Boom juridisch

  • n dit boek worden de hoofdzaken van het Nederlandse belastingrecht en de grondbeginselen van het internationale en Europese belastingrecht behandeld.
    De volgende onderwerpen komen in Hoofdzaken belastingrecht aan bod:

    formeel belastingrecht;
    inkomstenbelasting;
    loonheffingen;
    vennootschapsbelasting;
    dividendbelasting;
    internationaal en Europees belastingrecht;
    omzetbelasting;
    erf- en schenkbelasting;
    belastingen van rechtsverkeer;
    belastingen van lokale overheden;
    Wet waardering onroerende zaken;
    verhouding tussen vennootschappelijke jaarrekening en fiscale aangifte.

  • Boom Basics Internationaal privaatrecht Nieuw

    In deze Boom Basics staat het internationaal privaatrecht centraal.

    De Boom Basics geven je snel inzicht in een rechtsgebied. Door de duidelijke schema's, de puntsgewijze uitleg en de sprekende voorbeelden kom je direct tot de kern van de zaak. Perfect voor tentamenvoorbereiding of een snelle opfrissing van je kennis!

    Voor een compleet overzicht van alle delen en productvormen ga je naar www.boombasics.nl.

  • In het arbeidsrecht komen de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' op verschillende plaatsen voor. Dezelfde of zeer vergelijkbare begrippen worden ook in andere deelgebieden van het privaatrecht gebruikt, zoals het verzekeringsrecht, het vervoersrecht en het verkeersaansprakelijkheidsrecht. Bij nadere bestudering blijkt al snel dat de begrippen niet overal op dezelfde manier worden uitgelegd. In dit boek onderzoekt de auteur of de wijze waarop de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het privaatrecht worden uitgelegd, intern consistent is met de wijze waarop deze begrippen in het arbeidsrecht worden uitgelegd.

    De auteur bespreekt eerst de uitleg van `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het arbeidsrecht. Daarna bespreekt hij de uitleg van deze begrippen in de andere deelgebieden van het privaatrecht. Daarbij komen de parlementaire geschiedenis, de literatuur en zowel de jurisprudentie van de Hoge Raad als de lagere jurisprudentie uitvoerig aan de orde. Vervolgens vergelijkt de auteur de bevindingen uit het arbeidsrecht en het privaatrecht aan de hand van drie gezichtspunten: terminologie, ratio en type rechtssubject. De auteur duidt de geconstateerde verschillen en overeenkomsten en legt dwarsverbanden tussen de verschillende rechtsgebieden. In het laatste hoofdstuk bespreekt de auteur de mogelijkheid om het huidige model, waarin op verschillende plaatsen vergelijkbare schuldbegrippen worden gebruikt, te vervangen door een model met open normen.

    Dit boek is zowel interessant voor wetenschappers die belangstelling hebben voor interne rechtsvergelijking, als voor (praktijk)juristen die zich willen verdiepen in schuldbegrippen binnen het arbeidsrecht en het privaatrecht.

  • De eenmanszaak is een verzameling van zaken en vermogensrechten. Hoe deze rechtsvorm past in het stelsel van het privaatrecht is onduidelijk. Al eeuwenlang wordt de rechtsvraag of de eenmanszaak een goed is bediscussieerd in de rechtswetenschap. Deze vraag speelt als de eenmansondernemer een huwelijksgemeenschap aangaat of beëindigt, overlijdt, zijn recht op de onderneming overdraagt of inbrengt in een personenvennootschap of BV, of als hij zijn recht op de onderneming financiert.

    In dit onderzoek wordt nagegaan of het recht op de onderneming een goed is in de zin van artikel 3:1 BW en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn. De auteur geeft een volledig beeld van deze discussie. Ook komt zij door gebruik te maken van dogmatiek en rechtsvergelijking tot een ander antwoord dan de heersende leer op deze maatschappelijk relevante rechtsvraag. Zij pleit voor erkenning van het recht op de onderneming als vermogensrecht.

