Kleine Uil, Uitgeverij

  • De trans-Siberische spoorlijn is, met een totale lengte van 9.289 kilometer, de langste spoorlijn ter wereld. Het loopt van Moskou tot aan Vladivostok en verbindt Europa met Azië. Denise van Dalen (1991) volgt, iets meer dan honderd jaar na de voltooiing van de trans-Siberische spoorlijn, met haar vriend de overblijfselen van een bewogen geschiedenis. In Het spoor van de tsaar reist ze van Moskou naar Siberië en stapt ze over op de trans-Mongolische spoorlijn naar Ulaanbaatar en Peking. Ze ontmoet markante personages met boeiende verhalen: van Russische journalisten, bijgelovige docenten en Siberische boswachters tot Mongoolse nomaden en stadsbewoners.

    In Het spoor van de tsaar - Reizen over de trans-Siberische spoorlijn van Moskou naar Ulaanbaatar en Peking combineert Van Dalen persoonlijke observaties met anekdotes over het verleden en over de mensen die ze ontmoet. Ze vertelt de verhalen achter het raadselachtige Rusland, Mongolië en China: landen die zich alle drie in ongeveer dezelfde periode van hun keizers hebben ontdaan.

  • Onbevangen

    Dorien Cramer

    Op een doordeweekse oktoberdag stapt Dorien Cramer op het vliegtuig naar Singapore, met haar fiets in het ruim. Ze gooit het roer drastisch om na een plotseling verbroken relatie en twijfelt over de rest van haar werkende leven. Een solofietstocht zonder eindbestemming volgt. Ontmoetingen en ervaringen bepalen de koers. Een nieuwsgierige blik en een rustig fietstempo zorgen voor gedenkwaardige momenten. Zo kijkt ze mee met de kap van het regenwoud in Maleisië, eet ze paardenhersenen bij een huwelijksfeest in Kazachstan en wordt ze door de politie in Kroatië uit haar slaap gehaald.

    Dorien Cramer neemt de lezer mee langs verschillende culturen en door adembenemende landschappen. Ook voor de minder idyllische kanten heeft ze aandacht. Hoe ervaar je de onderdrukking van de Oeigoeren in Xinjiang? Wat doe je als je de naderende voetstappen van een man hoort wanneer je als vrouw alleen in een weiland overnacht?

    Ruim 20.000 kilometer stuurt Dorien de fiets over asfalt, gruis en zand alvorens op kerstavond bij haar ouders op de oprit te staan. Vijftien maanden op avontuur, met een onbevangen blik en als vrouw alleen op de fiets.

  • In de nazomer van 1944 werd de Groningse regio Oldekerk geplaagd door een serie gewapende roofovervallen op welgestelde landbouwers en veehouders. De overvallers deden zich voor als Landwachters of Grüne Polizei.

    Het spoor van de overvallers leidde naar 'Klein Rusland', een blokje van vier piepkleine huurwoningen voor de allerarmsten, weggestopt te Faan, aan de buitenrand van de gemeente Oldekerk. Op de avond van 6 oktober 1944 maakte de Sicherheitsdienst daar een bloedig einde aan 'De Bende van Oldekerk'. De drie opgeschoten daders en een onschuldige zestigjarige huisvader vonden daarbij de dood.

    Nabestaanden, autoriteiten en inwoners van de gemeente Oldekerk zwegen over het bloedbad. Het voorval ontglipte daarmee aan de geschiedschrijving. Wat gebeurde er precies op die fatale 6e oktober 1944? Wie waren de slachtoffers, waarom gingen ze op het roverspad en waarom was de Sicherheitsdienst zo naarstig naar ze op zoek? En waarom werden deze moorden in de doofpot gestopt?

