Lanasta

  • Introductie

    De Slag in de Javazee, 75 jaar geleden
    Anne Doedens en Liek Mulder

    De Tocht naar Chatham als maritiem monument
    Peter Sigmond

    De Tocht naar Chatham.
    Een beeldverslag van de strijd op de Medway
    Arnold de Lange

    Driemast-topzeilschoener Oosterschelde 100 jaar
    Henk van der Biezen

    Zeekaarten
    Dick Huges

    Model van het kotterjacht De Snelheid
    Sjoerd de Meer

    Driedekkers van de Republiek in de late zeventiende eeuw
    Marko Richter / vertaling Ab Hoving

    Glazen scheepsmodellen
    Jeroen van der Vliet

    Boekrecensie: Slag in de Javazee
    Jan Rietdekker

    Sleepboten op station
    Tentoonstelling in het Sleepvaartmuseum tot 9 oktober 2017
    Pieter Spits

    Hendrick Brouwer een 'vergeten' zeeheld
    Jeroen van Zuidland

    /> Wacht- en Logementsschepen van de Koninklijke Marine
    Henk Visser

    Scheepswerf aan de Zaan
    Schilderij van Cornelis Claesz. van Wieringen uit Haarlem
    Cees Paul

  • Zorg dar je d'r bij kwam

    Thom Rensing

    • Lanasta
    • 14 September 2017

    " ZORG DAT JE D,R BIJKWAM!"
    Thom Rensing, een oud mld, er in hart en nieren, heeft zijn jarenlange ervaringen bij de Marineluchtvaartdienst opgeschreven en gebundeld. De door hem opgedane , soms hachelijke, belevenissen zijn aangevuld met een kleine duizend specifieke marine-termen en uitdrukkingen. Hij behoort tot één van de talrijke Nederlanders die het genoegen gehad heeft om jarenlang als "beroeps" bij de Koninklijke Marine gediend te hebben. Gedurende zijn dienstverband heeft hij veel meegemaakt. Niet alleen op de vaste wal, maar vooral op het toenmalige vliegkampschip, de Karel Doorman. Daar vonden veelvuldig starts en landingen van de op het schip gestationeerde vliegtuigen plaats die maar op het nippertje goed afliepen. Maar het ging ook wel eens goed mis, waardoor het na afloop van een "trip" van zo, n maand of twee kon gebeuren dat van de bijvoorbeeld 12 ingevlogen vliegtuigen er slechts zes heelhuids de eindstreep haalden! De rest was of "over de muur" (overboord) gegaan of was tijdens een mislukte landing dusdanig beschadigd, dat de overblijfselen van deze kisten in stukken en brokken in de hangar benedendeks lagen uitgestald.. De Karel Doorman mocht in die tijd dan wel het grootste schip zijn van de Koninklijke Marine, maar het was slechts een schamele notendop in vergelijking met de Engelse en Amerikaanse monstercarriers die tegenwoordig de zeeën bevaren.
    Het boek biedt niet alleen de burger een kijkje in het kombuis van de wereld die Marine heet, maar het doet de mannen of vrouwen die daadwerkelijk bij de Marine in dienst zijn geweest ongetwijfeld met enige weemoed aan zijn of haar tijd bij de "baas" terugdenken.

  • Het varen op zee op de Grote Handelsvaart in het algemeen en het zeeslepen en bergen van schepen in het bijzonder wordt beschreven in een tijd waarin veel veranderingen optreden.

