Willem Frederik Hermans

  • Nooit meer slapen is het meesterlijke verhaal van de jonge geoloog Alfred Issendorf, die in het moerassige noorden van Noorwegen onderzoek wil verrichten om de hypothese van zijn leermeester en promotor Sibbelee te staven. Issendorf is ambitieus: hij hoopt dat hem op deze reis iets groots te wachten staat, dat zijn naam aan een belangrijk wetenschappelijk feit zal worden verbonden. Deze ambitie hangt samen met het verlangen het werk van zijn vader, die door een ongeluk tijdens een onderzoekstocht om het leven kwam, te voltooien.
    Nooit meer slapen is een grootse roman over grote dromen.

  • Als een Nederlandse soldaat in een modderig niemandsland zijn intrek neemt in een luxe villa, staat niet veel later een Duitse officier voor de deur. Hij wil het huis confisqueren en ziet zijn vijand aan voor de rechtmatige eigenaar van het huis. Hiermee ontstaat een bizarre, zeer hermansiaanse situatie, eindigend in een wrange ontknoping.
    Het behouden huis, dat vanwege de cynische toon bij verschijning op veel weerstand stuitte, groeide uit tot een klassieker uit de naoorlogse Nederlandse literatuur.

  • Lodewijk Stegman die er als kind van droomde generaal te worden, keert na de tweede politionele actie uit Indonesië terug naar zijn vaderland. Hij is zo verbitterd geraakt door de Nederlandse politiek dat hij overweegt een partij op te richten ter opheffing van Nederland: de Nederlandse Europese Eenheidspartij. Ook het vooruitzicht naar zijn ouders terug te keren, stemt hem bitter. Hij stelt hen verantwoordelijk voor zijn maatschappelijke mislukking en voor de zelfmoord van zijn oudere zuster Deborah.
    Deze tweede grote roman van Hermans, die in 1951 verscheen, veroorzaakte grote tumult. Omdat Lodewijk ergens smaalt dat de katholieken zich voortplanten als konijnen, werd de schrijver voor het gerecht gedaagd wegens 'belediging van het katholiek volksdeel'. Om die reden wilden met name katholieke boekhandelaren de roman niet (meer) verkopen, of hoogstens nog onder de toonbank.

  • `In puinhopen voel ik mij prettig, ergens ander hoor ik niet thuis, zegt Arthur Muttah, de hoofdpersoon in De tranen der acacia s. Toen het boek in 1949 verscheen, herkende een hele generatie zich in dit pessimistische levensgevoel. De eerste grote roman van Willem Frederik Hermans, die opschudding veroorzaakte vanwege het zogenaamde onzedelijke karakter, ging over de naoorlogse actualiteit.
    Ruim een halve eeuw later is de actualiteit vanzelfsprekend veranderd. Maar de zeggingskracht van de roman is dat geenszins. Want behalve een perfecte demonstratie van Hermans kijk op de wereld is De tranen der acacia s een schitterend en tijdloos portret van een ontwortelde jonge man die niet weet waar hij met zijn jeugd, ambities en onzekerheden heen moet.
    Op indringende wijze laat Hermans zien hoe Muttah zich door het leven ploegt, in conflict met zijn familie, modderend met zijn minnaressen, eenzaam, lusteloos en wellustig.

  • Toen Willem Frederik Hermans zijn vaderland achterliet had hij een affaire achter de rug met afgunstige docenten en hoogleraren op de Universiteit van Groningen. Hoewel hij achteraf juridisch geheel in het gelijk werd gesteld zal geen wraak zoeter hebben gesmaakt dat het publiceren van de bijtende sleutelroman Onder professoren, waarin Prof. Dr. Rufus Dingelam de Nobelprijs krijgt die hem echter niets dan ongeluk zal brengen. Afgunst, jaloezie en machtsmisbruik zijn na dertig jaar nog steeds een onverminderde klassieker.

  • In Uit talloos veel miljoenen beschrijft Willem Frederik Hermans op de voor hem kenmerkende, sarcastische wijze hoe de dromen van een kleinburger uiteenspatten.
    Clemens van Wessel, links socioloog van de universiteit, zoon van een minister, is wrokkig omdat niet hij, maar een of ander broekie tot lector van het instituut is benoemd. Hij schopt het maar niet tot professor, hoe graag hij dat ook wil. Zijn drankzuchtige vrouw Sita, dochter van een winkelier, doet verwoede pogingen een andere droom te verwezenlijken, het schrijven van het kinderboek Beertje Bombazijn , Ziehier het drama: twee mensen die niet hebben wat ze willen en die bovendien buiten hun stand getrouwd zijn.

