Erwin Mortier

  • In De onbevlekte keert Marcel terug naar huis
    in een laatste poging het verzwegen verleden
    te doorbreken en uit te vinden waarom hij de
    naam draagt van zijn aan het oostfront gestorven
    grootoom. Mortiers vervolg op zijn
    veelgeprezen en prijswinnende debuutroman
    Marcel is andermaal een donker familieverhaal,
    waarin de Vlaamse klei nietsontziend
    wordt omgewoeld om het duistere verleden
    aan het licht te brengen. Dit doet Mortier op
    weergaloze wijze, in zijn verfijnde, suggestieve
    stijl, waarin geen woord, geen letter, geen komma
    op de verkeerde plek staat en het wemelt
    van de trefzekere beelden. Met deze langverwachte,
    nieuwe roman over de complexiteit
    van liefhebben bevestigt Erwin Mortier eens
    te meer tot de absolute topklasse van de Nederlandstalige literatuur te behoren.

  • Marcel is het veelgeprezen debuut van Erwin Mortier over een Vlaamse plattelandsjongen die opgroeit in een familie vol geheimzinnige verhalen en duistere gewoontes. Langzaam ontdekt hij het geheim en de schande die sinds de oorlog aan de familie kleeft.
    In het middelpunt van het verhaal staat een klein jongetje, dat door zijn grootouders wordt opgevoed, ergens op het Vlaamse platteland. Tegelijk draait het verhaal om Marcel, die enkele decennia eerder aan het Duitse Oostfront is gesneuveld en wiens portret deel uitmaakt van de verzameling portretten die grootmoeder, 'als de averechtse baker van haar ras', van alle overlevende familieleden aanlegt. In een suggestieve stijl geeft Erwin Mortier een scherp, ironisch en soms hilarisch beeld van de familie en de kennissenkring, die moeten leven met een verleden dat ze beurtelings willen verbloemen en onthullen. De jongen kijkt die wereld in, begrijpt haar niet, en wordt gefascineerd door de ogen van Marcel op dat portret in het zonlicht, 'dat hem al half heeft weggevaagd'. Intussen hopen de grootouders dat hun kleinkind ooit getuigenis af zal leggen van de pijnlijke familiegeschiedenis, en dat de jongen een nieuw, schoon begin zal vormen.

  • Tien jaar geleden schreef Erwin Mortier de bekroonde roman Godenslaap, gevolgd door De Spiegelingen. Hélène, het hoofdpersonage uit Godenslaap, en haar broer Edgard, uit De Spiegelingen, hebben beiden hun hart aan dezelfde man verloren, en hij aan hen. Voor het eerst komt deze man nu zelf aan het woord, in de brieven die hij aan zijn twee geliefden heeft geschreven.
    Boeken van de troost is de ontmoeting tussen twee romans over levens die door de Grote Oorlog voorgoed met elkaar vervlochten raken, maar vooral neemt Erwin Mortier ons
    mee in een sensitieve en sensuele wereld die van alle tijden is, en die hij op sublieme wijze voelbaar maakt.

  • Na jaren van doorwaakte nachten vol wanhoop en angst begon
    Erwin Mortier weer te dichten. Precieuze mechanieken is het
    weergaloze resultaat. Terwijl de wereld ten prooi valt aan onze
    beschaving en de mens haar zintuig voor esthetiek dreigt te verliezen,
    staat de dichter op in de stellige overtuiging dat niets
    minder dan schoonheid de wereld kan redden van de welig
    tierende haat.
    In Precieuze mechanieken trekt Mortier ten strijde tegen de
    lelijkheid en stelt hij de pracht van de taal centraal. Hij knipoogt
    naar Flaubert, Zagajewksi en andere dierbare schrijvers die hij
    als zijn literaire vaders beschouwt. Ook richt hij zich, net als in
    zijn pijnlijk mooie roman Gestameld liedboek, tot zijn overleden
    moeder om zijn hart te luchten. Aan het slot spreekt zij terug,
    biedt hem een inkijk in het Hemelrijk en stelt haar zoon gerust.

