Boom

  • Doodgewone vrienden

    Paul van Tongeren

    • Boom
    • 20 Mei 2021

    Filosofie heeft de pretentie te spreken over wat iedereen aangaat. In die zin behandelt ze de meest concrete en alledaagse zaken. Met dit in het achterhoofd onderwerpt filosoof Paul van Tongeren het thema vriendschap aan een filosofische analyse. Hij laat zien wat wij voor de dagelijkse praktijk van de vriendschap kunnen leren van grote denkers als Plato, Aristoteles, Cicero, Augustinus, Montaigne, Kant en Nietzsche.

    De geschiedenis van de wijsbegeerte kent veel lofredes op de vriendschap. Daarbij wordt wel telkens benadrukt dat de feitelijke praktijk van de vriendschap niet altijd even gemakkelijk is: niet alle vriendschap is volmaakt. Filosofen onderscheiden verschillende soorten van vriendschap, proberen te bepalen wat echte vriendschap is en hoe je die kunt verwerven. Door die poging dreigt de vriendschap echter zo geïdealiseerd te worden dat ze zich steeds verder van de levende werkelijkheid verwijdert - totdat alleen de dode vriend nog een echte vriend kan zijn. Aan de hand van enkele grote teksten uit de westerse filosofie zoekt Van Tongeren naar kenmerken van echte vriendschap die tussen doodgewone vrienden reëel kan bestaan.

    Toegankelijke, maar diepgravende verkenning van een thema dat ons allen raakt: vriendschap.

  • Artistiek-filosofische verkenning van afstand en nabijheid, het terra incognita tussen het zelf en de ander.

    Leef je voor jezelf of voor de ander? Waar ligt de grens tussen overgave en ongebondenheid? Zowel de oosterse als de westerse filosofie thematiseert deze spanning tussen intimiteit en onthechting. Beide denktradities raden ons doorgaans aan om minder op onszelf te letten, want zo kunnen wij ons werkelijk met de wereld verbinden. Het gevaar van dergelijke intimiteit is echter zelfverlies. Al te grote onthechting kan dan weer leiden tot isolatie. Zo moeten we steeds de balans vinden tussen verbinding met de ander en verheerlijking van 'het dikke ik'.

    Intimiteit en onthechting toont dit evenwicht via vier toonaangevende en radicale (levens)kunstenaars uit de twintigste eeuw: dichter Paul Celan, componist Claude Vivier, schrijfster Clarice Lispector en beeldend kunstenaar Alberto Giacometti. Zij belichamen vier mogelijke levenswegen of moderne deugden: herbronning, compassie, vrijgevigheid en succesvol falen. Een levenskunst tussen 'ik' en 'ander'.

    Michel Dijkstra (1982) is docent en publicist op het gebied van oosterse filosofie en westerse mystiek. In 2019 verscheen In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dogen. Eerder publiceerde hij onder meer Zenboeddhisme (2010), Inleiding taoïstische filosofie (redactie, 2015) en Basisboek oosterse filosofie (2016).

    'Mystieke en poëtische teksten over de verbinding tussen mens en wereld laten vaak alleen het tot uiterste verfijning gerijpte eindstadium van de zoektocht naar de balans tussen zelfverlies en zelfbevestiging zien. Dat wij niet aan dit ideaalbeeld kunnen voldoen, hoeft volgens mij niet te leiden tot defaitisme. Met dit soort utopische vergezichten in je achterhoofd kun je zelf, bij wijze van spreken elke dag opnieuw, een levenskunst tussen intimiteit en onthechting vormgeven. Hierbij kunnen voorbeelden uit de wereld van de kunst behulpzaam zijn. In de levens en werken van sommige kunstenaars zijn de ideeën over een volmaakte balans tussen zelfverlies en zelfbevestiging aanwezig. Mislukking, verstarring, dwaling en allerlei vormen van obstructie worden door deze artistieke figuren niet toegedekt, maar zijn onlosmakelijk verbonden met hun levenskunstige wegen.

