• In twee delen beschrijft "Dienen in nood" 55 jaar historie van de Search and Rescue (SAR) helikoptereenheid van de Koninklijke Luchtmacht, waarin is geprobeerd historische feiten, persoonlijke belevenissen, achtergronden en gevoelens weer te geven van de vliegende luchtmacht redders, die, de ene keer in de bekendheid de andere keer in anonimiteit, soms hun leven in de waagschaal stelden om dat van anderen te redden. Niets bijzonders maar wel erg dankbaar werk, hebben de oud-leden, van dit inmiddels per 1 januari 2015 opgeheven, unieke luchtmachtonderdeel, zelf gevonden.



    Dit eerste (Alouette) deel van "Dienen in nood" is een hernieuwde uitgave van "Boven de Wadden, dag en nacht..." dat in 2003 werd uitgegeven door Sectie Luchtmachthistorie (nu aangevuld met nog niet eerder gepubliceerde foto's en illustraties!) en
    gaat over de periode 1959-1994, verdeeld in een drietal episodes.
    In de Periode Ypenburg komt de omscholing, oprichting en operationeel worden met de Alouette II, de Nieuw-Guinea periode, de invoering van de Alouette III en het begin van het patiëntenvervoer aan bod.
    In de Periode Soesterberg komt duidelijk het volwassen worden en de niet alleen routinematige, maar ook fantastische tijd waarin alles kon tijdens de stand-by weken op Terschelling aan de orde. In deze periode werden enkele spectaculaire reddingen verricht. In de Eerste Periode Leeuwarden ligt het accent op de eerste gewenningsjaren in Friesland, waarbij de inkrimping van personeel als gevolg van bezuinigingen een belangrijke rol speelt en eindigt met de aanloop naar de invoering van de Agusta Bell 412.
    De gehele, chronologische beschreven historie (in beide delen) is afgewisseld met flashbacks, belevenissen of gebeurtenissen van dat moment! Bij het schrijven is er van uitgegaan dat dit boek niet alleen voor (oud) SAR-mensen of insiders is bedoeld, maar zeker ook voor belangstellenden, geïnteresseerden of anderen, die niet of nauwelijks bekend zijn met de SAR-wereld. Daarom is getracht zo weinig mogelijk vakjargon te gebruiken en waar dit wel het geval is, is een en ander verklaard. Tevens is achter in het boek een lijst met verklaringen van de gebruikte afkortingen opgenomen. Ook is bewust uitgebreid op diverse achtergronden ingegaan, om een zo goed mogelijk beeld van de (werk)sfeer en omstandigheden weer te geven.
    Treffend is de wapenspreuk onder het onderdeel embleem "SERVANS IN PERICULO", hetgeen vrij vertaald betekent "Dienen in nood". En dat hebben de mannen en vrouwen die deel uitmaakten van dit bijzondere onderdeel dan ook gedaan, ruim 55 jaar...

    Schrijver en samensteller Pieter. L. Schram was van 1985 tot en met 2003 boordmonteur-redder en hoistoperator bij de SAR-eenheid. Het was daarom onvermijdelijk dat deze periode deels autobiografisch is geworden

  • Met de aanschaf van twee F-35A Lightning II testmachines - later gevolgd door 35 seriemachines - is Nederland in het bezit gekomen van een geavanceerde straaljager. Bij velen nog steeds beter bekend als de JSF - de 'Joint Strike Fighter'. Zo kan de vlieger van de F-35 met een speciale vliegerhelm door middel van zes infraroodcamera's 'door de bodem' naar de grond kijken en op een 'touch screen' in de cockpit alle gewenste tactische informatie razend snel oproepen. Helaas gaat de ontwikkeling van de F-35 door de vele technische hoogstandjes wel gepaard met grote vertragingen en enorme kostenoverschrijdingen. Daarom wordt dit als een vliegende internetserver te beschouwen platform ook door critici gehaat, doch de vliegers zijn unaniem in hun nopjes met de nieuwe aanwinst.

