Cossee, Uitgeverij

  • Len Howard (1894-1973) bracht de tweede helft van haar leven door in een klein, afgelegen huisje op het Engelse platteland. Daar schreef ze twee internationale bestsellers over de mezen, roodborsten, mussen en andere vogels in en rond haar huis. Voor wie er anno 2016 langsloopt, doet enkel het naambordje `Bird Cottage' nog denken aan haar wonderlijke levensverhaal.

    Het raam van het vogelhuis stond altijd open, de koolmezen en mussen waren vrij om te komen en te gaan en landden op de typemachine van Len Howard zodra ze ging zitten om haar ervaringen met de dieren op te schrijven. Hoewel ze van huis uit geen bioloog was, was ze een pionier op het gebied van onderzoek naar dieren: ze bestudeerde de vogels op basis van vertrouwen en vrijheid, en observeerde hun karakters, eigenaardigheden en gewoontes. En intussen groeiden de wederzijdse waardering en vriendschap.

    Howard wist als meisje al dat ze niet in haar geboortedorp in Sussex zou blijven. De soirées en romantische intriges van het gegoede landleven aan het begin van de vorige eeuw stelden haar steeds weer teleur. Bij de dirigent Malcolm Sargent begon ze haar carrière als violiste, die ze afbrak om naar Ditchling in Zuid-Engeland te vertrekken. Hier bouwde ze een bijzondere band op met de vele vogels in en rond haar cottage. Koolmezen sliepen in huisjes boven de rand van de deur en speelden tikkertje rond de lamp, of gebruikten haar kussens als glijbanen. Haar muzikale gehoor stelde haar bovendien in staat de vele nuances in hun talen te horen - als ze de postbode en bezoekers tenminste op afstand wist te houden.

    Wat dreef Howard tot het radicale omgooien van haar leven, tot het kiezen voor een leven buiten de gebaande paden? Wat zeggen de levensverhalen van koolmezen ons over de mensenwereld? En is het mogelijk om je te ontworstelen aan de verwachtingen van anderen? Eva Meijer stuitte als filosoof op het onderzoek van Howard, dat onterecht in de vergetelheid is geraakt. Het vogelhuis draait om muziek en vogelzang, mensenmanieren en koolmeesconventies, en uiteindelijk om wat het betekent om ergens thuis te horen.

  • Meer dan een broer

    David Diop

    Op een mistige ochtend, op een van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, blaast kapitein Armand op zijn fluit. Alfa Ndiaye en Mademba Diop, twee Senegalese soldaten die ver van huis vechten voor de Franse overwinning, springen samen met hun kameraden op uit de loopgraven om de Duitsers te lijf te gaan. Enkele seconden later ziet Alfa hoe Mademba, zijn jeugdvriend, zijn meer-dan-eenbroer, dodelijk gewond ter aarde stort. Alfa blijft achter in de waanzin van de oorlog en is vastbesloten om Mademba te wreken. Als hij daarmee zijn kameraden schrik aanjaagt wordt hij overgebracht naar het lazaret, achter de linies, weg van het slagveld. Ver van huis, op een vreemd continent en omgeven door mensen met een andere huidskleur, die een taal spreken die hij nauwelijks beheerst, vertelt Alfa zijn verhaal - dat van Afrikaanse soldaten die met een geweer in de ene en een kapmes in de andere hand werden gebruikt voor de oorlogsmachinerie. David Diop laat ons in een hypnotiserende stijl en in poëtische en precieze taal zien hoe ver de liefde voor een dierbare kan gaan. Meer dan een broer is nu al een moderne klassieker, een hernieuwde aanklacht tegen de verschrikkingen van de oorlog.

  • Na twee jaar gevangenschap in Westerbork en Theresienstadt moest Ida Simons haar veelbelovende carrière als concertpianiste opgeven. In 1960 debuteerde zij als romanschrijfster met het veelgeprezen maar ten onrechte in de vergetelheid geraakte Een dwaze maagd. Een portret van een jong meisje in de jaren twintig en een humoristisch en liefdevol beeld van Joods familieleven in Antwerpen, Den Haag en Berlijn.

