Filter
Acco|Acco uitgeverij
-
Wat gebeurt er als je lichaam opnieuw moet beginnen, met bloed dat niet van jou is?
Bloednieuw duikt diep in de vaak onzichtbare, maar ingrijpende mentale impact van een allogene stamceltransplantatie. Het belicht het proces van diagnose tot na de behandeling, wanneer de medische focus stilaan wegebt en de echte vragen pas opduiken. Hoe ga je om met het verlies van je oude identiteit, langdurige isolatie, angst voor infecties, fertiliteitsproblemen of het idee dat er nu iets in jou leeft dat ooit bij iemand anders begon?
Met aandacht voor zowel medische als emotionele thema's, praktische tips en oefeningen, is Bloednieuw een gids voor wie zoekt naar houvast. Het boek is geschreven voor iedereen die de impact van bloedkanker en stamceltransplantaties wil begrijpen of beter wil leren dragen.
Over de auteurs
Cherine Govaerts is klinisch psycholoog met expertise in gezondheidspsychologie. Al bijna tien jaar begeleidt ze patiënten op de dienst hematologie van het Jessa Ziekenhuis. Vanuit haar passie voor de mind-bodyconnectie en de nood aan herkenning schreef ze dit boek.
Sofie Vanstraelen is klinisch en bedrijfspsychologe. Na haar start in UZ Leuven vond ze haar ware roeping in de oncopsychologie na het verlies van haar vader, die eveneens hematoloog was. In het Jessa Ziekenhuis bouwde ze het psychologisch aanbod uit voor patiënten op de steriele kamers van de dienst hematologie.
Cherine en Sofie werken al jaren samen op de dienst hematologie. Hun gedeelde passie voor het vakgebied en hun complementaire samenwerking vormen de basis voor tal van mooie projecten. Vanuit die hechte samenwerking verscheen reeds het prentenboek Stamcellen voor Beer.
Met veel toewijding zetten ze initiatieven op die het welzijn van patiënten en hun naasten bevorderen zoals de posttransplantsessies, de inrichting van een wellnessbadkamer en het prentenboek Stamcellen voor Beer. -
Chips in niemandsland
Thomas Godts, Bart Van der Herten
- Acco uitgeverij
- 13 Februari 2026
- 9789493510500
-
Waarom lijkt de maan aan de horizon zo groot?
Waarom is een boek soms ook een moordwapen?
Het antwoord op deze vragen is: omdat we gevoelig zijn voor context. Niets van wat we waarnemen heeft immers een absolute of vaste betekenis. Tranen op iemands wang kunnen verdriet betekenen, maar ook blijdschap, opluchting of gewoon een allergische reactie. De betekenis van tranen hangt dus af van de context. En dat is niet alleen zo met tranen, maar met alles.
Er zijn mensen die moeite hebben met context, met de steeds wisselende betekenissen van prikkels. In Vlaanderen en Nederland zijn ze met meer dan 100.000. Door een afwijking in de ontwikkeling van de hersenen slagen deze mensen er moeilijk in context te gebruiken om zin te geven aan wat ze zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Ze lijden aan contextblindheid. De wereld met al zijn meervoudige betekenissen is voor hen erg verwarrend. Ze denken absoluut in een relatieve wereld. Misverstanden in communicatie en sociale omgang zijn een logisch gevolg.
In dit boek gaat Peter Vermeulen op zoek naar de rol van context in de menselijke waarneming en informatieverwerking. Op een begrijpelijke manier vat hij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van context in de werking van het menselijk brein samen. Talrijke anekdotes en voorbeelden illustreren hoe contextblindheid een verklaring kan bieden voor het denken en gedrag van mensen met autisme.
De Engelse vertaling van "Autisme als contextblindheid" heeft in oktober 2012 een zilveren Mom's Choice Award gekregen in de USA. Meer informatie vindt u op www.momschoiceawards.com.
Voor meer informatie:
www.autismecentraal.com
www.contextblindheid.be
Over de auteur:
PETER VERMEULEN is gezinspedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal (www.autismecentraal.com). Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij EPO verschenen eerder van hem: Dit is de titel. Over autistisch denken (1999), Brein bedriegt. Als autisme niet op autisme lijkt (1999), !? Over autisme & communicatie (2001), Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit. De onderkenning van autisme bij normaal tot hoogbegaafde personen (2002), Dialogica. Autisme Kunst (2003), Ik ben speciaal 2. Werkboek psychoeducatie voor mensen met autisme (2004).
Bij Acco verscheen eerder Een gesloten boek. Autisme en emoties (2000, volledig herwerkte editie 2005).
RECENSIES
"Evaluerend ben ik onder de indruk van dit boek. () Het geeft niet alleen inzicht in de (sub)cognitieve processen van mensen met autisme, het geeft ook veel inzicht in onszelf! Wat willen we nog meer? Van harte aanbevolen, meer nog: een 'must' voor onderwijsprofessionals die werken met jongeren met en stoornis in het autismespectrum." - Ton Lenting in Remediaal 4, 2009/2010.
" 'Autisme als contextblindheid' is een prachtig, wetenschappelijk onderbouwd boek. () Zo is het een vlot leesbaar en afwisselend boek geworden voor iedereen die met autisme te maken heeft. En dit in al zijn contexten!" - Lies Wouters in Logopedie jg 23, nr, 2, maart/april 2010.
"Het boek is niet enkel geschreven voor professionals, maar kan omwille van de vlotte leesbaarheid en toegankelijke schrijfstijl aangeraden worden voor iedereen die geïnteresseerd is in de problematiek van autisme." - Thomas Lenaerts in VtVo jg. 30 nr. 3, september 2011.