    In het rijkelijk geïllustreerde boek wordt gedetailleerd ingegaan op de lange voorgeschiedenis, de moeizame ontwikkeling, bouw en de vliegtesten. De drie operationele modellen, komen uitvoerig aan de orde. Ook wordt aandacht besteed aan de bijzondere bijdrage van Nederland aan de ontwikkeling van deze peperdure 'stealth'-jager.

  • Dit boek geeft een overzicht van de Spitfire's die door Nederland werden gebruikt vanaf 1943 tot en met heden. De samenstelling is gebaseerd op archieven, correspondentie, interviews met de gebruikers en hun familie, onderzoek door derden en eigen onderzoek. Maar dan wel uitdrukkelijk met de vermelding "voor zover bekend". Er kan morgen weer een archief open gaan met nog meer aanvullende feiten. Om het boek completer te maken zijn de namen opgenomen van de vliegers die tijdens de oorlog op Spitfire's en Seafire's hebben gevlogen, waar onder ook enkele Nederlandse vrouwen. Er is een lijst van tijdens de oorlog in ons land neer-gekomen Spitfire's welke na jaren van onderzoek door de Studie Groep Luchtoorlog 39-45 beschikbaar werd gesteld. Ook is een deel van het Operations Record Book van No.322 (Dutch) Squadron opgenomen voor hen die willen weten wat de vliegtuigletter was van een 322 Spitfire tijdens operationele vluchten. In het voor en nawoord komen de mannen achter de enige nog vliegende Nederlandse Spitfire aan het woord alsmede vlieg technische beschrijvingen van Generaal-Majoor b.d. Berry Macco die heel lang op "onze"Spitfire" vloog.

  • De Fokker G-1 jachtkruiser, was een aanvalsjager die in 1934 werd ontworpen door ir. Marius Beeling en dr. Erich Schatzki. Het idee achter het ontwerp was een combinatie van een lange afstands jager, verkenner en lichte bommenwerper. Een denkbeeld dat ook in het buitenland leefde en aanleiding was voor diverse nieuwe vliegtuigontwerpen. Dit ontwerp was met name bijzonder door het gebruik van dubbele staartbomen, het kenmerk van deze jachtkruiser.

    De G-1 jachtkruiser werd in 1936 bij zijn presentatie op de 15e Luchtvaartsalon in Parijs een regelrechte sensatie. Het toestel kreeg meteen de bijnaam Le Faucheur (De Maaier) door zijn geduchte bewapening. Deze bestond aanvankelijk uit twee kanonnen en twee mitrailleurs (later vier of acht mitrailleurs), bovendien kon het toestel ook nog 400 kilo aan bommen meevoeren.

    Dit is het eerste deel van twee uitgaven over de Fokker G-1. Beide delen vormen een standaardwerk over een stuk nationale luchtvaart historie. Compleet, met aandacht voor het ontwerp, techniek en de ontwikkeling van het vliegtuig. Bij de fabricage van het toestel werd gebruikgemaakt van een houtconstructie voor de vleugel en het middenstuk van de romp. De vleugel en het middenstuk vormden een geheel. Het voorstuk van de romp was een stalen buisconstructie bekleed met aluminium. De beide staartbomen waren geheel van aluminium.

    Er zijn verschillende versies gebouwd met verschillende motoren. Aan de achterzijde waren de toestellen voorzien van een draaibare schietkoepel. Een machinegeweer kon door een opening naar buiten worden gestoken; hiervoor waren over de hele lengte van de koepel naar binnen scharnierende kleppen aangebracht. In noodgevallen kon deze koepel worden afgeworpen, om het vliegtuig snel per parachute te kunnen verlaten.

    Het Wapen der Militaire Luchtvaart bestelde 36 stuks. Deze werden in 1939 afgeleverd. Ten tijde van de Duitse inval waren er 23 direct inzetbaar.
    De Fokker G-1 en D.21 bleken in mei 1940 de enige Nederlandse toestellen te zijn die enigszins tegen de Duitse jachtvliegtuigen waren opgewassen. Er werden meerdere vijandelijke toestellen mee neergeschoten.