    De containerisatie, nu (2016) zo'n 50 jaar geleden in gang gezet, is één van de grootste economische uitvindingen van de 20e eeuw met zeer grote gevolgen voor de werkgelegenheid in de havens en op de vaart zelf.
    Door de welvaart aan de wal nam ook de lust tot varen af en kwamen buitenlandse bemanningen op Nederlandse schepen varen. Het gezegde is: "Het is een arm land dat zijn zonen naar zee stuurt". De globalisering startte 50 jaar geleden al in de scheepvaart, maar voor iedereen, behalve de zeeman, was het een ver van m'n bed show. Begon de containerisatie in de USA, het zware lading transport is een Nederlands succesverhaal. Was de containerisatie één van de grote oorzaken van rederijfusies, de komst van het zware lading transport over zee heeft beroemde zeesleepbedrijven gemarginaliseerd of doen verdwijnen.
    Werd in 1960 het eerste Nederlandse schip met een marifoon uitgerust en in 1977 het eerste Nederlandse schip met een satellietnavigatie systeem, nu is er zoveel techniek aanwezig dat één van de grootste veiligheidsuitdagingen het vasthouden van de concentratie is. Het gebruikmaken van de eigen zintuigen zoals m.n. ogen en oren. Ter Haar doet in het boek enige malen een oproep tot behoud van het mooie begrip "zeemanschap". Een begrip wat in de wetten van de zeevaart dikwijls gebruikt wordt en waarop zeelui in geval van calamiteiten ook op aangesproken worden. Het is een onderschat begrip geworden.
    Reders zijn managers geworden en men is, door de hedendaagse communicatie-middelen, geneigd zich met veel details te bemoeien, maar als het mis gaat wordt naar de scheepsbemanning verwezen. Protocollen vervangen het zelfstandig denken, niet bewust, maar men staat het toe, terwijl zelfstandig en autonoom denken een betere professional maakt die ook op het protocol let, want in principe is een protocol niets nieuws.

    Wat geldt op de vaart geldt zeker ook in de berging van schepen. Meer en meer bemoeien overheden zich met de berging van schepen, de kosten zeer opdrijvend. Maar de oudste zekerheid dat een haven ook een vluchtplaats hoort te zijn dringt slecht door bij veel autoriteiten.

    Maar wat nog altijd geldt is het oude gezegde:
    "Al ziet men kerk en toren staan dan is de reis nog niet gedaan".
    Dit geldt voor alle situaties...

  • She was officially classified as a submarine hunter (onderzeebootjager), but was so close to contemporary destroyers in terms of her specifications that both allies and potential opponents of the Netherlands used this designation. Friesland served in the Navy for more than 20 years and took part in a number of important diplomatic missions.

  • De Hollandse galei
    De galei wordt altijd onmiddellijk geassocieerd met het gebied rond de Middellandse Zee. Al in de klassieke oudheid zijn deze slanke schepen, geroeid door honderden slaven, beeldbepalend geweest. Het waren oorlogsschepen met zwaar geschut op de voorplecht. In Noordwest Europa bestond de traditie van de galei niet, al hadden enkele steden in de Nederlanden een stadsgalei. Een enkele keer zien we de zestiende eeuwse galei als oorlogsschip. Hierover handelt de helft van het artikel, de andere helft is het verslag van een poging op basis van een oud bestek de galei als model vorm te geven. Het bleef bij een experiment.

    1687: Algerijnse kapers komen op de Noordzee
    De Algerijnse pasha Mezzo Morto had in 1686 de oorlog verklaard aan de Republiek. Elk Nederlands schip dat in hun handen viel zagen de Algerijnen als legaal verkregen buit. In 1686 waren het 35 koopvaarders die geplunderd werden. Gingen de kapers aanvankelijk tot het Nauw van Calais, kort daarop voeren ze de Noordzee op en daarmee veel overlast veroorzakend voor de schepen van de Republiek. Er is heel veel gekaapt van Nederlandse koopvaarders die door het Kanaal in zuidelijke richting voeren. Pas in 1726 werd een nieuw vredesverslag gesloten. Daarin stond dat Algerijnse kaperschepen uit de buurt van Nederlandse havens moesten blijven.
    Een jonge kroonprins (1840 - 1879) reist per schip door Europa
    De oudste zoon van koning Willem III en Sophie van Württemberg krijgt in zijn opvoeding een opleiding tot marinier die begint als hij 15 jaar is. Samen met zijn opvoeder en leraar jonkheer Eduard Otto de Casembroot maakt hij enkele reizen per schip door Europa. Deze zeereizen hebben plaats in de zomermaanden van 1855, 1856 en 1857. De prins doet uitvoerig verslag in de brieven die hij aan zijn moeder schrijft. De prins is een volwaardig bemanningslid en loopt onder meer de verschillende wachten aan boord mee. Al met al een boeiend verhaal van een kroonprins die het niet tot koning zal brengen.