    De ouders van Gittel leven als kat en hond. Haar vader `was een sjlemiel en hij wist het, en hij krijgt niet veel voor elkaar in de zakenwereld. Iedere keer als het haar moeder te veel wordt, vertrekt ze met haar dochter voor een paar weken naar haar familie in Antwerpen. Gittel kan daar volop toegeven aan haar passie voor het pianospelen, want er wordt niet al te veel op haar gelet in het bonte, levenslustige gezin, waar haar moeder zich veel beter thuis voelt dan bij haar echtgenoot.

    Bij een bevriend bankiersgezin speelt Gittel op de Steinway en leert haar eerste levenslessen. Haar grenzeloze vertrouwen in haar oudere vriendin Lucie wordt op harde wijze geschonden. Simons beschrijft op onnavolgbare wijze de kwetsbare relatie tussen de twee meisjes midden in de bedrijvige Joodse gemeenschap in Antwerpen en roept een Elsschot-achtige wereld op. In Berlijn, waar Gittels vader zijn fortuin in een handomdraai probeert te vergaren, is de illusie van rijkdom na de beurskrach van 1929 snel voorbij. Wie, vraagt zich Gittel af, kan je in deze wereld van oplichters nog vertrouwen?

    Ida Simons vertelt over de lotgevallen van de argeloze Gittel met een lichte, vaak humoristische toon. Als geen ander weet ze zich in te leven in een meisje op zoek naar een veilige plek in een onzekere tijd en een chaotische wereld.

  • Maarten Rietgans streeft naar het allerhoogste. Hij moet meer presteren dan zijn omgeving, anders gaat hij, de meest schuchtere mens van Zeeland, ten onder.

    Na het overlijden van zijn moeder ontvlucht hij het Zeeuwse platteland. Hij meldt zich als leerling-verpleegkundige bij een Rotterdams ziekenhuis, en slaagt daar glansrijk maar neemt dan ontslag omdat hij zich niet geliefd voelt bij zijn collegas en bij elke vorm van erkenning vlucht. Of hij nu als bankbediende, fotograaf, buschauffeur of meteropnemer werkt. Zijn vader, een kleine landbouwer, begrijpt er niets van. `Jongen, jongen, jongen, jongen. Waarom houdt Maarten nooit iets vol?

    In de liefde gaat het hem al niet beter af. Hoewel hij wekelijks reacties krijgt op zijn veelvuldig geplaatste contactadvertenties, keurt hij het overgrote deel van de vrouwen bij voorbaat af een enkele spelfout kan al fataal zijn voor een toekomstige ontmoeting.

    Zijn zoektocht naar werk, een vrouw, een groots en meeslepend leven én een rustig bestaan is afwisselend ontroerend, aandoenlijk en komisch. Net als vader Rietgans schudde wij het hoofd: `Jongen, jongen, jongen, jongen. Maar als geboeide lezers, altijd met een glimlach.

  • Een vrouw op de vlucht voor een bericht is een groots verhaal over een vrouw, haar twee zoons en hun verschillende vaders. Een roman over vriendschap en ruimdenkendheid, over een grote liefde en een versmade liefde, over ouderschap en over je weg in het leven. Maar het is vooral een ongeëvenaarde roman over de bijna heldhaftige inspanning van een moeder om een gezin in stand te houden in een klein en verscheurd land.

    Israël verkeert in staat van alarm. Ofer heeft net zijn dienstplicht erop zitten, maar meldt zich vrijwillig voor een militaire actie op de Westelijke Jordaanoever. Ora, zijn moeder, vlucht zonder mobieltje en zonder radio het huis uit om zich niet te kwellen met het wachten op een slecht bericht. Ze twijfelt er niet aan dat dit bericht zal komen. Maar door te weigeren het in ontvangst te nemen, kan ze misschien de boodschap tegenhouden en haar zoon redden.

    Grossmans monumentale roman wordt nu al beschouwd als een mijlpaal van de hedendaagse literatuur.

  • Rinus Spruit woont weer in zijn ouderlijk huis in Nieuwdorp, Zeeland. Hij werkt in de tuin, drinkt koffie
    in de keuken met zijn buurman en zorgt voor de katten. Maar nu zijn ouders er niet meer zijn, komen vragen in hem op, is de nieuwsgierigheid naar het verleden groter dan ooit. Hij haalt dozen met oude brieven, foto's en documenten van de zolder en duikt in de fascinerende geschiedenis van zijn familie.
    Veel is nieuw en raadselachtig. Wie was zijn overgrootmoeder Catharina? Waarom is zij als jonge dienstmeid vanuit Zeeland naar Antwerpen vertrokken? En wat deden die twee zussen van zijn grootvader in godsnaam in Amerika? Spruit reist naar verre familie in Vlaanderen en gaat op onderzoek uit.