  • In vrijwel elk rechtsgebied doen zich innovatieve ontwikkelingen voor in de omgang met conflicten. Dit speelt zowel binnen de overheidsrechtspraak als daarbuiten. Te denken valt aan de mate waarin het recht en de procedure de uitkomst van het geschil bepalen en de mate waarin conflicteigenaren en derden zeggenschap hebben over conflicten en oplossingen. Ook is er de nodige aandacht voor de mate waarin partijen bij een conflict louter voor eigen belangen en rechten opkomen en voor de mate waarin zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren (en kunnen dragen) voor de oplossing van hun conflict. De lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law and Governance (NILG) die eind 2019 werd gehouden, had als doel om aan de hand van inleidingen en debat te onderzoeken wat er op het vlak van het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem gaande is, en of dat op transformatie duidt. Is de aandacht voor probleemoplossing in het recht een voorbijgaande modegril? Of is mogelijk sprake van een dynamiek waarin probleemoplossing op een meeromvattender wijze in het recht(ssysteem) wordt geïntegreerd? Kan zo'n nieuw rechtssysteem eigenlijk wel bestaan? En hoe kan het recht inspelen op zo'n transformatieve ontwikkeling?

    Deze bundel vormt de weerslag van de lustrumconferentie. De bundel is niet opgezet als normatief materiaal voor wie zich een oordeel wil vormen over de waarde van probleemoplossing in het recht. De bijdragen van de bundel zijn primair bedoeld om elkaar te informeren door een dwarsdoorsnede te geven van wat er op diverse rechtsgebieden gaande is rondom het thema probleemoplossing in het rechtssysteem.

  • In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? In hoeverre is sprake van controle op bestuurders en toezichthouders en van zeggenschap over besluitvorming?

    De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur op grond van politieke noties van democratische legitimiteit. De auteur analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige onderwijswetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie.

    Dit boek is geschikt voor beleidsmakers en juristen bij de Rijksoverheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, voor degenen die zich bezighouden met de wetgeving inzake medezeggenschap en goed onderwijsbestuur en voor belangstellenden in de geschiedenis van het grondwettelijke onderwijsartikel en van de medezeggenschap.

  • De tbs-maatregel behoort tot de meest ingrijpende strafrechtelijke sancties in Nederland. Elke een of twee jaar bepaalt de rechter of de tbs-maatregel moet worden verlengd om te voorkomen dat de tbs-gestelde nieuwe delicten zal plegen. Natuurlijk weet niemand zeker of de tbs-gestelde daadwerkelijk zal recidiveren. Dit roept de vraag op wanneer de tbs-gestelde klaar is om terug te keren naar de samenleving. De tbs-maatregel is namelijk niet bedoeld om de tbs-gestelde te straffen door hem langdurig op te sluiten.

    Dit onderzoek laat zien hoe rechters een balans zoeken tussen de belangen van de samenleving en de belangen van de tbs-gestelde. Door middel van jurisprudentieonderzoek, observaties van zittingen en interviews met rechters zijn de overwegingen van rechters bij de verlengingsbeslissing in kaart gebracht. Deze worden geordend en geanalyseerd aan de hand van het focal-concernsperspectief. Dit onderzoek biedt nieuwe inzichten voor juristen en gedragsdeskundigen die werkzaam zijn in de tbs en voor iedereen die meer wil weten over de besluitvorming van rechters.

  • In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van de derde advocatenbarometer, een empirisch rechtssociologisch onderzoek naar het profiel van advocaten die zijn verbonden aan een of meerdere Nederlandstalige balies in Vlaanderen en Brussel. Na eerdere afnames in 2006/07 en 2012/13, verzamelden we in het kader van deze derde editie gegevens van meer dan 2.500 advocaten in de periode mei-juli 2020. De studie werd opnieuw uitgevoerd in opdracht van de Orde van Vlaamse Balies, en stond onder leiding van professor Wim Hardyns (Universiteit Gent) en professor Stephan Parmentier (KU Leuven).