    Eten aan boord
    Vanaf de instelling van de Koninklijke Marine in 1815was voeding een belangrijkpunt voor de manschappen. Een gezonde bemanning presteert het best. De warme maaltijden waren niet ingewikkeld van samenstelling. Wel nam men als het kon voldoende voorraden mee, tot en met levende dieren die tijdens de tochten werden geslacht. Grauwe en groene erwten en bruine bonen voerden de boventoon, Rijst werd in de tropen gegeten.
    Het is de moeite waard om te zien hoe in de loop der tijd het eten meer en meer aandacht kreeg. Ook de opleiding van de koks werd ter hand genomen. Het artikel eindigt met ervaringen van schepelingen over het eten. Verbeteringen waren welkom.

    De Allerheiligenbaai, overwinningsroes en eeuwige glorie
    Op 10 januari 1629 bereikt Piet Hein met de scheepsruimen vol Spaanse goederen de haven van Hellevoetsluis. Eerder, april 1628, was een vloot uitgevaren met de opdracht in de West een Spaanse zilvervloot te veroveren. Hein gaat aan boord van zijn vlaggenschip Amsterdam. Zilvervloten brengen jaarlijks de opbrengsten van goud en zilver uit de mijnen van Zuid-Amerika naar Spanje. Het verslag van de tocht van Piet Hein is boeiend en de manier waarop hij de Sint Jansvloot in handen krijgt is handig te noemen. Spanje is werkelijk gedupeerd want de buit bedroeg 12 miljoen gulden! Het eerbetoon aan Piet Hein is grenzeloos. Hein zet zijn carrière op zee voort, al heeft die niet lang geduurd want korte tijd later sneuvelt hij in de strijd tegen Duinkerker kapers.

  • 2 The Golden Age of Dutch Marinepainting
    In het Haagse Bredius museum werd begin 2020 een tentoonstelling gehouden van 17e eeuws maritiem schilderwerk; de collectie Inder-Rieden. Bijzonder is de catalogus, waarin de getoonde kunstwerken tot in de kleinste details worden getoond en toegelicht. Het zijn vier lijvige boeken, totale omvang 1400 bladzijden.

    3. Van de Velde onvoltooid
    Twee versies van een schilderij van Willem van de Velde worden met elkaar vergeleken. Het ene is voltooid en hangt in een museum, het andere is onvoltooid en in particulier bezit. Schilders zijn zakenmensen geweest en het maken van kopieën lieten ze over aan hun leerlingen. De techniek, verdeeld in fasen, wordt behandeld en tot slot de vergelijking; wie ziet de verschillen. Aantrekkelijke inkijk in de 17e eeuwse schilderswereld.

    4 Een Schotse Zeeman
    "Gezicht op het IJ" is een bekend schilderij van Reinier Nooms, alias Zeeman, in het Scheepvaartmuseum. Een variant van dit schilderij blijkt in Schotland te hangen en deel uit te maken van een grote kunstcollectie. De auteur is ter plaatse op bezoek gegaan en maakt een interessante vergelijking van de beide kunstwerken.

    5 Het vergaan van de Woestduyn
    Terugkomend van een reis naar Indië, strandde op 23 juli 1779 het schip de Woestduyn met de eindbestemming in zicht, op 2,5 mijl van Vlissingen. Het stormde hevig en de heldhaftige redding van de vele opvarenden door de broers Jacob en Frans Naerebout wordt uitvoerig beschreven. Het schip was verloren maar de meeste schipbreukelingen werden gered door de moedige broers.

