Pelckmans

  • Wiet Waterlanders is dolgelukkig: het geheime genootschap van de kleine Caroluscode heeft zijn opdracht volbracht, en kan nu genieten van een verdiende vakantie. Maar net als hij denkt dat alle geheimzinnigheid en gevaren van de baan zijn, komt zijn papa met een geheim op de proppen dat inslaat als een bom. Wiet blijkt namelijk een halfbroer, Wout, te hebben die twee jaar jonger is. En op-en-top cool ... en een durfal ... en handig ... en snel. Alles wat Wiet niet is, is Wout wel. Maar waarom duikt Wout nu pas op? En wie is zijn moeder? Hun papa heeft ook nog een opdracht voor hen: hij wil dat ze, samen met Indigo en Ophelia, infiltreren in een knapenkoor dat op stagekamp gaat in een oude abdij. Wiet en zijn vrienden moeten achterhalen wie een oude muziekpartituur geschreven heeft. Maar dan valt, bij de opgravingen in de abdij, bijna letterlijk een lijk uit de kast ...

  • Wiet Waterlanders woont nog steeds met zijn mama in Gandamme, en zit in de zesde klas van het Sint Preventiacollege. Na de paasvakantie hebben ze plots een andere meester. STOP STOP STOP!!! Na de paasvakantie? Dat is vier maanden later dan het einde van boek twee. Wat is er ondertussen dan gebeurd? Op het kasteel van de barones wordt ingebroken, maar niks gestolen. De oude vrouw belandt zwaar toegetakeld in het hospitaal, maar Wiet, Indigo en Ophelia zien haar twee dagen later zonder één enkel schrammetje door de stad wandelen. STOP STOP STOP!!! Wiet was toch ontvoerd? Door wie? En hoe is hij weer vrij gekomen? En waarom maakt Wiet daar zo vaak ruzie over met zijn mama? Als de kinderen op bosklassen gaan komt het hele verhaal in een stroomversnelling, en passen bijna alle stukken van de puzzel plots in elkaar. Het vierde lid van de Caroluscode verschijnt onverwacht en blijkt niet alleen te zijn. Hij maakt deel uit van een mysterieuze groep, op zoek naar een groot geheim van honderden jaren oud. Helaas zijn alle leden van de groep ontmaskerd door de vijand. Daarom verlangen ze van Wiet, Indigo en Ophelia dat zij het laatste puzzelstuk op zijn plaats leggen. Of beter gezegd: het stiekem van die plaats weghalen. STOP STOP STOP!!! Sint Preventia in de titel van het boek en er dan met geen woord over reppen in de korte inhoud? We gaan toch wel te weten komen wie ze nu eigenlijk was?

  • Wiet waterlanders woont samen met zijn mama in Gandamme, zijn oom Steven De Smid is er commissaris en wiet zit nog steeds in de zesde klas van het Sint-Preventiacollege, samen met zijn beste vriend Indigo en met Ophelia, op wie hij stiekem verliefd is. Het is bijna kerstvakantie en de geheime caroluscoden het detectivegroepje van het drietal, staat al een tijdje op non-actief. Dan wordt er in de klas geld gestolen. Als een onschuldig klasgenootje daardoor geschorst wordt van de school, vindt het trio dat zo onrechtvaardig dat ze besluiten de echte dader te zullen vinden. Ze komen al snel terecht in een andere en veel grotere zaak, die van de onopgeloste diefstal van het schilderij 'De Echt Aardige Rechters' in 1934. De Kinderen besluiten dan ook die diefstal op te lossen, al moeten ze toegeven dat de zaak veel ingewikkelder is dan het lijkt.

  • De moeder van Ophelia doet opgravingen aan de rand van de stad Gandamme, waar een flink stuk van de oude stadsomwalling uit 1545 is blootgelegd. Bij toeval ontdekken Wiet Waterlanders en zijn vrienden Ophelia en Indigo een aantekenboek van de toenmalige bouwheer. In dat boek vinden ze het verslag van een ongeluk op de werf, met de dood van één van de arbeiders tot gevolg. Een overlijden dat er wel erg verdacht uit ziet. Het detectivegroepje besluit om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, waardoor ze zich een hoop onvoorziene problemen op de hals halen. Problemen in de vorm van de geheimzinnige organisatie Formaat A5, een behulpzame koe en natuurlijk de altijd zéér aanwezige schlagerzanger Rudi Kolibri.

  • Na de winter verzamelt Andreas opnieuw een karavaan om naar de Binnenwouden van de elfen te vertrekken. Daar wil hij bij elfenkoning Oberon pleiten om hen het Heilig Hout te geven om de toverdrank te maken.

    Koning Teiresias maakt zich echter zorgen: in zijn dromen zag hij dat de verbannen elfenprins Puuck teruggekeerd is, en dat belooft niet veel goeds.

