Violaero

  • De Fokker D.21 is het belangrijkste Nederlandse vliegtuigontwerp uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Het toestel, ontworpen door een uit Duitsland gevluchte Joodse ingenieur, was niet zonder beperkingen en onvolkomenheden; maar voor drie kleine neutrale landen - Nederland, Denemarken en Finland - was de D.21 wat het meest in de buurt kwam van de Spitfire toen zij door de oorlogsmachines van Hitler en Stalin werden aangevallen in de bange dagen van 1939 en 1940. Het verhaal van dit vliegtuig heeft daardoor iets tragisch: de tragiek van een ongelijke strijd. Maar toch trok de D.21 niet altijd aan het kortste eind. De Nederlandse toestellen leverden felle luchtgevechten tegen de Luftwaffe, en in de Finse strijd tegen de Russische invasietroepen was Fokkers laatste eenmotorige jager zelfs een bittere winter lang een winnaar.
    Terwijl Nederland door de Duitsers was bezet, ging de ontwikkeling en productie van de D.21 in Finland nog verder, en als een oude frontsoldaat streed de D.21 tot in 1944 in de Vervolgoorlog tegen de Russen.

    Dit boek is het eerste grote, Nederlandstalige werk dat het interessante verhaal van de Fokker D.21 in al zijn internationale facetten uit de doeken doet. De meest vooraanstaande kenners in vier verschillende landen werkten eraan mee. Het bevat veel nieuwe inzichten en is rijkelijk geïllustreerd met honderden foto's en tekeningen, waarvan vele nooit eerder zijn gepubliceerd.

  • De Fokker G-1 jachtkruiser, was een aanvalsjager die in 1934 werd ontworpen door ir. Marius Beeling en dr. Erich Schatzki. Het idee achter het ontwerp was een combinatie van een lange afstands jager, verkenner en lichte bommenwerper. Een denkbeeld dat ook in het buitenland leefde en aanleiding was voor diverse nieuwe vliegtuigontwerpen. Dit ontwerp was met name bijzonder door het gebruik van dubbele staartbomen, het kenmerk van deze jachtkruiser.

    De G-1 jachtkruiser werd in 1936 bij zijn presentatie op de 15e Luchtvaartsalon in Parijs een regelrechte sensatie. Het toestel kreeg meteen de bijnaam Le Faucheur (De Maaier) door zijn geduchte bewapening. Deze bestond aanvankelijk uit twee kanonnen en twee mitrailleurs (later vier of acht mitrailleurs), bovendien kon het toestel ook nog 400 kilo aan bommen meevoeren.

    Dit is het eerste deel van twee uitgaven over de Fokker G-1. Beide delen vormen een standaardwerk over een stuk nationale luchtvaart historie. Compleet, met aandacht voor het ontwerp, techniek en de ontwikkeling van het vliegtuig. Bij de fabricage van het toestel werd gebruikgemaakt van een houtconstructie voor de vleugel en het middenstuk van de romp. De vleugel en het middenstuk vormden een geheel. Het voorstuk van de romp was een stalen buisconstructie bekleed met aluminium. De beide staartbomen waren geheel van aluminium.

    Er zijn verschillende versies gebouwd met verschillende motoren. Aan de achterzijde waren de toestellen voorzien van een draaibare schietkoepel. Een machinegeweer kon door een opening naar buiten worden gestoken; hiervoor waren over de hele lengte van de koepel naar binnen scharnierende kleppen aangebracht. In noodgevallen kon deze koepel worden afgeworpen, om het vliegtuig snel per parachute te kunnen verlaten.

    Het Wapen der Militaire Luchtvaart bestelde 36 stuks. Deze werden in 1939 afgeleverd. Ten tijde van de Duitse inval waren er 23 direct inzetbaar.
    De Fokker G-1 en D.21 bleken in mei 1940 de enige Nederlandse toestellen te zijn die enigszins tegen de Duitse jachtvliegtuigen waren opgewassen. Er werden meerdere vijandelijke toestellen mee neergeschoten.

    De collecties van leden van de Stichting Fokker G-1 vormen de basis voor dit boek; overige literatuur, archief-onderzoek en correspondentie maakten het uitwerken mogelijk. Van ontwerp op de tekentafel tot wrak in de bodem van Nederland, het complete verhaal.

  • In 1935 werd duidelijk dat de Nederlandse Luchtvaart-afdeling (LVA) nodig gemoderniseerd moest worden. Nieuwe plannen behelsden onder andere twee vliegtuigafdelingen met jachtkruisers met een aanzienlijk vliegbereik voor patrouilletaken. De Fokker G-1 werd beschouwd als het ideale type voor deze taak en 36 toestellen werden besteld. Ze werden in 1939 geleverd.
    Op 1 september 1939 werd de 4e JaVA op Bergen opgericht en als eerste uitgerust met G-1's. Deze patrouilleerde boven het noorden van het land en onderschepte heel wat buitenlandse (Duitse) vliegtuigen.
    Na het november-alarm werd de 3e JaVA, uitgerust met de G-1, gestationeerd op Waalhaven bij Rotterdam en patrouilleerde boven het zuiden van het land.