"Peter Vermeulen heeft met dit boek() opnieuw heel veel verhelderd. () Na het lezen van dit boek heb ik eigenlijk het gevoel dat de puzzel 'herschikt' is en dat de stukjes nu veel beter passen. () In een afsluitend hoofdstuk kijkt hij wat de inzichten kunnen betekenen voor de praktijk. Je zit er wat op te wachten als je het boek leest. Maar de voorgaande hoofdstukken zijn zo grondig en duidelijk dat je al héél wat tips verzameld hebt voor het beter begrijpen van én het beter reageren op mensen met autisme. Dit boek is een echte aanrader voor allen die dit voor ogen hebben!" - Ann Monstrey in Caleidoscoop jg. 23 nr. 3.
"Dit boek biedt een interessant perspectief op de problemen van mensen met autisme en, zoals altijd bij Vermeulen, is het een krachtig pleidooi om hen beter te leren begrijpen. Daar zal dit werk ongetwijfeld weer aan kunnen bijdragen. Het is zo geschreven dat je achteraf denkt: wat logisch, waarom heeft nooit iemand dit eerder zo verwoord?" - in Balans magazine, juni/juli 2010.
"Wie al lezingen van Peter Vermeulen heeft bijgewoond, weet dat de man er makkelijk in slaagt vlotte humoristische stijl aan te wenden om zijn wetenschappelijk gefundeerde boodschap over te brengen. En het lezen van zijn boeken is een soortgelijke ervaring." - Sven Volckerijck in Tijdschrift voor Welzijnswerk, jg. 34, nr. 309, juli 2010.
-
Binnenklasdifferentiatie
Catherine Coubergs, Katrien Struyven, Nadine Engels, Wouter Cools, Kristine de Martelaer
- Acco uitgeverij
- 13 Maart 2014
- 9789033497360
Verschillen tussen leerlingen zijn eerder regel dan uitzondering. Om positief om te gaan met deze verschillen tussen leerlingen (in de klas) en om iedere leerling in de klas maximale leerkansen te kunnen bieden, is differentiatie wenselijk. Deze praktijkgerichte literatuurstudie richt zich op de effectiviteit en efficiëntie van die didactische werkvormen die zich focussen op het ontwikkelen van maximale leerkansen voor alle leerlingen. Er zijn twee manieren om met verschillen tussen de leerlingen in de klas om te gaan. Enerzijds door op maat van kleine groepen en/of individuen onderwijs te geven (divergeren), anderzijds door diversiteit samen te brengen (convergeren), zodat de verschillen tussen de leerlingen complementair werken. Het boek maakt de lezer vertrouwd met verschillende didactische werkvormen die er vandaag voorhanden zijn om differentiërend te werken en de wijze waarop deze kunnen omgaan met verschillen tussen leerlingen.
Dit boek levert informatie vanuit wetenschappelijke literatuur en voorbeelden vanuit reële klassen aan voor het vormgeven van een leeromgeving die aan de slag gaat met de mogelijkheden van élke leerling.
OVER DE AUTEURS
Catherine Coubergs is als doctoraatsstudent verbonden aan de Vakgroep Educatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel.
Katrien Struyven, Nadine Engels, Wouter Cools en Kristine De Martelaer zijn als (vak)didactici betrokken bij de specifieke lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij zijn tevens verbonden aan respectievelijk de faculteiten Psychologie en Educatiewetenschappen, Lichamelijke opvoeding en Kinesitherapie en/of het Interfacultair Departement Lerarenopleiding. -
Deze nieuwe editie volledig geactualiseerd en met toegevoegd digitaal materiaal heeft niet als doel om de zoveelste theorie over stress op de lezer los te laten, maar wel om kennis te laten maken met twaalf lichaamsgeoriënteerde methoden om stress te reduceren.
Het eerste deel van dit boek bevat algemene beschouwingen over stress. In het tweede gedeelte worden mogelijke technieken beschreven om stress bij kinderen en volwassenen te voorkomen of te verminderen en om de lezer te helpen een juiste balans te vinden in het leven. Naast de definitie van elke techniek, de achtergronden en de indicaties worden de methoden en praktische richtlijnen beschreven. Er wordt ook aandacht besteed aan de wetenschappelijke waarde van elke techniek. Daarnaast wordt bij elke methode verwezen naar mogelijke boeken, opleidingen en websites die nog dieper op de techniek ingaan, en wordt ondersteunend digitaal materiaal aangeboden.
Dit boek is bedoeld voor iedereen die stress ervaart. Voor kinesitherapeuten, psychologen, psychomotorische therapeuten, artsen, leraars of pedagogen vormt het een basis van waaruit dieper op de verschillende technieken kan worden ingegaan.
OVER DE AUTEURS
MARIJKE VAN KAMPEN is professor in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, deeltijds werkzaam als kinesitherapeut in het UZ Leuven op de dienst Fysische Geneeskunde en Revalidatie en buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven.
MIRJAM VERVAEKE is licentiate L.O., psychomotore therapeute, psychotherapeute en relaxatietherapeute. Zij is werkzaam in het UZ Leuven op de diensten psychiatrie, gynaecologie, fertiliteit en vrouwelijke seksuele disfuncties en geeft opleiding stressreductie bij klinisch personeel. -
Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs
Peter Vermeulen, Annemie Mertens, Kobe Vanroy
- Acco uitgeverij
- 28 Maart 2014
- 9789033496462
Dit boek wil iedereen inspireren die de uitdaging aangaat om les te geven aan (rand)normaal begaafde leerlingen met autisme. Vertrekkend van de specifiek autistische manier van waarnemen en informatie verwerken, met een ongewone leerstijl als gevolg, schetst dit boek de krijtlijnen voor een autismevriendelijke onderwijsstijl. De sleutelbegrippen worden rijkelijk geïllustreerd met concrete tips. Er is ook aandacht voor de keuze voor gewoon of speciaal onderwijs, het creëren van een autismecultuur op school en hoe je als leerkracht best omgaat met moeilijk gedrag bij de leerling.