  • Blauw

    Doeke Sijens

    De hoofdpersoon van Blauw rekende erop dat hij ooit nog wel eens gelukkig zou worden. Relaties zijn echter niet zijn sterkste punt, het geluk ontglipt hem steeds weer. Zijn eerste grote liefde achtervolgt hem, maar alleen nog in zijn dromen. Nick, zijn huidige vriend, verblijft al maanden in Italië en stuurt af en toe een e-mail. Hoe moet hij deze afstandelijkheid interpreteren? Een toevallige ontmoeting met Simon groeit uit tot een intense relatie, maar die is getrouwd en heeft grote moeite om zijn vrouw en kinderen los te laten. De complicaties in zijn leven nemen toe. En wil hij eigenlijk wel met andermans kinderen naar de dierentuin? Het moment waarop een keuze gemaakt moet worden, komt steeds dichterbij. Een reis naar Italië biedt uitkomst.
    Blauw, het romandebuut van Doeke Sijens, is een boek over twijfel, bedrog en verwarring. De thematiek zal iedereen aanspreken die de complexiteit van relaties kent.

  • Jan Glas debuteert in het Nederlands met Als was zij mijn vrouw. Glas schrijft in heldere taal met een licht absurde toets en een melancholieke ondertoon. Binnen een gedicht kan hij een zijpad inslaan waardoor de lezer ontregeld achterblijft. In andere gedichten weet hij de lezer te ontroeren door details die blijven hangen in het geheugen.

    Jan Glas heeft zich de afgelopen jaren voornamelijk gericht op het schrijven van Nederlandstalige gedichten. Hij las het nieuwe werk voor op diverse podia en festivals, onder andere Paradiso, Dichters in de Prinsentuin, Wintertuin en op het Dunya Festival.

  • In De kinderen van papa Koto volgen we Jan Boonstra tijdens zijn verkenning van Madagaskar, een betrekkelijk onbekend eiland voor de zuidoostkust van het Afrikaanse continent. Toch een eiland zo groot als Frankrijk en de Benelux samen.

    Madagaskar is bekend om zijn unieke flora en fauna. Het is echter niet alleen een ideale vakantiebestemming voor wie is geïnteresseerd in reptielen, lemuren en endemische orchideeën. Wie het land bezoekt, raakt evenzeer onder de indruk van de buitengewoon vriendelijke, maar straatarme, bevolking. Zoals we inmiddels van Boonstra kunnen verwachten - vorig jaar ver¬scheen van hem Veertigduizend Engelen, een rondreis door Ethiopië - zijn het ook in Madagaskar met name deze innemende mensen die in zijn verhalen en op zijn fotos tot leven komen.

    Wie door Madagaskar reist, hinkt steeds op twee gedachten. Het rode eiland, zoals Madagaskar wel wordt genoemd, lijkt soms onmiskenbaar Afrikaans, terwijl het op een ander moment typisch Aziatisch aandoet. We volgen de schrijver en zijn vrouw op hun tocht door dit schitterende land. Een tocht waarbij de ringstaartmakis in de bomen wachten tot ze weer zijn doorgelopen, maar waarbij de kinderen net zo lang staan te dansen en te zwaaien tot ze uit het zicht zijn verdwenen.

    De kleur die de Malagassiërs aan hun land geven is onmiskenbaar Afrikaans. In De kinderen van papa Koto zijn dit letterlijk de kleuren die je op de fotos ziet. Het is ook de couleur locale die je proeft bij het lezen van dit vlot geschreven en vaak geestige reisboek.

  • Wat Lowlands is voor de popmuziek is Dichters in de Prinsentuin voor de poëzie. Elk jaar trekken honderden liefhebbers van de poëzie naar het grootste openluchtfestival voor dichters in Groningen. Zon tachtig dichters, gearriveerde grootheden en aanstormende talenten dragen voor in de beslotenheid van een historische botanische tuin.
    In Oog in oog, de festivalbundel van 2011 is van iedere optredende dichter een recent gedicht opgenomen. De bundel biedt dan ook een staalkaart van de stand van zaken in het huidigepoëzielandschap. Op het festival sta je met een dichter direct oog in oog, bij de voordracht op het grasveldje of nog intiemer in de loofgangen van de tuin. Dichters in de Prinsentuin zoekt daarnaast altijd verrassende locaties op. Zo konden vorig jaar bezoekers van de Ikea opeens een dichter tegenkomen bij de aanschaf van een Billy. Ook dit jaar is de directe ontmoeting tussen lezer en schrijver als uitgangspunt gekozen voor het festival. Maar de meest directe ontmoeting vindt natuurlijk plaats op papier: tussen dichter en lezer.

