Pantheon

  • Met een vuilwitte bananenvrachtboot arriveert het drietal Jan, Arie en Bob in de haven van Trinidad om aan hun volgende avontuur te beginnen. Vanuit verschillende eilanden in de Caribische Zee worden 's nachts met snelle motorboten vreemdelingen, die geen visum voor Amerika kunnen krijgen, clandestien aan wal gezet. Daar zouden natuurlijk ook spionnen tussen kunnen zitten en daar de FBI graag een einde aan maken. Gewapend met een grote stapel dollars en een mooi verzonnen verhaal, gaan onze vrienden aan wal om te kijken of zij contact kunnen krijgen met de duistere figuren die bij nacht en ontij deze motorboot bevaren. Maar er gaat natuurlijk weer van alles mis.

  • John en Lois Bennett, broer en zuster, erven een groot vermogen, dat hun pas ter hand zal worden gesteld als zij blijk hebben gegeven nergens voor terug te deinzen. Zij moeten een aantal papiertjes opsporen die op de meest zonderlinge plaatsen verborgen zijn, en waarvan er zich één in een handschoenendoos in Kaapstad bevindt. Arie en Jan gaan op verzoek van Bob per vliegtuig daar naar toe.
    In de lucht ontpoppen enkele passagiers zich als kapers en zij dwingen de piloot te dalen in de Kalahari-woestijn. Na een noodlanding speelt zich een felle strijd af, die in eerste instantie in het voordeel van de kapers wordt beslecht.

  • Californië is een schilderachtig deel van de Verenigde Staten waar ook schilderachtige mensen wonen en rare dingen gebeuren. Een van die rariteiten overkomt Bob Evers als hij, rustig wandelend op een boulevard in Hollywood, plotseling door drie kerels in zijn nek wordt gegrepen en wordt opgesloten in de kelder van een verlaten landhuis. In die kelder zitten al enkele personen opgesloten die elkaar niet kennen, niets met elkaar te maken hebben en geen van allen snappen waarom zij nu eigenlijk zijn gepakt. En daarmee begint een geheel nieuw avontuur, waarin natuurlijk ook Jan Prins en Arie Roos verstrikt raken en dat hen in nauw contact brengt met bijzondere figuren uit de filmwereld.

  • De opsporing van de Grimbos-schat, die begon in Een motorboot voor een drijvend flesje, wordt in dit boek verder beschreven. Het verhaal gaat verder op het schip De Waterjuffer, dat in het Kanaal door Zuid-Beveland aangemeerd ligt nadat de bende van vier het schip ijlings met medenemen van de Grimbos-schat had verlaten. De door de familie Grimbos, rechtmatige eigenaar van de schat, al eerder ingeschakelde detective Pijnenborg, die op de Waterjuffer opgesloten werd gehouden, licht Jan, Bob en Arie in over de achtergrond van de schatjacht. Eén van de bendeleden, Hennie Schol, is echter teruggekomen en ziet kans de Waterjuffer in brand te steken, waarbij de drie jongens en Pijnenborg ternauwernood kans zien het schip te verlaten.

  • De vaders van Jan Prins en Arie Roos hebben al in een voorgaand avontuur hun zoons plechtig beloofd dat zij naar Bob Evers in Amerika mogen, mits zij hun eindexamen halen. En dat gebeurt natuurlijk ook! Maar kort voor hun vertrek wordt Arie opgebeld door een oude bekende: Masters van de FBI, voor wie zij bij het avontuur van de Dollarjacht zulk fantastisch werk hebben gedaan. Masters heeft een heel speciaal en zelfs gevaarlijk klusje op te knappen: per jaar komen duizenden immigranten die geen gewone vergunning kunnen krijgen om naar de VS te verhuizen, clandestien de grenzen van Mexico of Canada over, of worden 's nachts per motorboot voor de kust afgezet, of zelfs per helikopter. Daarbij gebeuren dingen die absoluut niet door de beugel kunnen. Omdat een paar HBS-jongens niet gauw worden gewantrouwd, wil Masters dat zij zich voordoen als avonturiers die clandestien naar overzee willen, en daarom passage boeken op een oud motorjacht dat voor zulke karweitjes wordt gebruikt. Jan en Arie spelen het inderdaad klaar, vertrekken op dat jacht en rollen van de ene belevenis in de andere.

