau en andere mensen vindt hij geheel zichzelf en voelt hij zich bevrijd.

  • Marjoleine de Vos wandelt elke dag een rondje vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp. Onder een strakblauwe hemel, een grijs wolkendek of genadeloze regen, ze zijn er altijd: de akkers in bloei of kaal, de kraaien, de bomen in alle stadia van blad of niet blad, het kerkje van Eenum. Soms uien op het land, soms dollende hazen - alles is altijd hetzelfde en altijd anders.
    Wat is het toch dat je zo kunt verlangen naar wandelen, vraagt De Vos zich af in Je keek te ver. Ze denkt na over het verschil tussen stad en platteland, de plek van cultuurlandschap in Nederland, over de kunst van het verliezen, landschapsleescursussen. En over hoe het hoofd zich verhoudt tot het lichaam: vaak zijn gedachten maar al te druk bezig, alsof je helemaal niet door een landschap loopt maar uitsluitend door je eigen bange, drukke hoofd. Kijk om je heen, moet je dan tegen jezelf zeggen. Niet de tijd in, maar over het land. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.

  • Roedel Nieuw

    'In de geschiedenis', schreef Elias Canetti, 'wordt veel te weinig over dieren gesproken.'

    Historicus Guido van Hengel volgt de geursporen en geluiden van het turbulente verleden van Joegoslavië en stuit daar op de Duitse herders van de Nazibezetters, de poedels van de dictator Tito, een kudde Italiaanse muilezels en de wolvenmilities tijdens de oorlogen van de jaren negentig.

    In de eenentwintigste eeuw zijn het de talloze straathonden die Van Hengel rondleiden in steden als Sarajevo, Tuzla en Belgrado. Langs stoepen, op pleinen en in parken observeert hij - op kniehoogte - hoe de kapitalistische wildernis de samenlevingen van voormalig Joegoslavië heeft ontwricht.

    Roedel is een boek over het gedeelde lot van dieren en mensen in Europa. Het is tegelijkertijd een studie op straat, en hoe we ons daar vrij en veilig kunnen voelen - op twee voeten, en op vier.

  • In de bundel 'De laatste dag van de koning' maakt de lezer kennis met Sander Kollaard als schrijver van korte verhalen en essays. Hij heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een schrijver met een breed palet en een geheel eigen toon. De lezer van zijn met de Librisprijs 2020 bekroonde roman 'Uit het leven van een hond' herkent een aantal constanten in zijn werk: mededogen, ironie, een fascinatie voor de technische en wetenschappelijke kant van de wereld en een lichte, essayistische stijl.

    Van de wormen van Darwin via het spoor van de haas tot de stemmen van Pessoa: dit boek doet recht aan de veelzijdigheid van Sander Kollaard.

  • Als jong meisje was Lena ervan overtuigd dat het leven als ze het ouderlijk huis verlaten had, mooier, warmer, beter zou zijn; dat moest haast wel. Maar eenmaal op kamers komt haar nieuwe leven nauwelijks van de grond. Ook op de Toneelschool wil ze maar geen vleugels krijgen. Acteurs blijken niet leuker of beter dan gewone mensen, mensen zoals zij. Maar dan maakt Dimitri zijn entree. Hij is alles wat zij niet is - flamboyant, onbekommerd, schaamteloos, bourgondisch - en bijna twee keer zo oud als zij. Als een ganzenkuiken wordt ze door hem aangetrokken en raakt verstrikt in een kat-en-muisspel met alsmaar wisselende regels.

    Wat volgt is een liefde die alle rationaliteit tart, een liefde die zich niet laat ontleden, en waar Lena maar geen kloppend verhaal van kan maken. Tot ze - Lena is schrijver inmiddels en in de auto op weg naar haar huis in Frankrijk - opeens de sleutel vindt voor haar roman. Niet ik is een even pijnlijk als humoristisch zelfonderzoek naar de wortels van die liefde en een intieme bespiegeling over schaamte, seksualiteit, hunkering en eenzaamheid.