  • Passions humaines

    Erwin Mortier

    De negentiende-eeuwse controverse rond `Les Passions humaines' van Jef Lambeaux, het meest besproken kunstwerk uit de Belgische geschiedenis, inspireerde Erwin Mortier tot een groots toneelstuk. Al bij de presentatie van het ontwerp in 1889 zorgt het beeldhouwwerk voor een tweestrijd tussen enthousiaste liberalen en boze katholieken die verontwaardigd zijn over het blasfemische en pornografische karakter ervan. Die controverse wordt alleen maar erger wanneer koning Leopold de opdracht geeft om het werk in marmer uit te voeren.
    Het is Erwin Mortier toevertrouwd om de menselijke drama's, maatschappelijke tegenstellingen en ideologische gevechten die er achter de ophef schuilgaan haarscherp en met humor en wellust om te smeden tot een denderend toneelstuk.

    Passions humaines zal in de zomer van 2015 veelvuldig worden opgevoerd door een tweetalige cast. De Franse vertaling van Marie Hooghe is onderdeel van deze uitgave.

  • Een stokoude vrouw die de dood voelt naderen blikt terug op haar kinderjaren, de liefdes die ze heeft gekend, haar huwelijk en de jaren van de Eerste Wereldoorlog die ze met haar moeder en haar broer in Frankrijk doorbracht. Gaandeweg ontstaat een intiem panorama van België, haar onduidelijke vaderland. Aan geen van de gebeurtenissen wil ze meer nadruk geven dan aan andere. Ze hunkert slechts naar een oneindig lange zin, `die al wat er is in zich opneemt, zoals een hofdame uit de pruikentijd, in wier lokken een armada van parels kapseist, haar talloze rokken optilt terwijl ze de trappen van de opera betreedt of de ladder naar het schavot.

    Godenslaap, de vijfde roman van Erwin Mortier, speelt zich af op het raakvlak tussen de grote geschiedenis en de kleine mensenlevens, tussen taal en wereld, verbeelding en werkelijkheid, tussen geschiedschrijving en verhalend proza.
    Met de zin: `Ik volg de cadans van mijn handschrift en zoek naar de in letters gestolde, kwezelachtige wellust van het meisje dat ik ooit geweest moet zijn, het wicht dat op de drempel van haar adolescentie haar schriftuur even strak aantrok als de dunne lederen veters waarmee ze haar laarsjes dichtreeg hoe ze het vlees van het woord in de baleinen van de zinsbouw dwong, tot haar eigen lijf vol striemen stond en ze naar uitbraak verlangde. wint Erwin Mortier de Tzum-prijs 2009, de kleinste literaire prijs van Nederland.

  • 'Er is niets dat blijft, behalve woorden waarmee Joris de wereld van zijn jeugd in beelden vat. Kijkend door de raampjes van een trein ziet hij zijn dorp "dat in de blauwe avond zijn daken als lammeren tegen het kerkschip samendreef. De hoge hemel daarboven, die wankel op de torenspits balanceerde."
    Zo'n beschrijving is voor de eeuwigheid, zoals de meeste scènes die Mortier oproept. Vrijwel alle zinnen in Sluitertijd zijn van dezelfde schoonheid en beeldenrijkdom die we kennen uit Marcel en Mijn tweede huid. Het lukt Mortier eenvoudigweg niet om iets niet mooi of zelfs maar gewoon uit te drukken. Meer en meer beweegt zijn proza zich in de richting van poëzie waaruit iedere handeling is weggesneden en waarin het allemaal nog draait om het projecteren van beelden, het schrijven met licht.' NRC Handelsblad