  • Op de `Lagonia', de Mexicaanse rommelmarkt, krijgen Jan Prins, Arie Roos en Bob Evers in de gaten dat zij achterna worden gezeten. Ze besluiten er stilletjes vandoor te gaan in hun tweedehands 12-cilinder Lincoln. Maar de boeven zijn verre van slecht georganiseerd. Er ontstaat een wilde jacht naar de kust en de Lincoln wordt finaal in elkaar gereden. Op het nippertje zien onze vrienden kans aan boord te komen van een vliegtuig dat koers zet naar Panama. Maar daarmee hebben zij hun wraakzuchtige achtervolgers nog niet afgeschud.

  • Kan iemand een prachtiger avontuur bedenken dan te mogen rauzen met echte locomotieven op een bergspoorweg in een woest gedeelte van Mexico? En dat is nu precies wat het bekende span Arie, Jan en Bob, overkomt. In het bergland van Mexico is namelijk uranium ontdekt en twee concurrerende maatschappijen gaan dat ontginnen. Het vervoer van de gedolven erts gebeurt met een haastig aangelegde spoorweg. Maar dat blijkt al heel gauw een halsbrekend karwei, want er worden rails opengebroken, bommen geworpen en bruggen vernield. Er is kortom een directe dringende behoefte aan eens stel slimme, handige knapen met durf, om allereerst de spoorweg te bewaken en ten tweede uit te zoeken wie er achter deze aanslagen zit. De detective Kelly, met wie de jongens al eerder te maken hebben gehad, draagt hen dit klusje aan en onze vrienden voelen er natuurlijk alles voor!

  • Wie nieuwsgierig van aard is, komt gemakkelijk met zijn neus in andermans zaken terecht. Dat gebeurt dan ook op een druilerige regendag in Pittsburgh, USA, waar Bobbie Evers woont. Samen met Jan Prins en de sproetenkoning Roos zit hij een onschuldig glaasje cola te drinken in een drugstore waar alles even vredig lijkt. Vlakbij het beregende raam zit een man in een blauw pak zacht te fluisteren met een klein kereltje dat een bril op heeft met erg bolle glazen. De telefoon rinkelt en er is een boodschap voor de man in het blauwe pak. Die luistert even, smijt ontsteld een dollar op de toonbank en stuift samen met de bebrilde man overhaast de deur uit. De een rent rechts- de ander linksaf. Bob, Jan en Arie vinden dit een wat gekke gebeurtenis, zeker als zij in de verte de loeiende sirenes van naderende politieauto's horen. Een halve minuut later stroomt het verlaten cafetaria vol met gewapende agenten en rechercheurs. Het is de politie kennelijk om die twee fluisteraars te doen. Maar waarvoor? En waar zijn die twee gebleven? Alleen Jan Prins heeft gezien dat de man met de bolle brillenglazen de expeditie van een groot warenhuis is binnengestoven, maar Jan houdt zijn kiezen op elkaar. Want Jan ruikt dat er wat te verdienen valt...
    Wie nieuwsgierig van aard is, komt gemakkelijk met zijn neus in andermans zaken terecht. Dat gebeurt dan ook op een druilerige regendag in Pittsburgh, USA, waar Bobbie Evers woont. Samen met Jan Prins en de sproetenkoning Roos zit hij een onschuldig glaasje cola te drinken in een drugstore waar alles even vredig lijkt. Vlakbij het beregende raam zit een man in een blauw pak zacht te fluisteren met een klein kereltje dat een bril op heeft met erg bolle glazen. De telefoon rinkelt en er is een boodschap voor de man in het blauwe pak. Die luistert even, smijt ontsteld een dollar op de toonbank en stuift samen met de bebrilde man overhaast de deur uit. De een rent rechts- de ander linksaf. Bob, Jan en Arie vinden dit een wat gekke gebeurtenis, zeker als zij in de verte de loeiende sirenes van naderende politieauto's horen. Een halve minuut later stroomt het verlaten cafetaria vol met gewapende agenten en rechercheurs. Het is de politie kennelijk om die twee fluisteraars te doen. Maar waarvoor? En waar zijn die twee gebleven? Alleen Jan Prins heeft gezien dat de man met de bolle brillenglazen de expeditie van een groot warenhuis is binnengestoven, maar Jan houdt zijn kiezen op elkaar. Want Jan ruikt dat er wat te verdienen valt...