  • Georgië is wel vergeleken met de hof van Eden. Maar het vanouds christelijke Kaukasusland bevindt zich op een breukvlak van invloedssferen. Eeuwenlang moest het van meerdere kanten de klappen opvangen en vreemde invasies ondergaan. Romeinen, Perzen, Byzantijnen, Turken en Mongolen richtten er verwoestingen aan. De Georgische 'gouden eeuw', het culturele en politieke hoogtepunt, ligt bijna een millennium terug.

    Begin negentiende eeuw kwam Georgië onder de Russische keizer. Na de revolutie van 1917 was een aantal jaar onafhankelijk, tot de Sovjet-Unie het inlijfde. Een Georgiër, Jozef Stalin, was daar tot 1953 de baas. Sinds 1991 is Georgië opnieuw onafhankelijk. Maar Rusland heeft grote moeite met de Westerse oriëntatie van het land en steunt twee etnische minderheden binnen Georgië, de Abchaziërs en Osseten, in hun separatistische koers, ook met militaire middelen.

    Belaagd paradijs is een rijk geïllustreerde geschiedenis van Georgië in kort bestek. Het vertelt het verhaal van een fascinerend land, dat altijd een snijpunt van werelden is geweest - en nog steeds is.

  • De communisten en de nazi's zaten er achteraan, de Stasi maakte er decennialang jacht op, en het is misschien wel het grootste vermiste kunstwerk uit de geschiedenis: de barnsteenkamer.
    In de achttiende eeuw liet Frederik i van Pruisen een kabinet van kostbaar barnsteen bouwen. Zijn zoon schonk het aan tsaar Peter de Grote, waarna het meer dan twee eeuwen bezoekers van het tsarenrijk bleef verbazen. Na 1945 verdween de kamer spoorloos. Hoe kon dit kunstwerk zomaar in rook opgaan?

    Jacht op de barnsteenkamer gaat over de hoop en illusies van schatjagers en hun liefde voor kunst. Jerker Spits vertelt over hun speurtochten, die zich afspelen tegen het decor van de twintigste eeuw: de Russische Revolutie, de opkomst van het Derde Rijk, de Duitse deling en de Val van de Muur. En passant behandelt Spits alles wat er over barnsteen te vertellen valt.

  • Dit aangrijpende verhaal is een van Tolstojs meesterwerken en wordt vaak genoemd als het beste voorbeeld van een novelle. Een vooraanstaand rechter van het gerechtshof lijdt aan een mysterieuze ziekte en is ervan overtuigd dat hij hieraan zal sterven, al denkt zijn familie daar heel anders over. Zijn collega's zijn ondertussen vooral bezig met de voordelen die zijn dood zal brengen. Hij blikt terug op zijn jonge jaren en het verloop van zijn huwelijk; stap voor stap onderkent de man de leegte van zijn leven. Op zijn karakteristieke indringende wijze beschrijft Tolstoj hoe Ivan Iljitsj zieker en zieker wordt en hoe zijn omgeving hem nauwelijks serieus neemt.

  • Ooit begon Thomas Rosenboom met wandelen omdat hij niet binnen kon zitten zonder eerst buiten te zijn geweest. Nu maakt hij al jarenlang elke dag een wandeling door Amsterdam. Hij wandelt eerst naar het IJ, waar hij zich verwondert over de weidsheid van het water, en loopt dan, via de Prinsengracht, in een brede boog terug naar huis.
    Onderweg komt hij de vreemdste vogels tegen, zoals de naaktlezer, die geen mogelijkheid onbenut laat de argeloze voorbijganger zijn pindakaaskleurige huid te tonen, of de bellenvrouw, die met zalvende, zegenende gebaren haar zeepbellen oplaat in het midden van de Dam. Maar hij ziet ook allerlei echte vogels, van boomklevers tot tragische meerkoeten en zwanen, terwijl de mooiste vogels van de stad zich voor hem verborgen houden - maar die denkt hij dan toch uit de vogelgids te kennen.
    In zijn uiterst zorgvuldige stijl vertelt Rosenboom hoe wandelen met Amsterdam als decor hem heeft gevormd, als mens en als schrijver.