    In 1939 werden 26 voor Spanje bedoelde G-1 Wasp's door Nederland overgenomen. Begin 1940 werden de eerste zes ongewapend afgeleverd, zodat de vliegers van V-2 LvR, de Jachtgroep Veldleger, er alvast mee konden oefenen. Intussen werkte Fokker hard aan de ombouw van de G-1 Wasp voor de ML, die op 1 juni operationeel zou worden. In mei 1940 was al een deel bewapend. Tijdens de Duitse aanval slaagden acht G-1's er in te starten vanaf Waalhaven. Zij schoten vijftien vijandelijke vliegtuigen neer, maar tenslotte kon slechts één G-1 opnieuw ingezet worden. De G-1's van de 4e JaVA stonden opgesteld op het platform toen ze werden verrast door een Duitse aanval vanuit zee en slechts één kon opstijgen. Bij een latere aanval werd een aantal G-1's op het platform uitgeschakeld. De overige toestellen werden buiten het veld gebracht en zo mogelijk gerepareerd.
    De volgende dagen werden de G-1's ingezet voor verkenning, escorte of grondaanvallen. Na de capitulatie werden op Schiphol alle G-1 Mercury's en D.21's in brand gestoken.

    De Duitsers maakten diverse toestellen buit. De Mercury's werden eerst gerepareerd. De resterende G-1 Wasp's werden overgenomen door de Luftwaffe en tot begin 1943 gebruikt bij vliegscholen. Één buitgemaakte G-1 Wasp wist naar Engeland te ontsnappen. Op 5 mei 1941 slaagden invlieger T.H. Leegstra en ir. P.J.C. Vos er in om een laatste vlucht van Schiphol te maken. Het toestel was volgetankt. Eenmaal in de lucht vlogen ze weg van een begeleidende G-1, gevlogen door invlieger Emil Meinecke, en koersten naar het westen. Aangekomen boven Engeland landden ze zo snel mogelijk om niet neergeschoten te worden door achtervolgende Hurricanes. De kist werd later overgevlogen naar Miles, waar de houten vleugel werd getest. Het vliegtuig stond daar nog na de oorlog. Niemand was nog geïnteresseerd...

  • Dit boek geeft een overzicht van de Spitfire's die door Nederland werden gebruikt vanaf 1943 tot en met heden. De samenstelling is gebaseerd op archieven, correspondentie, interviews met de gebruikers en hun familie, onderzoek door derden en eigen onderzoek. Maar dan wel uitdrukkelijk met de vermelding "voor zover bekend". Er kan morgen weer een archief open gaan met nog meer aanvullende feiten. Om het boek completer te maken zijn de namen opgenomen van de vliegers die tijdens de oorlog op Spitfire's en Seafire's hebben gevlogen, waar onder ook enkele Nederlandse vrouwen. Er is een lijst van tijdens de oorlog in ons land neer-gekomen Spitfire's welke na jaren van onderzoek door de Studie Groep Luchtoorlog 39-45 beschikbaar werd gesteld. Ook is een deel van het Operations Record Book van No.322 (Dutch) Squadron opgenomen voor hen die willen weten wat de vliegtuigletter was van een 322 Spitfire tijdens operationele vluchten. In het voor en nawoord komen de mannen achter de enige nog vliegende Nederlandse Spitfire aan het woord alsmede vlieg technische beschrijvingen van Generaal-Majoor b.d. Berry Macco die heel lang op "onze"Spitfire" vloog.

  • In twee delen beschrijft "Dienen in nood" 55 jaar historie van de Search and Rescue (SAR) helikoptereenheid van de Koninklijke Luchtmacht, waarin is geprobeerd historische feiten, persoonlijke belevenissen, achtergronden en gevoelens weer te geven van de vliegende luchtmacht redders, die, de ene keer in de bekendheid de andere keer in anonimiteit, soms hun leven in de waagschaal stelden om dat van anderen te redden. Niets bijzonders maar wel erg dankbaar werk, hebben de oud-leden, van dit inmiddels per 1 januari 2015 opgeheven, unieke luchtmachtonderdeel, zelf gevonden.