    Deze derde advocatenbarometer bevat topics zoals (1) het socio-demografisch profiel; (2) de professionele structuur van advocatenkantoren; (3) het type cliënteel en erelonen; (4) de (professionele) tijdsbesteding; (5) de stage; en (6) het gewijzigd advocatenlandschap.

    Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de trends die werden vastgesteld sinds de eerste barometer in 2006/07. De onderzoeksresultaten en reflecties in dit boek bieden een belangrijk beleidsinstrument voor de Orde van Vlaamse Balies en vormen een interessant aanknopingspunt voor verder wetenschappelijk rechtssociologisch onderzoek. Dit boek is daarom een belangrijk naslagwerk voor eenieder die een betere kijk op de beroepsgroep van advocaten wil ontwikkelen en een absolute aanrader die niet mag ontbreken in de boekenkast van elke (Vlaamse) advocaat.

  • In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is door een onderzoeksteam van Erasmus School of Law onderzoek gedaan naar de vraag of naast mishandeling ook openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) tegen politieagenten en andere functionarissen met een publieke taak onder het taakstrafverbod zou moeten vallen. De aanleiding van het onderzoek is de toezegging van de regering op een wetsvoorstel voor de uitbreiding van het taakstrafverbod met mishandeling tegen agenten en andere functionarissen. De vraag is echter of er voldoende aanleiding is om ook de lichtste variant van openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) onder dit verbod te laten vallen.

    Om de vijf geformuleerde onderzoeksvragen te beantwoorden is allereerst een (bescheiden) onderzoek naar het wettelijk kader gedaan. Daarnaast is voor beantwoording van de empirische deelvragen gekozen voor een analyse van vonnissen in eerste aanleg gewezen door de rechtbank (politierechter en meervoudige strafkamer). Concluderend blijkt uit het onderzoek: nu het veelal gaat om lichte zaken, is er geen aanleiding om openlijke geweldpleging jegens politieagenten en andere publieke functionarissen onder het taakstrafverbod te laten vallen.

  • Dit rapport gaat over twee actuele onderwerpen: secundaire victimisatie als probleem en herstelrecht als oplossing. Secundaire victimisatie houdt in dat mensen slachtoffer worden door de juridische procedure. Verschillende groepen slachtoffers worden in verband gebracht met secundaire victimisatie, zoals slachtoffers van seksueel geweld, migranten, maar ook letselschadeslachtoffers, artsen, veteranen. Deze slachtoffers worden opnieuw slachtoffer omdat ze niet worden geloofd, niet serieus worden genomen of onjuist worden bejegend door professionals in het recht en daardoor het vertrouwen in het recht verliezen of minder goed herstellen. Herstelrecht is een duurzame vorm van conflictoplossing waarbij principes als herstel van het leed, behoeften van rechtzoekenden, dialoog en wederzijds respect centraal staan.

    Herstelrecht beoogt om mensen hun conflict samen in dialoog te laten oplossen. Binnen het strafrecht is er momenteel veel aandacht voor herstelrecht. Mediation in strafzaken wordt nu structureel gefinancierd door de overheid. Maar ook in het aansprakelijkheidsrecht, familierecht en bij de overheid is er steeds meer beweging in de richting van aandacht voor dialoog en immateriële behoeftes.

    In het rapport wordt ook verslag gedaan van Europese netwerkactiviteiten rondom het voorkomen van secundaire victimisering van slachtoffers van seksueel geweld en het mogelijk bevorderen van herstel in het kader van toegang tot eerlijke schade vergoeding.

    Het onderzoek is vernieuwend omdat het onderzoek verschillende rechtsgebieden betreft. De auteurs laten zien dat de problematiek van secundaire victimisatie niet alleen voorkomt in het strafrecht, maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Denk in het bestuursrecht bijvoorbeeld aan de slachtoffers van de kindertoeslagenaffaire. De auteurs beargumenteren dat herstelrechtelijke principes kunnen voorkomen dat mensen last krijgen van een juridische procedure, niet alleen in het strafrecht maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Herstelrechtelijke principes kunnen vormgegeven worden in gedragscodes en andere initiatieven.