  • Adam en Charles Trask zijn verwikkeld in een broederstrijd zoals die van Kaïn en Abel in de Bijbel. Adams tweelingzoons, Aron en Caleb, zetten dezelfde strijd later in verhevigde vorm voort. Steen des aanstoots is de dunne scheidslijn tussen geliefd en onbemind zijn. Waar eerst Charles en daarna Caleb snakt naar de liefde van zijn vader, is het eerst Adam en later Aron die zich moeiteloos van die liefde weet te verzekeren.

    De Trasks delen de Salinasvallei in Californië met de familie Hamilton, en hun lot is aan dat van hen verbonden. Stukken van de vallei zijn vruchtbaar, maar de landerijen van de Hamiltons zijn dor en kaal. Ook de weelderige ranch van de Trasks is een bedrieglijke Hof van Eden: de akkers, boomgaarden en bloementuinen verwilderen en het oude huis brokkelt af tot een ruïne.

    Ten oosten van Eden is een typisch voorbeeld van een 'Great American Novel'. Een verhaal over goed en kwaad, dat zich uitstrekt van Californië tot Connecticut, over de lotgevallen van verschillende generaties handelt én een moderne hervertelling is van het Bijbelboek Genesis.

  • Over een periode van meer dan vijftig jaar wijdde Konstantin Paustovski zijn leven aan de literatuur. Na de vertalingen van zijn egodocumenten, kan de lezer nu kennis te maken met de kunst van Paustovski's korte verhalen. Van een sneeuwstorm bij een Frans observatorium in de Spaanse bergen tot aan de zonsondergang aan de warme Turkse kust; de verhalen van Paustovski voeren de lezer de wereld over, maar geven vooral inzicht in de menselijke natuur en de eigenaardigheden die daarbij horen.
    Na het succes van Goudzand en Verhaal van een leven volgt nu deze verzameling korte verhalen, vertaald en samengesteld door Wim Hartog.

  • In 1938 publiceerde Marsman zijn 'Verzamelde gedichten', waarin hij slechts een beperkt aantal van zijn gedichten opnam en waarin hij de structuur van de oorspronkelijke bundels geheel losliet. Bovendien bepaalde hij dat alleen deze uitgave na zijn dood herdrukt mocht worden.

    Daardoor vormde een bloemlezing, die een zeer onvolledig en vertekend beeld geeft van Marsmans dichterschap, na zijn vroege dood in juni 1940 de basis van alle latere herdrukken van de 'Verzamelde gedichten'.

    Nu verschijnt voor het eerst een uitgave waarin alle gebundelde, verspreid gepubliceerde en nagelaten gedichten van Marsman zijn opgenomen en waarin de bundels in hun oorspronkelijke vorm zijn hersteld.

    'Ik die bij sterren sliep' bevat tientallen gedichten die nooit eerder zijn gepubliceerd. In aantekeningen bij de gedichten zijn de datering, de (voor)publicaties en citaten van Marsman uit brieven of andere documenten vermeld. Verder zijn van elk gedicht de belangrijkste varianten uit eerdere en latere versies opgenomen.

    Deze volledige uitgave - bezorgd en toegelicht door H.T.M. van Vliet - biedt een nieuwe en verrassende kennismaking met de poëzie van Marsman.

  • Goljadkin is een sociaal onhandige jonge man die zijn leven ziet ontsporen wanneer plotseling zijn exacte evenbeeld opduikt. Zijn dubbelganger werkt op hetzelfde departement als hij, maar blijkt veel beter te liggen bij de andere ambtenaren. Hoe sympathiek deze nieuwkomer aanvankelijk ook lijkt, Goljadkins zielsverwant is hij niet: door zijn obsessie en jaloezie stevent Goljadkin af op een totale mislukking.

    In De dubbelganger bundelt Dostojevski al zijn psychologisch vernuft, dat hem later zo beroemd en geliefd zou maken. Vladimir Nabokov prees dit verhaal als het beste wat Dostojevski ooit heeft geschreven: 'Het is een perfect kunstwerk.