  • Een bende smokkelt vanuit Mexico allerlei mensen over de USA-grenzen. De bendeleider, Peraira geheten, woont in een prachtig strandhotel onder de palmen van Miami. Aan het begin van het verhaal gaan Jan en Arie met hun onschuldige gezichten bij Peraira op bezoek, zogenaamd om hem valse paspoorten te vragen. Maar die grap pakt verkeerd uit. Peraira krijgt argwaan, ontdekt dat de politie hem op het spoor is, overvalt beide jongens en vervoert hen door de nacht naar een particulier vliegveld, vanwaar een helikopter hen allen over de Mexicaanse grens brengt. Masters en Bob Evers zijn er echter ook nog! Bob jaagt in een snelle auto achter Peraira aan, terwijl Masters het FBI-apparaat alarmeert... net te laat.

  • Met dit boek over Jan Prins, Arie Roos en Bob Evers, start een nieuwe reeks van spannende avonturen.

    Arie Roos, die in Londen zit, komt op zeer merkwaardige wijze in aanraking met een zekere Digazo. Deze laatste blijkt betrokken te zijn bij een internationale organisatie waarvan het hoofdkwartier zetelt in Frankfurt. De groep heeft te kampen met een personeelstekort en kunnen alleen uitgeslapen jongens gebruiken. Arie Roos krijgt van Digazo het aanbod voor de groep te gaan werken, want in Londen heeft hij laten zien dat hij zijn mannetje wel staat. Arie slaat toe en krijgt opdracht zich te melden in Frankfurt. Maar vóór Arie in dienst genomen wordt, wordt hij, zonder er aanvankelijk erg in te hebben, behoorlijk op de proef gesteld. Arie weet alle listigheden te doorzien en hij slaagt voortreffelijk. Hij wil het aanbod echter op één voorwaarde aannemen, namelijk dat Jan en Bob ook van de partij zullen zijn. En dat gebeurt ook.

  • Om drie uur 's nachts belt Arie vanuit Nijmegen zijn vader uit bed. Hij heeft voor tachtigduizend gulden aan goudstaven op te bergen. In de Duitse tijd werd een fortuin aan goud en juwelen begraven in een villa te Lisse en de enige die weet wáár die schat ligt, is een ex-Wehrmacht soldaat, Johann geheten, die sinds jaren machinist is van een raderboot op de Rijn. Maar deze Johann heeft geen tijd en geen geld om in Holland een schatgraaf-expeditie te beginnen en maakt een afspraak met vier Amsterdamse onderwereldfiguren om dat voor hem te doen en dan gevijven te delen.
    De schat weten zij inderdaad te pakken te krijgen, maar Jan, Bob en Arie raken in de historie betrokken. De familie Grimbos uit Lisse (aan wie de schat toebehoort) biedt de jongens een kwart van de waarde van de schat als zij die weten terug te veroveren. Zij doen dat vol geestdrift met slapeloze, avontuurlijke nachten en wilde autoritten. Zelfs pa Roos, de vader van Arie, raakt in het gesjouw met goudstaven en de overvallen in hotels betrokken, wordt in Zeeland opgepakt en op het kritieke moment door Jan en Arie weer ontzet... op zijn sokken.