  • Deze bundeling uit 1957 bevat de drie korte romans Conserve, De leproos van Molokai en Hermans is hier geweest. Door de romantische sfeer, grillige opbouw en sensationele ontwikkelingen in de verhalen zijn het daadwerkelijk melodrama's. Alles wat de avontuurlijke, naar geheimzinnigheid zoekende lezer verlangt, krijgt hij toegediend.

  • Een landingspoging op Newfoundland bevat behalve het titelverhaal nog vijf andere verhalen: 'Een veelbelovende jongeman', 'Het fossiel', 'Laura en de grammofoonplaat', 'De teddybeer' en 'De blinde fotograaf'.
    De verhalen in deze bundel behelzen het gebrek aan vertrouwen tussen de mensen; het is ook hier een opeenstapeling van ellende. Alle bekende motieven van Hermans zijn in deze zes verhalen - combinatie van reisbeschrijving, short story en novelle - terug te vinden.

  • In september 1944 publiceerde Hermans in eigen beheer de clandestiene uitgave Kussen door een rag van woorden. Het bundeltje, dat bestaat uit een reeks van vierentwintig genummerde gedichten, kwam tot stand in samenwerking met uitgeverij Meulenhoff en kende een oplage van dertig exemplaren, die Hermans uitdeelde onder vrienden en kennissen.

  • 'Ik heb deze bundel Paranoia genoemd, zonder te bedoelen dat de personages die erin optreden, aan deze geestesziekte lijden. Ik ben geen psychiater, ik stel geen diagnose.' Aldus Willem Frederik Hermans over zijn eerste bundel met onvergetelijke verhalen: 'Preambule', 'Manuscript in een kliniek gevonden', 'Paranoia', 'Het behouden huis', 'Glas' en 'Lottie Fuehrscheim'.
    Velen bewonderen Hermans het meest om zijn verhalen en novellen omdat daarin het hermansiaanse universum in verhevigde vorm zichtbaar wordt. Ook in de hier gepresenteerde, de adem afsnijdende verhalen, die algemeen tot zijn beste werk worden gerekend, balt Hermans' hoofdthema zich samen: de wereld is een chaos en voor de mens in wezen onbevattelijk.

  • De donkere kamer van Damokles vertelt het verhaal van Henri Osewoudt, sigarenhandelaar te Voorschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij de verzetsman Dorbeck, die sprekend op hem lijkt en die hem opdrachten geeft die hij gewillig uitvoert. Naar aanleiding van zijn daden wordt Osewoudt gevangen genomen, komt weer vrij, pleegt een moord, en nog een moord.
    Na de bezetting lijkt alles zich tegen hem te keren en wordt hij gekwalificeerd als landverrader. Zich beroepen op Dorbeck blijkt onmogelijk: er is geen enkel spoor dat leidt tot deze man. Het enige dat Osewoudt heeft om de wereld Dorbecks bestaan te bewijzen is een camera met een foto van Dorbeck erin, maar ook die foto blijkt uiteindelijk niet te bestaan.Bestaat Dorbeck echt of heeft Osewoudt hem verzonnen? In hoeverre is Osewoudt zelf verantwoordelijk voor zijn daden? Wie ben je als iedereen je ziet als een verrader en een leugenaar, bestaat er wel zoiets als waarheid en werkelijkheid?
    Om dergelijke vragen gaat het in dit huiveringwekkende boek, dat uitgroeide tot Hermans meest gelezen en bejubelde roman.

  • De heilige van de horlogerie, zoon van een naar Frankrijk geëmigreerde Nederlandse boer en een Franse vrouw, heeft geen aanleg voor kaasmakerij en is daarom filosofie aan het studeren. Na zijn studie met een briljante scriptie over tijd en duur te hebben besloten, kan hij echter als filosoof geen werk vinden. Zijn oom, een klokkenmaker, neemt hem in dienst om de uurwerken van het leegstaande plaatselijke paleis op te winden. Dit zijn er niet minder dan 1473, over 297 zalen verdeeld.
    Zoals Spinoza de kost verdiende als brillenslijper, zo is deze wijsgeer tevreden met de eenvoudige arbeid die hij verricht. Dan verschijnt een dubbelgangster van de filmactrice Louise Brooks, een femme fatale, ten tonele.