    De ontvangst bij de elfen is koel, en Oberon en zijn vrouw Titiana blijken de troon tijdelijk aan Puuck overgelaten te hebben.

    Of is er meer aan de hand? Catho daarentegen heeft haar eigen problemen, want Floris blijkt iets te veel interesse te tonen in een aantrekkelijk elfenmeisje...

  • Willem en Nelle Ter Toren, elf jaar oud, zijn een doodgewone tweeling. Ze wonen in weeshuis Het ongetwijfeld ongelukkige kind. Als ze tijdens een stormachtige nacht van een mysterieuze oude man vernemen dat ze eigenlijk van adel zijn, pakken ze vlug hun koffers en verhuizen naar het kasteel van hun voorvaderen, Domein Tros De Tour. Daar krijgen ze een oude voorspelling te horen, over twee kinderen die moeten zoeken naar een schat, en al vrij snel wordt duidelijk dat zijzelf wel eens die twee kinderen uit de voorspelling zouden kunnen zijn.

    Samen met Fidelius, de huisknecht, en hun twee nieuwe schoolkameraadjes Flore en Wout, gaan ze de uitdaging aan en beginnen een schattenjacht. Maar ze moeten snel en heel voorzichtig zijn. De enige aanwijzingen die ze hebben zijn de mysterieuze woorden uit de middeleeuwen, die hen bijvoorbeeld waarschuwen dat er op elk moment torens van het kasteel kunnen neerstorten, dat ze moeten uitkijken om geen spoken wakker te maken, en dat ze best zo veel mogelijk over hun voorvaderen te weten komen.

    Bovendien loert de vijand achter elke hoek, alleen weten de kinderen niet wie de vijand is. De huidige graaf en barones, hun oom Catastrophe en tante Silence, zijn ook niet echt een hulp want ze zijn beiden zo gek als een achterdeur. De wapenspreuk van de familie luidt niet voor niets `STAPELGEK MAAR NIET GEVAARLIJK'.

  • Sooi Molenwieken, twaalf jaar, heeft er zwaar de pest in. Het is augustus, stralend weer, maar het overlijden van zijn opa stuurt zijn langverwachte vakantieplannen helemaal in de war!

    Hij moet met zijn ouders mee naar het kleine dorpje Feerkevenne, vlak tegen de Nederlandse grens, waar zijn opa woonde, in een oude windmolen nog wel! Sooi vindt het dorpje maar niks.

    En de windmolen al helemaal niet. Zo'n krot! Tot zijn schrik ontdekt de jongen dat zijn ouders er een bed and breakfast van willen maken, en dus in het dorp willen blijven wonen!

    Als zijn oma hem begroet, barst ze van vreugde in tranen uit... Op de begrafenis van zijn opa zitten al diens bejaarde vrienden de jongen stomverbaasd aan te staren...

    Door toedoen van een oud vrouwtje dat 's nachts in zijn kamer lelijke sjaals in bonte kleuren breit, wordt Sooi terug in de tijd geslingerd naar het Feerkevenne van 1946, het jaar waarin zijn opa twaalf was.

    Het ging toen niet goed met de molen. Tisse, de papa van Sus en dus Soois overgrootvader, is verarmd uit de oorlog gekomen en dreigt de molen waar Sus zo van houdt te moeten verkopen...

    Zal Sooi zijn opa kunnen helpen? En wil hij dat eigenlijk wel?

  • 'Wiet Waterlanders ... Wakker worden.' De jongen in bed opende met moeite een half oog. Door de wind in de gordijnen kwam het zonlicht in vlaagjes de kamer binnen. 'Wiet Waterlanders ... Wakker worden ... Werkelijk!' Dat laatste woordje kwam er een beetje gezongen uit, het leek wel lichte spot. De jongen in bed zuchtte. De vier woorden die hij het meeste haatte, waren: 'Wiet Waterlanders, wakker worden.' Niet omdat ze gewoonlijk gezegd werden als hij moest opstaan, maar wel omdat ze alle vier met de letter 'W' begonnen. Zijn moeder maakte er een sport van om hem elke ochtend te wekken met alleen maar W's. Waarom kon ze nooit eens zeggen: 'Wiet, opstaan.' Of 'Kom je bed uit,' of 'Naar beneden, nu!'. Waarom moest het altijd met een 'W' zijn. En wat er gewoonlijk volgde maakte alles nog veel erger.
    Wiet Waterlanders komt met zijn moeder in Gandamme wonen, in de buurt van zijn oom commissaris Peter De Smit. De tweede schooldag gaat Wiet met zijn klas op uitstap naar het Gravensteen. Toevallig zijn er op dat moment archeologische opgravingen bezig op het terrein. Plots ontstaat er hevige opschudding omdat er in de oude waterput een lijk gevonden is. Wiet en zijn vrienden willen er het fijne van weten en trekken op onderzoek uit.

empty