  • De jacht op de valse dollars, die begon in 'Drie jongens als circusdetective', wordt in dit boek verder beschreven. Het is al bekend geworden dat de valse dollars getransporteerd worden, verborgen in speelgoedtreintjes. De drie jongens worden door het Amerikaanse FBI, dat de leiding van de operatie toevertrouwt aan de agenten Masters en Strauss, ingeschakeld om het spoor van de dollars verder te volgen. Zij reizen met de D-trein van Den Haag naar Zürich, waar zich de speelgoedfabriek bevindt die de bewuste treintjes fabriceert.
    In Zürich aangekomen nemen Jan en Bob, die zich voordoen als verslaggevers van een Amerikaans blad over speelgoedtreinen, contact op met Ir. Dausenberg van de speelgoedfabriek, wiens naam zij in Nederland al te weten waren gekomen. Bij een nachtelijke inval in de fabriek horen zij dat de valse dollars gemaakt worden in Noord-Afrika. Bob krijgt van Masters de opdracht met een van de smokkelbende buitgemaakte kaart in code ijlings naar Napels te gaan om contact op te nemen met een daar aanwezige crypto grafische expert van de FBI. De leden van het Zwitserse deel van de smokkelaarsbende worden aangehouden, op Sardoni na die achter Bob aangaat naar Napels.

  • Tijdens de pinkstervakantie maken Arie Roos en Jan Prins een wandeltocht, maar ze zijn zo slim geweest hun geld te vergeten. Bekaf en dorstig lopen de mannen langs de weg, als een man in een open sportauto stopt en hen vraagt of zij iets willen verdienen. In ruil voor dat geld moeten Arie en Jan een varkensleren koffer afleveren bij ene Buikmans in Pension Zeerust in Scheveningen.
    Voor ze de koffer kunnen overhandigen, worden ze overvallen door een geheimzinnige Groene Man, die er spoorslags met het ding vandoor gaat. Omdat de politie geen woord van hun verhaal gelooft, gaan Arie en Jan zelf op pad om het raadsel rond de varkensleren koffer en de Groene Man op te lossen. Ze krijgen te maken met autodieven, hazewind- en andere honden, nachtelijke achtervolgingen, een heuse zeeslag en vooral... met Buikmans!

  • Arie Roos en Jan Prins zijn oprecht van zins, na hun vele avonturen, nu eens een rustige, normale vakantie door te brengen en bereiden een boottocht op de Rijn voor. Maar op de dag voor hun vertrek ontvangen zij een radiotelegram van hun Amerikaanse vriend Bob Evers, die per oceaanstomer uit New York op weg is om zich bij hen te voegen. Een Amerikaanse fabrikant, en een vriend van Bob's vader, die met een splinternieuwe, grote caravan een vakantie in Europa wilde doorbrengen, heeft brand in zijn fabriek gekregen en moet terstond terugvliegen. De caravan moet echter verder naar Zuid-Frankrijk gebracht worden, want anders lopen de vakantieplannen van de medereizigers in het honderd. Hij verzoekt Bob de kampeerwagen plus de nieuwe Buick voor hem naar Zuid-Frankrijk te rijden. Bob schakelt hiervoor uiteraard Jan en Arie in, waarna de jongens weer eens verstrikt raken in de vreemdste avonturen.