  • Hoe kun je jezelf zijn in een 'maakbare' wereld?
    Je leeft van doel naar doel en streeft naar perfectie. Maar wat je ook doet, het is nooit goed genoeg. Bij het maken van keuzes raak je in paniek. Geregeld stel je dingen uit, waardoor je nog meer stress krijgt. Je voelt jezelf nooit helemaal tevreden. Je kraakt jezelf af en brandt jezelf op. Herken je dit? 'Gelukkig zijn is een keuze' wordt vaak gezegd, maar hoe doe je dat? Hoe ga je ermee om als je lichaam niet meewerkt, relaties verbroken worden en je steeds twijfelt over werk of opleiding? Hoe zorg je voor een goede balans? En hoe kun je jezelf zijn met al je imperfecties, in een wereld waarin alles maakbaar lijkt?

    Praktisch boek vol tips en oefeningen
    ACT in balans is een programma voor persoonlijke ontwikkeling. Het is gebaseerd op de acceptance and commitment therapy. De methode helpt mensen te focussen op datgene wat ze kunnen veranderen: hun eigen gedrag. Met dit praktische boek vol tips en oefeningen leer je in zeven stappen meer balans in je leven te creëren, energie te steken in wat je écht belangrijk vindt, en je energie niet te laten wegvloeien met activiteiten die niet passen bij hoe jij wilt zijn.

    Voor wie is ACT in balans?
    Dit boek is geschikt voor iedereen die op zoek is naar meer balans, energie en hulp bij het maken van keuzen.

  • Canon van leren & ontwikkelen Nieuw

    De Canon van leren & ontwikkelen is hét basiswerk voor praktijkmensen zoals trainers, opleiders en adviseurs die zich bezighouden met leren en ontwikkelen in en om organisaties. Voor iedereen die iets van de achtergrond van leerconcepten wil weten, van de mens achter dat concept en van de mogelijkheden en beperkingen van het concept.

    Deze volledig herziene editie bevat 50 gezichtsbepalende theorieën rond leren en ontwikkelen. Van Aangeleerd optimisme tot Werkleren. Nog eens 25 extra concepten - van Afgunst tot Zone van de naaste ontwikkeling - worden op de bijbehorende website toegelicht.

    Aan het boek werkten ruim vijftig auteurs mee, stuk voor stuk mensen uit wetenschap en praktijk. Het resultaat: vijftig toelichtingen op belangrijke concepten en hun grondleggers. De auteurs brengen de theorieën niet alleen helder en zonder poespas over, maar delen ook hun persoonlijke fascinatie, ervaring en kritische reflecties. De bijdragen zijn gebundeld door een redactie, bestaande uit Manon Ruijters, Rika Schut en Robert-Jan Simons.

    Met de Canon van leren & ontwikkelen hopen de auteurs hun liefde voor het vak over te dragen en jouw nieuwsgierigheid te wekken. Om leren en ontwikkelen in en om organisaties te stimuleren.

  • De overheid zet bij de uitvoering van wetgeving op grote schaal ICTvoorzieningen in. Dat maakt het mogelijk om snel besluiten te nemen over rechten en plichten van burgers en bedrijven, maar ook om dienstverlening op maat te bieden. Een goede vertaling van wetgeving naar de digitale uitvoeringspraktijk vergt precisie bij de interpretatie van wetgeving en bij de vastlegging van de betekenis en structuur ervan. Multidisciplinaire en iteratieve samenwerking tussen juristen, uitvoeringsdeskundigen, kennismodelleurs en softwareontwikkelaars is daarbij essentieel. Dit slaat een brug tussen taal en techniek en draagt eraan bij dat de regels letterlijk goed terechtkomen in de systemen. Ook zorgt het ervoor dat besluiten die op basis daarvan genomen worden, uitgelegd en verantwoord kunnen worden.

    Dit boek beschrijft een aanpak voor Wetsanalyse die ondersteuning biedt bij de interpretatie van wetgeving voor een effectieve en uitlegbare digitale toepassing van wetgeving én bij de samenwerking tussen de daarbij betrokken disciplines. Daarnaast laat het de concrete toepassing van Wetsanalyse zien in twee verschillende wetgevingsdomeinen: de Zorgverzekeringswet en de Algemene wet bestuursrecht.

  • Personen die ziek worden, worden `patiënt'. In een aantal gevallen komt de patiënt door een onbedoelde gebeurtenis tijdens het zorgproces in een minder goede gezondheid te verkeren dan was voorzien of verwacht; er is dan sprake van een `incident'. De verslechterde gezondheidssituatie die is opgetreden tijdens het zorgproces wordt aangeduid als `zorggerelateerdeschade'. De verslechterde gezondheidssituatie kan zich uiten als lichamelijk letsel, geestelijk letsel, of als een aantasting van het zelfbeschikkingsrecht.