    6 Twee schilderijen van Hoogerheijden
    Twee zeeschilderijen uit 1804 van Engel Hoogerheyden brengen eenzelfde historisch voorval in beeld, namelijk het samenkomen van twee eskaders in Vlissingen tot één flottielje dat zich opmaakt voor een tocht naar Boulogne met een tussenstop in Duinkerken. Het is de bedoeling dat deze zeemacht een aanval gaat uitvoeren op Engeland. Het liep anders....
    7 Franse kaperij: Les Corsaires
    De administratieve afhandeling van de vroege kaapvaart (zeeroverij) eind 1600, staat momenteel in de belangstelling omdat daaruit een schat aan gegevens kan worden gehaald over schepen, bemanningen, lading enz.
    Frankrijk was destijds een grote maritieme mogendheid en er golden regels voor de kaapvaart om niet tot piraterij en anarchie te geraken, de zogenaamde kapersbrieven. Een verhelderend verhaal over een bijzondere materie.

    8 Jean Louis Bosch (1753 - 1824)
    Het levensverhaal van deze marineman wordt gekenmerkt door wisselend succes. Als jong commandovoerder weerstaat hij een oproer op het schip de Venus. Hij neemt deel aan de slag bij de Doggersbank, een bekende krachtmeting tijdens de 4e Engelse oorlog (1780 - 1784). Hij raakt in die periode eveneens 'bekneld' tussen de Engelse en vaderlandse politieke perikelen en moet nadien voor de krijgsraad verschijnen met een verrassende afloop.
    10 Paul van Vlissingen en zijn 'Fabriek met de lange naam'
    Van Vlissingen had in het eerste kwart van de negentiende eeuw een grote interesse in scheepvaart en stoommachines. Hij bouwde de eerste raderstoomboten in Nederland en later stoomschepen met schroefaandrijving. Hij was energiek en succesvol als ondernemer. Verder stichtte hij een fabriek waarin alles werd gefabriceerd wat voor stoommachines nodig was.

    12 Zuid-Holland ontsnapte aan een overstromingsramp
    In de nacht van de Watersnood 1953 stond de Schielandse Zeedijk tussen Nieuwerkerk en Capelle aan de IJssel op doorbreken. Er was al een 15 m breed gat ontstaan. Hoe dit gat te dichten? Op last van de burgemeester - namens de koningin - voer schipper Arie Evegroen zijn binnenvaartschip De Twee Gebroeders met een vakkundige manoeuvre in dit gat. Daarmee was het gevaar geweken en bleef de provincie droog!

  • Poolshoogte nemen
    Voor de zestiende-eeuwse zeeman was dat: je positie bepalen. Ongeveer vijf eeuwen geleden verschenen de eerste gedrukte handboeken over astronavigatie met vierjarige declinatietafels. Ze legden uit hoe je aan de hoogte van de zon en de Poolster kon aflezen waar je was en welke koers je moest varen om een veilige haven te bereiken. Het zijn technieken die door de eeuwen heen hun waarde hebben bewezen.
    De auteurs laten hier datzelfde format herleven, maar nu toegesneden op de moderne zeiler die een sextant heeft en een betrouwbaar klokje. Er zijn moderne
    declinatietafels voor vier jaar, 2021-2024 en nog tenminste twaalf jaar daarna. Ook zijn er tijdloze tafels voor de daglichtperiode, de tijd tussen zonsopkomst en -ondergang. Daarmee vind je je lengtegraad, iets dat in de zestiende eeuw nog niet mogelijk was. En natuurlijk is er het "Regiment" van de Poolster, in een nieuwe gebruikersvriendelijke versie.
    Een Trans-Atlantische tocht van Dick Huges, waar hij deze technieken gebruikt, wordt in dit boek beschreven

  • Dit zeer complete technische handboek beschrijft uitgebreid alle facetten die bij de keuring van een polyester zeiljacht aan de orde komen. Naast het omschrijven van het keuren en beoordelen van een gebruikt polyester zeiljacht, zit het boek boordevol informatie over de wijze waarop een polyester zeiljacht als geheel is opgebouwd, maar ook over de aanleg en werking van de diverse technische en elektrische installaties. Koos Blonk heeft het boek met name geschreven om aspirant booteigenaren wegwijs te maken op hun eigen boot en te accentueren waar men specifiek bij de aankoop op moet letten. Daarnaast is het boek bedoeld voor zeilers met belangstelling voor techniek die zich door kennis minder afhankelijk willen maken.