    Wat doet de herinnering met ons? En welke invloed
    heeft het verleden op het levensgeluk nu? Rinus Spruit maakt in deze persoonlijke roman een balans op. Met zijn geboortegrond als leidmotief.

  • Met In ongenade werd J.M. Coetzee wereldberoemd. Het geldt inmiddels als een moderne klassieker. In ongenade werd verfilmd als Disgrace.

    Voor een man van zijn leeftijd, tweeënvijftig, gescheiden, heeft hij het probleem van de seks naar zijn idee heel aardig opgelost. Iedere donderdagmiddag rijdt hij naar Green Point. Stipt om twee uur drukt hij op de bel bij de ingang van Windsor Mansions, zegt zijn naam en gaat naar binnen. In de deur van nummer 113 staat Soraya op hem te wachten.

    Een wetenschapsman, werkzaam aan de universiteit maar in ongenade gevallen door een affaire met een studente, trekt zich terug op de afgelegen boerderij van zijn dochter, in de hoop enig evenwicht in zijn leven aan te brengen.

    Maar de harde werkelijkheid rukt meedogenloos op en verstoort alle broze relaties. Hij wordt samen met zijn dochter het slachtoffer van een gewelddadige actie.

  • Boven is het stil is een loflied op de schoonheid van de natuur, een boek over weilanden, water, vogels, ijs in sloten en meertjes, koeien, schapen, twee aardige ezels, en één bonte kraai. Maar in de uitgestrektheid van deze natuur kan men snel in zijn eenzaamheid verdrinken. Daarom is het verhaal van Helmer, boer tegen wil en dank, ook het verhaal van een knagende hunkering naar het onbekende.

    Helmer doet zijn vader naar boven; het is tijd om schoon schip te maken. Hij haalt de woonkamer en de voormalige ouderlijke slaapkamer leeg, schildert de boel en koopt nieuwe spullen.

    Ooit had hij een tweelingbroer, Henk, de lieveling van zijn vader, degene die de boerderij zou overnemen. Maar van de ene op de andere dag werd Helmer tot opvolger gebombardeerd, door vader uit de stad gehaald en onder de koeien gezet. In het drassige laagland, met alleen het snuiven van de koeien en het gemekker van de schapen die de stilte nu en dan doorbreken, verzorgt hij de dieren en zijn oude vader.

    Als de buurman naar Denemarken emigreert, komt Helmer vooralsnog niet verder dan fantaseren over een andere toekomst, misschien in een ander land. Een onverwachte brief en een even onverwacht bezoek maken dat hij zich niet langer kan verstoppen voor de wereld en voor zichzelf.

    Gerbrand Bakker is erin geslaagd, bij de lezer prachtige en dubbelzinnige beelden op te roepen, die doen denken aan de film De Poolse bruid. Een magistraal debuut en een beeldend en ontroerend portret van een man te midden van de oer-Hollandse elementen.

  • De rietdekker

    Rinus Spruit

    De oude rietdekker vertelt, zijn zoon schrijft het op. En blijft doorschrijven tot na zijn vaders dood. Rinus Spruit schetst met gevoel het harde bestaan van een rietdekkersfamilie in het begin van de vorige eeuw.

    Oud en arm, het was hun schrikbeeld, want pensioen was er vroeger niet. Dus werd de hele familie ingeschakeld bij het rietdekken zowel in Zeeland als bij aangenomen werk elders in het land. Dat ging niet altijd goed, zoals bij de klus in de Amsterdamse IJ-polder waar een noviteit zou worden gebouwd, een uitstekend geïsoleerde aardappelbewaarplaats van stro en riet, die voor de ogen van de bouwers in elkaar zakte. Als het voor het werk buiten te koud was, werden de varkens geslacht en verkocht. En als er ijs lag, werd bij voorkeur het riet gesneden.

    Rinus Spruit beschrijft het allemaal op een prachtige, sobere en haast achteloze manier. Met subtiele humor en veel toewijding laat hij ons kennismaken met een manier van leven, die mijlenver van ons verwijderd lijkt, maar die door de dagelijkse details heel herkenbaar wordt en dichtbij komt.