  • In het afgelopen jaar werd het Minderbroedersklooster in Gent gesloten. De laatste monniken en paters uit de orde van de Franciscanen verdwenen naar rusthuizen. De bekende fotografe Lieve Blancqaert maakte een reeks opnamen van het intact gebleven huis, die Erwin Mortier inspireerde tot het schrijven van een schitterende reeks gedichten.
    Het zijn dan misschien beelden van vergeten en achtergelaten voorwerpen, maar het zijn geen trieste beelden die Blancquaert en Mortier ons voorschotelen. Een knopendoos, tot de nok gevuld. Een vaak gebruikt stukje zeep op een ouderwets aanrecht. Een opgemaakt eenpersoonsbed. En, misschien wel het veelzeggendst: een vergeelde plek op de muur waar decennialang een crucifix moet hebben gehangen. Zo laat Uit één vinger valt men niet zich lezen als een poëtisch compendium van katholieke parafernalia, waarbij Mortier put uit zijn eigen aantekeningen en zijn bekende gaven om de miniemste details tot spreken te brengen. Ook verwijzen de gedichten naar de oude Statenvertaling en naar de verzen van de mystici Hadewych en Ruusbroec. De teksten en de foto's vullen elkaar perfect aan: ze lijken elkaar commentaar te geven terwijl ze ook afzonderlijk voor zichzelf kunnen spreken. Daarnaast bevat de bundel de drie gedichten die Erwin Mortier als Gents stadsdichter maakte voor de stadsbibliotheek, het Stadsmuseum en De Zwarte Doos, de nieuwe vestiging van het Gentse stadsarchief.

  • 'Ik heb in de liefde steevast de kleine kortsluitingen geëerd, de momenten waarop de lippen elkaar eerst niet weten te vinden, en dan wel, en dan weer niet, en toch weer wel, en ik weet zeker, ik weet heel zeker, mijn lieve vriend, dat in al dat bevingeren en omhelzen en zich verstrengelen tussen ons beiden iets werkelijkheid heeft mogen worden dat nergens anders tot bestaan had kunnen komen omdat jij het was, omdat ik het was.'
    Edgard Demont keert gewond en gehavend uit de Eerste Wereldoorlog terug naar een vaderland dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Minnaars helpen hem te leven met kwetsuren die dieper gaan dan de littekens in zijn vlees. Ondertussen moet hij machteloos toezien hoe de wereld voor nieuwe waanbeelden bezwijkt en verse nachtmerries worden voorbereid. Zijn bespiegelingen schetsen het zelfportret van een man die voor de geschiedenis wil wegkruipen in de liefde en in het verlangen, waarvan hij de glorie bezingt en de broosheid beseft.

  • In deze novelle beschrijft Erwin Mortier zeven dagen in het leven van een jongen van vijf, wiens overgrootvader stervende is. De zomerse hitte in en rond zijn geboortehuis roepen herinneringen op aan zijn eigen ziekte, het jaar voordien, en aan de gesprekken van de volwassenen die hij, lam van de koorts, vanaf zijn ziekbed beluisterd heeft, dat 'tropische feest, broeiend in zijn binnenste'. Tegelijk is hij gebiologeerd door wat zich afspeelt rond zijn overgrootvader, in het koele, donkere hart van het huis. In de dagen van de voorbereiding van de begrafenis loopt hij steeds meer verloren tussen de volwassenen. De zomer smelt de dagen aaneen en heft alle orde op, ook die van de taal in zijn hoofd. Net als bij de andere boeken van Mortier spreekt uit dit verhaal een verlangen om de tijd teniet te doen; een streven om woorden dusdanig op proef te stellen dat ze het allerbelangrijkste, dat nooit gezegd kan worden, alsnog laten weerklinken.
    Erwin Mortiers debuutroman Marcel (1999) werd bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuur Prijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving een jaar later de C. Buddingh'-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO literatuur Prijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde.