    Eén van de behoeften van de patiënt nadat hem een incident is overkomen, is het verkrijgen van een vergoeding ter compensatie van de zorggerelateerde schade. Doorgaans wordt het civiele aansprakelijkheidsrecht gebruikt om die vergoeding te realiseren. Het thema van dit boek betreft dan ook het civiele aansprakelijkheidsrecht als middel om schade te verhalen.

    Aan de hand van nationale en Europese wetgeving, nationale en Europese rechtspraak en literatuur worden het civiele aansprakelijkheidsrecht en de procedure tot verhaal van zorggerelateerde schade beschreven. De laatste ontwikkelingen, zoals de recente aanpassingen inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst in Boek 7, titel 7, afdeling 5 BW, zijn hierbij meegenomen, evenals de recente uitspraken van de Hoge Raad inzake aansprakelijkheid voor medische hulpzaken en die inzake vergoeding van integriteitsschade.

  • De eenmanszaak is een verzameling van zaken en vermogensrechten. Hoe deze rechtsvorm past in het stelsel van het privaatrecht is onduidelijk. Al eeuwenlang wordt de rechtsvraag of de eenmanszaak een goed is bediscussieerd in de rechtswetenschap. Deze vraag speelt als de eenmansondernemer een huwelijksgemeenschap aangaat of beëindigt, overlijdt, zijn recht op de onderneming overdraagt of inbrengt in een personenvennootschap of BV, of als hij zijn recht op de onderneming financiert.

    In dit onderzoek wordt nagegaan of het recht op de onderneming een goed is in de zin van artikel 3:1 BW en wat de rechtsgevolgen daarvan zijn. De auteur geeft een volledig beeld van deze discussie. Ook komt zij door gebruik te maken van dogmatiek en rechtsvergelijking tot een ander antwoord dan de heersende leer op deze maatschappelijk relevante rechtsvraag. Zij pleit voor erkenning van het recht op de onderneming als vermogensrecht.

  • Auteursrechtgids Nieuw

    Wat wordt beschermd door het auteursrecht? Wat zijn de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten en omroepen? Wie heeft het auteursrecht en over welke rechten kan de auteur beschikken? Waar moet ik rekening mee houden als ik gebruikmaak van werk van anderen: wat mag wel en waarvoor moet ik eerst toestemming vragen? Wat zijn de wettelijke regels voor het contract tussen een maker en een exploitant? Waar moet ik aan denken bij het sluiten van een exploitatieovereenkomst en, in het bijzonder, voor mijn creatie? Wat wordt waar collectief geregeld en hoe gaat dat in zijn werk? Hoe kan ik mijn rechten handhaven? De hoofdlijnen van het auteursrecht en de jurisprudentie worden aan de hand van het exploitatieproces met vele praktische voorbeelden behandeld in de Auteursrechtgids.

    De nieuwe editie van de Auteursrechtgids is aangepast aan de wijzigingen van de Auteurswet per 7 juni 2021 en leidt iedereen die professioneel te maken heeft of wil krijgen met auteursrecht en naburige rechten op toegankelijke wijze door het proces vanaf het tot stand komen van het werk tot en met de exploitatie daarvan. Nieuwe ontwikkelingen kunt u volgen op de bij de gids behorende website, waar tevens praktische overzichten, checklists en voorbeeldbepalingen voor de exploitatieovereenkomst te vinden zijn met tips voor het opstellen van een contract.

    Deze gids is gemaakt voor iedereen die professioneel te maken heeft met auteursrecht en naburige rechten: als maker (schrijver, vertaler, tekenaar, fotograaf, ontwerper, componist, beeldend kunstenaar, programmeur, redacteur, enzovoort), als uitvoerend kunstenaar, exploiterend uitgever of producent (of werknemer van een exploitant), en als ondernemer die gebruik maakt van auteursrechtelijk beschermde werken (of vertegenwoordigers van ondernemers, zoals brancheorganisaties), maar ook als advocaat, ambtenaar of volksvertegenwoordiger. Met deze nieuwe editie heeft u weer een actueel en doeltreffend kompas in de gecompliceerde wereld van het auteursrecht en de naburige rechten.