  • De comfortabele routine van Olivier, professor in de kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, raakt ontwricht wanneer zijn baas hem vraagt om als mentor van een uitwisselingsstudente op te treden. De stugge Nederlandse rakelt een geschiedenis op die Olivier had willen vergeten, maar die tegelijk het kostbaarste is dat hij bezit.

    Tegen beter weten in zoekt hij toenadering tot de studente, en geeft haar een advies dat hij zelf nooit heeft opgevolgd. Maar Fie heeft haar eigen leven. Zij worstelt met een onmogelijke keuze: streven naar het allerhoogste, en eraan kapot gaan of nooit beginnen om niet te falen. Ze voert koppig verzet tegen haar eigen levensangst en daagt Olivier uit hetzelfde te doen.

    De hemel boven Parijs gaat over de leugens die wij voor onszelf bedenken om niet te hoeven doen wat we het meest verlangen. Bovendien is het een van de meest opvallende liefdesverhalen van de Nederlandse literatuur van nu, en een betoverende entree van een jonge auteur.

  • `De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in een kamp heerlijk. Ze hoefden niet naar school, hun ouders konden geen toezicht houden, omdat ze de hele dag aan het werk waren. Al in de eerste zinnen van In memoriam Mizzi betovert Ida Simons haar lezers met haar onvolprezen luchtige toon, zelfs in de moeilijkste omstandigheden.

    Het leven van een moeder en haar zoon in het kamp is zwaar, maar wanneer de joodse dokter Herr Keppler vraagt of de jongen misschien van honden houdt, veren ze beiden op. Keppler laat hen kennismaken met Mizzi: niet zomaar een hond, Mizzi glimlacht, en moeder en zoon raken beiden in haar ban.
    Je zou het niet verwachten, legt Keppler uit, maar er worden wel meer dieren gehouden in het kamp tot de leiding ze in de gaten krijgt.

    Zolang ze kan, glimlacht Mizzi naar de gevangenen en de zieken, naar de kinderen en de ouders. Onderwijl krijgt de lezer van dit wonderlijke, haast sprookjesachtige verhaal een zeldzame blik in het dagelijkse leven van de uitzichtlozen, en in het doorzettingsvermogen van mensen die vechten voor hun bestaan.

    In deze uitzonderlijke novelle, voor het eerst gepubliceerd in 1956, vond Ida Simons haar stem: een zachte, subtiele stem, die zelfs niet stokt bij het vertellen van verhalen waarbij alles op het spel staat.

  • Liza Miller hoopt modeontwerpster te worden, maar slentert voorlopig nog van voordeur tot voordeur om kaartjes voor een liefdadigheidsvoorstelling te slijten. Zo ontmoet ze de Raidings: een succesvolle, uiterst welgemanierde en ietwat wereldvreemde familie. Na een gewaagd doch welgemikt modeadvies aan de vrouw des huizes wordt Liza liefdevol opgenomen in hun excentrieke kringen.

    Nu schrijft ze regelmatig stukjes voor diverse modebladen, en haar talent blijft niet onopgemerkt bij de familie. `Schrijf een boek over ons, de Raidings,' spoort Daniel, de vader van het gezin, haar aan. `Iets, waarmee je je het voorrecht ons zo van nabij te hebben mogen beschouwen, waardig toont. Het nageslacht zal je dankbaar zijn voor een goed ooggetuigenverslag.'

    De eerste hoofdstukken zijn af wanneer Liza plotseling sterft. Haar teksten laat ze na aan Daniel, die verslagen, maar overtuigd van Liza's bijzondere gave, een drieluik componeert. Zo ontstaat een caleidoscoop van verhalen die ons langs de jeugd van Liza, de volwassen Gittel, de bizarre familie Raiding en een keur aan veelkleurige personages voert. Luchtig en humoristisch als Een dwaze maagd, maar met scherpe randjes en een niet te miskennen vleugje ironie, bewijst Simons opnieuw haar uitzonderlijke talent.

  • Halverwege De haas met de amberkleurige ogen - de internationale bestseller waarin Edmund de Waal over zijn Joodse bankiersfamilie, de Ephrussi's, en hun kunstcollectie vertelt - verrast hij ons met een portret van een intrigerende, moedige vrouw, zijn Weense grootmoeder Elisabeth. De passages die hij uit haar romans citeerde zijn onvergetelijk; net als haar eigen roman Het verborgen stadspaleis.