Dit boek is een compleet herziene uitgave van Voor alle duidelijkheid (Epo) uit 2002. Kobe Vanroy en Annemie Mertens, twee professionals met jaren ervaring in onderwijs aan normaal begaafde leerlingen met autisme, hielpen Peter Vermeulen bij de update. Het boek beperkt zich niet langer tot leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs, maar is in deze vernieuwde versie bruikbaar voor iedereen, van beginner tot expert, die werkt met leerlingen met autisme en een (rand) normale begaafdheid, zowel in het gewoon als in het buitengewoon of speciaal onderwijs.
Over de auteurs:
Peter Vermeulen is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal.
Annemie Mertens is educatief medewerker bij Autisme Centraal en autisme-cordinator in een school voor buitengewoon onderwijs voor kinderen met een autismespectrumstoornis, met inbegrip van de ambulante begeleiding van leerlingen met autisme in het gewoon onderwijs.
Kobe Vanroy is educatief medewerker bij Autisme Centraal en werkte jarenlang als leerkracht en leerlingbegeleider van normaalbegaafde jongeren met autisme in het buitengewoon/ speciaal onderwijs. -
Euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden
Ann Callebert
- Acco uitgeverij
- 11 Maart 2014
- 9789033495946
Sinds de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Nederland, 2001) en de Wet op euthanasie (België, 2002) kan wie ondraaglijk fysisch of psychisch lijdt, kiezen voor een humane dood geïnitieerd door een arts. Niettemin is het pas recenter dat binnen de geestelijke gezondheidszorg patiënten de vraag op grond van psychisch lijden formuleren. De hulpverlening ziet zich hier dan ook meer en meer geconfronteerd met een uitdaging, die heel wat vragen oproept. Tegelijkertijd bestaat er nog weinig wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Dit boek wil een eerste verkenning bieden op het vlak van hulp bij zelfdoding en euthanasie als antwoord op ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. Enerzijds theoretisch door het beschrijven van het bestaande wettelijke landschap en de opduikende problemen, anderzijds door in te zoomen op de praktijk van een psychiater die regelmatig met de problematiek wordt geconfronteerd. Een tiental patiënten werd bevraagd over de invulling van hun ondraaglijk psychisch lijden, de redenen achter hun euthanasievraag en de reacties van de omgeving en hulpverlening op hun verzoek. Voor zover mogelijk vulden naasten en de begeleidende arts het verhaal vanuit hun perspectief aan. De beperktheid van de steekgroep patiënten en mensen uit hun omgeving laat geen algemene conclusies toe, wel het uitzetten van een aantal belangrijke denklijnen en uitdagingen voor de geestelijke gezondheidszorg en ruimer gezien de maatschappij.
Over de auteur:
Ann Callebert studeerde in 2011 af als master in de klinische psychologie. Voordien behaalde zij reeds een master in de Germaanse filologie en werkte ze meerdere jaren als docente Nederlandse taalverwerving aan de Universiteit van Keulen.
Dit boek kwam tot stand met de medewerking van :
Chantal Van Audenhove is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en directeur van LUCAS, Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy. Zij verricht onderzoek over de preventie van depressie en suïcide.
Iris De Coster is licentiaat in de psychologie en senioronderzoeker bij LUCAS. Ze doceert patiëntbegeleiding en -communicatie aan de HUBrussel.
Lieve Thienpont is onder meer psychiater en LEIF-arts. Als voorzitter van Vonkel en consulent is zij betrokken bij initiatieven rond sterven, dood, rouw en eindelevensvragen.
-
Een boek over het Aspergersyndroom zonder het woord `Asperger in de titel: het was een doordachte maar gewaagde keuze in 1998. Desondanks werd Brein bedriegt een bestseller onder de autismeboeken met meer dan 15.000 verkochte exemplaren. Voor heel wat mensen betekende Brein bedriegt een eerste moment van herkenning en zelfs de uitweg uit een jarenlange zoektocht naar een diagnose.
Sindsdien is het aantal begaafde personen met een diagnose uit het autismespectrum spectaculair toegenomen. Er zijn ook heel wat nieuwe inzichten in het autisme zoals zich dat uit bij mensen met een normale of hoge intelligentie. En naast de toenmalige hardnekkige misverstanden zijn er ook nieuwe ontstaan. Zoals: iedereen is een beetje autistisch. Of: het autistisch brein bedriegt nog steeds...
In deze compleet herziene editie herleest Peter Vermeulen het oorspronkelijke boek en biedt hij nieuwe inzichten, onder meer over diagnostiek en begeleiding. De inhoud is nieuw, de stijl dezelfde als toen.
Over de auteur:
PETER VERMEULEN is pedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal. Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij Acco & Epo verscheen eerder Autisme als contextblindheid (2009), Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs (2010) en Relaties@autisme.kom (2011).
-
Geneesmiddelen moeten ons beter maken, maar roepen ook heel wat vragen op. Het blijft een hele klus om ons een weg te banen tussen meer dan 3.000 gecommercialiseerde geneesmiddelen die ons ter beschikking staan. Dit boek wil hiervoor een hulpmiddel zijn.
In Geneesmiddelen. Wat de bijsluiter niet vertelt worden geneesmiddelen bij hun commerciële naam genoemd en gegroepeerd volgens hun werking. De auteur gaat dieper in op de wijze waarop medicatie werkt, het gebruik en de mogelijke nevenwerkingen. Geneesmiddelen worden op de apothekersbalans gelegd om voor- en nadelen af te wegen. Een alfabetische index met namen van geneesmiddelen, aandoeningen en trefwoorden vergemakkelijkt het opzoeken.