    Dit eerste (Alouette) deel van "Dienen in nood" is een hernieuwde uitgave van "Boven de Wadden, dag en nacht..." dat in 2003 werd uitgegeven door Sectie Luchtmachthistorie (nu aangevuld met nog niet eerder gepubliceerde foto's en illustraties!) en
    gaat over de periode 1959-1994, verdeeld in een drietal episodes.
    In de Periode Ypenburg komt de omscholing, oprichting en operationeel worden met de Alouette II, de Nieuw-Guinea periode, de invoering van de Alouette III en het begin van het patiëntenvervoer aan bod.
    In de Periode Soesterberg komt duidelijk het volwassen worden en de niet alleen routinematige, maar ook fantastische tijd waarin alles kon tijdens de stand-by weken op Terschelling aan de orde. In deze periode werden enkele spectaculaire reddingen verricht. In de Eerste Periode Leeuwarden ligt het accent op de eerste gewenningsjaren in Friesland, waarbij de inkrimping van personeel als gevolg van bezuinigingen een belangrijke rol speelt en eindigt met de aanloop naar de invoering van de Agusta Bell 412.
    De gehele, chronologische beschreven historie (in beide delen) is afgewisseld met flashbacks, belevenissen of gebeurtenissen van dat moment! Bij het schrijven is er van uitgegaan dat dit boek niet alleen voor (oud) SAR-mensen of insiders is bedoeld, maar zeker ook voor belangstellenden, geïnteresseerden of anderen, die niet of nauwelijks bekend zijn met de SAR-wereld. Daarom is getracht zo weinig mogelijk vakjargon te gebruiken en waar dit wel het geval is, is een en ander verklaard. Tevens is achter in het boek een lijst met verklaringen van de gebruikte afkortingen opgenomen. Ook is bewust uitgebreid op diverse achtergronden ingegaan, om een zo goed mogelijk beeld van de (werk)sfeer en omstandigheden weer te geven.
    Treffend is de wapenspreuk onder het onderdeel embleem "SERVANS IN PERICULO", hetgeen vrij vertaald betekent "Dienen in nood". En dat hebben de mannen en vrouwen die deel uitmaakten van dit bijzondere onderdeel dan ook gedaan, ruim 55 jaar...

    Schrijver en samensteller Pieter. L. Schram was van 1985 tot en met 2003 boordmonteur-redder en hoistoperator bij de SAR-eenheid. Het was daarom onvermijdelijk dat deze periode deels autobiografisch is geworden

  • Op 2 september 1932 kozen twee Fokkers D.VII van de Luchtvaartafdeeling (LVA), de voorloper van de Koninklijke Luchtmacht, vanaf een hobbelig weilandje bij Reykjavik op IJsland het luchtruim. De eerste uitzending van de Nederlandse luchtmacht was een feit. Het was geen gemakkelijke uitzending. Onder vaak zeer zware weersomstandigheden verrichtte het Detachement IJsland, bestaande uit 1e luitenant-vlieger J.H. van Giessen, wachtmeester-vlieger H. Bosch en sergeant-vliegtuigmaker C. van der Leden, vergezeld door hun gezinnen, zijn taak. Deze bestond uit het een jaar lang maken van hoogtevluchten tot wel 7000 meter om zo meteorologische gegevens te vergaren.
    Snijdende poolwinden en een lange winter met weinig daglicht waren op de grond al geen pretje, in de lucht hadden de vliegers ook te maken met ijsafzetting, vaak ongekende turbulentie en extreme kou. Een open cockpit zonder voorzieningen als radio, verwarming, functionerend kompas, adequate zuurstofvoorziening en parachute, maakte het vliegen uitzonderlijk zwaar. Naar huidige maatstaven zouden deze vluchten überhaupt niet mogen plaatsvinden!

    De KNMI-meteoroloog dr. H.G. Cannegieter kwam in 1930 op het idee voor het verkennen van de hogere luchtlagen in het poolgebied tijdens het Tweede Internationale Pooljaar 1932-1933, militaire vliegtuigen in te zetten. Het KNMI en de LVA hadden namelijk al, eerst incidenteel en vanaf 1917 structureel, een samenwerkingsverband voor het maken van weervluchten tot boven de 5000 meter. Hierdoor kon het KNMI steeds beter onderbouwde weersverwachtingen opstellen. Deze samenwerking was toen uniek in de wereld.
    De uitzending had in tegenstelling tot alle latere uitzendingen van de Koninklijke Luchtmacht geen militair of humanitair karakter, maar een puur wetenschappelijke.
    Het Detachement verstrekte ook aan de Italiaanse luchtmachtgeneraal Italo Balbo die met 24 watervliegtuigen vanuit Italië via IJsland onderweg was naar Chicago, weerkundige informatie. Ook ontmoetten Van Giessen en zijn mannen Charles Lindbergh die in opdracht van een Amerikaanse luchtvaartonderneming potentiële intercontinentale luchtroutes onderzocht.
    Aan de hand van archiefonderzoek en uniek materiaal uit de nalatenschap van de hoofdrolspelers schetst de auteur de ontwikkeling van de samenwerking tussen het KNMI en de LVA, resulterend in de uitzending en inzet van het Detachement IJsland.
    Mede dankzij Van Giessen, Bosch en Van der Leden is nu informatie over weersomstandigheden boven IJsland voorhanden en zijn weerkaarten voor een veilig vliegverkeer beschikbaar waardoor intercontinentale vluchten naar Amerika mogelijk zijn geworden.

empty