  • In een vrije staat dient iedereen die in het bezit kan worden geacht van een vrije wil, zichzelf te besturen. De wetgevende macht zou dan ook bij het volk in zijn geheel moeten berusten. Maar aangezien zoiets in de grote staten een onmogelijkheid is en ook in kleine staten op veel bezwaren stuit, dient het volk vertegenwoordigers aan te stellen die alles moeten doen wat het volk zelf niet kan.

    Montesquieu, Over de geest van de wetten (1748)

  • One minute coaching

    Victor Mion

    • Boom
    • 30 Oktober 2018

    One Minute Coaching treft doel in het bedrijfsleven! Deze vorm van coaching zet mensen werkelijk in beweging en geeft iedere leidinggevende de kans om meer uit zichzelf en zijn mensen te halen.

    Effectieve coaching binnen één minuut
    One Minute Coaching heeft haar oorsprong in de wereld van de topsport. Tijdens wedstrijden heeft een coach vaak niet meer dan één minuut de tijd om een sporter een duwtje in de rug te geven om zijn doel te bereiken. Dit zestigsecondeprincipe is een uitstekend middel voor leidinggevenden: coaching binnen één minuut kan in veel gevallen effectiever zijn dan een gesprek van een uur.

    Direct tot de kern komen
    One Minute Coaching onderscheidt zich van beproefde coachingstechnieken doordat het direct tot de kern komt. In dertig opzichzelfstaande praktijkverhalen laat Victor Mion zien hoe dat in zijn werk gaat. Uitgangspunt zijn de vier communicatietechnieken die kunnen worden ingezet om mentale stemmingen te beïnvloeden: inspireren, complimenteren,confronteren en provoceren

    Dit boek is voor iedere leidinggevende die zichzelf en zijn medewerkers efficiënt wil motiveren en in beweging wil zetten. Al meer dan 6.500 lezers gingen je voor!

  • In vrijwel elk rechtsgebied doen zich innovatieve ontwikkelingen voor in de omgang met conflicten. Dit speelt zowel binnen de overheidsrechtspraak als daarbuiten. Te denken valt aan de mate waarin het recht en de procedure de uitkomst van het geschil bepalen en de mate waarin conflicteigenaren en derden zeggenschap hebben over conflicten en oplossingen. Ook is er de nodige aandacht voor de mate waarin partijen bij een conflict louter voor eigen belangen en rechten opkomen en voor de mate waarin zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren (en kunnen dragen) voor de oplossing van hun conflict. De lustrumconferentie van het Netherlands Institute for Law and Governance (NILG) die eind 2019 werd gehouden, had als doel om aan de hand van inleidingen en debat te onderzoeken wat er op het vlak van het probleemoplossend vermogen van het rechtssysteem gaande is, en of dat op transformatie duidt. Is de aandacht voor probleemoplossing in het recht een voorbijgaande modegril? Of is mogelijk sprake van een dynamiek waarin probleemoplossing op een meeromvattender wijze in het recht(ssysteem) wordt geïntegreerd? Kan zo'n nieuw rechtssysteem eigenlijk wel bestaan? En hoe kan het recht inspelen op zo'n transformatieve ontwikkeling?

    Deze bundel vormt de weerslag van de lustrumconferentie. De bundel is niet opgezet als normatief materiaal voor wie zich een oordeel wil vormen over de waarde van probleemoplossing in het recht. De bijdragen van de bundel zijn primair bedoeld om elkaar te informeren door een dwarsdoorsnede te geven van wat er op diverse rechtsgebieden gaande is rondom het thema probleemoplossing in het rechtssysteem.

  • In Linkebeek bij Brussel overleed in augustus 2003 Chantal Beaudelet door een schot dat was afgevuurd met het dienstwapen van haar vriend Jack Darne. Chantal en Jack lagen op dat moment samen in bed. Drie jaar later werd Jack veroordeeld voor haar moord. Jack zegt dat Chantal zelfmoord pleegde en dat hij ten onrechte al veertien jaar vastzit voor de moord op Chantal. In het onderzoek door de politie kwamen er vreemde verhalen naar boven: over een depressie bij Chantal en over een buitenechtelijke relatie van Jack. Het bewijs tegen Jack was voor de jury voldoende voor een veroordeling. Maar blijft het bewijs overeind in een precieze analyse in het licht van de verschillende scenario's? Vermoordde Jack zijn Chantal? Of pleegde Chantal zelfmoord en had de jury Jack moeten vrijspreken?