    De collecties van leden van de Stichting Fokker G-1 vormen de basis voor dit boek; overige literatuur, archief-onderzoek en correspondentie maakten het uitwerken mogelijk. Van ontwerp op de tekentafel tot wrak in de bodem van Nederland, het complete verhaal.

  • In 1935 werd duidelijk dat de Nederlandse Luchtvaart-afdeling (LVA) nodig gemoderniseerd moest worden. Nieuwe plannen behelsden onder andere twee vliegtuigafdelingen met jachtkruisers met een aanzienlijk vliegbereik voor patrouilletaken. De Fokker G-1 werd beschouwd als het ideale type voor deze taak en 36 toestellen werden besteld. Ze werden in 1939 geleverd.
    Op 1 september 1939 werd de 4e JaVA op Bergen opgericht en als eerste uitgerust met G-1's. Deze patrouilleerde boven het noorden van het land en onderschepte heel wat buitenlandse (Duitse) vliegtuigen.
    Na het november-alarm werd de 3e JaVA, uitgerust met de G-1, gestationeerd op Waalhaven bij Rotterdam en patrouilleerde boven het zuiden van het land.

    In 1939 werden 26 voor Spanje bedoelde G-1 Wasp's door Nederland overgenomen. Begin 1940 werden de eerste zes ongewapend afgeleverd, zodat de vliegers van V-2 LvR, de Jachtgroep Veldleger, er alvast mee konden oefenen. Intussen werkte Fokker hard aan de ombouw van de G-1 Wasp voor de ML, die op 1 juni operationeel zou worden. In mei 1940 was al een deel bewapend. Tijdens de Duitse aanval slaagden acht G-1's er in te starten vanaf Waalhaven. Zij schoten vijftien vijandelijke vliegtuigen neer, maar tenslotte kon slechts één G-1 opnieuw ingezet worden. De G-1's van de 4e JaVA stonden opgesteld op het platform toen ze werden verrast door een Duitse aanval vanuit zee en slechts één kon opstijgen. Bij een latere aanval werd een aantal G-1's op het platform uitgeschakeld. De overige toestellen werden buiten het veld gebracht en zo mogelijk gerepareerd.
    De volgende dagen werden de G-1's ingezet voor verkenning, escorte of grondaanvallen. Na de capitulatie werden op Schiphol alle G-1 Mercury's en D.21's in brand gestoken.

    De Duitsers maakten diverse toestellen buit. De Mercury's werden eerst gerepareerd. De resterende G-1 Wasp's werden overgenomen door de Luftwaffe en tot begin 1943 gebruikt bij vliegscholen. Één buitgemaakte G-1 Wasp wist naar Engeland te ontsnappen. Op 5 mei 1941 slaagden invlieger T.H. Leegstra en ir. P.J.C. Vos er in om een laatste vlucht van Schiphol te maken. Het toestel was volgetankt. Eenmaal in de lucht vlogen ze weg van een begeleidende G-1, gevlogen door invlieger Emil Meinecke, en koersten naar het westen. Aangekomen boven Engeland landden ze zo snel mogelijk om niet neergeschoten te worden door achtervolgende Hurricanes. De kist werd later overgevlogen naar Miles, waar de houten vleugel werd getest. Het vliegtuig stond daar nog na de oorlog. Niemand was nog geïnteresseerd...