OVER DE AUTEURS:
GERT LAEKEMAN (°1951) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Gent. Hij behaalde een doctoraat in farmacologie en werd faculteitsgeaggregeerde met een thesis over fytofarmacologie aan de Universiteit Antwerpen. Gert Laekeman werkt sedert 1990 aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceerde communicatievaardigheden aan toekomstige apothekers in Leuven, Gent en Antwerpen. Hij is momenteel titularis van de cursussen farmacotherapie en fytotherapie aan de Katholieke Universiteit Leuven.
LUC LEYSSENS (°1952) studeerde af als apotheker aan de Universiteit van Leuven. Hij behaalde een doctoraat in de farmaceutische wetenschappen en doceert geneesmiddelenkennis voor de opleiding Farmaceutisch-Technisch Assistent bij Syntra. Voorheen was hij onderzoeker aan het Dr.L. Willems-Instituut, nu als Biomed onderdeel van UHasselt. Na 1997 realiseerde hij het allereerste elektronisch leermiddel voor apothekers, www.farmamozaiek.be. In opdracht van de beroepsverenigingen verzorgt hij de verdere uitbouw daarvan en beantwoordt hij farmacologische vragen van apothekers.
-
Succesvol omgaan met gedragsproblemen
Kees van der Wolf, Tanja van Beukering, Theo Veldkamp
- Acco uitgeverij
- 4 Juni 2014
- 9789033496882
Een gereedschapskist of wetenschappelijke toverstok met tips en trucs voor het oplossen van gedragsproblemen bestaat niet. We zullen het met iets anders moeten doen. Daarover gaat het boek Gedragsproblemen in scholen (Acco, 2009).
Na het verschijnen ervan kregen we van vele kanten het verzoek om, passend bij dit boek, trainingsmateriaal uit te werken voor de lerarenopleidingen en de opleidingen `Master Special Educational Needs. Het moest ook bruikbaar zijn voor de nascholing van schoolteams in het primair en het voortgezet onderwijs, inclusief het speciaal onderwijs. Deze publicatie komt aan dit verzoek tegemoet.
Met het trainingsmateriaal willen we leraren en studenten stimuleren om in hun klas (en school) op een probleemoplossende manier te denken en te handelen bij gedragsproblemen. Niet de problemen staan centraal, maar vooral de oplossing ervan.
Themas zijn o.m. de volgende:
invloed van `good teaching
inzicht in de rol en betekenis van de leraar
analyse van moeilijke praktijksituaties
ontwikkeling van geldige intuïtieve oordelen
goede en minder goede ingrepen van leraren
waarde van kwaliteiten en krachten van leerlingen en leraren
concrete handvatten voor groeps- en leerlingbesprekingen
systematische opbouw van preventie en aanpak van gedragsproblemen.
Het trainingsmateriaal is veelvuldig in de onderwijspraktijk beproefd, zowel in Nederland als daarbuiten.
OVER DE AUTEURS
Kees van der Wolf en Tanja van Beukering zijn als adviseurs, onderzoekers, opleiders en trainers werkzaam bij Van der Wolf & Van Beukering, onderwijsadviseurs (www.deonderwijsadviseurs.nl).
Theo Veldkamp is trainer en coach van leraren, schoolteams en schoolbesturen. -
Eten heeft een belangrijke betekenis in een mensenleven. Het gaat veel verder dan het louter opnemen van voedingsstoffen. Eten heeft ook een belangrijke waarde op sociaal, psychologisch, cultureel en zelfs medisch vlak. Dit verandert niet bij het ouder worden, ook niet wanneer er sprake is van dementie. De waarde van het maaltijdgebeuren blijft dezelfde, de manier waarop het verloopt kan echter wel veranderen.
Dit boek wil het maaltijdgebeuren bij personen met dementie centraal stellen in al zijn facetten. Het biedt een duidelijk beeld van de problematiek vanuit verschillende invalshoeken. Naast een theoretisch kader wil het vooral concrete handvatten aanreiken voor situaties waarin het maaltijdgebeuren niet meer loopt zoals tevoren.
Er wordt hierbij niet enkel gefocust op de persoon met dementie en zijn ziekteproces, maar er wordt ook gekeken naar de invloed van de omgeving en de invloed van zorgverleners. Er wordt stilgestaan bij vragen als `Hoe kunnen we voedsel aanbieden?, `Hoe gaan we om met slikstoornissen?, `Wat is de invloed van de zorgverlener en de omgeving op de persoon met dementie bij het maaltijdgebeuren?.
Het boek richt zich naar al wie geïnteresseerd is of geconfronteerd wordt met de problematiek en wil vooral een handige tool zijn voor de praktijk, gebaseerd op een wetenschappelijk kader.
Of je nu mantelzorger, professionele hulpverlener, student of gewoon geïnteresseerd bent, dit boek biedt een solide basis om op een kwaliteitsvolle manier aan de slag te gaan!
OVER DE AUTEUR
Sabine Boerjan is licentiate in de logopedie en audiologie en werkt als projectverantwoordelijke bij het Expertisecentrum Dementie Paradox.
-
Het succes van tweetalig opvoeden
Elisabeth van der Linden, Folkert Kuiken
- Acco uitgeverij
- 31 Maart 2014
- 9789033496516
Dit boek is bedoeld voor ouders en opvoeders die te maken hebben met tweetalige opvoeding. Tweetaligheid komt steeds vaker voor doordat mensen naar andere landen vertrekken om daar te gaan wonen en werken.
Dit boek wil ouders en opvoeders helpen om de vraag te beantwoorden of het al dan niet een goed idee is om hun kinderen tweetalig op te voeden. Enkele hoofdstukken geven inzicht in de taalontwikkeling van eentalige en tweetalige kinderen. Voorts gaan de auteurs in op de vraag hoe ouders een tweetalige opvoeding het best kunnen aanpakken. Verschillende dilemmas en lastige vragen worden besproken. Zo komt de vraag aan de orde of het niet moeilijk is voor kinderen om twee of meer talen tegelijk te leren. Ook wordt het verschijnsel besproken dat kinderen hun twee talen soms door elkaar lijken te halen. Maar er wordt ook de nodige aandacht besteed aan de enorme voordelen van tweetaligheid en aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar het tegelijkertijd leren van twee talen. Enkele hoofdstukken gaan ook in op de rol van crèche en school bij de tweetalige opvoeding.