  • In het arbeidsrecht komen de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' op verschillende plaatsen voor. Dezelfde of zeer vergelijkbare begrippen worden ook in andere deelgebieden van het privaatrecht gebruikt, zoals het verzekeringsrecht, het vervoersrecht en het verkeersaansprakelijkheidsrecht. Bij nadere bestudering blijkt al snel dat de begrippen niet overal op dezelfde manier worden uitgelegd. In dit boek onderzoekt de auteur of de wijze waarop de begrippen `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het privaatrecht worden uitgelegd, intern consistent is met de wijze waarop deze begrippen in het arbeidsrecht worden uitgelegd.

    De auteur bespreekt eerst de uitleg van `opzet' en `bewuste roekeloosheid' in het arbeidsrecht. Daarna bespreekt hij de uitleg van deze begrippen in de andere deelgebieden van het privaatrecht. Daarbij komen de parlementaire geschiedenis, de literatuur en zowel de jurisprudentie van de Hoge Raad als de lagere jurisprudentie uitvoerig aan de orde. Vervolgens vergelijkt de auteur de bevindingen uit het arbeidsrecht en het privaatrecht aan de hand van drie gezichtspunten: terminologie, ratio en type rechtssubject. De auteur duidt de geconstateerde verschillen en overeenkomsten en legt dwarsverbanden tussen de verschillende rechtsgebieden. In het laatste hoofdstuk bespreekt de auteur de mogelijkheid om het huidige model, waarin op verschillende plaatsen vergelijkbare schuldbegrippen worden gebruikt, te vervangen door een model met open normen.

    Dit boek is zowel interessant voor wetenschappers die belangstelling hebben voor interne rechtsvergelijking, als voor (praktijk)juristen die zich willen verdiepen in schuldbegrippen binnen het arbeidsrecht en het privaatrecht.

  • In deze publicatie onderzoekt Gijsbert Leertouwer de democratische legitimiteit van het onderwijsbestuur. Van wie is de school eigenlijk? In hoeverre is sprake van controle op bestuurders en toezichthouders en van zeggenschap over besluitvorming?

    De auteur richt zich op de bestuurlijk-juridische inrichting van het onderwijsbestuur op grond van politieke noties van democratische legitimiteit. De auteur analyseert het constitutionele onderwijsrecht, de introductie van de rechtspersoon in het bekostigde onderwijs en de ontwikkeling van de wettelijk geregelde medezeggenschap. Hij concludeert dat het onderwijsbeleid en de onderwijswetgeving niet berusten op een samenhangende visie op democratische legitimiteit. De huidige onderwijswetgeving leidt tot democratische tekorten én democratische doublures. De auteur verkent varianten en contouren van een nieuwe rechtsvorm voor het bekostigde onderwijs, de educatieve democratie.

    Dit boek is geschikt voor beleidsmakers en juristen bij de Rijksoverheid en het bevoegd gezag van scholen, voor bestuurders, toezichthouders en adviseurs in het onderwijs, voor degenen die zich bezighouden met de wetgeving inzake medezeggenschap en goed onderwijsbestuur en voor belangstellenden in de geschiedenis van het grondwettelijke onderwijsartikel en van de medezeggenschap.

  • In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is door een onderzoeksteam van Erasmus School of Law onderzoek gedaan naar de vraag of naast mishandeling ook openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) tegen politieagenten en andere functionarissen met een publieke taak onder het taakstrafverbod zou moeten vallen. De aanleiding van het onderzoek is de toezegging van de regering op een wetsvoorstel voor de uitbreiding van het taakstrafverbod met mishandeling tegen agenten en andere functionarissen. De vraag is echter of er voldoende aanleiding is om ook de lichtste variant van openlijke geweldpleging (art. 141 lid 1 Sr) onder dit verbod te laten vallen.