  • De vakantie waar in het begin van 'Drie jongens en een caravan' al eerder sprake van was, wordt nu toch echt ondernomen. Terwijl Arie Roos nog een dag in Amsterdam blijft om op bezoek zijnde familie uit Australië te kunnen ontmoeten, gaan Jan Prins en Bob Evers met een scheldejol op weg naar de Kaag. In de Stadionsluis pikt de zuinige Jan een in het water liggend flesje op - waar een stuk krant in blijkt te zitten - en levert dat in bij een cafeetje om het statiegeld te ontvangen.
    Wat later op de dag komen zij in de Ringvaart een vlet tegen met een man met een opvallend witte haardos aan boord, die op een merkwaardige manier van de ene oever naar de andere kruist. Deze man informeert of zij misschien een leeg flesje hebben zien drijven. Jan en Bob poeieren de man af, maar zij vinden zijn verhaal zo vreemd dat ze besluiten terug te gaan om het ingewisselde flesje weer op te halen. Zij peuteren de krant eruit en ontdekken een in die krant verborgen boodschap, die echter niet direct begrijpelijk is. Ze breken zich er het hoofd over, maar komen er niet uit. Een paar uur later worden Jan en Bob weer gepaaid door de man in de vlet. Hij heeft achterhaald dat zij het flesje eerst ingeleverd en daarna teruggehaald hadden. Hij gaat nu zelfs zo ver zijn vlet aan te bieden als hij het flesje maar kan krijgen. Jan en Bob gaan hier uiteindelijk op in, en vervolgen hun weg naar de Kaag met hun eigen jol op sleeptouw.
    De volgende dag komt Arie Roos aan op het afgesproken verzamelpunt in Leiden, maar Jan en Bob arriveren daar niet. Arie begint vervolgens een uitgebreide zoektocht over de Kaag, waarbij hij te weten komt dat de zaak draait om een in de Tweede Wereldoorlog in een huis in Lisse verdwenen fortuin in goud en juwelen. De man met het witte haar maakt deel uit van een groep van vier die naar deze schat op zoek is.

  • De jacht op de valse dollars, die begon in 'Drie jongens als circusdetective' en 'Een dollarjacht in een D-trein', wordt in dit boek verder beschreven. Het was al bekend geworden dat de valse dollars in Noord-Afrika werden gedrukt. De drie jongens worden door het Amerikaanse FBI, dat de leiding van de operatie heeft toevertrouwd aan de agenten Masters en Darry, ingeschakeld om het spoor van de dollars verder te volgen.
    Bob Evers reist vanuit Zürich (waar het tweede deel van de trilogie zich afspeelt) naar Napels. Daar ontmoet hij de FBI-agent Crick Darry, een crypto grafisch expert, die hem moet helpen de code op te lossen in een op de bendeleden bemachtigd document. Bob Evers en Darry gaan vanaf Napels per boot naar Tripolis. Dwars over de Middellandse Zee begint een jacht op een document in geheimschrift dat aangeeft waar de volgende zending valse dollars zal worden afgeleverd.

  • Een zware vrachtauto dendert over een betonweg in het Gooi, ...een touw raakt los, ...een triplex kist smakt op het cement, valt uit elkaar en strooit een regen van speelgoedlocomotiefjes en -wagons om zich heen. Arie Roos en zijn vriend Jan Prins zoeken het verloren speelgoed bijeen, sjokken ermee naar huis, maar brengen het niet meteen naar het politiebureau. Zij gaan er thuis eerst gezellig mee spelen.
    Dan gaat de telefoon over en vraagt een barse stem naar de speelgoedlocomotieven. Bob Evers komt net terug uit Amerika als een bende van drie boeven het huis tracht binnen te dringen. Na een kwartier van gevechten verdwijnen de boeven, de treintjes met zich meenemend. Was dat speelgoed dan zo vreselijk belangrijk? Was er soms iets heel bijzonders mee aan de hand? Arie, Bob en Jan vinden een gekke aanwijzing, trekken er in het holst van de nacht op uit en beleven de wildste avonturen met ontsnapte circusapen, onrustige olifanten, benzinetanks vol zand, besluipingen van bendeleden en nachtelijke klopjachten over de heide.