  • Zelf vergeleek Hermans dit boek met een tekenfilm. De God Denkbaar drijft op stijl, op 'de betovering van het zinsritme', zoals Hermans het in een interview formuleerde.
    Hij noemde het een poëtisch boek, misschien ook een godsdienstig boek: 'Het gaat over een God Denkbaar. Een god kan Denkbaar zijn... maar denkbaar, wat is niet allemaal denkbaar? Alles is denkbaar.'

  • Twee van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw, Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, schreven elkaar in de jaren veertig en vijftig vele openhartige brieven. Hun correspondentie staat aanvankelijk in het teken van groeiend literair zelfvertrouwen, gevoelens van miskenning en vooral een grondige afkeer van het artistieke klimaat in het naoorlogse Nederland. De aanstormende talenten hadden grote waardering voor elkaars werk en ontwikkelden zelfs plannen voor een gezamenlijke roman. In 1959 kwam het tot een abrupte breuk. Hermans: `Hoe onbegrensd mijn medelijden ook moge wezen, mijn tijd is niet onbegrensd. Daarom is in ongenade laten vallen wel het meest geschikte middel om van het gezeur af te komen. Dit overkomt jou dus bij dezen.

    Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel is een uniek literair document van twee schrijvers die het gezicht van de Nederlandse twintigste-eeuwse literatuur hebben bepaald. Becommentarieerd en ingeleid door Hermans-biograaf Willem Otterspeer en Reve-biograaf Nop Maas.

  • Deze essaybundel is voor een groot deel samengesteld uit tientallen krantenpublicaties die Hermans, deels onder de naam Age Bijkaart, heeft gepubliceerd in Het Parool en Nieuwsnet. Andere stukken zijn eerder verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad en in periodieken als Bzzlletin en Elseviers Magazine.
    Voor de herpublicatie in Door gevaarlijke gekken omringd voegde Hermans de oorspronkelijke typoscripten van de kranten- en tijdschriftpublicaties samen tot een nieuw, gecorrigeerd typoscript, dat hij gedeeltelijk aanvulde met nieuwe stukken tekst. Op de drukproeven, die Hermans voorjaar en zomer 1988 corrigeerde, bracht hij nieuwe wijzigingen en aanvullingen aan.

  • De novellen Filip's sonatine, Homme's hoest, Geyerstein's dynamiek en De zegelring van Willem Frederik Hermans zijn krachtige en beeldende vertellingen, die in iedere zin en wending het meesterschap van hun maker verraden. Of het nu gaat om het vermeende muziektalent van het jongetje Filip of over Homme's obscure tocht door Turkije in een poging zijn auto te verkopen, de verhalen tinkelen alsof ze gisteren zijn geschreven. In alle verhalen gaat het om moedwil en misverstand, om illusie en ontgoocheling, kortom: het hermansiaanse wereldbeeld in een notendop.

  • In 1979 publiceerde Hermans bij De Bezige Bij twee omvangrijke bundels met beschouwend werk, Houten leeuwen en leeuwen van goud en Ik draag geen helm met vederbos. Houten leeuwen en leeuwen van goud verscheen medio maart 1979 en bevat meer dan dertig stukken, die Hermans verspreid over een langere periode had gepubliceerd. De vroegste bijdrage stamt uit 1963, maar het grootste deel van de artikelen schreef Hermans in de tweede helft van de jaren zeventig, vrij kort voor de opname ervan in Houten leeuwen en leeuwen van goud.
    Hermans bracht de bijdragen onder in zeven thematische hoofdstukken en vatte, in een speciaal voor de bundel geschreven voorwoord, het overkoepelende thema van de geselecteerde stukken samen als `de afbraak van de taboes.

  • In zijn debuutroman Conserve neemt Willem Frederik Hermans ons mee naar de Amerikaanse Mormonenstad Salt Lake City, waar een fantastisch verhaal begint. De twee dochters van een rijke Mormoon Isabel en Onitah zijn verliefd op hun halfbroer Jerobeam. Onitah, de meest ingewikkelde van de twee, blijft onbevredigd en wordt waarschijnlijk daardoor waanzinnig. Zij meent, dat de religie van de Egyptenaren de ware is geweest. De Farao's trouwden immers met hun zusters.
    Isabel gaat bij Jerobeam wonen. Een uit Midden-Amerika afkomstige half-indiaan Ferdinand, die het langs allerlei avontuurlijke wegen tot zenuwarts brengt, verschijnt in Salt Lake City en wordt verliefd op Onitah.