  • In Spaak kijkt schrijver Pierre Carrière (1967) terug op zijn burn-out. In zijn tuinhuisje aan de rand van de stad leest hij in het dagboek dat hij van die periode bijhield. Spaak geeft inzicht in de oorzaken van de burn-out en de ervaring een paar maanden thuis te zitten. Carrière neemt de lezer mee in zijn proces van herstel: sessies bij een psycholoog, haptonoom en natuurgenezer. Hij leert leert dat een burn-out een ziekte en genezing, pech en een zegen tegelijkertijd is. Een ziekte die dwingt tot verandering en acceptatie van een ander levensritme.

    De schrijver wisselt de dagboekverhalen af met luchtige stukjes over het reilen en zeilen rond zijn tuinhuisje. De directe schrijfstijl en de humor maken Spaak contrastrijk en prettig leesbaar. Het is tevens een boek over universele themas als rouwverwerking, angst, loslaten, omgaan met pijn, gebrek aan zelfinzicht en persoonlijke groei. Spaak zet de lezer aan het denken. Vooral over zichzelf.

  • De fans hebben er lang op moeten wachten, maar nu komt hij er dan aan: het derde en laatste deel van Tavenier: Eeuwige trouw. De nieuwste ontwikkelingen in het herenhuis Tavenier zijn te lezen in deze vrolijke gay-soap. Weer volop relationeel gerommel natuurlijk tussen de bewoners.
    Krijgt de enige heteroseksueel in huis nu eindelijk een vaste relatie? Maar wat moet hij dan met handboeien? Armin krijgt een akelige ziekte, maar hoe slaat hij zich er doorheen? Eeg ontwikkelt zich als ras-casanova. De oude overbuurvrouw en haar kompaan Pompidou stellen wederom alles in het werk om de mannen dwars te zitten.

  • In Veertigduizend engelen volgen we Jan Boonstra en zijn vrouw op hun rondreis door Ethiopië - een wonderlijk land en een land van wonderen. De schrijver maakt ons van dag tot dag deelgenoot van zijn onderdompeling in een vreemde cultuur. De lezer wordt veel gewaar over dit magische land en zijn bewoners. Jan Boonstra: 'Voor de feitjes hebben we reisgidsen, maar een reisverhaal is per definitie een subjectieve belevenis.' We maken niet alleen kennis met de Ethiopiërs, we leren ook de schrijver kennen: zijn relativerende zelfspot en de soms indringende wijze waarop hij constateert dat het ongelijk verdeeld is in deze wereld. Hij neemt ons mee op reis door een andere wereld dan de onze, een wereld die hem verbaast, maar vooral ook een wereld die hem ontroert.

    Vanaf de eerste bladzijde is het duidelijk dat de fascinatie van Jan Boonstra vooral is gelegen in zijn ontmoetingen met de plaatselijke bevolking. Dit aspect wordt letterlijk door de intrigerende fotos van o.a. de bewoners van het religieuze noorden en de stammen in het zuiden. Ethiopië zal nog hoger op het verlanglijstje van menig globetrotter komen te staan na het lezen van dit vlot en humoristisch geschreven reisverslag.

    Veertigduizend engelen is een herkenbare herinnering voor wie in Ethiopië is geweest, het is informatief voor wie nog wil gaan en het is een boeiend avontuur voor wie zijn verre reizen bij voorkeur met een boek op de bank maakt. Het boek bevat een katern met kleurenfoto's die vooral de plaatselijke bevolking in het eigen alledaagse Ethiopië toont.

  • Elisabeth is keizerin tegen wil en dank. Terwijl de liefde voor haar pragmatische man bekoelt, groeit de druk op de dromerige Elisabeth om een troonopvolger te baren voor het Oostenrijk-Hongaarse rijk. Na de geboorte van kroonprins Rudolf besluit zij haar eigen weg te gaan. Ze blijft zoveel mogelijk weg uit het door haar gehate Wenen en stort zich vol overgave op steeds wisselende passies. Intussen gaat het volkomen aan haar voorbij hoeveel haar enige zoon van haar houdt en hoe hard hij haar nodig heeft.