  • Jan Prins en Arie Roos, twee H.B.S.-ers die een goed rapport hebben meegebracht, mogen als beloning een zeereis maken naar Amerika op een nieuw schip van Rederij Roos. Bob Evers, de zoon van een zakenrelatie van de heer Roos uit Amerika. die juist in Holland logeert, mag de reis ook meemaken.
    Tussen Jan, Arie en Bob groeit een hechte vriendschap. Leergierig als zij zijn willen zij alles van het schip en de bemanning weten, genieten van de schitterende reisverhalen door de kok verteld, worden door matrozen voor de gek gehouden, en genieten er volop van. Maar alles blijft niet even mooi. In de Stille Zuidzee maken zij een geweldige storm mee, lijden schipbreuk en kunnen zich op het nippertje redden in een reddingsboot.
    Uiteindelijk worden zij door een Amerikaans schip opgepikt, maar eenmaal aan boord blijkt hier muiterij uitgebroken te zijn. Ze worden als gevangenen behandeld en moeten hard werken. In een gevecht tussen de muiters en de bemanning van een geënterd zeiljacht, weten zij te ontkomen en stranden tenslotte op een klein, onbewoond eiland, waar nieuwe avonturen voor hen beginnen.

  • Jan Prins en Arie Roos, twee Amsterdamse boezemvrienden, krijgen bezoek van een zekere John Bennet uit Engeland. Zij vernemen dat een Engelse kennis van hen, Vonnie Vasser, door zijn oom Barclay (tevens voogd van Vonnie) is opgelicht voor 30.000 pond uit een erfenis en dat geld heeft besteed voor de financiering van zijn toeristen- en badhotel `Seaview'. Vonnie heeft besloten het zijn oom lastig te maken en in het hotel de boel op stelten te zetten. Hij roept daarbij de hulp in van Jan en Arie aangezien zij bekend staan om hun doortastendheid en vindingrijkheid. En inderdaad worden de meest komische en dolle dingen bedacht en binnen twee dagen staat het hele hotel op zijn kop en zit Barclay met de handen in het haar.

  • Jan Prins, Bob Evers en Arie Roos, die met een boot van de rederij Roos een zeereis mogen meemaken naar Zuid-Amerika, zijn na een geleden schipbreuk in de Stille Zuidzee terecht gekomen op een onbewoond eiland. Zij moeten zich daar met het weinige wat zij bezitten maar behelpen. Zij bouwen van boomstammen een hut, weten voedsel te vinden en verkennen als ontdekkingsreizigers het eiland. Hoe saai het leven op een onbewoond eiland ook mag lijken, aan avonturen ontbreekt het hen ook hier niet.
    Wanneer zij zich op het eiland wat thuis gaan voelen, worden zij in hun leventje daar lelijk gestoord door de komst van een stel muiters, die hun eiland in bezit willen nemen. Maar ook deze keer is het drietal de muiters te slim af en na een reeks van spannende belevenissen trekken de muiters onverrichterzake weer af. Daar de jongens vermoeden dat de muiters op een nabij gelegen eiland verblijven, misschien wel met de gevangen gehouden bemanning van een door hen geënterd zeiljacht, besluiten zij uiteindelijk een speurtocht naar dat eiland te ondernemen.

  • Jan Prins, Arie Roos en Bob Evers helpen Lois en John Bennett om de erfenis van professor Hathaway te bemachtigen. De Bennets moeten een aantal briefjes, die door de professor over de gehele wereld zijn verspreid, opsporen om zich erfgenamen te kunnen noemen.
    In dit boek wordt de jacht beschreven op het laatste briefje, dat vanuit Nederland in een post-restante brief door een zekere Barnett aan zichzelf is verzonden naar het kleine, Engelse plaatsje Bromborough. Een adembenemende jacht waarbij gebruik gemaakt wordt van vliegtuigen, autobussen, taxi's, treinen, auto's. Een dolle jacht. Er zijn echter ook kapers op de kust: oa. genoemde Barnett, die eveneens aanspraak kan maken op de erfenis indien hij kans ziet John en Lois te beletten één van de briefjes te bemachtigen. Tot nu toe is dit hem niet gelukt, ondanks de hulp van de slimme, ja zelfs geraffineerd optredende Jeffries, een handlanger van Barnett. Deze Jeffries heeft echter ruzie gekregen met Barnett en werkt nu op eigen gelegenheid om, indien hij het briefje te pakken krijgt, die aan de hoogst biedende partij te verkopen.