Door de brede bespreking van het verschijnsel tweetaligheid is het boek een aanrader voor iedere lezer die in tweetaligheid geïnteresseerd is.
OVER DE AUTEURS
ELISABETH VAN DER LINDEN was tot voor kort hoofddocent Frans en Roemeens aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft een groot aantal publicaties op haar naam staan over het leren van vreemde talen en over tweetaligheid bij kinderen.
FOLKERT KUIKEN werkte als docent NT2 (VU) en docent (tweede)taalverwerving (UvA) en is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal vanwege de gemeente Amsterdam (UvA). Hij is (mede)auteur van verschillende leermiddelen en handboeken.
PRIJZEN
"Het succes van tweetalig opvoeden" won in 2013 de LOT Populariseringsprijs.
-
This book provides a unique, up-to-date overview of recent research on avian ovarian follicles and ensuing early embryonic development after fertilization. The transition between these two domains forms a large gap in our knowledge about the involved developmental processes.
The publication compiles data gained over a period of 40 years from in vivo and in vitro culturing of quail and chicken eggs and blastoderms. By countless photographs and diagrams, insight is gained into many morphological, ultra-structural, histological and biochemical structures in different ooplasms, seen both before and after fertilization. The book culminates into a brand-new `embryo in box' model, distilled from examination of the fate of the four ooplasms in the avian blastoderm and neighboring ooplasm, the events in the extrablastodermal subgerminal ooplasm and subgerminal space at the moment of laying, as well as the inductive influences of tissues with nonembryonic fate
on the upper layer from which the whole embryo proper forms, resulting in the formation of a primitive streak and Hensen's node.
MARC CALLEBAUT is Emeritus Professor of Human Anatomy and Embryology at the Faculty of Medicine and Health Sciences (Dep. ASTARC) of the University of Antwerp (Belgium). He taught Human Anatomy and Embryology to medical students and has published approximately 150 papers in the eld of oogenesis, folliculogenesis and early embryonic development. -
(Psycho)motorische begeleiding bij kinderen
Griet Dewitte, Kaat Dewitte, Wouter Carton
- Acco uitgeverij
- 21 Maart 2014
- 9789033496486
De visie op psychomotorische begeleiding bij kinderen is de voorbije tien jaar aanzienlijk geëvolueerd. Taakgerichte interventies zijn duidelijk op de voorgrond getreden en Evidence Based Therapy is ook binnen de psychomotoriek niet meer weg te denken. Dit boek baseert zich hier duidelijk op en vertrekt vanuit het handelingsgericht onderzoek bij het opstellen van het klinische beeld. Op deze manier kunnen de therapeutische doelen bepaald worden waarbij ook het ICF-kader (International Classification of Functioning) een belangrijke rol speelt. Het voorstellen van een casus helpt om dit te concretiseren.
Naast een korte theoretische duiding is het boek vooral praktisch opgebouwd door het bundelen van de jarenlange ervaring van de auteurs. Het is een verzameling van oefeningen om de grove motoriek, fijne motoriek en visuomotoriek in de grote en kleine ruimte te stimuleren. Er wordt stap voor stap uitgelegd hoe je de belangrijkste vaardigheden die je nodig hebt in het dagelijkse leven, kunt aanleren. Een lat kunnen hanteren in de meetkundeles of leren fietsen zijn hiervan slechts enkele voorbeelden.
Dit boek richt zich in de eerste plaats tot pediatrische kinesitherapeuten en ergotherapeuten maar ook (sport)leerkrachten uit het kleuter- en basisonderwijs, zorgcordinatoren, opvoeders en logopedisten zullen zeker ideeën opdoen om met hun kinderen aan de slag te gaan.
OVER DE AUTEURS
GRIET DEWITTE, KAAT DEWITTE en WOUTER CARTON zijn pediatrische kinesitherapeuten werkzaam in de diagnostiek en behandeling van kinderen met milde neuromotorische problemen. -
Is die taal van ver of van hier?
Mieke Devlieger, Carolien Frijns, Sven Sierens, Koen Van Gorp
- Acco uitgeverij
- 20 Maart 2014
- 9789033497339
Elke dag horen, spreken en lezen we verschillende talen en taalvariëteiten. Die meertalige realiteit weerspiegelt zich in onze scholen. Hoe leren we onze leerlingen met die taaldiversiteit omgaan en hoe kunnen we deze positief aanwenden op de klasvloer?
Talensensibilisering biedt kansen. Via een internationale praktijkgerichte literatuurstudie en een bevraging van internationale en Vlaamse experts werd onderzocht wat het concept talensensibilisering inhoudt en wat de effecten zijn op leerlingen en leerkrachten. Dit onderzoek leverde een wetenschappelijk rapport op en een wegwijzer voor de Vlaamse onderwijspraktijk.
Dit boekje, de wegwijzer, is bedoeld voor leerkrachten, cordinatoren en directies die op hun school talensensibiliserend willen werken of meer inzicht willen krijgen in de sterke en minder sterke kanten van hun aanpak. Een vraag-antwoordmodel biedt een conceptueel kader voor een krachtige toepassing van talensensibilisering in de klas en voor de inpassing in een talenbeleid op school. Handzame tips, inspirerende praktijkvoorbeelden en referenties naar lesmaterialen geven inzicht in de kansen van talensensibilisering.
Over de auteurs:
Koen Van Gorp is cordinator voorschools, basis- en secundair onderwijs bij het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven).
Mieke Devlieger en Carolien Frijns zijn er wetenschappelijk medewerker en Sven Sierens is wetenschappelijk medewerker bij het Steunpunt Diversiteit & Leren (UGent). -
Doktertje spelen?