    Mijn leven is van mij is een levendige historische roman over een wispelturige, verkeerd begrepen vrouw, op de vlucht voor haar verantwoordelijkheden, maar uiteindelijk vooral voor zichzelf. Een uniek portret van een keizerin die geen keizerin wilde zijn.
    `Door het herschrijven van zijn debuut toont Lucas Zandberg zijn kracht en lef als schrijver, en dat komt de roman ten goede' 8Weekly

    Lucas Zandberg (1977) schreef vier goed ontvangen historische romans en een succesvolle satire die in 2019 een theaterbewerking kreeg. Daarnaast schrijft hij recensies voor het literaire weblog Tzum. Zijn laatst verschenen roman is De rendementsdenker (De Arbeiderspers).

  • Iran, het land van dichters, ayatollahs, sjahs en de mooiste islamitische architectuur ter wereld, is voor velen een mysterie. Het is één van de belangrijkste landen in het hart van het Midden-Oosten, prominent op de oude handelsroutes en met een bewogen geschiedenis. Schrijver Alexander Reeuwijk reisde meerdere malen van Istanbul naar Teheran en verder naar o.a. Isfahan, Shiraz, Persepolis en Yazd. Met dit boek tilt Reeuwijk de sluier op, en toont de lezers Iran, in al zijn facetten.

  • F. Harmsen van Beek (1927-2009) was een uitzonderlijk multitalent. Zij schreef proza, poëzie en essays en maakte tekeningen, collages, knipsels en kunstobjecten. Werk dat duidelijk wortelt in een internationale traditie, waarbinnen Harmsen van Beek een grote belezenheid paarde aan een uitgebreide kennis. Critici brachten de verschillende disciplines waarbinnen zij zich zo gemakkelijk verplaatste vrijwel nooit met elkaar in verband - anders dan bij mannelijke generatiegenoten. Zij reduceerden haar tot de ongrijpbare dichteres van die ene debuutbundel: Geachte Muizenpoot (1965). Haar wonderbaarlijke poëzie en proza besprak het recensentenvolk vooral in de schaduw van de vele legendes over Harmsen van Beeks privéleven. Zelfs nadat in 2012 het verzamelde werk verscheen. Een bundeling die werd aangevuld met een gulle oogst aan ongebundelde publicaties. Plus een feitelijke biografische notitie.

    Den Boef en Kircz, die alles hebben bestudeerd wat ooit over Harmsen van Beek werd gepubliceerd, ontmoetten niet alleen kommer & kwel. Sommige interviews in de ether waren van hoog niveau, alsmede flonkerende academische publicaties en ontroerende literaire hommages. Onbegonnen werk was het dus niet, de interpretatie van het oeuvre. Het valt daarom te verwachten dat in de toekomst zowel lezers, critici als wetenschappers het oeuvre van Harmsen van Beek zullen herontdekken. Onverbiddelijk, om met Jan Cremer te spreken.

  • In Tussen bannelingen en bohémiens bezoekt schrijfster Marona van den Heuvel delen van Parijs waar gewone bezoekers meestal geen voet zetten. Ze spreekt met de artiesten van de kunstenaarskolonie La Ruche, portretteert een Perzische kolonel van de sjah en de achterkleindochter van Raspoetin, peilt de sfeer onder de Joden na de Charlie Hebdo aanslagen. Ze observeert de bobo's (bourgeois-bohémiens) rondom het Canal Saint-Martin en bezoekt illegalen die in kleine bootjes de oversteek hebben gewaagd en nu proberen te overleven in de uitzichtloze banlieue. Ze schetst de echte Parisiens, die middenin deze turbulente metropool onverstoorbaar vasthouden aan de ongeschreven regels van het Parijzenaarschap.

    Het resultaat is een kleurrijke verzameling verhalen en portretten van mensen die samenleven in de stad die al eeuwenlang een magische aantrekkingskracht uitoefent op avonturiers, kunstenaars, bannelingen en bohémiens van over de hele wereld.

