Atlas Contact

  • De poel

    Pauline de Bok

    `De poel' is Pauline de Boks nieuwste beschouwing op mens en natuur. In `De poel' trekt De Bok zich terug in het noordoosten van Duitsland, waar ze rondscharrelt op haar erf, omringd door bossen, meren en industriële landbouw. Voor het eerst in twintig jaar blijft de poel achter haar koeienstal droog. Ze zoomt in op de levende wezens met wie ze haar plek deelt, van de grote dieren waar ze op jaagt tot het gewemel en gekrioel dat een mensenoog nauwelijks ziet. Een schorskever belaagt de bossen, een virus de wilde zwijnen en op een dag wordt ook de mens door een pandemie overvallen. De klappen die het ecosysteem al jaren onder-gaat maakt De Bok in `De poel' op een verhalende manier voelbaar. Tegelijkertijd weigert ze de moed te verliezen en poogt ze het tij te keren. Ze legt een leemplas aan voor de zwaluwen, vleermuizen en insecten, ze vecht tegen kleefkruid en bramen. Maar helpt het? In De Boks oeuvre is de mens een dier te midden van de andere dieren. Meer nog danin haar vorige boeken zoekt ze in `De poel' een taal die doordringt in de wondere, levende wereld om ons heen. Wat is eigenlijk onze plaats in de natuur? Wordt het niet hoog tijdguller te zijn met onze aandacht, en behoedzamer als we ingrijpen?

  • De jaagster

    Pauline de Bok

    Steeds vaker verschuilt Luise Zingg zich in de jachthut die ze vroeger had bij het IJzeren Gordijn. Daar verliest ze zich in herinneringen aan haar jeugd in de oorlog, haar dubbelleven als spionne en haar liefde voor een Stasi-officier.
    Haar oude jachtveld wordt ook een toevluchtsoord voor Merel Alvarez, een jonge Nederlandse die na de dood van haar moeder haar heil zoekt op het Duitse platteland. Ze hoort de verhalen die rondgaan over de oude jaagster, vraagt haar Stasi-dossier op en leert zelf jagen.
    Het wordt winter. De spoken van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog winnen terrein en de levens van de twee vrouwen raken meer en meer verstrengeld.

  • `Blankow' van Pauline de Bok verschijnt in heruitgave. Een vrouw uit Amsterdam strijkt neer op een boerderij in het lege noordoosten van Duitsland, met een hond. In de bouwvallen en de bodem vindt ze restanten van het leven van vorige bewoners en raakt langzaam in hun ban. Stukje bij beetje ontvouwt zich de geschiedenis van Blankow, dat begin negentiende eeuw werd aangelegd. Het voorwerk draagt nog sporen van de feodale tijd, van de opkomst en ondergang van het naziregime, en van de arbeiders- en boerenstaat onder de vleugels van de Sovjetunie.

empty