Leo Pleysier

  • De kast Nieuw

    Terwijl haar man een voetbalwedstrijd kijkt, belt een vrouw
    haar broer. Ze is de kast aan het uitmesten, het pronkstuk uit de
    erfenis van hun ouders. Terwijl de voorwerpen door haar handen
    gaan, borrelt het verleden omhoog. Nu zit ze om een praatje
    verlegen, maar haar broer is verkouden en zegt nauwelijks
    iets terug.

    Uiterst precies brengt Leo Pleysier zijn personages tot leven en
    ontvouwt hij de familiegeschiedenis die kleeft aan de lang opgeborgen
    voorwerpen. De kast is een wonderschoon boek over
    het verglijden van de tijd en de onontkoombaarheid van familie.
    Een leeservaring die je altijd bij zal blijven.

  • Een vermoorde Antwerpse baron, een hardhandige scheikundeleraar,
    de stem van God en de gestalten van schrijvers als Gust
    Gils, Ivo Michiels en Leo Geerts.
    In de straten van Brussel weerklinkt het rumoer van een massabetoging
    die gericht is tegen de installatie van Amerikaanse kernwapens,
    aan de keukentafel wordt een potloodtekening van een
    uil gemaakt en het televisiejournaal wijdt een item aan de
    plechtigheid waar het standbeeld van ex-premier Wilfried Martens
    onthuld wordt.
    En dan is er ook nog de spectaculaire choreografie die bij valavond
    wordt opgevoerd door een zwerm kauwen.
    Tijd en het verstrijken van de tijd, als een ongrijpbare maar onontkoombare
    notie. In mooie composities komen kleine verhalen
    over onder meer familie en afkomst, sterfelijkheid en de dood
    tot stand die in een groter verband passen. Vaak associatief,
    soms ogenschijnlijk zonder enige aanleiding, maar altijd treffend
    en haast betoverend van eenvoud. Hier klinkt verhalenverteller Leo Pleysier in al zijn diepte en veelkantigheid.

  • Zuid-India. Een oude non ligt 's nachts in het donker van haar kloostercel te woelen en haar leven te overdenken. Haar slapeloosheid heeft met de overheersende hitte te maken, maar ook met de heftigheid van haar ervaringen als verpleegster in een armenhospitaal. Zo is er de smartelijke herinnering aan een vrouwelijke arts voor wie zij een grote bewondering had, die haar door het hoofd blijft spoken. En vooral is er de 'rigueur', de vastberadenheid waarmee deze vrouw een levensideaal belijdt dat al lang niet meer lijkt te passen bij dit tijdsgewricht.
    'Wat kan ik nog gaan doen in België? Ik loop daar verloren. En om daarginds de curiositeit of de antiquiteit te gaan uithangen, daar bedank ik voor. Want ik heb begrepen dat God verdwenen is uit Vlaanderen. In de winkels, de magazijnen en de koophallen loopt het alle dagen storm naar het schijnt, maar de kerken zijn leeg.'
    De trousse is een beklemmende en messcherpe vertelling: een nieuwe parel in Pleysiers mooie en subtiele oeuvre.

  • Zuid-India. Een oude non ligt s nachts in het donker van haar kloostercel te woelen. Ze overdenkt haar leven. Haar slapeloosheid heeft met de overheersende hitte te maken, maar ook met de heftigheid van haar ervaringen als verpleegster in een armenhospitaal. De vastberadenheid waarmee deze vrouw een levensideaal belijdt wordt zichtbaar, een ideaal dat al lang niet meer lijkt te passen bij dit tijdsgewricht.
    Leo Pleysier (1945) vertelt met De trousse een messcherp en beklemmend verhaal: een parel in Pleysiers mooie en subtiele oeuvre. Zijn werk werd bekroond met onder meer de F. Bordewijkprijs en de Cultuurprijs voor proza van de Vlaamse gemeenschap.

  • Zomeravond op het land. Een jongetje fietst op het achtererf van de ouderlijke boerderij terwijl zijn moeder, op een bank in de openlucht, prinsessenbonen zit af te halen. Het parcours dat hij aflegt heeft de vorm van een liggende acht en de bank waarop zijn moeder zit, staat vlak bij het punt waar de twee lussen van dat cijfer elkaar raken.Dit fietsende jongetje is in de ban geraakt van woorden, liedjes, zegswijzen, talen en van de lust tot formuleren en fabuleren. Nochtans gaat hij door voor een luistervink, een kind dat zwijgzaam is.Maar vanavond, terwijl hij in een baan rond zijn moeder peddelt, heeft hij het gevoel dat hij nog eens uit elkaar zal barsten van de ingrijpende, ongehoorde ervaring die hij onlangs opdeed en waarover hij met haar niet mag en ook niet durft te spreken.Dieperik is een magnifieke kleine vertelling, over de macht van het woord en de minstens zo grote macht van het verzwijgen.