    Om de vijf geformuleerde onderzoeksvragen te beantwoorden is allereerst een (bescheiden) onderzoek naar het wettelijk kader gedaan. Daarnaast is voor beantwoording van de empirische deelvragen gekozen voor een analyse van vonnissen in eerste aanleg gewezen door de rechtbank (politierechter en meervoudige strafkamer). Concluderend blijkt uit het onderzoek: nu het veelal gaat om lichte zaken, is er geen aanleiding om openlijke geweldpleging jegens politieagenten en andere publieke functionarissen onder het taakstrafverbod te laten vallen.

  • Dit rapport gaat over twee actuele onderwerpen: secundaire victimisatie als probleem en herstelrecht als oplossing. Secundaire victimisatie houdt in dat mensen slachtoffer worden door de juridische procedure. Verschillende groepen slachtoffers worden in verband gebracht met secundaire victimisatie, zoals slachtoffers van seksueel geweld, migranten, maar ook letselschadeslachtoffers, artsen, veteranen. Deze slachtoffers worden opnieuw slachtoffer omdat ze niet worden geloofd, niet serieus worden genomen of onjuist worden bejegend door professionals in het recht en daardoor het vertrouwen in het recht verliezen of minder goed herstellen. Herstelrecht is een duurzame vorm van conflictoplossing waarbij principes als herstel van het leed, behoeften van rechtzoekenden, dialoog en wederzijds respect centraal staan.

    Herstelrecht beoogt om mensen hun conflict samen in dialoog te laten oplossen. Binnen het strafrecht is er momenteel veel aandacht voor herstelrecht. Mediation in strafzaken wordt nu structureel gefinancierd door de overheid. Maar ook in het aansprakelijkheidsrecht, familierecht en bij de overheid is er steeds meer beweging in de richting van aandacht voor dialoog en immateriële behoeftes.

    In het rapport wordt ook verslag gedaan van Europese netwerkactiviteiten rondom het voorkomen van secundaire victimisering van slachtoffers van seksueel geweld en het mogelijk bevorderen van herstel in het kader van toegang tot eerlijke schade vergoeding.

    Het onderzoek is vernieuwend omdat het onderzoek verschillende rechtsgebieden betreft. De auteurs laten zien dat de problematiek van secundaire victimisatie niet alleen voorkomt in het strafrecht, maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Denk in het bestuursrecht bijvoorbeeld aan de slachtoffers van de kindertoeslagenaffaire. De auteurs beargumenteren dat herstelrechtelijke principes kunnen voorkomen dat mensen last krijgen van een juridische procedure, niet alleen in het strafrecht maar ook in het civiel- en bestuursrecht. Herstelrechtelijke principes kunnen vormgegeven worden in gedragscodes en andere initiatieven.

  • De tbs-maatregel behoort tot de meest ingrijpende strafrechtelijke sancties in Nederland. Elke een of twee jaar bepaalt de rechter of de tbs-maatregel moet worden verlengd om te voorkomen dat de tbs-gestelde nieuwe delicten zal plegen. Natuurlijk weet niemand zeker of de tbs-gestelde daadwerkelijk zal recidiveren. Dit roept de vraag op wanneer de tbs-gestelde klaar is om terug te keren naar de samenleving. De tbs-maatregel is namelijk niet bedoeld om de tbs-gestelde te straffen door hem langdurig op te sluiten.

    Dit onderzoek laat zien hoe rechters een balans zoeken tussen de belangen van de samenleving en de belangen van de tbs-gestelde. Door middel van jurisprudentieonderzoek, observaties van zittingen en interviews met rechters zijn de overwegingen van rechters bij de verlengingsbeslissing in kaart gebracht. Deze worden geordend en geanalyseerd aan de hand van het focal-concernsperspectief. Dit onderzoek biedt nieuwe inzichten voor juristen en gedragsdeskundigen die werkzaam zijn in de tbs en voor iedereen die meer wil weten over de besluitvorming van rechters.

  • In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van de derde advocatenbarometer, een empirisch rechtssociologisch onderzoek naar het profiel van advocaten die zijn verbonden aan een of meerdere Nederlandstalige balies in Vlaanderen en Brussel. Na eerdere afnames in 2006/07 en 2012/13, verzamelden we in het kader van deze derde editie gegevens van meer dan 2.500 advocaten in de periode mei-juli 2020. De studie werd opnieuw uitgevoerd in opdracht van de Orde van Vlaamse Balies, en stond onder leiding van professor Wim Hardyns (Universiteit Gent) en professor Stephan Parmentier (KU Leuven).