  • Het is de nachtmerrie van alle ouders: je kind verliezen. Het overkwam Rob Stoker in werkelijkheid. Zijn dochter Kim werd door haar vriend Arjan op gruwelijke wijze vermoord. In een niets verhullend verhaal beschrijft hij de hel waar hij en zijn gezin doorheen zijn gegaan in de drie jaar volgend op de moord.

    In het openhartige boek 30 messteken beschrijft Rob Stoker de verwarring, het verdriet en de woede na de moord en de toenemende frustratie tijdens de rechtsgang.

    'Tijdens de zitting zou ik als enige in de zaal zitten, terwijl mijn familie achter het glas moest plaatsnemen. Op de publieke tribune, waar dus ook de familie en vrienden van Arjan zouden zitten. Ik vond het een afschuwelijke gedachte dat ik tijdens de verhoren waar de meest gruwelijke details aan bod zouden komen, niet naast mijn vrouw en kinderen kon zitten. Ik zou dus zelf geen steun kunnen krijgen, maar wat ik nog erger vond, ik zou ook niet mijn dochter of zoon even kunnen vasthouden als het zwaar zou worden. En dat het zwaar zou worden, hadden we inmiddels wel in de smiezen.'

    In hoeverre overschaduwt de rouw over zijn dochter zijn eigen relatie, hoe functioneer je nog als docent? Hoe blijf je overeind als vader van je andere twee kinderen? Het zijn deze grote vragen waar Rob Stoker op een eerlijke manier over schrijft.

    Rauw, schokkend en liefdevol.

  • Anton Ent is het pseudoniem van Henk van der Ent, die Nederlands ging studeren om erachter te komen wat het geheim van poëzie is. Al schrijvend en docerend zette hij deze zoektocht voort. Hij publiceerde in vrijwel alle bekende literaire tijdschriften en gaf zestien bundels uit. De laatste is Binnen de wildroosters.

    Opvallend in Hoe het licht valt is de verstaanbare inhoud. De gedichten beschrijven invoelbare situaties en gebeurtenissen die de lezer overrompelen. Iemand die zich ergert aan toespraken in het crematorium. Een ongelukkige man die gelukkig wordt van een opspringende kniptor. Een fietsend echtpaar dat jaloers naar springende hazen kijkt:

    HAKENDE HAZEN

    Voorjaar. We zagen twee springende hazen
    zochten de naam van dit draaien en strekken
    /> los van de aarde zoals wij in de lente

    We voelden de vitaliteit in onze liezen
    zo was het, zo is het geweest

    Plotseling greep ik al fietsend haar hand
    Angst was het, ook wel liefde genoemd

    Onder zijn heteroniem Marieke Jonkman liet hij vier bundels verschijnen, de laatste (Amazonen) in 1996. Daarna zweeg ze. Tot zijn eigen verrassing schreef ze tien jaar later vijf gedichten. Die zijn in Hoe het licht valt opgenomen.

  • Hoe ziet het netjes opgemaakte bed van Emily Dickinson eruit? Hoe zwaar was de weg die Virginia Woolf voor de laatste maal liep naar de rivier? Snapte Louis Couperus Japan wel?

    Soms is het doel van het reizen niet de plek, maar de persoon die op die plek heeft gewoond. We vroegen een groot aantal schrijvers de historische sensatie te beschrijven van een plek die bijzonder was door de persoon die er woonde of werkte.
    Daar sta je dan waar Nikolaj Gogol rondliep. De omgeving is hetzelfde gebleven, de inwoners van het dorp zijn verre nazaten van de mensen die hij portretteerde en het landschap herken je van zijn beschrijvingen. Hoeveel dichter kun je bij een auteur komen?

    /> De wandelstok van Virginia Woolf levert prachtige portretten op van uiteenlopende historische figuren. Van Nescio tot Darwin, van Cees Nooteboom in Berlijn tot Louis Couperus in Japan. En soms de reis van twee historische figuren: Mahler op consult bij Freud. Onze schrijvers zoeken beroemde voorgangers, kunstenaars en politici en het resultaat is een verzameling fascinerende zoektochten.