  • Oorlog en vrede vertelt de grootse verhalen van de adellijke families Rostov en Bolkonski, hun zinderende feesten en liefdesgeschiedenissen, en dat tegen de achtergrond van Napoleons desastreus verlopen Russische veldtocht, afgesloten met Tolstojs beschouwingen over de aard en betekenis van de geschiedenis en over het probleem van de vrije wil. Kortom, het ene boek waarin liefde, vriend- en vijandschap, het intiem-persoonlijke en het grootmenselijke samenkomen in een verbluffende roman die het hele leven omvat.

    De schitterende vertaling van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes van het grootste meesterwerk uit de Russische literatuur behelst onverkort het door Tolstoj zelf in boekvorm gepubliceerde verhaal: de enige echte Oorlog en vrede.

  • Wie verhuist raakt altijd iets kwijt, maar wie migreert verliest nog veel meer. Asis Aynan neemt de lezer mee langs wat de Riffijnen uit Marokko op hun weg naar Nederland verloren. Vanaf hun aankomst, aan het einde van de jaren vijftig, zijn er tal van misverstanden rond deze groep ontstaan over hun nationaliteit, geschiedenis en migratie. In zijn kristalheldere en persoonlijke essay legt Aynan een groot aantal van die misverstanden bloot en ontkracht hij de vaak onjuiste aannames en vooroordelen die hieraan ten grondslag liggen.

  • Kate beweert dat zij de laatste mens op aarde is. Ze woont in de verlaten musea die ze op haar tochten aandoet en klampt zich vast aan haar passie voor beeldende kunst, haar laatste strohalm. Zo probeert ze de tergende eenzaamheid die ze ervaart te lijf te gaan. Over haar verleden is wel iets bekend maar niet veel, en wat ze erover prijsgeeft blijkt niet altijd even betrouwbaar. Kate wantrouwt de taal en ziet er de grote beperkingen van in, een gegeven dat David Markson weet uit te drukken in hypnotiserend prachtig proza.

    Wittgensteins minnares bereikte in de jaren tachtig de status van cultboek en kan bogen op lovende kritieken van zowel literatuurminnaars als filosofen. Deze roman is een eindtijdsfantasie, een experimenteel literair werk en een huiveringwekkend vervreemdend boek in één.

    Met een nawoord van Lieke Marsman: 'Wittgensteins minnares is het boek dat me liet zien dat in literatuur alles kan en mag.

  • Wanneer Arkadi Kirsanov op het landgoed van zijn vader komt logeren, samen met een studievriend, is dat het begin van een reeks botsingen en liefdesgeschiedenissen. Toergenjev laveert tussen dandy's en boeren, dienstmeiden en landheren, om te beschrijven waar vele anderen dikke romans voor nodig hadden: dat vroeger niet alles beter was, maar slechter evenmin.
    Toen Toergenjev bij de slotregels van Vaders en zonen belandde, moest hij het blad van zich af schuiven omdat anders zijn tranen de inkt meteen onleesbaar zouden maken. Het slothoofdstuk is niet alleen de ontroerendste maar ook beste passage uit dit onbetwiste meesterwerk, of misschien zelfs uit de Russische literatuur.

  • In Radetzkymars (1932) vertelt Roth de laatste jaren van de Habsburgse monarchie aan de hand van het verhaal van de familie Trotta. Het hoofdpersonage is Carl Joseph Trotta, de kleinzoon van een luitenant die tijdens de slag bij Solferino het leven van de keizer heeft gered en daar met geld en een adellijke titel voor beloond is. Het beeld van de dode grootvader, de held van Solferino, hangt als een schaduw over zijn bestaan als officier in de Donaumonarchie. Met een subliem gevoel voor ironie ontmaskert Roth de schijnwereld van het garnizoensleven en legt hij de barsten en scheuren van de veelvolkerenstaat van keizer Franz Joseph bloot. 'Toen wisten ze nog niet dat zij allemaal, zonder uitzondering, een paar jaar later de dood zouden tegenkomen. Niemand van hen had zo'n goed gehoor dat hij het grote raderwerk van de verborgen reuzenmolens van de grote oorlog al kon horen malen.'