  • Made in Maastricht 1981-2021 Nieuw

    Welke bagage geven wij mee aan de jonge, pas afgestudeerde jurist? Is er een boodschap voor de nieuwe generatie rechtsbeoefenaars in de huidige, soms beangstigende en onzekere tijd? Bij gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht werden deze vragen gesteld aan vijftig nauw met de faculteit verbonden personen. Het resultaat is een kleine koffer met Maastrichtse wijsheid, een Mestreechse wiesheidkalbas. De door de auteurs aanbevolen survival kit of Bildung biedt daarbij inspiratie aan elke jonge jurist - made in Maastricht of niet.

  • Klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen Nieuw

    Bestaat er klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen? En, zo ja, welke verklaringen bestaan daarvoor? In dit boek worden deze belangrijke kwesties onderzocht.

    Het onderzoek dat wordt verslagen is een verkennend en kwalitatief onderzoek. Hierdoor is er geen hard bewijs te leveren voor klassenjustitie. Wel vonden de onderzoekers aanwijzingen voor verschillende vormen van (onbewuste) selectiviteit die in de Nederlandse strafrechtketen worden ervaren. De vraag is of het legitiem kan zijn om onderscheid te maken en, zo ja, wat daarvoor dan de criteria zijn. De onderzoekers roepen op hierover de discussie met elkaar aan te gaan.

    Klassenjustitie wordt hierbij omschreven als illegitieme benadeling van mensen die niet tot de heersende klasse behoren en illegitieme bevoordeling van mensen die daar wel toe behoren. Geïnterviewde professionals uit de strafrechtketen gaven aan dat zij aanwijzingen zien voor verschillende vormen van het maken van onderscheid. Onbewuste vooroordelen en stereotypen kunnen hierbij een rol spelen, zeker wanneer er onduidelijkheid is wat te doen. Ook gemotiveerd onderscheid maken en systeemaspecten van het strafrecht kunnen een rol spelen.

  • Werkboek WWFT / AML Practice Guide Nieuw

    Dit boek is gedrukt op CO2-neutraal papier. De royalty's van dit boek worden beschikbaar gesteld aan Lawyers for Lawyers (L4L).

    L4L verleent morele en juridische bijstand aan advocaten die in de uitoefening van hun werk worden bedreigd of vervolgd of aan advocatenorganisaties die voor deze advocaten in de bres springen of hen vertegenwoordigen. Zij brengt de positie van bedreigde advocaten wereldwijd onder de aandacht van nationale en internationale instellingen en organisaties, zoals de Verenigde Naties en het Europees parlement en de betrokken autoriteiten van het land waar de advocaat zich bevindt. Ook organiseert L4L fact finding-missies, waarnemingsmissies en schrijfacties. Daarnaast publiceert zij regelmatig over individuele zaken.

  • Erkenning, excuses en herstel Nieuw

    Erken de rol van de Nederlandse overheid in het slavernijverleden, bied excuses aan en werk aan herstel. Doe dit in een wet, bij voorkeur in een consensusrijkswet, met betrokkenheid van het hele Koninkrijk. Dit adviseerde het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden de Nederlandse regering op 1 juli 2021.

    De studie Erkenning, excuses en herstel speelde een belangrijke rol bij de onderbouwing van dit advies. De auteurs verkenden in opdracht van het Adviescollege de juridische aspecten van de verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. De studie biedt de lezer een juridische routekaart waarin het staats­, straf­ en privaatrecht onderzocht worden op hun betekenis voor de verwerking van het slavernijverleden. Zo wordt getoond op welke manieren het Nederlands recht en het recht van het Koninkrijk der Nederlanden de verwerking van dit verleden mogelijk maakt en waar het eventueel obstakels opwerpt.
    De auteurs concluderen dat de meest geschikte juridische vorm voor verwerking gevonden kan worden in erkenning, excuses en herstel in een consensusrijkswet. Die vorm maakt dat de Nederlandse overheid zich zo open mogelijk opstelt en zich verplicht om over de erkenning, excuses en herstel met de andere koninkrijkspartners tot overeenstemming te komen.