Bieke Detavernier, Marina de Beuckelaer, Stein de Sterck, Inge Vanderstraete, Anja van Looveren
- Acco uitgeverij
- 13 Maart 2014
- 9789033496608
Seksualiteit en kinderen, het lijkt niet samen te horen. Toch maken kinderen ook op dit vlak een ontwikkeling door. Ze ontdekken hun eigen lichaam en dat van anderen. Ze zijn nieuwsgierig naar het verschil tussen jongens en meisjes. Ze spelen vadertje en moedertje of doktertje. Het hoort allemaal bij groot worden.
In een kleuterschool doen zich dagelijks situaties voor die verwijzen naar de seksuele ontwikkeling van kleuters. Sommige situaties passeren, andere roepen vragen of zelfs zorgen op. Op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen (VKA) krijgen we verschillende meldingen per jaar van kleuterscholen die zich zorgen maken over seksueel gedrag bij kleuters. Ze vragen wat normaal is en wat niet en hoe te reageren ten aanzien van de kinderen en ouders. Vaak ontstaat er heel wat commotie bij de verschillende betrokkenen en dreigt de impact hiervan op de kinderen grote proporties aan te nemen.
Hoe gaat onze huidige maatschappij om met het thema seksualiteit en wat is de mogelijke impact hiervan op onze kinderen? Wat mogen we verwachten van een normale psychoseksuele ontwikkeling en meer bepaald bij kleuters? Wanneer worden er grenzen overschreden en hoe kunnen we dit begrijpen? Wat is de impact hiervan op ouders? Hoe kan een kleuterschool op een constructieve manier hiermee omgaan?
Met dit boek willen de auteurs hun visie en ervaringen delen met anderen. Ze hopen hiermee tegemoet te komen aan de vele vragen bij kleuterscholen over het thema seksualiteit bij jonge kinderen. Ook buitenschoolse voorzieningen waar kleuters samen komen, ouders en hulpverleners in het algemeen kunnen in dit boek antwoorden vinden over dit thema.
OVER DE AUTEURS
Alle auteurs zijn verbonden aan het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen en hebben een jarenlange ervaring in het werken met jonge kinderen die seksueel ongepast en/of grensoverschrijdend gedrag stellen naar andere kinderen. -
Eén van de belangrijkste boodschappen van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) voor het onderwijsbeleid 2014-2019 is duidelijk: er is een duurzaam, structureel en strategisch beleid voor onderwijscapaciteit nodig.
Onderwijscapaciteit gaat niet alleen over gebouwen. Het is een breed concept dat het debat over 'voldoende stoeltjes' voor leerlingen ver overstijgt. Capaciteit creëert leeromgevingen die de jongere ook de kans geven andere jongeren te ontmoeten én zichzelf te ontwikkelen. Onderwijscapaciteit heeft daarom ook te maken met beschikbaarheid van voldoende professioneel personeel en voldoende omkaderende diensten. Het heeft te maken met het sociaal kapitaal van de school en de ondersteuning van een sociaal weefsel.
OVER DE AUTEURS
De Vlor (Vlaamse Onderwijsraad) is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Met de strategische verkenningen wil de Vlor diverse thema's verder uitdiepen en er de verschillende dimensies van in kaart brengen
-
Astma is bij kinderen een van de meest voorkomende chronische aandoeningen en heeft in de afgelopen decennia een grote toename in prevalentie vertoond. Nieuwe inzichten in de pathogenese, heterogeniteit, diagnostiek en behandeling maken een regelmatige update van onze kennis wenselijk.
Dit boek geeft antwoorden op frequent voorkomende vragen die huisartsen, kinderartsen, paramedici, andere zorgverstrekkers en ouders zich stellen over kinderen met astma.
Er is gekozen voor een vraag-en-antwoordformule, eerder dan voor een klassiek tekstboek. Vele vraagstellingen werden aangebracht vanuit diverse groepen gezondheidswerkers.
Via een uitgebreide index met trefwoorden kunnen op een praktische en selectieve manier pasklare oplossingen worden aangereikt omtrent etiologie, epidemiologie, diagnostiek, preventie en therapie.
Het boek is geschreven door een enthousiaste groep van Belgische kinderlongartsen die vanuit hun dagelijkse praktijkvoering vertrouwd zijn met de `plaatselijke situatie en internationale richtlijnen en adviezen op maat en aan de lokale noden en gewoonten kunnen aanpassen.
De auteurs hopen dat dit boek praktische oplossingen zal bieden aan al wie op zoek is naar antwoorden op vragen over kinderen met astma.
Met medewerking van K. DE BOECK, FR. DE BAETS, A. MALFROOT, K. DESAGER, E. BODART, G. CASIMIR, CH. MOSSAY EN M. RAES (RED.) -
Wat voor een arts een gewoon en alledaags gebeuren is, wordt door de patiënt en de familie vaak als ingrijpend ervaren. De vaardigheid en de competentie waarover de zorgverstrekker in kritieke situaties beschikt, bepaalt in belangrijke mate of de geboden zorg en behandeling als `kwaliteitsvol wordt ervaren. Dit tweede deel van een reeks van vier boeken over communicatie in de gezondheidszorg biedt inzichten en concrete handreikingen om in te spelen op belevingen en emoties van patiënten, waardoor het diagnostisch en therapeutisch werk tot meer resultaat kan leiden.
Hoe kan je mensen met een chronische aandoening adequaat benaderen en hen ondersteunen in de permanente beperkingen die dit meebrengt? Hoe kan je communiceren over medische fouten op een wijze dat het vertrouwen wordt hersteld? Wat moet je weten over verlies en verdriet om mensen in het tijdsbestek van een normale consultatie te ondersteunen en perspectief te bieden? Wat heb je nog te bieden als de ziekte levensbedreigend is en er geen zinvolle curatieve behandelingen meer in te zetten zijn? In welke mate kan vroegtijdige planning van de zorg bijdragen tot het verstevigen van de vertrouwensrelatie met de patiënt en de familie en bijdragen tot een betere kwaliteit van zorg in de laatste periode van het leven?