  • bevat: Wit is altijd schoon; De kast; De Gele Rivier is bevrozen

    In Wit is altijd schoon verbeeldt Leo Pleysier de gecompliceerde gevoelens van een zoon bij het overlijden van zijn moeder; een moeder die hem zijn leven lang heeft bedolven onder haar gepraat. Het resultaat is een ontroerend portret van die moeder en een buitengewoon opgewekte roman over rouw, afkomst en taal. De kast. Een man en zijn zuster voeren een telefoongesprek. De man is een rustige toehoorder, zijn zuster daarentegen moet veel kwijt. Het onderwerp van gesprek is de familiereünie die plaatsvond na de begrafenis van hun moeder en waarop de huisraad verdeeld werd onder de erfgenamen. De bijeenkomst liep vlekkeloos tot het pronkstuk van de inboedel aan de beurt kwam: een antieke pastoorskast. Aan het woord in De Gele Rivier is bevroren is een jongetje dat gefascineerd raakt door een tante die non is en voor de missie in China werkt. Het jongetje moet zijn nieuwsgierigheid naar dat ijle wezen in habijt bevredigen met de afstandelijke brieven die zij over haar avontuurlijke en gevaarlijke leven in China aan haar familie in België schrijft, en met wat anderen over haar en tegen haar zeggen tijdens het kort verlof dat ze bij de familie doorbrengt. Hierdoor ontstaat voor de lezer een geestig en ontroerend beeld van het milieu waarin het jongetje opgroeit. Maar tevens een beeld dat als een mal past om de raadselachtige leegte die de tante voor hem is.

  • Aan het woord in De Gele Rivier is bevroren is een jongetje dat gefascineerd raakt door een tante die non is en voor de missie in China werkt. Het jongetje moet zijn nieuwsgierigheid naar dat ijle wezen in habijt bevredigen met de afstandelijke brieven die zij over haar avontuurlijke en gevaarlijke leven in China aan haar familie in België schrijft, en met wat anderen over haar en tegen haar zeggen tijdens het kort verlof dat ze bij de familie doorbrengt. Hierdoor ontstaat voor de lezer een geestig en ontroerend beeld van het milieu waarin het jongetje opgroeit. Maar tevens een beeld dat als een mal past om de raadselachtige leegte die de tante voor hem is.

  • In Wit is altijd schoon heeft Leo Pleysier voor een prachtige, originele vorm gekozen om de gecompliceerde gevoelens te verbeelden van een zoon bij het overlijden van zijn moeder; een moeder die hem zijn leven lang bedolven heeft onder haar gepraat. Het resultaat is een ontroerend en liefdevol portret van die moeder en een buitengewoon opgewekte roman over rouw, afkomst en taal.



  • Wat is het dat een Belgisch paar, op reis in Engeland, besluiten doet de geplande route te verlaten en af te zakken naar Merthyr Tydfil, kleine verkommerde provinciestad aan de rand van het oude staal- en steenkolengebied van Zuid-Wales? Is het fascinatie voor de periferie die hen naar zo'n plek drijft, of hoopt Peter Mares (die 'schoolmeestert
    ' in het Vlaams-Brabantse dorp Werchter) er alleen maar een soort van emotioneel gelijk te halen ten overstaan van zijn vrouw Annelies (die in Brussel werkt)? In elk geval blijkt het voorval waarin zij beiden een paar weken tevoren op het thuisfront betrokken waren geraakt de, ook letterlijk, ontnuchterende nasleep van het gigantische, zo langzamerhand uit zijn voegen barstende rockfestival dat jaarlijks te Werchter georganiseerd wordt, aan deze koerswijziging niet vreemd is. En al mag Shimmy dan verhalen over het ziende blind zijn van twee 'ietwat verloren gelopen' Engelandvaarders, ten slotte blijkt ook hoe de geschiedenis van dat voorval hier overgaat in de geschiedenis van een plek.

  • Een zoon die vertwijfeld probeert om letters en woorden los te pulken uit het brein van zijn volledig verlamde moeder. Een vader die in gedachten meevliegt met zijn dochter, die diep in Afrika haar oudere broer gaat bezoeken. Een ballonvaart over een gebied dat vooral een geschakeerd taallandschap blijkt te zijn. Even bijkomen van de schooldag die erop zit.
    In De zoon, de maan en de sterren staan verhalen van het hier en nu naast verhalen die baden in de glans van het verleden en van een betoverde kindertijd. Maar ongeacht de tijd en het decor zijn al deze vertellingen doorspekt met vlijmscherpe, af en toe onthutsende observaties.

  • Familiealbum

    Leo Pleysier

    In vijf romans heeft Leo Pleysier een ragfijn netwerk van familieverhalen gespannen. Wit is altijd schoon is de lange monoloog van een moeder op haar sterfbed. In De kast voeren een broer en een zuster een lang telefoongesprek over de huisraad die na het overlijden van hun moeder verdeeld moest worden. In De Gele Rivier is bevrozen maken we kennis met een tante die non is geworden en die voor de missie in China werkt. Zwart van het volk is het verhaal van een zoon, die in Afrika werkzaam is. En in Volgend jaar in Berchem horen we een kakofonie aan stemmen, die de overleden vader gedenken.

    Voor het eerst zijn deze vijf magnifieke miniaturen samengevoegd in één band. Speciaal voor deze editie schreef Pleysier een nawoord, waarin hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis en de onderlinge samenhang van deze verhalen, die tezamen het portret van een Vlaamse familie vormen.

empty