    Deze derde advocatenbarometer bevat topics zoals (1) het socio-demografisch profiel; (2) de professionele structuur van advocatenkantoren; (3) het type cliënteel en erelonen; (4) de (professionele) tijdsbesteding; (5) de stage; en (6) het gewijzigd advocatenlandschap.

    Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de trends die werden vastgesteld sinds de eerste barometer in 2006/07. De onderzoeksresultaten en reflecties in dit boek bieden een belangrijk beleidsinstrument voor de Orde van Vlaamse Balies en vormen een interessant aanknopingspunt voor verder wetenschappelijk rechtssociologisch onderzoek. Dit boek is daarom een belangrijk naslagwerk voor eenieder die een betere kijk op de beroepsgroep van advocaten wil ontwikkelen en een absolute aanrader die niet mag ontbreken in de boekenkast van elke (Vlaamse) advocaat.

  • Lessen uit de coronacrisis: het jaar 2020 Nieuw

    Het jaar 2020 was, als gevolg van de coronacrisis die zich aandiende, duidelijk een heel ander jaar dan andere jaren. Niet eerder in de recente geschiedenis had een pandemie zo'n grote invloed op ons dagelijks leven. In dit negende jaarboek in de reeks Lessen uit crises en mini-crises staat de coronacrisis centraal, maar worden ook verschillende mini-crises in deze bijzondere crisis beschouwd.
    In deze publicatie wordt ingegaan op de nationale crisisrespons, de rol van de veiligheidsregio's en op de ervaringen van burgemeesters. Daarnaast komen meer specifieke thema's aan bod, zoals het drama dat zich afspeelde in verpleeghuizen, de vele coronabesmettingen onder buitenlandse werknemers en de invoering van de mondkapjesplicht. De corona-uitbraak en de maatregelen die volgden én de demonstraties daartegen, brachten voor de GGD, de buitengewoon opsporingsambtenaren en de politie een grote werklast met zich mee. Deze en enkele andere beroepsgroepen komen eveneens aan het woord. Bijdragen zijn afkomstig van bestuurders en leidinggevenden uit verschillende sectoren en van wetenschappelijk onderzoekers.

    Deze uitgave kwam tot stand onder redactie van Vina Wijkhuijs en Menno van Duin en is bedoeld voor al diegenen die werkzaam of geïnteresseerd zijn in crisisbeheersing. De publicatie biedt vanuit verschillende perspectieven de nodige inzichten in de coronacrisis.

  • Defensieve dokters? Nieuw

    Beïnvloedt het medisch aansprakelijkheidsrecht het handelen van zorgverleners? Dit is een vraag die zowel juristen als sociale wetenschappers bezighoudt. Volgens de juridische theorie zou het medisch aansprakelijkheidsrecht ertoe moeten leiden dat zorgverleners zich aan de normen houden. Sociaalwetenschappelijk onderzoek biedt echter aanwijzingen dat het medisch aansprakelijkheidsrecht leidt tot defensief handelen. Dit spanningsveld is het startpunt voor dit juridisch-empirische onderzoek.

    Het civiel medisch aansprakelijkheidsrecht, het medisch tuchtrecht en het medisch strafrecht kennen alle een preventief doel. Aan de hand van primair en secundair empirisch onderzoek beschrijft dit boek in hoeverre men kan verwachten dat dit doel wordt behaald in de praktijk.

    Een belangrijke conclusie van dit juridisch-empirische onderzoek is dat men de gedragsbeïnvloedende effecten van het medisch aansprakelijkheidsrecht niet moet overschatten. De beperkte juridische kennis van zorgverleners lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Deze bevinding pleit voor meer aandacht voor dit thema bij deze beroepsgroep.

    Dit boek is relevant voor iedereen die zich bezighoudt met juridisch-empirisch onderzoek, en de invloed van het recht op gedrag.