    In de verwerking van het slavernijverleden staan echter vooral de verhalen voorop. Het voorwoord dat filmmaker Ida Does speciaal voor deze uitgave schreef, brengt die context tot leven, verbindt het Koninkrijk door verhalen en geeft daarmee hart aan de juridische overdenkingen in dit boek. `Een wet schept het kader. Het menselijk verhaal voorziet het kader van een hartslag.

  • Boom Basics Belastingrecht Nieuw

    De Boom Basics Belastingrecht biedt een handzaam overzicht van het belastingrecht ten behoeve van inleidende fiscale vakken die worden verzorgd op universiteiten en hogescholen. De nadruk ligt op de hoofdlijnen van het Nederlandse belastingrecht. Tevens worden de belangrijkste internationale aspecten van het Nederlandse belastingrecht beschreven. Bijzaken en details zijn zoveel mogelijk weggelaten.

    Doelgroep
    De Boom Basics geven je snel inzicht in een rechtsgebied. Door de duidelijke schema's, de puntsgewijze uitleg en de sprekende voorbeelden kom je direct tot de kern van de zaak. Perfect voor tentamenvoorbereiding of een snelle opfrissing van je kennis! De Boom Basics zijn bestemd voor studenten die een juridische opleiding volgen aan een universiteit of hogeschool.

  • Beïnvloedt het medisch aansprakelijkheidsrecht het handelen van zorgverleners? Dit is een vraag die zowel juristen als sociale wetenschappers bezighoudt. Volgens de juridische theorie zou het medisch aansprakelijkheidsrecht ertoe moeten leiden dat zorgverleners zich aan de normen houden. Sociaalwetenschappelijk onderzoek biedt echter aanwijzingen dat het medisch aansprakelijkheidsrecht leidt tot defensief handelen. Dit spanningsveld is het startpunt voor dit juridisch-empirische onderzoek.

    Het civiel medisch aansprakelijkheidsrecht, het medisch tuchtrecht en het medisch strafrecht kennen alle een preventief doel. Aan de hand van primair en secundair empirisch onderzoek beschrijft dit boek in hoeverre men kan verwachten dat dit doel wordt behaald in de praktijk.

    Een belangrijke conclusie van dit juridisch-empirische onderzoek is dat men de gedragsbeïnvloedende effecten van het medisch aansprakelijkheidsrecht niet moet overschatten. De beperkte juridische kennis van zorgverleners lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Deze bevinding pleit voor meer aandacht voor dit thema bij deze beroepsgroep.

    Dit boek is relevant voor iedereen die zich bezighoudt met juridisch-empirisch onderzoek, en de invloed van het recht op gedrag.

  • Een contractspartij kan met een overeenkomst onstoffelijk voordeel nastreven, zoals vakantieplezier of woongenot. Als zij dit voordeel misloopt, omdat de wederpartij haar contractuele verplichtingen niet nakomt, rijst de vraag of en hoe haar immateriële belangen worden beschermd in het schadevergoedingsrecht. Sinds het einde van de negentiende eeuw heeft zich in Nederland geleidelijk een recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel ontwikkeld. Onomstreden is deze rechtsontwikkeling allerminst. Zo is er discussie over de kwalificatie van gemist onstoffelijk voordeel - of het vermogensschade of ander nadeel is - en bestaat er vooralsnog geen consensus over het antwoord op de vraag of zulke schade voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen en, zo ja, onder welke voorwaarden. Bovendien is er verschil van mening over de vraag hoe gemist onstoffelijk voordeel moet worden begroot.
    Dit onderzoek gaat op deze vragen in. Het Nederlandse recht wordt gespiegeld aan het Duitse en het Engelse recht, waar de rechtspraak en de literatuur voor vergelijkbare vragen staan. Deze rechtsvergelijking mondt uit in een pleidooi voor een algemeen recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel.