  • De opsporing van de verborgen papiertjes, waarmee in 'Een overval in de lucht' was begonnen, wordt in dit boek voortgezet. Bob ziet kans samen met John en Lois Bennett een van de papiertjes te bemachtigen dat verborgen was in de kolf van een jachtgeweer in een oud Engels landhuis. Het voorlaatste nog ontbrekende papiertje, dat hun concurrent Jeffries in Kaapstad te pakken had gekregen, wordt uiteindelijk in Amsterdam, door de ijlings per telefoon gewaarschuwde vader van Jan, de gepensioneerde kolonel Prins, buitgemaakt.
    Voor het laatste papiertje verzamelen de hoofdrolspelers zich in Alkmaar, waar in het huis van een naar Nederland geëmigreerde Engelse vrouw van een Hollandse zeeman het papiertje in een oud koperen kanonnetje verborgen is. Het lukt echter aan Barnett, een neef en tegenspeler van John en Lois inzake de erfenis van professor Hathaway, om dit papiertje te bemachtigen. Zelf raakt Barnett tijdens een achtervolgingsrace betrokken bij een aanrijding en belandt hij in een Noord-Hollandse politiecel, waarna hij nog juist op tijd kans ziet het papiertje poste restante naar Bromborough, Engeland te laten sturen door één van de politie-agenten.

  • Eindelijk is dan het spoor gevonden van de zestig Oude Meesters die per sportvliegtuig uit Duitsland zijn gesmokkeld! De kostbare schilderijen zijn tijdens de oorlog in Italië verdwenen en duiken vijftien jaar later pas op... in een vergeten bunker in Zuid-Duitsland. Die bunker is na een onverwachte aardverschuiving in een berghelling ontdekt door twee Amerikaanse soldaten, die hun mond houden over de ontdekking en met de schilderijen stiekem handel gaan drijven. Zij willen één laatste grote klap slaan door de 60 kostbare antieke schilderstukken in een keer aan de man te brengen en met de opbrengst te vluchten naar Zuid-Amerika. Helaas maken zij één fout: enkele van de schilderijen zijn naar de VS gesmokkeld met een vrachtboot van de Roos-rederij. Pa Roos zet zijn zoon Arie samen met Jan Prins en Bob Evers als detectives op het spoor.

  • Twee soldaten uit het Amerikaanse leger in Duitsland doen een verbluffende ontdekking: een onverwachte aardverschuiving heeft de ingang van een onbekende betonbunker blootgelegd. Die blijkt volgepakt te zitten met kostbare antieke schilderijen die tijdens de oorlog uit Italië verdwenen zijn. De twee soldaten besluiten enkele van die schilderijen naar Holland te smokkelen, om ze in Amsterdam van de hand te doen. Dat lukt. Ze doen dat nog een tweede keer en hadden nog heel lang zo door kunnen gaan, ware het niet dat ze enkele van de kunstvoorwerpen naar de VS smokkelen op een van de vrachtschepen van de Roos-rederij.
    Het komt Pa Roos ter ore dat er iets op zijn schepen gebeurt, en hij stuurt er zijn zoon Arie plus Jan Prins en Bob Evers op af om de bende op te rollen. Het complot in Amsterdam is vrij snel uitgezocht, maar de hoofdpersonen vluchten overhaast de grens over naar België, waar hoofdpersoon Kresse een landhuis heeft staan langs het kanaal Brussel-Antwerpen.
    De tweede ronde van het kunstavontuur wordt uitgevochten in het holst van een stormachtige nacht langs dat kanaal. Een nieuwe Ford wordt zonder veel omhaal in de plomp geduwd en het huis van Kresse brandt af. Met tienduizend gulden op zak, die Arie op meesterlijke wijze van Kresse heeft los gekregen, wordt de jacht voortgezet.

empty