    Deelnemende auteurs zijn: Alexander Reeuwijk, Caroline van Ommeren, Doeke Sijens, Lucas Zandberg, Marijke Arijs, Marona van den Heuvel, Peter Groenewold, Roos Custers, Norbert Peeters, L.H. Wiener + Geerten Meijsing, Rob van Essen, Anton Brand, Guus Bauer, Louis Stiller + Hansmaarten Tromp, Erik Nieuwenhuis en Coen Peppelenbos.

  • Bas Jan zit in zijn eindexamenjaar en wil kunstenaar worden. Hij heeft maar één specialisme en dat is vallen. Hij kan van trappen vallen, over drempels struikelen en van daken rollen, maar hij zint op een grotere stunt bij de toelatingscommissie voor de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.

    Maar zomaar verdwijnen naar een nieuwe stad gaat niet: hij zorgt voor zijn jongere zusje en zijn dementerende, oude vader, voorheen een wereldberoemde goochelaar. Bas Jan bedenkt een plan om zijn vader mee te tronen van Salland naar zijn geboortestad Den Haag. Daar woont nog zijn enige broer met wie het contact al decennialang is verbroken. Wat is er gebeurd in het verleden?

    Als Bas Jan de commissieleden kan overtuigen met een val die zo spectaculair is dat hij zonder bezwaar wordt toegelaten, dan lonkt er misschien een toekomst in de Hofstad, ook voor zijn vader van wie het geheugen in de vertrouwde omgeving toch geprikkeld wordt. Het loopt echter niet zoals Bas Jan het zich voorstelde.

    In de ontroerende en luchtige roman De valkunstenaar geeft Coen Peppelenbos een portret van een adolescent die de sprong naar de volwassenheid maakt, maar zich nog niet los kan maken van zijn familie. De naam Bas Jan verwijst naar de valkunstenaar Bas Jan Ader. Een hommage.

  • Victorie

    Coen Peppelenbos

    Als zijn jongere broer Victor dood gevonden wordt in een sloot - vermoord - besluit Merijn de politiek in te gaan. De tumultueuze opkomst van de politieke beweging, gedragen door het sentiment van de massa, laat zien dat Merijn geen alledaagse politicus is.

    Victorie is een meerstemmig boek. Naast Merijn komt ook de moordenaar en een vriend van Victor aan het woord. Zij laten vooral de worsteling met de alledaagse onderwijspraktijk zien. Victor en zijn vrienden zijn geen modelleerlingen die tevreden zijn met een zesje. Ze willen hun leraren overtroeven, ze willen zoveel dat de docenten met hun mond vol tanden staan. Daarna gaan ze nog een stapje verder totdat het fataal afloopt.

  • De auteur Henk Wolf reed op eerste paasdag 2015 in zijn klassieke Jeep door Friesland, toen een meerkoet zich door zijn voorruit boorde. De vogel raakte hem recht in zijn gezicht en Wolf werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht en meteen geopereerd. Hij overleefde de klap, maar zijn rechteroog leek definitief verloren.

    Wie een meerkoet in zijn oog krijgt, heeft een bijzonder verhaal te vertellen. Dat bewijst Henk Wolf in dit boek. Een meerkoet in mijn oog is bijna een roman. Het is ook bijna een populairwetenschappelijk curiositeitenkabinet in de stijl van Oliver Sacks en Kees Moeliker. En het is bijna een verzameling taalgrappen zoals van Herman Finkers. Geen van die etiketten past echter helemaal.

    Voor beginnende visueel gehandicapten is dit boek een gids, voor medici een zeldzame case study, voor Friezen een schaamteloos kijkje in het privéleven van 'professor Henk'.

    Voor alle anderen is het een fascinerende en humoristische beschrijving van de manier waarop onze hersenen en wijzelf reageren op plotselinge, ernstige oogschade.

    Op luchtige toon beschrijft Wolf het ongeluk, zijn vreemde hallucinaties, de onmogelijkheid om diepte te zien en het revalidatieproces. Fietsen en autorijden moest hij opnieuw leren, koffie inschenken werd een blijvend probleem. En net toen Wolf eraan gewend raakte dat hij voorgoed eenogig was, gebeurde er een medisch wonder.

  • Het idee is even geniaal als simpel: Erik Nieuwenhuis koos bij elk jaar uit zijn leven een Nederlandstalige hit en schreef vervolgens een column over zijn leven in dat jaar. Van het betere lied tot de echte meezinger.