  • In de Boom Basics staat het goederenrecht centraal.

    De Boom Basics geven je snel inzicht in een rechtsgebied. Door de duidelijke schema's, de puntsgewijze uitleg en de sprekende voorbeelden kom je direct tot de kern van de zaak. Perfect voor tentamenvoorbereiding of een snelle opfrissing van je kennis!

    De Boom Basics zijn bestemd voor studenten die een juridische opleiding volgen aan een universiteit of hogeschool.

  • De kwalificatie van bestuurdersaansprakelijkheid in het internationaal privaatrecht is al onderwerp geweest van verschillende bijdragen en verhandelingen. In dit boek wordt een beschouwing over dit onderwerp gegeven aan de hand van twee arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU).

    In dit boek staan twee vragen centraal. Als eerste komt de vraag naar de aansprakelijkheid van de bestuurder van een buitenlandse vennootschap aan de orde in het geval van een faillissement. Verzet de door het VWEU gegarandeerde vrijheid van vestiging zich tegen de toepassing van nationale bepalingen inzake bestuurdersaansprakelijkheid in het geval van een faillissement in dergelijke gevallen? Deze vraag wordt aan de hand van het Kornhaas/Dithmar-arrest van het HvJ EU behandeld.

    Als tweede komt de vraag aan de orde naar de kwalificatie van een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid bij het bepalen van de rechtsmacht onder de EEX-Verordening II. Hierbij wordt een kritische beschouwing gegeven over het Holterman Ferho/Spies-arrest van het HvJ EU waarin de rechtsverhouding tussen de bestuurder en de vennootschap volgens het HvJ EU onder omstandigheden als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt waarbij volgens het HvJ EU de nationaalrechtelijke kwalificatie irrelevant is.

  • Hoofdelijke verbintenissen komen veel voor in de rechtspraktijk. Te denken valt aan de hoofdelijke verbondenheid van medehuurders tegenover de verhuurder, aan hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid of aan personen die zich hoofdelijk debiteur verklaren bij een geldlening. Het gaat dus om een juridisch kernleerstuk van het Nederlandse verbintenissenrecht, en zeker niet het eenvoudigste: de regels inzake hoofdelijke verbintenissen zijn notoir ingewikkeld en op bepaalde punten zelfs onhelder.

    Dit boek biedt aan de rechtswetenschap en rechtspraktijk een gedegen overzicht van het Nederlandse recht inzake hoofdelijke verbintenissen. Aan de orde komen vragen als: wanneer doet zich hoofdelijkheid voor, welke rechtsgronden voor hoofdelijke verbintenissen zijn er en wat zijn de essentiële kenmerken van hoofdelijkheid? Tevens is in het boek rechtspraak van (met name) de Hoge Raad verwerkt, aangezien de uitspraken van de Hoge Raad de wettelijke regeling van de hoofdelijkheid verduidelijken.

  • Voor dit onderzoek zijn gedurende een jaar officieren van justitie gevolgd die gewone, veelvoorkomende strafzaken doen. Officieren van justitie vertegenwoordigen het openbaar ministerie (OM) in strafzaken. Zij geven leiding aan de opsporing en beslissen over de verdere vervolging of afdoening van een strafzaak. In Nederland verwachten we dat zij daarbij een magistratelijke houding aannemen: zorgen voor een eerlijk proces, het achterhalen van de gehele waarheid en het afwegen van het algemene belang tegen andere belangen van bijvoorbeeld de verdachte of het slachtoffer. Uit dit onderzoek blijkt dat het werken voor een grote, ambtelijke organisatie als het OM en de grote hoeveelheid zaken die officieren moeten behandelen een gespannen verhouding opleveren tot de magistratelijke rol. Het toepassen van strafvorderingsrichtlijnen en het mandateren van bevoegdheden kan bijvoorbeeld leiden tot kwaliteitsverlies van de vervolgingsbeslissingen. Omdat de verwachtingen van het OM bij het publiek steeds groter worden en de leiding van het OM daarom steeds nieuwe manieren introduceert om snel, zichtbaar en betekenisvol gebruik te maken van het strafrecht, dreigt de individuele, magistratelijke rol van de officier in de knel te raken. Dit terwijl steeds meer zaken buiten de rechter worden afgedaan en de officier nog de enige magistraat is die de zaak beoordeelt. Het OM en zijn officieren moeten samen waken voor de uitholling van de voor onze rechtsstaat zo belangrijke magistratelijkheid.