Ook al richt het boek zich in eerste instantie tot artsen, het bevat heel wat concrete inzichten gebaseerd op praktijkervaringen voor allen die in de gezondheids- en welzijnszorg werkzaam zijn, als zorgverstrekker, opleider of beleidsmedewerker.
Dit boek maakt deel uit van de reeks ACHG, uitgegeven in samenwerking met het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven. De boeken in deze reeks zijn een praktisch hulpmiddel bij de dagelijkse professionele zorg van patiënten.
OVER DE AUTEURS
JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de K.U.Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep cordinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.
MANU KEIRSE is klinisch psycholoog en doctoreerde in de geneeskunde aan de Universiteit Leiden (NL). Hij werkt als hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Daarnaast is hij voorzitter van de Federale Evaluatiecommissie Palliatieve Zorg, van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en van diverse andere voorzieningen in de zorg.
Aan dit boek schreven mee:
Jan De Lepeleire, Marc Desmet,
Chris Geens, Jo Goedhuys,
Jan Heyrman, Manu Keirse en Chantal Van Audenhove. -
Creativiteit en een uniek aanbod alleen zijn geen garantie voor succes van ondernemers in de creatieve industrieën. De veranderende context heeft de druk op deze creatieve ondernemers enorm verhoogd. Het kunnen overleven en doorgroeien in deze veeleisende sectoren vereist dat de creativiteit vertaald wordt in een aangepast businessmodel. Maar wat maakt hierbij nu precies het verschil? Hoe slagen sommige ondernemers erin hun creatief idee ook commercieel leefbaar te maken en te houden? Is het mogelijk om tot een algemeen geldend succesrecept te komen? Wij proberen dit door het verhaal te vertellen van elf groeiende ondernemingen binnen de creatieve industrieën. Meer specifiek beschrijven we in deze collectie de businessmodellen van deze ondernemers. Zonder exhaustief te willen zijn, hebben we oog voor de breedte en diepte van de creatieve industrieën (van beeldende kunst tot gameontwikkeling). Vanuit de eigenheid van elk van deze ondernemers en met een praktisch perspectief wordt uiteengezet hoe deze ondernemingen door middel van hun businessmodel op een doordachte wijze de specifieke uitdagingen aangaan en duurzame groei mogelijk maken.
Met de diversiteit aan casestudies willen we ook de verschillende aspecten van het ondernemen in de creatieve industrieën illustreren. Hierdoor levert het boek concrete handvatten voor ondernemers die een groeisprong ambiëren in de creatieve industrieën of voor ondernemers in de `nieuwe economie waarin service, kennis en creativiteit de sleutel zijn tot een concurrentievoordeel.
OVER DE AUTEURS:
Walter Van Andel is onderzoeker aan de Antwerp Management School. Hij heeft een bachelor en master in economische wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en een MBA van de Western Illinois University.
Koen Vandenbempt is hoogleraar Strategisch Management aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan de Antwerp Management School.
Creative Jumpers werd in 2012 genomineerd als meest belovend Learning & Development-boek van het jaar.
NOMINATIES:
Dit boek staat op de longlist van Managementboek van het Jaar 2013. -
In dit vierde deel van een reeks van vier boeken over communicatie in de gezondheidszorg is de invalshoek de zorgverlener zelf.
Elke dag met plezier je job in de zorgverlening blijven doen is niet steeds een evidentie. Wat kan je als zorgverlener doen om de motivatie van het eerste uur levendig te houden en niet op te branden? Hoe kom je bij de essentie van je beroepskeuze en hoe kan deze als richtsnoer je handelen bepalen en oriënteren? Er wordt aangetoond dat de kwaliteit van je zorg en je leven mede wordt bepaald door het mensbeeld van waaruit je vertrekt. Hoe kan je adequaat omgaan met de emoties en de onzekerheid die dit beroep ongetwijfeld meebrengt? Hoe bouw je een succesvolle praktijk uit of zorg je ervoor dat je meer plezier aan je werk beleeft? Hoe integreer je de computer als een positieve factor in de communicatie in plaats van een barrière in het contact met de patiënt? Wat verandert er als je als arts zelf ernstig ziek wordt? En hoe kan je even door de ogen van de patiënt kijken naar je beroep? Het gaat om prangende facetten die kunnen bepalen hoe je van een belastende job een bezigheid kunt maken waar je steeds meer plezier aan beleeft.
Ook al richt het boek zich in eerste instantie tot artsen, het bevat nuttige informatie voor allen die in de gezondheids- en welzijnszorg werkzaam zijn als zorgverstrekker, opleider of beleidsmedewerker.
OVER DE AUTEURS
JAN DE LEPELEIRE is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep cordinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.
MANU KEIRSE is klinisch psycholoog en doctoreerde in de geneeskunde aan de R.U. Leiden (NL). Hij is emeritus hoogleraar van de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Daarnaast is hij voorzitter van de Federale Evaluatiecommissie Palliatieve Zorg, van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en van diverse andere voorzieningen in de zorg.