  • De bescherming van immateriële contractuele belangen in het schadevergoedingsrecht Nieuw

    Een contractspartij kan met een overeenkomst onstoffelijk voordeel nastreven, zoals vakantieplezier of woongenot. Als zij dit voordeel misloopt, omdat de wederpartij haar contractuele verplichtingen niet nakomt, rijst de vraag of en hoe haar immateriële belangen worden beschermd in het schadevergoedingsrecht. Sinds het einde van de negentiende eeuw heeft zich in Nederland geleidelijk een recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel ontwikkeld. Onomstreden is deze rechtsontwikkeling allerminst. Zo is er discussie over de kwalificatie van gemist onstoffelijk voordeel - of het vermogensschade of ander nadeel is - en bestaat er vooralsnog geen consensus over het antwoord op de vraag of zulke schade voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen en, zo ja, onder welke voorwaarden. Bovendien is er verschil van mening over de vraag hoe gemist onstoffelijk voordeel moet worden begroot.
    Dit onderzoek gaat op deze vragen in. Het Nederlandse recht wordt gespiegeld aan het Duitse en het Engelse recht, waar de rechtspraak en de literatuur voor vergelijkbare vragen staan. Deze rechtsvergelijking mondt uit in een pleidooi voor een algemeen recht op schadevergoeding voor gemist onstoffelijk voordeel.

  • `De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk', aldus artikel 50 van de Nederlandse Grondwet. Toen deze bepaling in 1814 werd vastgesteld, legde ze vooral vast dat Nederland een eenheidsstaat was. Ons land was destijds nauwelijks een democratie te noemen. Het Nederlandse volk had geen kiesrecht en de Koning had vrijwel alle macht. Sindsdien is veel veranderd: verkiezingen zijn ingevoerd, het kiesrecht is geleidelijk uitgebreid en politieke partijen zijn niet meer weg te denken. Toch wordt artikel 50 in de staatsrechtelijke literatuur haast uitsluitend uitgelegd vanuit zijn oorspronkelijke betekenis. Maar brengt de onveranderd gebleven tekst van artikel 50 ook mee dat de betekenis van deze bepaling al die tijd hetzelfde is gebleven? Of kan die betekenis in de loop van de jaren zijn gewijzigd? Om dit te achterhalen onderzoekt Van Vugt hoe Kamerleden, ministers, de wetgever, het parlement, de regering en grondwetscommissies artikel 50 tussen 1814 en 1983 hebben geïnterpreteerd en in hoeverre deze grondwetsbepaling daarbij van betekenis is veranderd.

  • Op 13 december 2019 vond in Amsterdam de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht (NVvP) plaats, met als onderwerp `De staat van de rechtspraak'.

    Als inleiders traden op:
    -mr. D.M. de Knijff (advocaat bij Ekelmans & Meijer te Den Haag en voormalig Deken in het arrondissement Den Haag);
    -prof. mr. M. Kuijer (plv. lid van de Venetië Commissie van de Raad van Europa en bijzonder hoogleraar Rechten van de Mens aan de Universiteit van Amsterdam);
    -prof. mr. R.J.B. Schutgens (hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit en (inmiddels: voormalig) voorzitter van het Nijmeegse Onderzoekcentrum voor Staat en Recht).

    Dit deel in de serie van uitgaven van de NVvP bevat de neerslag van deze bijeenkomst.

  • Het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) was een grootschalig digitaliserings- en automatiseringsproject waarmee de Rechtspraak en het ministerie van Veiligheid en Justitie de rechtspraak diepgravend wilden moderniseren. Voor het burgerlijk procesrecht moest KEI een digitale, eenvoudige en uniforme (voor dagvaardings- en verzoekschriftzaken gelijke) basisprocedure bewerkstelligen. Een en ander mondde uit in een verplichting om digitaal te procederen in op of na 1 september 2017 in de arrondissementen Gelderland en Midden-Nederland aanhangig gemaakte civiele handelszaken.

    Hoewel de betrokken partijen enthousiast begonnen met hun plannen voor KEI-civiel (het deelgebied van KEI dat de civiele rechtsgang betrof), kijkt men anno 2021 gedesillusioneerd terug op een mislukt project waarin tevergeefs tientallen miljoenen euro's zijn geïnvesteerd. Dit boek zoekt een antwoord op de vraag welke factoren hebben genoopt tot het stopzetten van KEI-civiel per 1 oktober 2019. Aldus biedt het niet alleen inzicht in de concrete redenen voor het falen van KEI in het burgerlijk procesrecht, maar reikt het ook handvatten aan voor beleidsmakers die zich in de toekomst voor soortgelijke moderniseringsprojecten gesteld zien.

empty