    'Gelukkig voor mij en de smartlappenindustrie blijft er altijd wel wat te huilen over. Voor armoe, eenzaamheid, teleurstelling, Weltschmerz en dood bestaat helaas geen bel-me-niet-register. En zo kan het gebeuren dat je op een donkere, winderige en natte decemberzaterdag in de trein tussen Lelystad en Almere volschiet als Hazes door je koptelefoon zingt:

    'Met bloed, zweet en tranen Zei ik vrienden, dag vrienden de koek is op.'

    Maar om nou te zeggen dat dat het Nederlandstalige lied is dat een halve eeuw moi ten voeten uit karakteriseert... Zelfs Hazes zelf heeft, met het rijmwoordenboek bij de hand, wel toepasselijker dingen gezongen:

    'Het was er warm en druk / ik zat naast een lege kruk'

    Of:

    'Nu sta ik voor je / 'k ben weer blijven hangen in de kroeg'.

    Nee, met Hazes en De Shorts alleen komen we er niet. Het leven is geen zkv, het mijne niet in elk geval. Mocht iemand mij ooit vragen naar de smartlap van mijn leven, dan zou ik zeggen: 'haal nog maar even wat te drinken, dit gaat even duren.'

    Met Bloedend Hart schreef Erik Nieuwenhuis niet alleen op originele wijze een ontroerende en humoristische autobiografie, hij geeft en passant ook een treffend beeld van de Nederlandse cultuur van de afgelopen halve eeuw.

  • In 1991 debuteerde Connie Palmen (1955) met de roman De wetten. Sinds het verschijnen van deze roman is Palmen uitgegroeid tot een van de belangrijkste hedendaagse auteurs in het Nederlandse taalgebied. Ze schreef vele bestsellers en won met de romans De vriendschap en Jij zegt het de Ako Literatuurprijs en de Libris Literatuurprijs. In Talend naar betekenis - Het oeuvre van Connie Palmen ontvouwt Koen Schouwenburg in gedegen maar toegankelijke hoofdstukken de belangrijkste ideeën van haar veelbesproken oeuvre. Het is zowel een overzicht van Palmens werk, alsook een boek over de functie van fictie, het nut van literatuur, het verlenen en krijgen van betekenis en de roman als wapen in de opstand tegen het absurde.

  • Niets is voor de eeuwigheid, zeker niet in Tokio. De bulldozers van projectontwikkelaars effenen de weg naar de Olympische Spelen van 2020 en de allesverwoestende aardbeving 'Big One' ligt op de loer. De inwoners blijven er gelaten onder en wijzen er met trots op dat hun grenzeloze stad is opgebouwd uit een verzameling eigenzinnige 'dorpen'.

    Ruim driehonderd jaar lang heerste het Tokugawa shogunaat met straffe hand vanuit het Edo-kasteel over Japan. In 1868 was het feodale tijdperk voorbij en kreeg Edo de nieuwe naam 'Tokio'. Ondanks aardbevingen, branden en bommen groeide de 'Oostelijke Hoofdstad' uit tot de grootste metropool ter wereld die zichzelf steeds opnieuw moet uitvinden.

    Hier hebben kwieke senioren en trendy jongeren, salarymen en zwervers, schuinsmarcheerders en lekkerbekken hun eigen habitat.

    In Dwarrelende bloesem, knipperend neonlicht zwerft Caroline van Ommeren door Tokio op zoek naar de geschiedenis en de verhalen achter het dorp in de stad.

  • Het waaide er

    Jan Glas

    Het waaide er is de zesde bundel van Jan Glas. Over misverstanden rond Albert Speer en over een dansende beer. Over wanneer je wel en wanneer je niet uitgebreid kookt. Over Deense mannen, een Chinese man, een man die goede pakken droeg en een man met een kleine blaas. Een jonggestorven soldaat. Over Sergey Dolkoroekov en de man uit Apeldoorn die verliefd werd op Luxemburg. Over het meisje dat borsten op haar rug had laten tatoeëren en het kind dat Konijn werd genoemd.

empty