  • De Fokker D.21 is het belangrijkste Nederlandse vliegtuigontwerp uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Het toestel, ontworpen door een uit Duitsland gevluchte Joodse ingenieur, was niet zonder beperkingen en onvolkomenheden; maar voor drie kleine neutrale landen - Nederland, Denemarken en Finland - was de D.21 wat het meest in de buurt kwam van de Spitfire toen zij door de oorlogsmachines van Hitler en Stalin werden aangevallen in de bange dagen van 1939 en 1940. Het verhaal van dit vliegtuig heeft daardoor iets tragisch: de tragiek van een ongelijke strijd. Maar toch trok de D.21 niet altijd aan het kortste eind. De Nederlandse toestellen leverden felle luchtgevechten tegen de Luftwaffe, en in de Finse strijd tegen de Russische invasietroepen was Fokkers laatste eenmotorige jager zelfs een bittere winter lang een winnaar.
    Terwijl Nederland door de Duitsers was bezet, ging de ontwikkeling en productie van de D.21 in Finland nog verder, en als een oude frontsoldaat streed de D.21 tot in 1944 in de Vervolgoorlog tegen de Russen.

    Dit boek is het eerste grote, Nederlandstalige werk dat het interessante verhaal van de Fokker D.21 in al zijn internationale facetten uit de doeken doet. De meest vooraanstaande kenners in vier verschillende landen werkten eraan mee. Het bevat veel nieuwe inzichten en is rijkelijk geïllustreerd met honderden foto's en tekeningen, waarvan vele nooit eerder zijn gepubliceerd.

  • Anglais Warplane 04 - 4

    Nico Braas

    One of the lesser known fighter aircraft of World War 2 was the Brewster Buffalo, or, using the U.S. Navy designation system, the F2A. By some historians the Buffalo is regarded as an outright failure but this is a rating this stubby little fighter definitely did not deserve.

  • Designed in 1933, the elegant looking Fokker C.X was outdated from the start. The type was intended as strategic reconnaissance plane, but was not suited for this task. More modern, twin engine types had claimed this specialized role. Instead, the biplane served well as short range scout and light bomber. The C.X is a little known member of the Dutch Fokker stable. Just like the D.XXI this biplane served in the air forces of two little neutral countries on the eve of World War II.

  • When the B-58 Hustler bomber entered service in 1958 it was a very futuristic looking delta wing bomber creating a lot of sensation. Intended as a successor of the B-47 Stratojet it was capable of reaching twice the speed of sound.
    However, development went not without problems and costs risings went so out of control that the whole project was almost cancelled a few times. Strategic Air Command was initially against ordering the B-58 for service, not only because of its complexity but also since they saw no advantage of a Mach 2 bomber over other types. In spite of this the B-58 entered into service at S.A.C. in 1960. It would have a relatively short operational career...

  • When Hungary got involved in WW2, the WM-21 Sólyom (Falcon) was the only Hungarian designed and manufactured plane in service with the Hungarian Royal Airforce. It was widespread service as reconnaissance plane starting from 1938 onwards.
    In June 1941, the machines failed to make an impression, mainly because of accidents and technical issues. The planes were diverted to the training role and were still used as such by May 1945.

    The Sólyon story starts in 1927, with the Fokker C.V of which the Hungarian Royal Airforce had acquired 76, mostly built under license by Manfred Weiss (WM). They improved the C.V resulting in the WM-16, with 18 built in two variants. This WM-16 paved the way for the WM-21 of which 128 planes were built.

  • Hier Fak Fak, Mariner meldt U ...

    De Martin PBM Mariner vliegboot was gedurende de Tweede Wereldoorlog een echt werkpaard voor de Amerikaanse marine. De toestellen werden met veel succes ingezet in de strijd met onderzeeboten, deden reddingen op zee en verrichtten ontelbare transportvluchten.

    Geen wonder dat het vliegtuig begin jaren vijftig door de Marineluchtvaartdienst werd gekozen als opvolger van de PBY Catalina. Er werden 17 Martin Mariners van het laatste type, de PBM-5A, aangekocht. Dankzij de zwaardere motoren was dit het meest snelle type en bovendien beschikte ze over een landingsgestel waardoor ze ook op de vliegvelden terecht kon.
    Maar al snel zou blijken dat het geen gelukkige keuze was. De MLD verloor in krap vijf jaar 6 van deze vliegtuigen door ongevallen, hierbij kwamen in totaal 32 mensen om het leven.Waarna de Mariners aan de grond werden gehouden en er een vliegverbod volgde.

empty