  • De auteurs van dit boekje hebben geprobeerd de essentie van het leven in de naoorlogse jaren in de Koninklijke Marine vast te leggen. Zij deden dat vanuit verschillende invalshoeken en gebruikten daarbij hun herinneringen aan hun specialiteit als richtlijn. Zij hebben zich in hun tijd verheugd, verbaasd of geërgerd aan allerlei zaken die zij in de Koninklijke Marine tegenkwamen of waarnamen. Daarmee komen de gevoelens die men had, of nog steeds heeft, naar voren. Het boek is dus bovenal een tijdsdocument geworden, waarin wordt vastgelegd wat de moeite waard was in de Koninklijke Marine in die jaren, en wat anders in de vergetelheid zou geraken.

  • Van maatje tot meester

    J.Th. Reulen

    • Lanasta
    • 19 Februari 2021

    Op de terugweg in de trein naar Utrecht raakte ik in gesprek met een medepassagier die gekleed was in uniform. Hij vertelde een opleiding te volgen aan de machinistenschool in Utrecht. Ik nam het ter kennisgeving aan en dacht er niet meer aan.
    Toch zou dit het begin worden van een loopbaan op zee.

    Na z'n technische opleiding begon de auteur in 1955 op de scheepswerf als 'maatje' van een pijpfitter, pas na enige tijd kwam hij aan boord van zijn eerste schip, de ms Indrapoera. Aanvankelijk korte reizen, maar na verloop van tijd ook naar verre oorden. Vaak was men dan maanden van huis, met nauwelijks contact met het thuisfront. Doordat de schepen vaak enige tijd in havens verbleven, was het mogelijk om te gaan passagieren. Maar wilde men hogerop, dan moest men, naast de dagelijkse werkzaamheden, wel tijd inruimen voor studie. Uiteindelijk zou ook de auteur zich bekwamen tot machinist. (Door de bemanning aangesproken als 'meester'.)
    De scheepswerktuigkundige (wtk) beschrijft het leven aan boord op diverse schepen van de voormalige Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

  • In 1974 besloten Frankrijk, België en Nederland een nieuw type mijnenjager te bouwen: de Tripartite. Een vorm van Europese samenwerking die vaak als voorbeeld wordt aangehaald. Gebouwd van polyester en voorzien van de nieuwste Franse sonar bleken de schepen in Nederlandse dienst uitstekend te voldoen.
    Al in 1984 werden de splinternieuwe Haarlem en Harlingen uitgezonden voor mijnenbestrijding in de Rode Zee. Een ommezwaai in de filosofie van zowel de politiek als de marineleiding was hiervoor nodig. Toen twee mijnenjagers in 1988, voor het eerst sinds de oorlog in Korea, werden uitgezonden naar het oorlogstoneel in de Perzische Golf, leefde het Nederlandse volk mee met belevenissen van de bemanningen. De schepen bleven de Nederlandse belangen behartigen op zee, zoals bleek in 2011 toen Nederlandse mijnenjagers de enige beschikbare schepen waren voor inzet bij Libië.
    Op onze Noordzee ruimen de schepen nog steeds honderden explosieven op. De vloot van mijnenjagers is door onverantwoorde bezuinigingen sterk gekrompen, maar hun prestaties zijn door modernisering van platform en systemen toegenomen. In dit boek wordt de noodzaak, ontwerp, bouw, uitrusting en de geschiedenis van de schepen beschreven. Hier kunt U alles te weten komen wat U altijd al heeft willen weten over de mijnenjagers van de Alkmaar-klasse.

  • `Het geluk leeft aan boord' is een bijna onaanvaardbaar romantisch reisverhaal van twee mensen die aan boord van hun zeilboot Agapètos gewoon genieten van het bij elkaar zijn, het lekker eten en het avontuurlijk leven. Els en Chris laten ons mee genieten van hun geluk om gedurende hun vier jaar durende wereldomzeiling elke dag opnieuw samen te kunnen zijn. Als kers op de taart ervaren ze een enorme solidariteit onder wereldzeilers en ontmoeten ze eiland-bewoners die onvoorwaardelijk gul zijn.