  • 'Ik heb een kleine reeks nagenoeg geheel autobiografische verhalen geschreven en die kunt u herkennen aan het feit dat ze steeds dezelfde hoofdpersoon hebben. Als ik zeg autobiografische verhalen, dan bedoel ik dat ik er inderdaad niks bij verzonnen heb. Als ik een autobiografisch verhaal schrijf, dan probeer ik mij aan de waarheid te houden. Alle verhalen van mij die als hoofdpersoon Richard Simmillion hebben, horen tot hetzelfde autobiografische boek.' Willem Frederik Hermans
    In de loop van zijn carrière schreef Willem Frederik Hermans een aantal verhalen die alle het hoofdpersonage Richard Simmillion hebben, wiens levensloop een grote gelijkenis vertoont met die van de schrijver. In Richard Simmillion zijn deze vijf verhalen ('De elektriseermachine van Wimshurst', 'Het grote medelijden', 'Een toerist', 'Waarom schrijven?' en 'Dood en weggeraakt') voor het eerst in veertig jaar samengebracht. Eén ervan - 'Een toerist' uit 1979 - werd zelfs nooit eerder gebundeld en verschijnt nu voor het eerst in boekvorm.
    Richard Simmillion is een van de meest merkwaardige, eigenzinnige - en onvoltooid gebleven - autobiografieën die de Nederlandse literatuur rijk is.

  • In De laatste roker zijn twintig korte verhalen gebundeld die bijna vijftig jaar schrijverschap omvatten. Surrealisme, realisme, bespiegelingen en scherpe karikaturen wisselen elkaar af in deze sfeervolle verzameling verhalen.

  • Een dagboekje en twee met eigen foto's geïllustreerde bijdragen, die Hermans naar aanleiding van zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, voor het maandblad Avenue schreef, vormden de basis voor dit boek.

  • In oktober 1983 publiceerde Hermans bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel Klaas kwam niet. In tegenstelling tot de eerder verschenen bundels Houten leeuwen en leeuwen van goud en Ik draag geen helm met vederbos, beide uit 1979, bracht Hermans de bijna vijftig bijdragen, die tussen 1977 en 1983 waren verschenen, nu niet onder in thematische hoofdstukken. Toch zijn de onderwerpen die Hermans in zijn stukken behandelt vertrouwd. Veelvoorkomende themas zijn: literatuur (met bijzondere aandacht voor de Franse), filosofie, kunst en politiek.

  • Hermans Boze Brieven van Bijkaart verscheen in oktober 1977 bij De Bezige Bij. De kloeke bundel bestond uit beschouwingen die Hermans, onder pseudoniem van Age Bijkaart, sinds eind december 1973 schreef voor het Amsterdamse dagblad Het Parool. Aanvankelijk schreef Hermans een tweewekelijkse column voor deze krant, vanaf april 1975 verscheen er elke week een bijdrage van Age Bijkaart.
    Boze Brieven van Bijkaart bevat nagenoeg alle columns die Hermans tot het einde van november 1976 in Het Parool publiceerde.

  • In een bedrieglijk eenvoudige, zakelijke stijl schetst Hermans messcherp een dystopisch universum waarin een klopjacht gaande is op sigaretten en rokers. In het Amsterdam van 2021 draagt iedereen gasmaskers en mag de Nederlandse taal nergens meer gehoord worden. De heer Vroegindewey, stokoud en alleen, krijgt tersluiks een Gauloise toegestopt. Hij steekt hem op. Veertien dagen later begint het akelig te stinken in zijn trappenhuis.
    Willem Frederik Hermans (1921-1995), fysisch geograaf, schrijver, dichter en essayist, is de auteur van een groot en talloze malen bekroond oeuvre, dat geldt als een van de belangrijkste uit de Nederlandstalige literatuur. Sinds 2005 verschijnen bij De Bezige Bij zijn Volledige Werken in samenwerking met het Willem Frederik Hermans instituut en het Huygens Instituut. In 2013 verscheen het eerste deel van de biografie van de schrijver, De mislukkingskunstenaar.

empty