De Arbeiderspers

  • Toen het oorlogsgeweld in augustus 1914 Europa overspoelde, meldde Henri Barbusse, aanvankelijk een overtuigd antimilitaristisch socialist, zich als vrijwilliger. Bij Barbusse volgde al snel de ontnuchtering over de ware aard van het strijdbedrijf dat uiteindelijk geen overwinnaars kent. Door zijn ontmaskering van het propagandistische vijandbeeld en de heersende oorlogsretoriek riep Het vuur in patriottische kringen weerstand op, maar het ontving ook uitbundige lofuitingen, onder andere van Céline, en het werd al enkele dagen na verschijning in 1916 met de Prix Goncourt bekroond.
    Zich baserend op zijn aantekeningen in de loopgraven en zonder verfraaiing van de ongepolijste spreektaal van de soldaten schreef Barbusse een ontluisterend ooggetuigenverslag en een aanklacht tegen de waanzin van de oorlog. Het vuur geldt tegenwoordig als hét hoogtepunt van de literatuur over de Eerste Wereldoorlog.

  • Zijn hele leven woonde Rigoni Stern in Asiago, een dorp ten noorden van Venetië. De enige keer dat hij zijn geboorteplaats verliet, was de periode dat hij als soldaat in het Italiaanse leger diende. In Sergeant in de sneeuw beschrijft Rigoni Stern zijn ervaringen aan het Oostfront. Tijdens de desastreuze campagne tegen de Russen moeten Stern en zijn kameraden zich terugtrekken over de steppe, zonder proviand, bij temperaturen tot veertig graden onder nul.

empty