    Maar ook `het ongeluk zeilt mee'. In de golf van Biskaje verzeilen ze in zo'n zware storm dat ze overwegen om hun wereldomzeiling stop te zetten. In het Caraïbische eiland Martinique moet Agapètos op het droge met een lekkend roer. Op weg van de Galapagos eilanden naar de Marquises moeten ze 7 dagen onafgebroken zelf sturen, omdat de stuurautomaten het laten afweten. Op weg naar Nieuw-Zeeland gaat de motor stuk en liggen ze dagen te dobberen omdat er geen zuchtje wind is. In de Indische Oceaan zitten ze een week opgesloten in een bijzonder hevige storm met metershoge golven. Agapètos wordt platgeslagen, alle elektronica laat het afweten (ook de drie GPS'en) maar toch komen ze goed en wel aan op het eiland Rodrigues. Na het ronden van Kaap de Goede Hoop zeilen ze op een slapende walvis waardoor ze hun roer verliezen...

    `Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee' is meer dan een alledaags zeilverhaal. Els en Chris vertellen honderduit over hun ontmoetingen met al die vreemde culturen die hen een spiegel voorhouden. `Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee' leest als een klassiek avonturenverhaal, maar is tegelijk een boek over levenskunst. Kortom, een filosofisch reisverhaal.

  • Warship 05

    Jantinus Mulder

    Protected cruiser (Pantserdekschip) HNLMS Gelderland was a Holland-class cruiser of the Royal Netherlands Navy. This class, of six ships, was considered a modest, but well thought-out design. At a speed of 10 knots the radius of action would have been 8000 miles, the two triple expansion engines could generate a maximum speed of 19,5 knots.

  • Anglais HNLMS tromp

    Jantinus Mulder

    Trapped in the Far East by the over-run of the Netherlands and by the occupancy of the Netherlands East Indies. Tromp's destiny lay in the Indian Ocean and Pacific onslaughts. The ship became one of the highest decorated Dutch warships of World War 2. Often referred to as 'The Ghost Ship', the crew preferred to call her 'The Lucky Ship', since she was no less than five times claimed to be sunk.

  • Anglais MS Rotterdam

    Bert Lamers

    Five weeks after the withdrawal of the legendary `Rotterdam' (V) Holland America Line introduced in November 1997 the `Rotterdam' (VI). With her gross tonnage of 59.652 she was and stil is a remarkable ship among all cruise liners. From 2012 the proud flagship of the HAL is sailing year-round from Rotterdam (The Netherlands). In this number of Liners Bert Lamers described the history of the `Rotterdam' (VI). He also gives a description on the interior and the large art- and antique collection on board.

  • In Scheepshistorie 20 onder andere:

    - De Zutphense Stadts Aeck. In de winter van 2014-2015 werden graafwerkzaamheden verricht voor een verkeerstunnel onder het spoor en trof men de resten aan van een 17e-eeuws scheepswrak. Met behulp van de archeologische rapportage werd het schip op schaal 1:20 gereconstrueerd

    - Een vloedpunter voor de veiligheid.
    In 2014 kwam door overerving een heuse vloedpunter van de zolder van een boerderij af. Deze heel kleine punter was met zijn lengte van 4,85 m nog kleiner dan een Gieterse jol. Opmerkelijk is dat het scheepje voor `DROOG' gebruik is gebouwd.

    - Pijpenleggers verbinden werelden
    Het Maritiem Museum Rotterdam (MMR) heeft in 2014 een volmodel laten bouwen van het pijplegschip Aegir. Dit werkschip kwam een jaar eerder in dienst van Heerema Marine Contractors (HMC). De Aegir is een deepwaterconstructionvessel omdat het ook andere werkzaamheden dan alleen het leggen van pijpleidingen aankan.