    In Duitsland behoort Radetzkymars tot de literaire canon. Voor vele lezers is het melancholische verlangen naar een 'wereld van gisteren', die overzichtelijk is en houvast biedt, herkenbaar.

  • Kroniek van een leven dat voorbijgaat bevat Pessoa's intiemste teksten, waarin hij reflecteert op zijn eigen psyche, de grote gebeurtenissen van zijn tijd en zijn merkwaardige neiging zich op te splitsen in tientallen persoonlijkheden. Pessoa was een gevangene van zijn allesoverheersende verbeelding, die hem zowel in het leven opstuwde als van het leven afdreef. In zijn dagboeknotities is de fictie daarom nooit ver weg: ook hier doet hij zich geregeld voor als andere personen, zet hij onder meer een bomaanslag in scène en verdedigt hij de meest uiteenlopende en tegenstrijdige opvattingen. Maar vooral bevatten zijn notities messcherp geformuleerde bespiegelingen over het leven.

    Kroniek van een leven dat voorbijgaat is een wereldprimeur: deze autobiografische teksten van Pessoa verschenen tot nu toe slechts verspreid over tientallen verschillende Portugese uitgaven.

  • Nikolaj Gogol werd wereldberoemd met zijn Petersburgse verhalen, alle opgedist met aanstekelijk vertelplezier en rijkelijk voorzien van zijn unieke kenmerk: oog voor volmaakt overbodige details, waarvan de liefhebber er niet één zou willen missen. De verhalen gaan over het leven achter de koude en elegante façades in de hoofdstad, over een neus die zijn eigen leven gaat leiden en over de dramatische gevolgen van het verliezen van een overjas. Als geen ander schetst Gogol een absurd portret van een stad vol hilarische maar melancholieke personages terwijl zijn verhalen tegelijkertijd aanzetten tot denken over de wereld om ons heen.

  • Ondergrondse notities bevat stukken uit de memoires van een bitter en geïsoleerd man. Vervreemd en afgezonderd van de maatschappij, houdt deze gepensioneerde ambtenaar een fel en cynisch relaas. In het eerste deel vertelt hij over zijn strijd met het bestaan, met het definiëren van zichzelf, menselijk gedrag en de denkwijzen in de wereld om zich heen. Vervolgens beschrijft de ondergrondse man zijn avonturen en perikelen in het dagelijks leven in Petersburg, gebeurtenissen die de man vervullen met triomf of hem in een diep dal storten.
    Dostojevski's tragikomische novelle kan gezien worden als het begin van de moderne roman. In deze nieuwe vertaling van Gerard Cruys komt het waanzinnige en filosofische pleidooi van de ondergrondse verteller naar voren als nooit tevoren.

  • In Bergje beklimt Bregje Hofstede de berg die zij zo vaak bezocht als kind: de Sass Songher in de Dolomieten. In haar kinderogen had de berg mythische proporties: hij was groter dan alle andere bergen op de wereld, het rijk van wilde avonturen, waar de echo's van strijdbare bergvorstinnen klinken, en waar Hofstede zich afzonderde van het veelkoppige gezin waar ze deel van uitmaakt.
    Kan iemand anders zien wat jij als kind hebt gezien? Kan iemand zien wat er niet meer is? Het zijn vragen die Hofstede zich stelt tijdens haar wandelingen, eerst samen met haar geliefde, wanneer de Sass Songher een onneembaar fort is door de hevige sneeuwval, en later, in de verzengende hitte, in haar eentje. In haar weergaloos precieze stijl beschrijft ze hoe alles wat ze ziet aanzet tot bespiegelingen over symbiose en eenzaamheid, toerisme en natuurbehoud, betovering en realisme, moederschap en zelfontplooiing, klein geluk en groots leven.

empty