    Elisabeth de Waal schetst de levens van de teruggekeerde ballingen die, net als zijzelf als jong meisje, opnieuw hun weg proberen te vinden in een veranderende stad. Elke donderdag komen ze op uitnodiging van de zakenman Theophil Kanakis naar zijn riante paleisje: journalisten, acteurs, schrijvers en geleerden. Men wil, na al die hongerjaren, genieten, drinken, praten, verliefd raken en vergeten. Eindelijk kunnen ze weer vooruitkijken. Er is een toekomst!

    Opnieuw beginnen wil ook professor Adler, teruggekomen uit New York. Hij wil niets liever dan zijn werk voortzetten aan `zijn' instituut. De Oostenrijkse regering heeft gegarandeerd dat alle verdreven wetenschappers en kunstenaars mogen terugkeren in hun oude positie, maar Adler stuit vooral op verzet, smoesjes en onverhulde vijandigheid. Hij ziet ook iemand anders struikelen: de beeldschone Marie-Theres. Zij komt bij Kanakis voor het eerst in aanraking met een milieu van decadentie, levenshonger en morele onzekerheid, en gaat aan haar eigen naïviteit ten onder.

    Het verborgen stadspaleis is in veel opzichten het vervolg op de internationale bestseller van haar kleinzoon, en biedt de lezer een `ooggetuigenverslag' van de wereld van de Ephrussi's. Het evocatieve proza van Elisabeth de Waal schetst niet alleen de hoop en dromen van de teruggekeerde ballingen, maar toont ook wat het betekent ergens thuis te zijn. Een juweel van een literaire herontdekking, dat niet zou misstaan tussen de fonkelende sieraden van de exuberant uitgedoste prinsessen van weleer, de Sachertorte en de walsen van Johann Strauss.

  • Olga

    Bernhard Schlink

    Een dorpje rond 1900 in het oosten van het Duitse Rijk.
    Olga is een weeskind, Herbert de zoon van de plaatselijke
    landheer. Ze vallen voor elkaar, maar Olga is volgens
    Herberts ouders geen partij voor hun zoon. Ook als Olga
    als onderwijzeres naar een klein stadje verhuist en Herbert
    zijn romantische ideeën over Rusland, Afrika en Amerika
    volgt en op reis gaat, weten de twee elkaar altijd weer
    te vinden. Maar als Herbert van koloniale macht begint te
    dromen en net als Amundsen de poolgebieden wil veroveren,
    heeft Olga haar twijfels: hij is geen doorzetter en geen
    gewiekste planner. De expeditie start veel te laat in het jaar
    en Olga hoort niets meer van haar lief. Omdat ze met hem
    /> verbonden wil blijven en haar hoop in stand wil houden,
    schrijft ze hem 'Poste Restante, Tromsø, Noorwegen'. Iedere
    week een brief, meer dan dertig jaar lang.
    Bernhard Schlink schetst in Olga het portret van een vrouw
    die moet meemaken hoe niet alleen haar geliefde, maar
    een heel volk in de twintigste eeuw het zicht op de realiteit
    verliest.

  • De biecht

    Marianne Philips

    Gedurende twee nachtelijke sessies vertrouwt Heleen, een in observatie genomen jonge vrouw, het verhaal van haar leven toe aan de nachtzuster. Ze vertelt over haar jeugd in een arbeiderswoning die ze als oudste kind al snel vol ziet worden met de komst van nog negen andere broertjes en zusjes. Haar leven krijgt perspectief nadat ze de nacht doorbrengt in Hotel Royal met de welgestelde heer Groenmans. Met zijn goede manieren, een fluwelen hoedje en een avondmantel is hij anders dan al de andere mannen die ze kent. Niet lang daarna regelt hij een baan voor haar als verkoopster bij een chique herenmodezaak. Door haar hunkering naar succes en om haar benauwende milieu te ontvluchten weet Heleen zich al snel op te werken. Als lezer wordt je meegenomen naar sprookjesachtige luxezaken, naar affaires en een huwelijk, haar carrière en haar liefde voor een jongere man.