    - Wapens ter zee. In 1976 is de 300-jarige sterfdag van Michiel de Ruyter herdacht, in 2014 kwam er een speelfilm geregisseerd door Roel Reiné over hem uit. Het artikel werd eerder gepubliceerd in 1976 in het blad De Wapenverzamelaar. In deze versie zijn nieuwe feiten verwerkt.

    - Cornelis Jacobszn Drebbel Eenmaal per jaar verandert een deel van de oude Alkmaarse binnenstad in `Kaeskoppendstad', een beeld van Alkmaar na zijn ontzet in 1573. Een van de attracties was de tewaterlating van een replica van de duikboot van Drebbel.

  • The ships of the Oliver Hazzard Perry class were designed in the United States in the mid-1970's as general-purpose escort vessels inexpensive enough to be bought in large quantities to replace older ships. Intended to protect amphibious landing forces, supply and replenishment groups, and merchant convoys from submarines, they also later were part of battleship-centric groups and aircraft carrier battle groups/strike groups.

  • Zware Kees

    Kees Wiersum

    • Lanasta
    • 20 Mei 2016

    Al jarenlang is het vaste prik. Op zondag. Dan komt het mailtje van Kees binnen. En `from all over the world' komen ze. Vanaf zee de ene keer, vanuit de haven `n andere keer.
    De onderwerpen gaan over van alles. Over de verwikkelingen aan boord, over de perikelen in den vreemde en... over die éne constante. De zorg voor de lading. Bijzondere lading; zware lading.

    `Kom eens!' riep Tinus vanuit het kantoor van het zeemanshuis te Amsterdam. `Niet te geloven,' merkte de voormalig sleepbootkapitein op. `Wat wij achter onze kont hadden heeft Kees aan dek staan.' `Wat dan...,' vroeg ik. `Lees zelf maar,' zei hij nog altijd schuddend met het hoofd.

    Ziehier `Zware Kees 3, Verhalen op de valreep'. Een bundel boordevol verhalen en foto's. Over een tak der koopvaardij waar de Nederlanders sterk in zijn. Een wereld op zich.

    Fascinerend, uitdagend, veeleisend.
    Leo Bersee.


    Leo Bersee is, naast zijn werk in het Seamen's Centre te Amsterdam, schrijver en zeeman.

  • Zware Kees

    Kees Wiersum

    • Lanasta
    • 20 Mei 2016

    Columns met meerwaarde

    Bij Schuttevaer zijn we trots op onze columnisten. Zij relativeren het serieuzere maritieme nieuws. Reden waarom wij deze vrije geesten zo graag de krant als podium aanbieden.
    Kees Wiersum heeft als `Zware Kees' z'n vaste plek op de zeevaartpagina `Wacht te Kooi'.

    In (bijna) waargebeurde anekdotes illustreert hij het hedendaagse zeemansleven en neemt het niet zelden op de hak. Maar altijd met een vrolijke, humoristische ondertoon. Hij schrijft ze als hij vaart, maar ook alléén dan. Op een zee vol inspiratie, rollen zijn verhalen er spontaan uit. Kees lééft zijn columns.

    `Zware Kees' lees je niet alleen in de krant, maar sinds zijn eerste bundel `verhalen voor het varen gaan' ook in boekvorm. In het boek leven de verhalen verder, voorbij de kale tekst dankzij de verrassende foto's.

    Die beeldende kant van Kees Wiersum hadden we bij de krant nog niet ontdekt. Ze geven de columns duidelijk meerwaarde. Een extra reden om de columns van `Zware Kees' met trots bij de lezer aan te bevelen.

    Dirk van der Meulen
    Hoofdredacteur Schuttevaer

  • Zware Kees

    Kees Wiersum

    • Lanasta
    • 20 Mei 2016

    "Zeevarenden zijn geen diplomaten" is een bekende uitspraak. Recht door zee, zeggen waarop het staat, en een verhaal is pas een verhaal als het wel wat opgeleukt en opgedikt is.