AAN DIT BOEK SCHREVEN MEE
Marleen Brems, Jan De Lepeleire, Marc Desmet, Marc Hebbrecht, Lien Keirse, Manu Keirse, Wouter Keirse, Fons Marcoen, Geert Pint, Annemie Vandermeulen en Marc Van Nuland. -
Een school is een bijzondere plaats. Het is de plaats bij uitstek waar kinderen kunnen leren. De allermooiste lessen worden vaak geleerd tussen het aangeboden leerstofpakket: daar waar kinderen samenspelen, waar ze conflicten uitpraten, waar ze elkaar geheimpjes vertellen op de speelplaats of waar ze een troostende arm om elkaars schouder leggen wanneer vriend of vriendin iets ergs heeft meegemaakt. Maar wat als dat verdriet plots immens groot is? Zo groot dat het niet alleen leerlingen maar ook de strafste leerkracht aan het wankelen brengt? Wanneer een klasgenootje of leerkracht sterft Is er dàn ruimte voor troost? Kan de school die verlamd lijkt door dit nieuws nog kracht vinden om met haar leerlingen op weg te gaan in het rouwproces? Hoe gaat men dan om met die schooltas vol verdriet? Hier valt een echte levensles te leren: die van troosten, rouwen, gevoelens tonen, verbinden, herinneren,
Dit boek is een relaas van een school die een van haar leerlingen verloor. Het is het verhaal achter de schermen over het gemis van een leerling en welk effect dit op de school kan hebben. Het boek is bedoeld als ondersteuning voor hulpverleners in brede zin die met verlies op school kunnen te maken krijgen: leerkrachten, directies, zorgleerkrachten, CLB-medewerkers, pedagogische begeleiding, Wie het leest, vindt herkenning in de gevoelens waardoor men overspoeld raakt na het verlies van een leerling. Het boek reikt echter verder dan dat: het biedt de lezer ook concrete handvatten om mee aan de slag te gaan.
MET VOORWOORD VAN MANU KEIRSE
"Vanuit een concrete ervaring met het sterven van een leerling () wordt beschreven hoe dit de hele schoolgemeenschap raakt (). Hoe je met al deze concrete gevoelens en reacties kan omgaan, wordt met een rijk palmares van werkvormen geïllustreerd. Het is dan ook een boek dat we zouden willen zien in de leraarskamer en de bibliotheek van elke school." - Manu Keirse, Emeritus hoogleraar verliesverwerking, KU Leuven
OVER DE AUTEUR
KARIN GENIJN werkt als vertrouwensleerkracht op een school voor buitengewoon onderwijs. Sinds 2012 heeft ze haar eigen praktijk `Cocon & Cocoon waar ze vormingen aan professionals geeft en kinderen begeleidt. -
De kennis over de (neuro)psychologie van autisme is de laatste jaren spectaculair gegroeid. We beginnen stilaan zicht te krijgen op de binnenkant van autisme. In deze herziene uitgave van Een gesloten boek verkennen we een domein van de autistische psychologie dat, ondanks een stijgende belangstelling in wetenschappelijk onderzoek, in de praktijk nog te weinig aandacht krijgt, namelijk de emoties. We zullen daarbij proberen een antwoord te bieden op onder meer de volgende vragen: Hoe zit dat met emoties en autisme? Hoe ervaren mensen met autisme hun emoties en hoe uiten ze hun gevoelens? Zijn mensen met autisme overgevoelig of net ondergevoelig? Waarom is omgaan met de gevoelens van anderen zo moeilijk voor mensen met autisme? Zijn ze blind voor de gevoelens van anderen of veeleer egocentrisch, of zelfs apathisch en psychopathisch? Is autisme synoniem aan een laag EQ of een tekort aan empathie? Wat is het verband tussen emotionele intelligentie en het autistisch denken?Deze herziene uitgave bevat naast een update van de oorspronkelijke hoofdstukken ook enkele nieuwe themas zoals emotionele intelligentie, intimiteit en emotionele waarneming. We introduceren als tegenhanger voor het bekende begrip theory of mind de term intuition of mind om de moeilijkheden te beschrijven van begaafde mensen met autisme in het emotioneel contact met anderen. Ook nieuw is een hoofdstuk over de rol van psycho-educatie in het leren omgaan met gevoelens, met daarin bijzondere aandacht voor een laag zelfbeeld, depressie en onlogische angsten bij mensen met autisme.
Over de auteur:
PETER VERMEULEN is pedagoog en als autismedeskundige werkzaam bij Autisme Centraal. Hij publiceerde reeds uitvoerig over autisme en verschillende van zijn boeken zijn vertaald in diverse talen.
-
In dit derde deel van een reeks van vier boeken over communicatie in de gezondheidszorg worden inzichten en modellen aangereikt om te communiceren met personen die vanuit hun anders zijn om een aangepaste benadering vragen.
Hoe kan men omgaan met personen met beginnende en gevorderde dementie, personen met ernstige verstandelijke beperkingen, mensen met een psychose of met een ernstige depressie? Hoe kan men mensen met een verslaving motiveren tot een andere levenswijze? Wat is een adequate manier om tot een goede werkrelatie te komen met angstige of agressieve personen? Welke kennis kan helpen in de benadering van de suïcidale patiënt? Is er een adequate strategie in het omgaan met de patiënt met lichamelijk onverklaarde klachten? En wat kan de communicatie vergemakkelijken met mensen uit andere culturen?
Ook al richt het boek zich in eerste instantie tot artsen, het bevat nuttige informatie voor allen die in de gezondheids- en welzijnszorg werkzaam zijn als zorgverstrekker, opleider of beleidsmedewerker.
Dit boek maakt deel uit van de reeks ACHG, uitgegeven in samenwerking met het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven. De boeken in deze reeks zijn een praktisch hulpmiddel bij de dagelijkse professionele zorg van patiënten.
OVER DE AUTEURS
Jan De Lepeleire is arts en doctoreerde in de medische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij werkt als huisarts en is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Hij is voorzitter van de werkgroep cordinerende en raadgevende artsen binnen de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie.
Manu Keirse is klinisch psycholoog en doctoreerde in de geneeskunde aan de R.U. Leiden (NL). Hij is emeritus hoogleraar van de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Daarnaast is hij voorzitter van de Federale Evaluatiecommissie Palliatieve Zorg, van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en van diverse andere voorzieningen in de zorg.