    Marianne Philips beschrijft een leven van rijkdom, vernedering, haat en liefde. Wat begint als het verhaal van een ambitieuze vrouw, die onverwachts een moederrol voor haar jongste zusje moet vervullen, verandert in een koortsachtige val van haar zelfgebouwde voetstuk. Met De biecht zien we Philips' talent om op moeiteloze wijze de spanning op te bouwen, wrange relaties te schetsen en de ontwikkeling van een psychische crisis bloot te leggen. Heleen, beheerst door hunkering en verlangens, begaat uiteindelijk in een vlaag van jaloezie en zelfmedelijden een vreselijke daad.

  • Alles aan Edward Feathers is vlekkeloos - zijn garderobe, zijn manieren, zijn naam en faam als topadvocaat met een glansrijke carrière in Hongkong. Door en door een gentleman, die zijn bijnaam Old Filth - Failed In London, Try Hong Kong - geen eer aandoet. Maar zijn onberispelijkheid is bedrieglijk en misleidt vaak ook hemzelf. Na de dood van Betty, zijn geliefde echtgenote, komen met de herinneringen ook de twijfels. Wat in hun huwelijk was genegenheid, wat respect en wat onvoorwaardelijke liefde? Wat hebben zij voor elkaar verborgen willen houden? Waarom heeft zij zijn collega en tegenpool Terence Veneering altijd verdedigd, of tenminste nooit een kwaad woord over hem gesproken? Edward heeft moeite het beeld van Betty helder te krijgen.
    /> Met Een onberispelijke man valt een grote auteur te ontdekken, een meester van de lichte toon en de zinderende sfeer. Niet voor niets noemt de Engelse pers haar in één adem met Katherine Mansfield en Jane Austen.

  • In een zaaltje op een industrieterrein ten noorden van Tel Aviv staat de kleine, bebrilde stand-upcomedian Dov Grinstein op het toneel. Elke keer dat het hem niet lukt het publiek aan het lachen te krijgen, slaat hij zichzelf schrikbarend hard in het gezicht.

    Als het publiek begint te morren, spreekt een kleine vrouw de zaal toe vanaf de eerste rij. Zij leerde Dov kennen als kind: toen was hij een beetje vreemd, maar hij was de enige die haar niet pestte.

    Door haar verhaal neemt Dovs optreden een persoonlijke wending. Hij vertelt over zijn vader Chezkel (kapper en handelaar in namaak-Levis) en moeder Sara (kampoverlevende), en zegt dat hij vroeger op zijn handen liep om zijn droevige moeder aan het lachen te krijgen. Het publiek wil moppen, maar Dov gaat verder met zijn eigen levensverhaal. Als tiener werd hij op een dag weggeroepen uit het premilitaire trainingskamp, omdat een van zijn ouders was overleden. Niemand vertelde hem wie er dood was, en tijdens de rit naar Jeruzalem bedenkt hij van wie hij het erger zou vinden. Hij zet plusjes en minnetjes achter zijn vader en zijn moeder en vindt zichzelf daarom een klootzak. Daar krijgt hij wel applaus voor, van de laatste drie mensen in de zaal.

    Komt een paard de kroeg binnen gaat over de levensreddende kracht van grappen, over medelijden en vriendschap. Grossmans meesterlijke roman laat ons lachen en huilen tegelijk.

  • De regen stroomt over de ruiten, de ruitenwissers kunnen het water bijna niet de baas. Dan ziet Robert op weg naar Pamplona voor zijn jaarlijks uitje naar het stierenrennen een lifter langs de snelweg staan. Hij stopt, en neemt hem mee. Gaandeweg ontstaat er een band tussen de twee. Robert is nieuwsgierig naar de teruggetrokken en weinig spraakzame Danny, een bokser: het lijkt alsof Danny zich willoos laat meevoeren, ogenschijnlijk verslagen door een geheim.

    Maar dan, in Pamplona, te midden van de aanstormende stieren en de stofwolken, blijkt dat je je voor elkaar kunt opofferen, ook al zijn we allen onbekenden. Als het echt dreigt mis te gaan, als de verplettering nabij is, reageert onze naastenliefde. Onverbiddelijk.