    Toch zijn weinigen er zo in geslaagd dat treffend te verwoorden dan Kees Wiersum. In korte columns geeft hij een prachtig beeld van het dagelijkse leven aan boord, van de doorgeschoten maritieme bureaucratie, van de eigenaardigheden van de collega's en van de eeuwige verwondering van de verzinselen van sommige autoriteiten. Echter altijd met een positieve ondertoon en gezonde humor.

    Hiermee bewijst de schrijver dat het huidige zeevarende bestaan een prachtig leven is, met afwisseling, humor en hard werken in kleine hechte teams.

    Kortom dit boek is een absolute must voor iedereen die meer wil weten van het huidige leven aan boord, voor iedere betere stuurman aan wal en voor iedere autoriteit die niet schrikt van het beeld in de spiegel.

  • Varen!

    Ian Ouwendijk

    • Lanasta
    • 22 April 2016

    "Eigenlijk had ik zo langzamerhand de schrijfpen aan de wilgen gehangen, toen ik op een avond werd opgebeld door een goede kennis die riep: "Ian, het is vanavond rot weer en ik lig met mijn bootje verwaaid op een verlaten meertje. Maar mijn vrouw heeft het heel erg naar d'r zin. Ze leest jouw boek nu voor de derde keer en ze schiet steeds in de lach. Wanneer komt er nou weer eens een boek?"
    Wie kan aan zoiets weerstand bieden! Bovendien las ik in een scheepvaartkrant een artikel over een gebeurtenis die erg veel leek op een voorval dat ik zelf ooit had meegemaakt. Dus plukte ik mijn pen weer uit de wilgen en begon te schrijven."
    />
    De anekdotes geven een doorsnee weer van ruim een halve eeuw maritieme geschiedenis en Ouwendijk heeft geprobeerd om de sfeer die er aan boord heerste zo goed mogelijk voor de lezer neer te zetten. De verhalen zijn verluchtigd met hilarische tekeningen van Onno Ouwendijk, de broer van de auteur. Bovendien is er bij de meeste verhalen een foto en een korte geschiedenis bijgevoegd van het schip waar het over gaat.

  • Varen in Frankrijk gaat over een reis die in Roompot begon, langs de Belgische- Normandische kust ging, de Seine opvoer om vervolgens via de Marne, Moezel en de Rijn in Heusden te eindigen. Naast allerlei praktische informatie over het weer, de vaarroute, de havens en de kaarten, besteedt dit boek ook veel aandacht aan de drie cultuurdragers van Frankrijk: de gastronomie, de vinologie en geschiedenis. Het is meer dan een vaargids alleen, het is ook een reisgids. Veel leesplezier!

  • HMCS Haida was a destroyer of the Tribal-class serving in the Royal Canadian Navy (RCN) from 1943-1963. During World War II, Haida sank more enemy surface tonnage than any other Canadian warship. In the Korean War the ship did two tours of duty.
    Nowadays she is the only surviving Tribal-class destroyer out of 27 units that were constructed between 1937-1945 for the Royal Navy, Royal Australian Navy, and the Royal Canadian Navy.

  • Zeevaders

    Rob Schroevers

    • Lanasta
    • 11 Mei 2016

    Humor. Dat is het sleutelwoord in dit verhaal over de offshore oliewinning. Het is ook het wapen waarmee de mensen in deze bedrijfstak het enorme spanningsveld te lijf gaan dat ontstaat als je in een vijandige zee een groot project moet volbrengen. Juist door alle grappen en hilarische avonturen voelt de lezer zich meegenomen in deze wereld en ontstaat een haarscherp beeld van de ernst van dit werk.
    Beginnend bij de zeevaartschool, via een korte loopbaan in de koopvaardij, komt de verteller tenslotte in de offshore terecht. Hij verhaalt openlijk over zijn aanvankelijke gestuntel en beschrijft het leerproces waardoor hij uiteindelijk een vaardig zeeman wordt. Hij schept hier niet over op, maar laat blijken dat hij begrijpt en doorziet waarom hij zijn vak geleerd heeft: door zijn ego thuis te laten en vooral door het geduld van zijn leermeesters. Het blijkt echter dat de vorming door zijn zeevaders zich verder uitstrekt dan alleen tot zijn professionele leven...

empty