  • Anton is het enige kind in een gezin dat woont in een huis aan de dijk; zijn kinderjaren zijn vervuld van de intimiteit van vader en moeder, tantes en ooms. In die geborgenheid breekt plotseling een neef uit een problematisch gezin in, en Anton wordt tegelijk gefascineerd en afgestoten door deze Roland. Door de jaren heen verinnigt en verhardt de verhouding tussen de twee jongens zich, als in een golfbeweging. Een andere verhouding, die tussen Anton en zijn medescholier Willem, is een pleister op de wonde van de verenkeling die er in Anton plaatsvindt. Een dramatische gebeurtenis zet zijn hele leven ineens op losse schroeven.

    `Een tintelende kleine roman met een dreunende uitwerking. VRIJ NEDERLAND

  • 'De dood moet zichtbaar worden, gezien en verhaalbaar. De dood is van iedereen.' Dit schrijft Erwin Mortier aan de recent overleden schrijver Jef Geeraerts en diens vrouw Eleonore. In tien brieven spreekt hij tot ze. In mijmerende zinnen vertelt hij over hun sterven en over de betekenis van dit verlies. 'Rouw komt neer op herschikken... leven is dood geworden, en de dood moet op een imaginair vlak weer leven worden.' Dat is wat er gebeurt: al schrijvend verschijnen zijn vrienden op papier, onder zijn pen worden ze dierbaar als personages uit een zachtaardige roman. Tegelijk toont Erwin Mortier zichzelf in zijn overlevering aan zijn verdriet, en durft hij kwetsbaar te zijn. Hij omhelst de dood alsof het zelf een personage is, het maakt Omtrent Liefde en Dood tot een buitengewoon literair document.

  • In het huis van zijn grootouders, waar de kunst van het zwijgen tot bloei werd gebracht, heeft Erwin Mortier geleerd dat de taal ook een zwerm is, een sprinkhanenplaag, een rattenepidemie. In Wat voorbij is begint pas brengt Mortier een aantal opmerkelijke beschouwingen bijeen die allemaal gaan over taal en schrijven. Hij schrijft dat het woord ons ook aanknaagt, en vooral: dat een mens moet spreken, dat we gedoemd zijn ons uit te drukken, ja dat zelfs zwijgen spreekt en zich niet laat knevelen.

  • Erwin Mortier reisde in het voorjaar van 2010 voor het eerst naar de voormalige Belgische kolonie Congo, in het kielzog van Jef Geeraerts (1930), die er zeven jaar woonde en als enige Vlaamse auteur over het koloniale verleden van zijn land heeft geschreven. Erwin Mortier ging met hem mee om de confrontatie met het Vlaams verleden ook door jonge ogen te kunnen zien. Ze reisden naar de evenaarsregio, waar Geeraerts gewestbeheerder was, de streek waar zich ook Joseph Conrads Heart of Darkness situeert. Geeraerts kon zich tijdens deze expeditie geen beter gezelschap wensen dan Erwin Mortier, die met zijn superieure en gevoelige pen een meesterlijk verslag geschreven heeft.

  • Verboden gebied

    Erwin Mortier

    Een meerstemmige monoloog over de ontreddering en ontwaarding die de oorlog met zich meebrengt.

    Geïnspireerd door de oorlogsgeschriften van Mary Borden, Helen Zenna Smith, Irene Rathbone en tal van andere, soms anonieme vrouwen die getuige waren van de Eerste Wereldoorlog, schreef Erwin Mortier een monoloog ter gelegenheid van de herdenking van de eerste gifgasaanval in Ieper in 1915. Een vrouw meldt zich als oorlogsvrijwilligster aan en komt vlak achter de slagvelden van de Grote Oorlog terecht. Dag in dag uit moet ze gewonde soldaten van de loopgraven naar de hospitalen in het achterland vervoeren. De onttakeling van alle menselijkheid door de oorlog ervaart ze tot in haar lijf, tot in haar woorden, die de schaal van de ontmenselijking steeds minder kunnen vatten.

empty