  • Ze zijn over de zee gekomen, de man en de jongen, en hebben in het opvangcentrum een nieuwe naam en persoonsgegevens gekregen. Simon vindt zwaar en uitputtend werk in de haven bij de graanopslag. Door de geanimeerde gesprekken met zijn maten, meestal over de waarde en waardigheid van hun werk, maakt hij snel vrienden.
    Maar hij kan niet altijd de vader van de jongen spelen, hij moet een moeder voor hem zoeken. Hoewel iedere immigrant in dit land elk spoor van herinnering is kwijtgeraakt, is Simon er heilig van overtuigd dat hij Davids moeder zal herkennen als hij haar tegenkomt. En inderdaad: tijdens een wandeling ziet hij die vrouw en weet haar te overtuigen dat zij de moederrol voor David op zich moet nemen.
    Ze heeft het al snel door: dit is een slimme, wat dromerige jongen met soms rare ideeën en gedachten over deze wereld, dit is een heel bijzonder kind. Haar kind, nu. Maar op school wantrouwen de autoriteiten de eigenzinnige jongen en willen ze hem naar een strenge kostschool sturen, om te leren en nog eens leren: tellen, schrijven en vooral geen verzonnen onzin vertellen.
    Een botsing met de moeder is onvermijdelijk. Zij vraagt Simon hen naar de bergen in het noorden te brengen, de grens over. Een nieuwe vlucht begint.

  • Moeder in de ontwenningskliniek, vader met 'assistente' op zakenreis: Maik Klingenberg zal de grote vakantie in zijn eentje doorbrengen bij het zwembad van de villa van zijn ouders. Maar dan duikt Tsjik op.

    Tsjik, die eigenlijk Andrej Tsjichatsjow heet, is niet bepaald een toonbeeld van integratie. Hij komt uit een van de aso-torenflats in Berlijn-Hellersdorf en heeft het op de een of andere manier tot het gymnasium weten te schoppen. Hij heeft een lichtblauwe Lada gescoord en daarmee begint een tocht zonder landkaart over het Duitse platteland in hartje zomer. Tsjik wil graag naar Walachije waar zijn opa woont,maar er is in de hele provincie Brandenburg geen enkele wegwijzer naar Walachije te vinden.

    Wat volgt, is een reis die zo grotesk, droevig, dramatisch en grappig is dat je geregeld niet meer verder kunt lezen van het lachen, maar evenmin kunt ophouden. In de lege wereld achter Berlijn is blijkbaar niemand echt in vakantiestemming. Niet de knappe Tatjana, op wier verjaardagsfeest zij niet uitgenodigd zijn, niet WO II veteraan Fricke die een uitstekende schutter is, niet de man aan de benzinepomp en helemaal niet het varken op de autosnelweg. Maik vertelt hun vakantieverhaal zonder opsmuk met het temperament van een veertienjarige, argeloos en wereldwijs.

    Tsjik is een hartverwarmende en hartverscheurende avonturenroman die maar één nadeel heeft: dat hij maar 256 bladzijden telt en dus veel te snel uit is. Maar zo gaat dat nu eenmaal met verboden tochtjes in een gejatte auto.

  • Gedurende een lange met alcohol doordrenkte carnavalsnacht is niemand wie hij is, iedereen is verkleed en speelt een rol. Ralf was vroeger een schipperskind en zet nu als veerman de carnavalsgasten over naar de overkant van de nacht. Maar, zegt een als pater verklede man tegen Ralf, tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf.

    In de drukke straten van Venlo en in de volle cafés en bars houdt Ralf minutieus zijn score bij van biertjes, jenever en andere opwekkende middelen. Met zijn schippersbenen houdt hij het net zo lang vol als de meest doorgewinterde carnavalsvierders. Hij ontdekt dat het feest niet alleen gaat over drank en seks in een donker portiek. Af en toe denkt hij aan thuis, aan zijn vriendin Sara en haar kinderen. Sara, die als schoolmeisje al verliefd op hem was. En die hij zevenentwintig jaar later weer tegenkwam in de supermarkt, inmiddels alleenstaande moeder met vier kinderen. Vanaf dat moment besluit hij haar bij te staan en samen met haar de kinderen te verzorgen.

    Tegen de kleurrijke achtergrond van de Vastelaovend ontvouwt zich het verhaal van een man die niet alleen de dieperliggende lagen van het feest ontdekt de warmte, de saamhorigheid, de serieuze ondertoon van de gein en dwaasheid maar die ook beseft dat hij zichzelf is kwijtgeraakt in de zorg voor het gezin. Uiteindelijk vindt hij zichzelf terug, bijna zoals de pater voorspelde.