  • In dit boek zijn de schriftelijke uitwerkingen gebundeld van de voordrachten die de auteurs op 3 juni 2016 hielden op het afscheidssymposium 'Kwaliteit in het aansprakelijkheidsrecht', dat in Groningen werd georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van Fokko Oldenhuis.

  • In het Burgerlijk Wetboek zijn veel open normen opgenomen: redelijkheid en billijkheid, maatschappelijke betamelijkheid, verkeersopvattingen, openbare orde, goede zeden, enzovoort. Deze open normen zijn noodzakelijk, omdat het onmogelijk is om voor elke specifieke situatie een regel in de wet vast te leggen, en ook om ruimte te bieden voor rechtsontwikkeling. Tegelijkertijd bieden deze open normen weinig steun aan de rechtzoekende die zijn gedrag wil afstemmen op hetgeen rechtens toelaatbaar is, of aan de feitenrechter die een concreet geschil moet beslechten. Daarom formuleert de Hoge Raad geregeld gezichtspunten die enige sturing zouden moeten geven aan het invullen van open normen.

    De auteurs van Precies privaatrecht nemen elk een open norm als uitgangspunt en bekijken of deze in de rechtspraak door het formuleren van gezichtspunten een nadere en preciezer invulling heeft gekregen of zou moeten krijgen. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn het delictueel aansprakelijkheidsrecht, algemeen contractenrecht, consumentenrecht, huwelijksvermogensrecht, arbeidsrecht en auteursrecht. De bijdragen illustreren dat op de onderzochte terreinen waarop wordt gewerkt met gezichtspunten, eigenlijk telkens nadere precisering mogelijk en vaak ook wenselijk is.

  • Rechtszaken met een glimlach voert je in elk verhaal mee in de sluwheid, humor, verontwaardiging of argeloosheid van kleurrijke mensen in aanloop naar en tijdens hun rechtszaak. Maak kennis met een minister, een tosti-meisje, vastgoedondernemers, oplichters, dames van plezier, en vele anderen. Mr. Raymond de Mooij geeft je een spannend en soms ontroerend maar altijd grappig inzicht in de verwikkelingen in en rond de rechtszaal.

    De vertelstijl van De Mooij is toegankelijk en scherp observerend. Hij laat je meebeleven hoe een gedaagde zichzelf vastdraait in gespeelde onschuld. Of hoe de rechter met opgetrokken wenkbrauw het relaas van een advocaat aanhoort, klaar om in te grijpen. Excentrieke cliënten, agressieve wederpartijen, louche collega's en doortastende rechters passeren de revue. Niet eerder kreeg je zo'n onthullend inzicht in de dagelijkse praktijk.

    Mr. Raymond de Mooij (1962) studeerde rechten in Leiden en vestigde zich in 1989 als advocaat in Den Haag. Hij is medeoprichter van GMW advocaten. Eerder verschenen van zijn hand de uitgaves Voor de Rechter en Vechten in Toga.

    Gerard Spong over Voor de Rechter:
    "De Mooij beschrijft talloze voorvallen uit de praktijk met een pittige dosis humor afgewisseld met lichte ironie. Zijn schrijfstijl is helder en bondig. Dat maakt de stukjes prettig leesbaar."

    Jozias van Aartsen over Vechten in Toga:
    "Hoe verschillend de verhalen ook mogen zijn,"één ding hebben ze gemeen: je leest ze met een glimlach, soms zelfs gevolgd door een schaterbui."

empty