  • Michael Berg, een jonge Duitse scholier, raakt geobsedeerd door Hanna, een tramconductrice die tweemaal zo oud is als hij. Ze geven zich hartstochtelijk aan de liefde over en daarna leest hij haar telkens voor, het ene boek na het andere, de hele wereldliteratuur. Maar van de ene dag op de andere is zij verdwenen waarna ze in zijn herinnering blijft rondspoken, tot hij haar terugziet op een plaats waar hij haar nooit had verwacht.

    De voorlezer heeft wereldwijd miljoenen lezers gevonden en is inmiddels een moderne klassieker geworden.

  • Zie: liefde wordt beschouwd als één van de grote boeken van de twintigste eeuw. Het wordt op scholen gelezen en op universiteiten bestudeerd, en in Jeruzalem is er voor de vrienden van Momik, de bedachtzame jongen, werkelijk een `Momik-wandelroute'. Reden genoeg om de ontroerende en toch uiterst komische roman in een zorgvuldig herziene en mooie uitgave opnieuw toegankelijk te maken.

    Jonge én oude lezers over de hele wereld zijn nog steeds geïmponeerd en betoverd door de negenjarige Momik met zijn tomeloze nieuwsgierigheid en eigenzinnige fantasie. Als zijn grootvader Ansjel, van wie iedereen gelooft dat hij door het `nazibeest' om het leven is gebracht, veertien jaar na de oorlog uit het gekkenhuis in Jeruzalem wordt ontslagen en kleumend en brabbelend voor de deur staat, wil - nee, móet Momik weten hoe dat nazibeest eruitziet, en wat het zoal vreet. Dan kan hij het in de kelder voederen en temmen. Dan laat het zijn grootvader eindelijk met rust.

    Maar die vindt geen rust. Alsof hij dwangmatig telkens weer zijn verhalen moet vertellen over de `kinderen van het hart' die hem als schrijver van kinderboeken beroemd hebben gemaakt en die Obersturmbannführer Neigel steeds weer wilde horen.

    En in een poging nader uit te leggen waartoe de mensen goedschiks of kwaadschiks in staat zijn, heeft Grossman een encyclopedie van `noodzakelijke grote woorden' toegevoegd, die Ansjels levensverhaal onder lemma's van `Liefde' tot `Untermensch' en van `Seks' tot `Wonder' verder vertellen.

  • Vrouwkje Tuinman verbindt als geen ander de komische aspecten van het leven met de - harde - realiteit. Afscheidstournee vertelt over leven, dood en nalatenschap van de geroemde en verguisde vioolvirtuoos Nicolò Paganini. Na diens dood draagt Achille zijn vader de rest van zijn leven met zich mee - letterlijk en figuurlijk, want de kerk staat een begrafenis van de `violist des duivels' niet toe.

    Als de vioolvirtuoos Nicolò Paganini overlijdt, laat hij een zoon van bijna vijftien achter, een flinke erfenis, een bijzondere collectie instrumenten - en zijn lichaam. De jonge Achille Paganini krijgt geen toestemming zijn vader, verketterd als `duivelkunstenaar', te begraven. Aan zijn onconventionele kindertijd, waarin hij continu op reis was met zijn alleenstaande vader, komt een einde. Op eigen benen staan en eigen keuzes maken blijkt niet eenvoudig, al helemaal omdat Achille verhuizing na verhuizing de kist van zijn vader met zich mee moet slepen.

    Was zijn vader echt zo slecht? Of verdient hij het eerherstel waar Achille zo naar verlangt? In de ruim halve eeuw die verstrijkt, blijft Achille standvastig strijden voor een goede afloop. Ook het leven van zijn vrouw en kinderen staat voor een groot deel in het teken van de legendarische man die in hun tuin ligt.

    Het bitterzoete Afscheidstournee schetst op haast speelse wijze de diepste connecties die er tussen mensen kunnen bestaan. Het wonderlijke verhaal van de Paganini's vertelt over trouw, familiebanden, toewijding, geloof en ongeloof, eerzucht en de keerzijde daarvan. Bovenal stelt Afscheidstournee de vraag de vraag hoe je verder leeft zonder afscheid te kunnen nemen.

empty